De presbyteriale kerkinrichting en de moderator
2
In een voorafgaand artikel hebben wij beweerd dat de figuur van een bisschop of die van een moderator in een kerk van gereformeerde signatuur onaanvaardbaar is. Wij hebben toen ook toegezegd op enkele historische feiten die hiermee in het geding zijn terug te zullen komen. Wij doen dat bij dezen.
Calvijn
In 1959 schreef dr. W. Nijenhuis (Calvinus oecumenicus, 's Gravenhage) dat Calvijn tegen het episcopaat als zodanig geen principiële bedenkingen zou hebben gekoesterd. Velen hebben nadien hem dat nagezegd. Met andere woorden: Calvijn zou geen bezwaar hebben gehad tegen het bisschopsambt in de kerk, mits dit ambt maar op een andere, een betere wijze zou worden uitgeoefend dan door de roomse bisschoppen het geval was.
Een stelling als deze (blz. 210) klinkt uitdagend, gaat regelrecht in tegen wat altijd verondersteld was. Men mag eisen dat een stelling als deze goed geargumenteerd wordt, dat men er doorslaande bewijzen voor kan aanvoeren.
Was dat het geval ? Laten wij horen. Het eerste argument voor zijn stelling ontleent dr. Nijenhuis aan het feit dat Calyvijn in een brief aan de Engelse aartsbisschop Cranmer de vragen aangaande ambt en episcopaat niet heeft aangeroerd, en dat in deze brief niet het episcopaat als zodanig het onderwerp is van Calvijns raadgevingen (blz. 205).
Wat moeten wij hierop antwoorden ? In de eerste plaats dat het zwijgen over een bepaalde zaak nog niet betekent dat men die zaak goedkeurt. Er kunnen tactische redenen zijn waarom men er aan voorbijgaat. In de tweede plaats, dat dat ook duidelijk het geval is geweest in de verhouding van Calvijn tot Cranmer. De Engelse kerk was ca. 1550 nog niet een kerk die ten aanzien van de Reformatie reeds duidelijk een standpunt had ingenomen. Het l^on met haar nog heel verschillende kanten uitgaan. Calvijn heeft contacten gelegd juist om deze kerk verder te helpen op de weg der Reformatie. Dat hij in deze eerste, schuchtere pogingen nog niet dadelijk de delicate kwestie van het ambt, met name het bisschopsambt, aan de orde stelde, laat zich verstaan. Hieraan een argument te ontlenen voor de stelling dat de zaak van het episcopaat hem minder interesseerde en dat hij eventueel wel een bisschop in de kerk zou tolereren is onverantwoord.
Het tweede argument dat dr. Nijenhuis aanvoert voor zijn stelling is dat Calvijn in zijn briefwisseling met Cranmer blijk heeft gegeven van grote eerbied voor Cranmers ambt omdat hij over hem spreekt als 'de hooggeëerde bisschop' (blz. 110). Eerlijk, het ontgaat mij welke kracht dit argument heeft. Stel dat ook heden een predikant aan een roomse bisschop zou schrijven en hij zou die bisschop aanspreken als 'hooggeëerde bisschop', zou dat dan inhouden dat hij ook werkelijk positief zou staan tegenover het bisschopsambt ? Het is een argument dat ver gezocht is. Hier komt bij dat het woord 'bisschop' bij Calvijn een dubbele betekenis heeft, hij kan er bij tijden ook onder ver staan een heel gewone predikant, immers het N. Testamentische woord 'episcopos', opziener, kan ook met 'bisschop' vertaald worden.
Het derde argument dat dr. Nijenhuis aanvoert voor zijn stelling is dat Calvijn de vluchtelingengemeenten te Londen vermaand heeft zich te schikken in de benoeming vanwege de Engelse regering van de bisschop van Londen tot superintendent (opziener) van de vluchtelingengemeenten (blz. 217).
Hierop geven wij de volgende repliek. In de eerste plaats, Calvijn heeft ze vermaand zich te schikken. En zich te schikken betekent nog niet de zaak als heel gewoon te accepteren. Er zijn allerlei dingen waarin men zich schikken moet, ook al stuiten zij tegen de borst. In de tweede plaats, dr. Nijenhuis heeft verzuimd na te gaan welke bevoegdheden deze Londense bisschop als superintendent van de vluchtelingengemeenten heeft gehad. Had hij dat wel gedaan dan zou hij ontdekt hebben dat deze macht, deze bevoegdheden, zo goed als géén waren. De superintendent stond buiten de bediening van Woord en Sacrament en buiten de tuchtoefening; hij had ook niets te vertellen ten aanzien van het verkiezen, benoemen en beroepen van ambtsdragers (zie J. Lindeboom, Austin Friars, 's Gravenhage 1950, blz. 25 v). Ten derde, deze superintendent was van hovenaf opgelegd! Dr. Lindeboom schrijft dan ook: Men zat met het ambt van superintendent wat in de maag; het was een figuur die niet in het gereformeerde kerkrecht paste ( waarvan graag nota !) en die men te danken had aan het overheidsgezag, dat naar Engels model aan de kerk was opgelegd (blz. 25). Men was er dan ook niet zo gelukkig mee, vandaar de brief van deze gemeenten naar Calvijn, waarop Calvijn antwoordde dat men 'zich schikken' moest. De goed-gereformeerde ouderling Jan Utenhove had er ook al tegenover Calvijn over geschreven, dat men in de Nederlandse Vluchtelingengemeente te Londen niet gaarne een superintendent zag; hij kon in zijn tijd er gelukkig nog aan toevoegen: Wij hebben niets te doen met één der bisschoppen, zelfs niet met die van Londen ! En dan wat verderop: Tot superintendent hebben wij A Lasco... Men zou zo zeggen: een betere kon men niet hebben, en toch voegt Utenhove er aan toe, met vreugde: De verkiezing van predikanten, ouderlingen en diakenen berust geheel bij de kerken (F. Pijper: Jan Utenhove, Leiden 1883, Blz. 64vv). Men bemerkt, het viel de vluchtelingen te Londen niet mee eert superintendent te moeten aanvaarden, zelfs niet al was het de wijze, voorzichtige, evenwichtige en goed-reformatorische A Lasco. Nog één zin uit de brief van Utenhove aan Calvijn: 'Het betekent voorwaar niet weinig, dat wij bevrijd zijn van het juk der bisschoppen; en daarom zij de Heere geprezen tot in eeuwigheid. Amen', (blz. 66).
Het vierde argument dat dr. Nijenhuis aanvoert voor zijn stelling, dat Calvijn niet principieel afwijzend heeft gestaan tegenover het episcopaat, is een brief die de hervormer in 1554 gesclireven heeft aan koning Sigismund van Polen (251). Wat schreef Calvijn aan deze vorst ? Hij stelde Sigismund voor dat er terwille van de eenheid onder de bisschoppen (lees: predikanten) één de leiding zou hebben. Wanneer men bijeen is (in synodis, zegt Calvijn) zal hij de eerste plaats innemen (primum teneret locum), hij moet de eenheid onder de broeders bevorderen. Wij vragen: is dit nu werkelijk een bisschopsfiguur ? of een moderator ? En mag men hieruit afleiden dat Calvijn niet tegen een episcopaat in de kerk was ? Komt het dan niet nóg voor dat in Ringverband, in Classicale vergaderingen, op Provinciale kerkvergaderingen en in de vergaderingen van de Synode een der predikanten 'de eerste plaats' inneemt ? Maar daarom zijn zij toch nog geen moderatoren of bisschoppen. Bovendien, Calvijn zegt nadrukkelijk in deze brief dat deze' éérste man, zeg: voorzitter, niet het recht van de andere predikanten aan zich mag trekken (ius ab illis ereptum sibi arrogaret). En dat is nu juist wat een moderator of bisschop doet! Hoe vèr heeft het van Calvijn afgelegen een dergelijke figuur in de kerk van Christus te dulden.
Het zou te ver voeren hier ook andere bewijzen uit de werken van Calvijn voor aan te voeren. Om één gegeven nog te vermelden, in zijn beroemd tractaat Over de vrede en hervorming van de kerk, zegt hij: Christus zei tegen Petrus: Weid mijn schapen ! maar dat heeft Christus ook de andere apostelen bevolen. Petrus zelf heeft nooit aanspraak gemaakt op' macht óver andere kerken dan hij diende. Als hij door een kerk werd afgevaardigd gold hij als een gewoon lid onder de andere leden. Zeker, hij was een vooraanstaand man, vanwege de uitnemende gaven die God hem geschonken had. Daarom viel hem de eer te beurt om zo vaak als de apostelen vergaderden als voorzitter op te treden. Maar, zegt Calvijn, praesideren in kleine kring is heel wat anders dan boven andere kerken en ambtsdragers staan. Voor het staan van de ene bisschop boven de andere, in casu te staan van de paus boven allen beroept men zich, aldus Calvijn, op Cyprianus, maar men ziet voorbij, zegt hij, aan het feit, dat juist deze bisschop geleerd heeft dat de ene bisschop niet staat boven de andere.
Mij dunkt, er is niemand die met gegron-
Vervolg op pag. 285
Vervolg van pag. 280
de redenen kan zeggen dat dit erg episcopaal klinkt. Integendeel ! De oude gereformeerden hebben geheel gesproken en gehandeld in de geest van Calvijn als zij de bisschopsfiguur of zelfs de superintendent of de moderator, of hoe zo iemand ook genoemd wordt, afwezen.
Schotland
Ook hier, in Schotland, is bij tijden de figuur van de moderator aan de orde geweest. Maar wie ook maar enigszins op de hoogte is van de geschiedenis van de Schotse kerk weet welk een verbeten strijd er door de calvinisten tegen deze figuur gestreden is. Covenant na covenant (verbond) is in het leven geroepen om alle hiërarchische tendenzen in de kerk tegen te gaan. Een man als Samuel Rutherford heeft er tot op zijn doodsbed toe tegen gestreden. Voor de strijd tegen de moderator is calvinistenbloed gevloeid, en niet weinig !
Elders
Ook in ons land heeft men niets willen weten van superintendenten. Men was er doodsbevreesd voor. In het begin van de 17e eeuw verklaarden de broeders Op de classis Bolsward: 'dat se der superintendentschap, majoriteit ende hooheit in dese kerken vyant sinnen ende darom ooc bereit dselve met alle middelen te beletten, verhinderen ende tegen te staen' (H. C. Rutgers, Kerkelijke Deputaten, Kampen, blz 183). Wat mij betreft, ik hoop van harte dat de collega's heden op dezelfde standvastige en ferme wijze zullen tegenstaan alwat mogelijk in de naaste toekomst ons aan voorstellen zal worden gedaan tot wederinvoering van een soortgelijke figuur als toen de superintendent. Tot slot herinner ik nog aan de Engelse kerk. Zij is gestart met een gereformeerde belijdenis en een episcopale kerkinrichting. De ongereformeerde episcopale kerkinrichting is er de oorzaak van geweest dat het spreken en leven naar de gereformeerde belijdenis al spoedig werd onderdrukt. Men moet maar eens kennis nemen van het leed dat de arme puriteinen, die de beste gereformeerde tradities in Engeland handhaafden, is overkomen. De bisschoppen hebben, een enkele goede niet. te na gesproken, als tyrannen geheerst. Honderden rechtzinnige predikanten zijn afgezet. Niet voor niets zijn er tientallen het land uit gevlucht. En wat is er van de Engelse kerk overgebleven? Zo goed als niets. Dood formalisme.
Wij mogen ons wel tien keer bedenken voor wij deze weg opgaan. En dat doen wij als wij bepaalde personen in de kerk kerkordelijke bevoegdheden gaan geven die uitgaan boven de bevoegdheden van elke andere predikant.
Gereformeerd zijn is niet enkel een zaak van spreken en preken maar ook van handelen en doen, ook kerkelijk handelen. Het is toch al moeilijk genoeg in de Hervormde kerk om nog naar Schrift en Belijdenis kerkelijk te handelen. En rnoet daar dan nu nog een senior of moderator, of hoe men de man ook noemen zal, bijkomen ? Laat de visitatie blijven wat zij was. Maar dan ook goed functioneren (daarover zal ds. W. L. Tukker schrijven). Als men méér wil dan dat treedt men buiten het oude spoor. Wij gaan dan een andere vorm van kerkzijn tegemoet, die niet meer gereformeerd is. Dit is geen loos alarm, maar realiteit. Maar er moeten ogen voor zijn om het te zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's