De beleving van het kerkelijk jaar
Pastorale overwegingen
Uit een brief
Midden in de Lijdenstijd bereikte een onzer hoofdbestuursleden een brief waaruit wij een paar zinnen overnemen: 'Wij leven thans in de lijdensweken. Een niet te definiëren gevoel zegt in mij de alledaagse levensethiek aan te passen aan de juiste 'stemming' ten aanzien van het lijden van onze Heere en Zaligmaker. Kunt u nu, wellicht via De Waarheidsvriend, voorbeelden geven uit de praktijk der godzaligheid der Reformatoren of der nadere Reformatoren, of de Engelse of Schotse Puriteinen of de Piëtisten of de mannen van het Réveil of zelfs van de kerkvaders, hoe deze allen in het verleden zich voorbereidden op de lijdensweken als ook hun dagelijkse levensethiek daarbij aanpasten, uiteraard zonder in vormen van wetticisme te vervallen'.
Wat de vraagsteller aan de orde stelt is niet weinig. Men zou wel heel de christelijke litteratuur uit alle eeuwen doorgekropen moeten zijn om een volledig antwoord te, kunnen geven op zijn vraag.
Dat betekent voor ons dat wij slechts een zeer onvolledig en gebrekkig antwoord kunnen geven.
Uit het verleden
In de tijd van de Reformatie is er heel wat opgeruimd van wat eeuwenlang als vertrouwd en waardevol had gegolden. Zo was er de Vastentijd, ongeveer samenvallend met de Lijdensweken. Het hele leven in de middeleeuwen droeg er de sporen van. Er kwamen dan in de grote steden de predikers van elders, meestal monniken die goed van de tongriem .waren gesneden en speciale preken hielden. Tallozen hebben in deze tijd stellig sober en ingetogen geleefd. Hun 'alledaagse levensethiek' (om de terminologie van de vraagsteller over te nemen) was aangepast bij dat gedeelte van het kerkelijk jaar dat men meemaakte.
Ook de grote christelijke Feesten hadden hun uitwerking in het dagelijkse leven. Er waren trouwens in die tijd zeer vele feestdagen. Er was allicht wat te doen en wat te beleven in die tijd. Kleurig en fleurig was het maatschappelijke leven dat op wel duizenderlei wijze verbonden was met het kerkelijke en religieuze leven. Het is mede een van de factoren geweest dat de kerk zo'n vaste greep had op het volk. Men nam de zonden van de 'geestelijken' op de koop toe, omdat de kerk zoveel betekende voor het persoonlijke, het sociale en maatschappelijke leven.
Uit een zekere reactie tegen de afgoderij die op de heiligen-dagen met de heiligen bedreven werd heeft de Reformatie een niet geringe opruiming gehouden onder de feestdagen. Daar zat tevens het motief achter dat de reformatoren de ene wekelijkse dag des Heeren, dus de zondag, die steeds meer op de achtergrond was geraakt, weer in ere wilden herstellen.
Calvijn stoorde zich in zijn prediking niet aan het kerkelijk jaar. Hij preekte op 25 december rustig uit Deuteronomium. Alleen, op de naastliggende zondag preekte hij toch wel over het Kerstgebeuren.
Zo is het ook wel een tijdlang geweest in de Nederlanden. Maar langzaamaan kwamen de grote christelijke feesten weer in ere, en werd ook de Lijdenstijd herdacht. De man die veel tegenspel heeft geboden is, zoals wel bekend is, Koelman geweest. Hij ijverde niet alleen tegen het lezen van de Formulieren in de kerk maar ook tegen het gebruik van de feestdagen. Hij vond daarin ook wel enige bijvallers, maar, naar wij menen te weten, niet vele.
Wanneer wij de prekenbundels van de mannen van de Nadere Reformatie opslaan, vinden wij daarin heel wat Lijdenspreken, en heel wat preken die gehouden zijn op de christelijke feestdagen; een bewijs dat zij die dagen dus hebben gehouden. Of zij ook een bepaalde devotie in die diverse tijden van het kerkelijk jaar hebben voorgestaan kan ik niet zeggen, er is mij nooit iets van gebleken.
De zaak zelf
Nu lijkt het mij ook niet zo heel erg belangrijk dat met name in de Lijdensweken een zekere ascese zou worden betracht die men in andere tijden van het kerkelijk jaar niet zou behoeven te betrachten. Matigheid, kuisheid en ingetogenheid zijn goddelijke voorschriften voor het hele leven.
Wij zien in roomse streken hoe in de vastentijd alles even sober wordt gehouden, maar niet zodra is die tijd voorbij of men springt uit de band. Zo gauw gaan wij voor een bepaalde tijd of voor een bepaalde gelegenheid reserveren wat in feite Gods gebod is voor het hele leven.
Maar aan de andere kant, dat men toch innerlijk én ook uiterlijk wat 'meedoet' met de gang van het kerkelijk jaar lijkt mij geen kwaad te kunnen.
De kerstdagen zijn er echt voor gegeven om dan samen met heel de gemeente ons te verblijden in de komst van de Zaligmaker. En hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de andere dagen en perioden van het kerkelijk jaar.
Het zou misschien aan te bevelen zijn dat met name in de Lijdensweken elke dag een speciale lijdensmeditatie werd gelezen, en zo ook bij de andere gelegenheden. Zo oefent zich het geloof in het verstaan en zich eigen maken van de heilsfeiten. Alles onder de conditie dat de Geest des Heeren ons daarin leidt en leert.
De schrijver van de brief gaf toe dat hij zichzelf er maar moeilijk toe zetten kan om echt bezig te zijn met de heilsfeiten. Wij kunnen daar inkomen. Ons aller vlees is uitermate traag. Gebed en meditatie liggen soms zo ver van ons af. Er is zelfverloochening voor nodig om er toe te komen. Mischien is het een stuk saecularisatie in mijn eigen leven, zegt de scribent. Ons dunkt eerder, het is de kwaal van ieder en het is al een heel oude kwaal. Het is ook een hardnekkige kwaal.
Maar laat er in ieder geval iets mogen worden gedaan. Het christen-zijn vereist dat. En dat niet alleen in de Adventstijd en niet alleen in de Lijdensweken, maar immer. Hoe zwak de pogingen ook zijn wij behoeven niet moedeloos te worden. De Heere wil er ons in sterken.
Er zijn gelukkig ook zovele hulpmiddelen. Al was het alleen maar onze onovertroffen Heidelbergse Catechismus. Die geeft genoeg stof tot zelfonderzoek (uitleg van de Wet), , leidt ons geheel in in het werk van de Drieënige God (uitleg van de Apostolische Geloofsbelijdenis) en geeft ons de gebeden jn de mond en, naar wij hopen, ook in het hart (uitleg van het Onze Vader).
Te weinig oog heeft men in het algemeen voor het praktisch nut dat men kan hebben van de Catechismus. Hij is niet slechts een leerboek om van buiten geleerd te worden, maar ook een echt 'oefenboek'. De inhoud ervan is gegeven om zich geestelijk eigen te maken. Wie dat ontdekt en daar gebruik van maakt zal bemerken welke rijke zegen daarin gelegen is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's