Pinksteren
...en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest. Hand. 2 : 4.
Wat iedere keer weer beschaamd maakt in de Pinkstergeschiedenis, is het woord: en zij waren allen eendrachtig bij één. Dat is toch om jaloers op te worden, want hoe is het nu vaak: gescheidenheid van hen, die zeggen dezelfde Christus op dezelfde wijze te bedoelen, wat een tweedracht vaak. Toen: heilig Pinkstervuur, nu: veel boze hartstocht in het kerkelijk leven.
In het licht daarvan valt het op dat er 120 mensen dagen achtereen bij elkaar zijn, eendrachtig volhardend in bidden en smeken. In verlegenheid bij elkaar zitten, verlegen om de Heilige Geest. Dat is ook iets dat heden ten dage schaars is. Velen zouden dat nu passiviteit noemen, die te laken is. Wat een kans zouden ze zeggen — om de opdracht van Christus: Gij zult Mijn getuigen zijn, na te komen.
Heel Jeruzalem vol van feestgangers uit binnen-en buitenland. Wat een kans om het Evangelie van Christus te prediken. Zijn kruisdood en Zijn opstanding. Maar daar lezen we niets van.
Niemand die deze gelegenheid waarneemt. Zelfs de onstuimige Petrus niet. Niet, omdat ze die roeping licht zouden achten. Straks blijkt het tegendeel. Maar omdat ze er diep van overtuigd zijn, dat ze niet één woord in de wereld kunnen zeggen zonder de kracht van de Heilige Geest.
Velen kennen maar één zorg: de kerk te doen meetellen in de wereld. Anderen wensen de tekenen, de tongen, het opzienbarende terug van Pinksteren.
Maar het schort aan de verlegenheid om de Heilige Geest.
Als die Geest komt met Zijn doorwerking, dan komt de kerk in beweging, met een krachtig getuigenis, dan komt de verkondiging van de grote werken Gods.
Nu is de uitstorting van de Heilige Geest éénmalig, daarom behoeven we nu niet meer te bidden. Maar bidt om de persoonlijke doorwerking van de Heilige Geest ook in u, om de persoonlijke vervulling met de Heilige Geest. Dat persoonlijke mag veel nadruk hebben. Die nadruk geeft de Pinkstergeschiedenis ook. De Heilige Geest is in de kerk uitgestort, maar dat sluit niet uit dat al Gods kinderen persoonlijk de Heilige Geest ontvangen: het zat op een ieder van hen en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.
Ons hart is van nature vol van de dingen der wereld, vol zonde, vol onverschillig heid en daarmee leeg van de Heilige Geest. Maar als de Heilige Geest het hart vult, komt daar een indruk van de heilige en rechtvaardige God, een indruk van het verzoenend lijden en sterven van Christus. Dan wordt een mens bepaald bij zijn zonden, in het Godonterend karakter daarvan, bij het schenden van Godsrecht, maar komt er ook zicht op de dierbaarheid, de gepastheid en de algenoegzaamheid van Christus, dan komen er trekkingen, een toevlucht nemen tot Hem, met de bede: O Heere, ontferm U mijner. In die weg komt de Heilige Geest het hart vullen met troost — verkwikking, ondersteuning. De Heilige Geest doet verstaan de wondere samenhang van dat éne grote werk van God door de Heere Jezus Christus. Dat zien we bij de discipelen.
Drie jaar lang mochten zij zijn aan de zijde van Jezus. Maar wat hebben ze weinig verstaan van Zijn woorden, wat waren ze blind.
Als Hij sprak van de noodzakelijkheid van Zijn lijden en sterven, zeiden ze: Maar dat zal U geenszins geschieden.
En als Hij sprak van Zijn opstanding, verstonden ze Hem niet.
Maar op Pinksteren wordt dat heel anders. Nu weten ze immers allemaal: alles wat de Heere Jezus heeft gedaan, dat heeft Hij voor ons gedaan.
Alles wat Hij daarmee verworven heeft: vergeving van zonden, vrede met God en het eeuwige leven, dat heeft Hij voor ons verworven.
Nu gaan ze de wonderen zien en eren, die zich in dat heilswerk openbaren. De vervulling met de H. Geest geeft een panorama over de grote werken Gods. De Pinksterpreek van Petrus laat ons dat zien.
Hij ziet en ontvouwt het grote geheel van het Oude Testament en zijn beloften en de Nieuw Testamentische vervulling daarvan in Christus. Het is één machtige harmonie van God, in verleden, heden en toekomst. Petrus is onder de beademing en onder de verlichting van de Heilige Geest. Nu spreekt hij niet meer in overvloed als vroeger, nu zwijgt hij niet als eerder, maar nu spreekt hij in volle zekerheid.
Johannes ziet voor zich opengaan de diepten der eeuwigheid, hij ontdekt de achtergrond van Jezus' werk en hij schrijft ervan in zijn evangelie en brieven.
En Thomas, de tobber, de twijfelaar wordt nu de bevestigde gelovige. Zo gaat het met hen allen en een ieder persoonlijk, want zij worden allen vervuld met de H. Geest.
Zij doorleven en beleven het: Wij zijn naar lichaam en ziel het eigendom van Christus, voor tijd en eeuwigheid.
En Hij maakt ons van harte willig en bereid voortaan voor Hem te leven. Nu is Pinksteren het minst geacht van alle feesten, maar eigenlijk is het het grootste, het heerlijkste van alle feesten, want het is de samenvatting en de beleving van alle feesten.
Door Pinksteren wordt het Kerstfeest: want niemand kan zeggen het Kind in de kribbe de Zoon van God te zijn dan door de Heilige Geest.
Door Pinksteren wordt het Goede Vrijdag en Pasen: gestorven om onze zonden, opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
En door Pinksteren wordt de Hemelvaart ontsloten voor Gods volk:
Voor ons is Hij daar Wij komen er ook Wij zijn op weg en Hij komt terug. Wees in de goede zin daarom Pinkstergemeente.
Pinksteren is het op één na laatste heilsfeit.
Alles dringt en haast nu naar volkomen vervulling. Daar trekt Gods kerk naar toe, naar de volmaking.
En nu weten we allemaal van de afbraak, van de doorbraak van de grote leegheid, van de maat der ongerechtigheid die vol raakt.
Maar het werk des Geestes, leeg maken om te vullen met Christus en Zijn weldaden gaat door. Het invoegen van levende stenen op het enige fundament Christus, gaat door totdat de laatste uitverkorene is ingebracht. Dat is de Pinkstertroost, de Heilige Geest werkt onwederstandelijk en het gaat daarom aan op het eeuwig zingen van Gods goedertierenheên. De vraag van Pinksteren is: is u een geestelijk mens, die verstaat de dingen die des Geestes Gods zijn ?
Of is u nog vervuld van wereldse dingen, of godsdienstige dingen, die het merkteken des Geestes missen.
Als de Heilige Geest niet stil doet staan, dan snelt de mens maar voort, tot op de eeuwigheid die vol is van wening en knersing der tanden.
De Heilige Geest hebben we zo nodig. Die het verstand verlicht, het hart bekeert en de wandel heiligt. Die ons wederbaart en eeuwig bij ons blijft. En God wil de Heilige Geest geven aan hen, die Hem erom bidden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's