Antwoord op de uitdaging!
Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien ? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE ! Psalm 4 : 7.
Wie zal ons het goede doen zien ? Vele mensen dringen zich om David heen en stellen hem deze vraag. Met deze vraag verwijten ze hem eigenlijk het een en ander. Het is naar hun besef niet goed gegaan, het is alles op een grote teleurstelling uitgelopen. Ze hadden gehoopt dat met David een heilstijd zou aanbreken, in de zin van veel koren en veel wijn ! Maar de oogst is, waarschijnlijk door oorlogsomstandigheden, jammerlijk mislukt. Dat betekent dat er weinig te eten en weinig te drinken valt ! Het is alles op een fiasco uitgelopen ! Waar blijft het goede nu ? Wie zal ons het goede doen zien ? We zien er niets van ! De stemming raakt geprikkeld, we zien gebalde vuisten, we horen geschreeuw. Het is David bang te moede. Wat te antwoorden ?
Wie zal ons het goede doen zien ? Sinds de dag dat er door de goede schepping een grote scheur is getrokken door onze zonde, klinkt deze vraag in allerlei toonaarden in deze wereld. Die vraag kan gesteld worden vanuit een gevoel van neerslachtigheid en moedeloosheid. Velen zien het niet meer 'zitten'. Ze zijn teleurgesteld in het leven. Het is machtig tegengevallen.
Wat is het goede vandaag ? Leven we niet in een wereld vol ellende en vol met allerlei levensgrote vragen op bijkans ieder terrein van het leven ? Wat zal de toekomst ons bieden ? De club van Rome geeft ons niet zoveel jaren meer ! Is er niet een stuk verliederlijking en verdierlijking gaande die ons met grote huiver kan vervullen ? Leven we niet in een overrijpe cultuur en is het niet waar gebleken in de cultuurgeschiedenis dat overrijpe culturen bedreigd werden met een totale ondergang ? Ook op onverschillige toon wordt deze vraag gesteld. Laten we toch alstublieft ophouden met al dat geredeneer over de toekomst. Het is toch één grote rommel in deze wereld en daar valt toch niets meer aan te veranderen. Laten we nog maar zoveel mogelijk van deze wereld zoeken te genieten en men stort zich in een stuk grof materialisme en allerlei zingenot. 'Laat ons eten en drinken, want morgen sterven we '. Moedeloze kreten, angstgeschreeuw, onverschillig gelal.
Het is David bang te moede. Het is de christelijke gemeente ook vandaag vaak bang te moede onder al deze uitdagingen.
David gaat echter de enige weg die in zulke omstandigheden overblijft. David gaat geen congres beleggen, hoe belangrijk dit ook op zijn tijd kan zijn. David gaat de binnenkamer in en bidt tot God, roept tot God. 'Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid ! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gamaakt; wees mij genadig, en, hoor mijn gebed.' (vs. 2) David roept tot die God, 'die hij van jongsaf heeft leren kennen en bij wie hij weet dat het laatste antwoord is. Het laatste antwoord op de hem omringende vragen. Dat antwoord heeft hij leren spellen in zijn leven. Dat antwoord vormt ook de inhoud van zijn gebed. 'Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE'. Het zijn geen nieuwe woorden, het zijn woorden ontleend aan de aaronitische zegenbede. In verschillende psalmen vinden wij deze bede terug. (31 : 14, 67 : 2, 80:4).
Dit verheffen van Gods aangezicht staat in de psalmen tegenover het verbergen van Gods aangezicht. Dat wordt in het geloof als iets verschrikkelijks ervaren. Dat God Zijn aangezicht voor óns moet verbergen ! Dat is voor allen die God kennen bitterder dan de dood. Als we God niet kennen hebben we daar zo geen last van. Dan gaat alles even goed wel door.
Het donkerste uur van de verberging van Gods aangezicht was op Golgotha, toen de Vader zijn aangezicht verborg voor zijn lieve Zoon. Dat was niet omdat Hij gezondigd had, zoals dat bij ons het geval is. Dat was opdat in de nacht van de zonde en dood voor ons het licht zou opgaan, het licht van Gods vergevende en reddende liefde.
Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns. Dat betekent dat God in Christus naar ons omziet. Zijn vriendelijk aangezicht ons toont. Is de verberging van Gods aangezicht ons bitterder dan de dood, de verschijning van Gods aangezicht is ons zoeter dan het leven. Uw vriendelijk aangezicht schenkt mij verzadiging van vreugde. Ook als 'koren en most' soms gaan ontbreken, als onze levensomstandigheden verre van florissant zijn, ja wij in bittere nood zijn, dan blijft dit het grote geheim: God vriendelijk aangezicht. Dan zingt de boer uit Habakuk 3 toch door: Al zou de vijgeboom niet bloeien en als er geen vruchten aan de wijnstok zijn zo zal ik nochtans in de Heere van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in de God mijns heils'. Dat is het wondere geheim van het geloof, dat God door Zijn Heilige Geest werkt in ons hart.
De vrienden van David maakten het begeleidend verschijnsel van de messiaanse tijd tot de hoofdzaak, zoals zovelen van-: daag aan de dag het paradijs hier op aarde verwachten en willen stichten en daarbij vergeten dat daaraan voorafgaat een persoonlijke wedergeboorte. De hoofdzaak is en blijft de gemeenschap met God in de weg van de persoonlijke wedergeboorte. Anders zetten wij een nieuw stuk op een oud kleed. Laten we daarom zoeken te wandelen in dit licht van Gods reddende liefde en laten we ons niet laten meenemen door de duisternis van deze wereld, opdat wij niet zouden wegzinken in de eeuwige nacht van de verlorenheid. Christus zegt: Ik ben het licht der wereld, die Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. Vandaar uit zal er een hunkering zijn naar het volle licht van de nieuwe dag en zullen we hier en nu wandelen. als kinderen van het licht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's