De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eén of twee

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén of twee

7 minuten leestijd

Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de Heere, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion. Jeremia 3 : 14

Voor sommigen heeft een bijbelwoord als het bovenstaande de betekenis van Evangelie op z'n smalst. 'Eén uit een stad, twee uit een geslacht'. Het kan haast niet minder. Is dat het resultaat van Gods werken door de gehele wereld ? Hier ééntje tot zaligheid uit een stad met honderd duizenden inwoners, als Amsterdam bijvoorbeeld ? Daar per gratie twee, die tot het geloof en de bekering mogen komen uit een talrijk en vooral kerkelijk meelevend, uiterst godsdienstig en serieus geslacht ? Dat is toch wel erg schamel, menen zij. Dan zou het werken van God de Heere door Zijn Woord en Geest wel bijzonder beperkt en eigenlijk zeer benepen zijn.

Niettemin staat het er letterlijk zo in Jeremia 3 : 14. Maar nu juist niet als een uiting van bekrompenheid van het Evangelie of zelfs van Gods handelen in Christus aan zondige mensen. Integendeel. Veel meer is deze uitspraak een bevestiging van de heerlijke ruimte van het Evangelie en het wereldwijde van de arbeid van de Drieënige God tot zaligheid. Het is waar, dat de Heere God er een geheel andere waardering op na houdt als wij, wat het getal betreft. Wij willen graag tellen. Kerkgangers, catechisanten, lidmaten, gelovigen. Liefst tot in honderden en duizenden toe. In de Bijbel kunt u lezen, dat er in de hemel bij God en de engelen grote blijdschap is over één zondaar, die zich bekeert. In de hemel (met eerbied gezegd) wordt niet gewacht met vreugde te bedrijven tot het getal van rechtvaardigen de moeite waard is. Maar de keuze van één mensenkind tot de waarachtige vreze des Heeren is daar genoeg aanleiding om verheugd te zijn.

Dat wil echter beslist niet zeggen, dat de Heere God het bij één of twee zou willen laten. Wie dit uit deze uitspraak leest, leest toch verkeerd. Let u maar eens op de inhoud van het gehele vers. Ook op het verband, waarin het staat, 't Is een oproep van Godswege tot Israël en Juda. Niet in vage algemene bewoordingen. Als het ware zonder adres. Nee, een zeer indringend appèl tot geloof en bekering. 'Bekeert u, gij afkerige kinderen, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen'. Tot de honderden, de duizenden gaat dit appèl uit. En het is des te indringender, omdat de Heere hier Zijn volk, ondanks zonde en afval, nog aanspreken wil als kinderen. En ook, omdat Hij hen herinnert aan de staat waardoor ze met Hem, krachtens het verbond, verenigd zijn: 'Ik heb u getrouwd'. 

Een kind, dat tegen zijn ouders opstaat, vader en moeder vertrapt, grijpt niets zo aan als wanneer deze toch blijven spreken 'kind'. Allerlei afstraffingen, veroordelingen, zedepreken werken vaak minder uit. Zo doet hier nu ook God. Met betrekking tot Zijn volk. Zijn kinderen, die van Hem afgeweken zijn. De Heere roept hen als kinderen terug: om te leven van Zijn genade en het goede te doen. Tot ons, tot u en mij, spreekt de Heere niet anders. De Heere spreekt ook ons aan op grond van Zijn verbond, op grond van onze doop. Er zijn mensen, die hieruit afleiden, dat God de Heere de mensen nodig heeft. Dat de mensen de grootheid van God zouden uitmaken. Daarom zou Hij tot bekering roepen en eisen, dat wij Hem zullen dienen en vrezen. Maar niets is minder waar. De Heere heeft ten diepste u en mij, helemaal niet nodig. Wij maken nooit de eer van God uit. Zonder mensen blijft Gods glorie, heiligheid en almacht even groot. Want Hij is de Volmaakte, de Volzalige, de Volheilige, de Almachtige, enzovoort.

Echter, als de oproep tot bekering ook tot ons komt, dan is dat krachtens 's Heeren trouwverbond. 'Ik heb u getrouwd', zegt Hij dan. 'Ik ben met u verenigd in de meest tere vereniging'. 'Ik had u lief en Ik heb u lief. Ik wil niet, dat u Mij loslaat. Ik duld niet, dat er afgoden in Mijn plaats komen. En nog meer zegt Hij: 'lk heb recht op u. Ik ben uw wettige Heere. Al pleegt u geestelijke echtbreuk, Ik laat u niet gaan zonder meer". Al doet u of u van ' Mij niets wilt weten en Mij niet langer nodig hebt, Ik blijf u roepen tot Mij, tot bekering'. Misschien gevoelt u er iets van hoe diep dit gaat ? Misschien verstaat u nu, dat de oproep tot bekering maar niet de gewoonste zaak van de wereld is. Iets wat er nu eenmaal bij hoort in de kerk. Nee, maar de oproep tot bekering is iets buitengewoons, een indringende zaak.

Dat is het te meer, omdat de Heere God zelf in Christus de bekering, de terugkeer van verloren kinderen tot het Vaderhart, nog mogelijk maakt. Wij mogen immers weten hoe Gods Zoon, gepaard aan zulke bekering, zich aanbiedt als de enige Borg en Zaligmaker. Zondaren, afvallige kinderen, ze mogen zich bekeren. Ze moeten het. Maar niet volgens eigen verdienste, doch alleen op grond van het volbrachte Borgwerk van Jezus. Als u dat mag verstaan, wat maakt de Heere het dan onverdiend goed. Hij roept tot bekering, tot geloof, tot genade. Echter, tegelijk geeft Hij de weg en de mogelijkheid, waarin dit alleen kan: Jezus Christus, Zijn Zoon, onze Zaligmaker. 'Ik heb u getrouwd', zegt God ook tot ons. 'Ik zal u aannemen in Christus'. Aannemen als alles verbeurd hebbende zondaren, die nu alles terug ontvangen in genade alleen'. Weet u daarvan ?

'Ik zal u aannemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en zal u, brengen te Sion'. Vooral deze laatste woorden worden vaak geciteerd. Helaas echter dikwijls los van de oproep tot bekering, die er aan vooraf gaat. Vandaar dat sommigen op grond hiervan durven te beweren, dat er maar o zo weinigen zalig zullen vvorden. Zeker, Gods Woord bericht ook van een kleine kudde, van weinige uitverkorenen, van een rechtvaardige, die nauwelijks zalig wordt, van weinigen, die de smalle weg ten leven bewandelen, en gaat u zo maar door. Niemand kan dat ontkennen. Maar dit woord heeft een geheel andere bedoeling.

Zeer beslist betekent het niet, dat de Heere er maar één of twee tot Zijn genade zal aannemen, en meer niet. Als dat waar zou zijn zou elke onbekeerde in de jongste dag als excuus kunnen aanvoeren: 'Heere, er waren er al enkelen bekeerd en toen kon het voor mij niet meer'. En zo zou hij God nog de schuld kunnen geven. Nee, één of twee, daarmee wordt hier bedoeld het overblijfsel, de rest. Ik zal het overblijfsel aannemen, zegt God. Al zouden er uit de duizenden en duizenden maar sommigen naar Mij vragen, Ik zal hen aannemen. Met andere woorden: wanneer slechts weinigen zich tot de Heere bekeren, dan zal Hij nooit spreken, dat zij ook wel kunnen wegblijven, omdat het de moeite niet waard is.

Ongetwijfeld heeft God graag een groot volk, dat Hem dient. Liever een hele gemeente dan een kleine kern. Ook de Heere acht het groter, dat een heel gezin Hem vreest, dan alleen een man, vrouw of kind. Maar dat betekent niet, dat de enkeling bij Hem niet in tel zou zijn. Al zou niemand in de plaats, waar u woont, van de Heere en Zijn Woord willen weten, dan behoeft u toch niet bij Hem weg te blijven. Dan bent u juist welkom bij de Heere. Al zou uw man of vrouw of uw kinderen de Heere loochenen of vloeken, dan wil dat niet zeggen, dat u niet naar Hem vragen zou. Dan moet u juist Hem smeken om genade en verzoening. De Heere God ziet immers juist het kleine, het onedele, het verachte aan, dat het oprecht vap Hem verwacht. En dat zal Hij op Sion brengen, tot de gezaligde kerk voeren. Dit overblijfsel, het zal op aarde Gods genade mogen smaken en in de eeuwigheid straks de Heere volmaakt mogen verheerlijken. Wat een troost, dat de Heere niet in massa's rekent, zoals wij vaak. Maar juist op de enkeling let, de afzonderlijke mens genade en vergeving schenken wil. Want dat houdt in, dat er nog goede hoop mag zijn, ook voor u.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1976

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Eén of twee

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1976

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's