Geloofsmoeilijkheden
Pastorale overwegingen
4
Had ik maar (meer) zekerheid
Wanneer we op huisbezoek komen als predikant of ouderling, kan het gebeuren, dat in een echt gesprek over de geestelijke dingen gemis aan of verlangen naar zekerheid naar voren komt. Nu moeten we wel onderscheiden en voorzichtig zijn. Niet alle verlangen naar zekerheid is bijbels en kan ons verheugen. Men kan pogen de zekerheid op te bouwen op grond van wat men in zich heeft en gevoelt. Men kan ook denken dat het gemis van zekerheid het echte is, want dan is men tenminste niet zo 'licht', dat men het zo maar aanneemt. We moeten altijd weer proberen te gaan en te blijven in de bijbelse weg. En de Schrift leert ons, dat het geloof zekerheid met zich mee brengt. Geloven hangt samen met 'Amen-zeggen', op het Woord, op de beloften der genade in het Evangelie geopenbaard. Geloven is maar niet 'een misschientje'. In de Kerk wordt een vaste zekerheid van behoud gepredikt niet zo, dat alle plooien worden gladgestreken en alle vragen worden weggewuifd. Als er echt, voluit Bijbels wordt gepredikt, dan wordt de zekerheid der zaligheid voorgesteld in de Heere Jezus te verkrijgen door het geloof in Zijn Naam. Maar dan wel met alle aandacht voor het geloof in de beoefening, in de beproeving, in de strijd, in de aanvechting. De Bijbel stelt ons voor degenen, die in het geloof hebben geleefd en gewandeld door genade. Hoe kwamen zij er aan ? Hoe openbaarde zich dat geloof. Was Abraham een man des geloofs, dien ooit wankelde ? Had David altijd zo'n ruimte en vertrouwen ? Worstelen psalmisten niet met de vrees, dat het helemaal verkeerd gaat ? Waren de jongeren van de Heiland zo flink verzekerd in de storm op zee, toen ze de Heiland nog wel aan boord hadden ? Ik dacht, dat het al een geweldige ontdekking is er achter te komen, dat onze weg door het leven, door de Heere bepaald en geleid, niet buiten de doorleving der Bijbelheiligen omgaat. Wat kan daar een troost in liggen. Want soms kan het zo donker zijn, dat we denken: 'zoals ik er aan toe ben, zo ellendig is nog nooit iemand geweest. Ik kan mijn weg, mijn toestand in heel het Woord niet terugvinden'. Ach, we zijn toch zulke ongelukkige schepselen.
Maar waarom gaat het bij het verlangen naar zekerheid ? Dat ik het weer kan aanvaarden, dat ik een gelovige ben ? Dat ik goede hoop mag hebben straks goed af te zijn ? We kunnen onszelf, ons eigen ik zo lelijk op het oog hebben onder zulk een mooie schijn. Neen, het gaat er om, dat de roem in God en Zijn Woord wordt gekend; Hoe heerlijk zingt David ervan in Psalm 56, als hij klagen moet vele bestrijders te hebben. In God zal ik het Woord prijzen, in de Heere zal ik het Woord prijzen'. Daar mogen we en moeten we naar staan.
De prediking is zo belangrijk
Al even tipten we aan, hoe grote plaats de prediking hier heeft. Want er dreigen gevaren naar meer dan een kant. Er is een oppervlakkige prediking, die de zonde niet ernstig neemt, die voorbijgaat aan de nood van de gemeente, die de pastorale zorg mist. Een eenzijdige oproep tot geloof, want alles is klaar door het kruis van Golgotha ! Jezus leeft en wij met Hem, zonder onderscheid te maken. Er is een ernstig lijkende prediking, die echter helemaal vanuit de mens wordt opgezet en in de mens blijft hangen en eindigen. Jammer, dat deze vaak voor 'bevindelijke prediking' doorgaat. Er kan op een geheel verkeerde manier worden omgegaan in een 'valse kenmerken-prediking', hoe ver ben ik, welke tekentjes heb ik wel en welke mis ik nog, als zou daarop de zekerheid zich kunnen richten. We moeten ook oppassen voor een beschrijvende prediking, waarin onpersoonlijk, objectiverend het leven des geloofs voorwerp van beschouwing wordt. Ik dacht dat het bij de rechte prediking gaat om de heerlijkheid van Christus en hoe Hij Zich in het midden Zijner gemeente openbaart. Dat is, zoals ook wijlen ds. I Kievit geleerd heeft: voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking. Eerst, het voorwerpelijke, het Woord, de verklaring van de Schrift, naar de eis des Heeren, het onderwijzende in de prediking. Maar dan ook onderwerpelijk, doorstotend tot het hart der gemeente, de toepassing, om erbij betrokken te worden en niet als toeschouwer op een afstand erbij staan te kijken. En we moeten er wel voor oppassen — want zeker, er zijn bijbelse kentekenen — om in de prediking mensen gronden te bieden en zekerheden te verschaffen buiten Christus om. Calvijn is er in zijn institutie ook steeds op uit om te wijzen op de genadige belofte Gods als de grond waarop het geloof eigenlijk rust. Staan we in de prediking dan maar aan de ene kant vlak naast de gemeente, pastoraal, bewogen, met aandacht voor de noden en de vreugden van het geloof, anderzijds tegenover haar met de volmacht van het Woord.
Vermaning op zijn plaats
Het geloof komt van buiten naar binnen als een werk en gave Gods door de Heilige Geest, maar het gevoel komt van binnen en gaat naar buiten toe, als van de mens. Het geloof kent in de beoefening ook het gevoel der zaak, maar er is veel gevoel zonder waarachtig geloof. De Heere moet wat afbreken bij ons en in ons om ons alleen op Christus te doen betrouwen. Niet zomaar wekt de apostel de Kerk op 'om haar roeping en verkiezing vast te maken'. En bidden we veel om de leiding des Geestes, dat 'God Zijn licht en waarheid zende, dat die ons leiden tot de berg van Gods heiligheid'. Vertragen we niet in de omgang met de Schrift, in het leven des gebeds, in de opgang onder de prediking en de bediening der sacramenten. En ik kan begrijpen de erkentenis van een oprecht kind van God: 'had ik zoveel Godsvertrouwen als zelfvertrouwen, ik ware er beter aan toe en kende zekerheid'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1976
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1976
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's