De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Omgaan met Gods Woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omgaan met Gods Woord

1

7 minuten leestijd

Openingswoord voor de Jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op 19 mei 1976 te Nijkerk.

Nu het mij gegeven geworden is van de God mijns levens om gedurende vijf en twintig jaar in het Hoofdbestuur, eerst onder de leiding van de priesterlijke prof. dr. J. Severijn daarna onder de leiding van de profetische ds. G. Boer en nu onder de genadige hulp Gods sedert enkele jaren, mede de belangen onzer kerk in de Bond te hebben mogen behartigen, is het mij een behoefte om ons rekenschap te geven van ons staan in de kerk met het Woord. Eén onzer bladen voert als zinspreuken:

'Wat vergaat — 't Woordt bestaat', — 'Komt Godt's ligt — 't Duyster swigt'.

Hoe belangrijk andere dingen mogen zijn in de kerk, het Woord gaat toch boven al.

Kostelijk zijn voor ons de belijdenisgeschriften, omdat zij op Gods Woord gegrond zijn. Als orderegels recht en goed zijn, dan zijn ze onmisbaar voor het zijn en werken in de kerk. Maar voor alle-zijn in de kerk en voor alle werken in de kerk geldt toch dat, wat het Woord stelt en voorschrijft. Daarom het Woord hoog geheven ! Daarom in alles op het Woord gelet. Daar is geen ambt in de kerk of het heeft met het Woord te maken: in het universitaire leven, in het ambtelijk leven, zowel van de predikanten, van de ouderlingen, van de diakenen, als in het gemeentelijk leven.

De vraag is maar: hoe gaan wij met Gods Woord om ? Wie wij ook zijn, waar wij ook staan in de kerk, van ons wordt gevraagd het Woord als van God te beschouwen, het Woord als van God Zelf gesproken te horen. Dat vraagt een instelling als van Mozes aan de brandende braambos, als van Samuel, de laatste richter, de profeet, de priester. Voor elk die in de kerk is, voor elk die in de kerk dient, geldt het woord: Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een beloner is dergenen, die Hem zoeken'. Men mag in het Universitaire leven een hoge graad van de wetenschap verkregen hebben, maar men staat, in welke faculteit men ook bezig is, onder de God, in Wien alle schatten van kennis en van wijsheid zijn. En men is, in welke faculteit men ook bezig is, gehouden aan wat God in het Universum hem aanreikt: hij is ook gehouden aan de van God geopenbaarde wil in Zijn tien woorden en aan de Christus, de Christus, in denwelke alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn. Colossensen 2:3. Zeker zal dit dan gelden voor de hoogleraren, die de kennis Gods en de wil Gods tot hun speciale studie en onderwijsobject hebben. Voor hen is nodig een scherp geoefend oor om te horen de stem van de sprekende God en een strikte gebondenheid aan de eens gesproken en óok opgeschreven woorden Gods.

Daar is dan vooreerst de persoonlijke betrekking tussen de hoogleraar en God.

Als grote mannen, als Mozes en Samuel, niet dan met de grootste eerbied voor Hem konden staan, met ontschoeide voet, dan zal men toch van God nooit iets kunnen horen en dan zal men van Hem nooit een ambt kunnen ontvangen en een leidende taak in kerk of staat, of het zal moeten zijn in Zijn opdracht en met het diepste ontzag. Wil men kerkleraar zijn, hoogleraar zijn, dan mag men wel drie, keer horen, wil men één keer spreken. Waar men de woorden eri de wil Gods doorgeeft, daar mag men wel zeker weten, dat men niet dan Zijn woorden en ook Zijn wil doorgeeft. Men is dan verantwoordelijk voor God en . voor degenen, die men onderwijst en daarachter en scharen doet onderwijzen. Zodat ik maar zeggen wil, dat hoogleraren en zeker theologische hoogleraren Godvrezende mensen moeten zijn, die ónder de levende God staan en die niet dan de woorden Gods hanteren, niet dan naar Gods wil en welbehagen.

Uitteraard is daarmede tevens de houding bepaald van de studenten. Elke wetenschap vraagt van zijn studenten eerbied voor de God van hemel en van aarde, voor de God, Die het groot heelal heeft voortgebracht en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht. Maar inzonderheid zij, die dienaren des Woords zullen worden, zullen daar hebben te leren dienen onder het Woord, in het Woord. Voordat zij gaan spreken zullen zij moeten weten: 'Voorwaar, voorwaar, zo zij niet spreken naar dit Woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben'. Daarom zal de hele studietijd in elke wetenschap, maar wel bijzonder die van de heilige Godgeleerdheid, vragen van de studenten een eerbiedig opzien tot de God van hemel en aarde, een luisteren naar de stem van Hem, Die spreekt en een nauwkeurig acht geven op het Woord, een nauwkeurig acht léren geven op het Woord. In de studietijd worden de eerste voeten gezet in de dingen Gods, in de openbaring Gods. Van de aard van die studie hangt af, hoe men dat straks in zijn hele leven in de praktijk zal gaan doen. Hier is dan een eerste vereiste de persoonlijke vreze Gods, eerbied voor God en vooral, wat van God is, een nauw gebedsleven, een acht geven op de stem Gods, of die roept, waarheen die leidt, acht geven op de voorzienigheid Gods.

Dan ook een nauwgezet kerkelijk leven, een teruggetrokken leven van de wereld. De aanstaande prediker moet toch wat hebben van de Nazireër Gods. Het eenzame leven, het met God verkeren, het dienen in het voorportaal van de kerk van jongsaf, moet hem niet vreemd zijn. Onder het Woord leven wil vooral zeggen: onder Gods inzettingen leven. Laat mij vooral noemen de twee stukken van de dankbaarheid: de wet en het gebed.

Is iemand in de weg van de kerkelijke voorschriften tot het predikambt gekomen, dan neemt hij de dienst aan, de Heilige dienst. Hij wordt dienstknecht Gods, dienstknecht van het Woord, dienstknecht der kerk, dienstknecht der gemeente. Een dienstknecht heerst niet, maar hij dient: a. zijn Heere, b. 's Heeren woord, c. 's Heeren volk. Hij staat niet boven zijn Meester, maar onder Hem, gaat waar Hij roept, doet wat Hij zegt, meent slechts wat Hij wil, spreekt slechts wat Hij gezegd wil hebben: het Woord, zoals het er staat, niet minder dan dat, niet meerder dan dat. Hij blijft niet ónder de mening van het Woord, zodat hij het niet verkort, hij gaat niet boven de mening van het Woord, zodat hij het niet verlengt, niet ophoogt. In het eerste geval neemt hij het Woord niet serieus, in het tweede geval stelt hij het Woord in gebreke. Het Woord Gods wil genomen zijn in zijn letterlijke zin, dat is in zijn geestelijke betekenis. De mening des Geestes is, dat wat voor het lichaam bedoeld is, voor het lichaam bestemd blijve en wat voor de ziel bedoeld is ook aan de ziel toekome. Het omgaan met het Woord van de predikant vraagt een dagelijkse lectuur door het Woord heen, vraagt een gedurig en blijvend opzien tot Hem, Die in die Schrift spreekt.

Dat geeft een gebedsleven, dat in twee vragen gezegd is: 'Wie zijt Gij Heere ? ' en 'Wat wilt Gij dat ik doen zal ? ' Dat zijn de twee dingen, die de hele dienst bepalen: 'Wie de Meester is en wat Zijn boodschap is'. Dat is alles voor het werk in de pastorie en voor het leven, het werkzaam leven in de pastorie, dat is alles voor het werk in de kerk en in de kerkelijke vergaderingen, dat is alles voor het werk in de gemeente en in de gemeenten; 'Wie is de Meester en wat is Zijn boodschap'. Dat op de catechisaties, dat op het huisbezoek, dat aan het ziekbed, dat in het sterfhuis.

Wie is de Meester en wat is Zijn boodschap. Dat vult ook heel het leven van de dienaar, van zijn proponent zijn tot achter zijn emeritaat toe. Dienaar zijn — dienaar Gods en der mensen, dienaar des Woords. Dat zet u midden in het Woord en voert u door heel het Woord heen, al zal uw kennen ten dele zijn en uw profeteren ten dele zijn.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Omgaan met Gods Woord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's