Arme en rijke landen
1
Het zal u wellicht vergaan zoals velen, die de verslagen in de krant over de conferenties tussen de rijke en arme landen maar overslaan.
Conferentie volgt op conferentie en de draad is op de duur moeilijk vast te houden. Bovendien zijn de problemen, waarmee geworsteld wordt, verre van eenvoudig. Toch blijft het van belang een open oog te houden voor de spanningen en problemen die zich op wereldniveau voordoen. Wij staan bloot aan de verleiding ons in te kapselen in de genoegens van onze 'rijke' wereld en onze medemensen in 'arme' landen uit het gezichtsveld te verliezen.
In een aantal artikelen wil ik pogen de problemen, die hier liggen, aan de orde te stellen. Daarbij zullen vele vraagtekens gezet worden. Ik wil namelijk niet graag pretenderen de antwoorden voor handen te hebben.
Rijk en arm
Welke landen worden als rijk bestempeld en welke als arm ?
Rijk is een groep van twaalf landen in Noord-Amerika en West-Europa en verder Australië, Nieuw-Zeeland, Argentinië, Zuid-Afrika en Japan.
Zij hebben gezamenlijk een bevolking van ongeveer 750 miljoen zielen, die een Ievensstandaard genieten hoger dan ooit in de geschiedenis is voorgekomen. Tot deze groep behoort ons eigen land.
Hier staat dan tegenover een groep van ongeveer honderd landen, voornamelijk in Afrika, Azië en Zuid-Amerika, met een bevolking van zo'n 2 miljard zielen waar van er miljoenen zijn, die leven onder de dreiging van de dood door gebrek aan voedsel of door ziekte.
Voor beide groepen worden dikwijls verschillende uitdrukkingen gebruikt, zoals het arme zuiden in tegenstelling tot het rijke noorden, de onderontwikkelde landen tegenover de ontwikkelde, ook wel de derde wereld tegenover de eerste wereld. Uiteraard zijn deze aanduidingen zeer globaal omdat er zowel tussen de rijke landen als tussen de arme landen onderling grote verschillen bestaan. Bovendien is het een vraag waar landen zoals Rusland en China onder vallen.
De verschillende werelden
Laten we, om een beter inzicht te krijgen, de landen in de verschillende groepen wat nader onder de loep nemen.
In de groep van rijke landen, de zgn. eerste wereld, zit aan de top de Verenigde Staten met een jaarlijks inkomen per hoofd van de bevolking van, ruim ƒ 15.000, — op de voet gevolgd door Canada.
Vervolgens de noordelijke Westeuropese landen, Australië, Nieuw Zeeland en Japan met een gemiddeld inkomen van ongeveer ƒ11.000, — en tenslotte Spanje, Portugal, Griekenland, Argentinië en Zuid-Afrika, die qua levensstandaard onderaan in deze groep zitten met een gemiddeld inkomen per hoofd tussen ƒ2.500, — en ƒ 4.250, —. Behalve de levensstandaard is een kenmerk van de landen in deze groep, dat ze min of meer democratisch geregeerd worden en een min of meer vrije economie kennen. Met dit laatste wordt bedoeld, dat de rol van de overheid in het economische gebeuren een beperkte is.
Onder de tweede wereld wordt het communistische blok van landen verstaan. Hieronder vallen dus Rusland, China, Oost-Europa, een deel van Z.O. Azië en Cuba.
Deze groep omvat 1300 miljoen mensen. Deze landen worden communistisch geregeerd, hetgeen o.m. inhoudt, dat het economische proces volledig door de overheid wordt gecontroleerd.
De levensstandaard is nogal verschillend. Het gemiddeld inkomen van Rusland en de Oosteuropese landen is ongeveer ƒ3750, — (hoger dan Zuid-Afrika en Portugal!) terwijl het gemiddeld inkomen van China per hoofd slechts ƒ 425, — bedraagt.
De volgende groep, de zgn. derde wereld, is de meest gecompliceerde.
Er zijn in feite drie groepen te onderscheiden, die door sommigen wel eens worden aangeduid met de derde, vierde en vijfde wereld.
De eerste groep omvat een groot aantal landen die arm zijn, maar de mogelijkheden en de middelen hebben om zich naar een hoger plan op te werken.
De hulp, die hun hierbij door de rijke landen gegeven kan worden, ligt vooral op het technische vlak. Het zijn de landen met grote natuurlijke hulpbronnen, zoals landen met olierijkdommen (b.v. Midden-Oosten en Venezuela), met kopervoorraden (b.v. Zaïre en Zambia), Met fosfaten (Marokko) en met tin (Maleisië). Deze groep omvat 620 miljoen mensen. De variatie in levensstandaard is zeer groot. Er zijn landen bij met een gemiddeld inkomen per hoofd van ƒ 7500, — zoals Lybië (hoger dan Spanje en Portugal b.v.) en andere met een inkomen van ƒ 325, — zoals Zaïre en Indonesië. Hieruit blijkt reeds, dat het gemiddeld inkomen nog niet alles zegt over het arm of rijk zijn van een land.
In Lybië bijvoorbeeld is 80% van dé bevolking analfabeet terwijl in Spanje, dat een lager inkomen heeft, het percentage analfabeten 14% is.
De tweede groep landen van de derde wereld betreft de landen, die een zekere mate van ontwikkeling kennen en de beschikking hebben over een beperkte hoeveelheid grondstoffen. Zij zouden economisch verder tot ontwikkeling kunnen komen, maar zij hebben hierbij de hulp van andere landen nodig, vooral op het financiële en technische vlak.
Tot deze groep behoort een groot aantal landen met een totale bevolking van 930 miljoen. Om er enkele te noemen: Peru, Bolivia, Egypte, Angola, India en Pakistan. Het gemiddelde inkomen varieert van ƒ 720, — in India tot ƒ 1000, — in Peru.
Ja, dan de laatste groep. Het zijn die landen, waarvoor, menselijkerwijs gesproken, weinig verwachting kan zijn. Zij hebben vrijwel geen natuurlijke hulpbronnen en hebben niets op de wereldmarkt aan te bieden. Bovendien zijn ze nauwelijks in staat om de bevolking van 175 miljoen mensen te voeden. Welke landen zijn het ?
In het Saharagebied: Mali, Niger en Tsjaad; verder Ethiopië, ' Afghanistan, Nepal en Bangladesh. Het gemiddeld inkomen ligt tussen ƒ 175, — en ƒ 300, — per jaar. Het analfabetisme ligt in de koers van 90%.
Oorzaak van de spanningen
Uit de cijfers komen grote tegenstellingen naar voren. Hoewel, er tussen de landen van de derde wereld grote verschillen zijn, is de grootste tegenstelling wel die tussen het overvloedige leven in de rijke landen en het armoedige, trieste en wanhopige bestaan, waaraan méér dan de helft van de wereldbevolking onderworpen is. Ongeveer 1000 miljoen mensen lijden in meerdere of mindere mate aan ondervoeding. Jaarlijks sterven er 500.000 mensen van de honger. Bovendien sterven er jaarlijks een tiental miljoenen mensen aan besmettelijke ziekten zoals malaria, typhus, dysentrie en cholera. Vooral het gebrek aan goed drinkwater is hieraan debet.
Hierbij komt nog, dat de bevolking van de derde wereld sterk toeneemt, n.l. met 200.000 per dag. Het beschikbare areaal aan landbouwgronden neemt echter af. In vele landen is het land door de boeren verlaten. Dit kan oorzaak hebben in stedelijke ontwikkeling, maar ook in de erosie van de grond door het toepassen van verkeerde landbouwmethoden of vanwege de aanhoudende droogte. Deze boeren met hun families komen dan terecht in de achterbuurten van de steden, zoekend naar werk dat er niet is. Je vindt ze over de hele wereld, deze mensen in hutten van karton en van golfplaat.
Rondlopende kinderen met opgezette hurken vanwege de ondervoeding, de vreselijke stank van op elkaar gepakte mensen, zonder water en sanitaire voorzieningen.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's