Vlucht 524
Bezoek aan Zuid-Afrika
5
30 april - 1 mei 1976. — Spookachtig flitsen met de regelmaat van de hartslag de rode en groene vleugellichten in de donkere nacht van Afrika.
De Drakensberg, een Boeing 747 van de S.A.L. - S.A.A. (Suid-Afrikaanse Lugdienst, South African Airways), was op weg van Amsterdam naar Johannesburg. Op vrijdagavond 30 april vertrok het grote vliegtuig precies kwart over zeven van Schiphol, vanuit een vlaggend Nederland. De Koningin was jarig en - op het televisiescherm hadden wij die morgen nog het ongedwongen tuinfeest voor het paleis Soestdijk kunnen volgen.
De Boeing 747 was een groot vliegtuig met een vleugelwijdte van 59, 6 meter en een lengte van 69, 8 meter. Het bood plaats aan 342 personen in breedterijen van 3-4-2 zitplaatsen. Gelukkig was het toestel niet vol, het leek mij een beproeving toe 17 uur lang op dezelfde plaats te moeten zitten om de nacht door te komen. Nu konden de negentig passagiers zich op 3, 4 zitplaatsen neervlijen. De schoenen werden uitgetrokken, de stropdassen losgemaakt en wie dat wilde kon van de stewardes één of twee dekens ontvangen. En zo dommelde of sluimerde men de nacht door, geslapen werd er naar mijn indruk niet.
Het toestel landde nog in Frankfort Main en in Lissabon. Van Lissabon ging het nu in één ruk van 10 uur door naar Johannesburg. Over de Atlantische Oceaan langs de kustlijn van West-Afrika. Dit was een omweg. De rechtstreekse luchtverbinding dwars over Afrika was 2 a 3 uur korter. Deze route volgde de K.L.M. Maar de zwarte Afrikaanse republieken hadden Zuid-Afrika verboden over hun landen te vliegen. Daarom deze omweg.
Keek je door het raampje dan zag je behalve de aanflitsende vleugellichten, helemaal niets, slechts een dreigende, donkere nacht. En beneden was, dat wist je, 't water. En plotseling flitst het door je heen: als een instrument het begaf ? ... Ook boven land, boven de oerwouden zou de ramp niet minder erg zijn... Onbekommerd liepen de stewardessen door de rijen heen om passagiers te helpen én met maaltijden te verzorgen. Als op een pleziertochtje in een autobus. Het vertrouwen in de techniek was schijnbaar onbegrensd. Of niet ? Griezelige gedachten. Het leven van een honderd mensen hangt aan een electrische draad, is afhankelijk van de berekeningen van de piloot en het goed functioneren van de instrumenten. Maar op de grond is het leven in het moderne verkeer toch even onzeker, één foute inhaalmanoeuvre ? ... Blijft over: De Heere zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in der eeuwigheid" (Ps. 121:8).
Twintig jaar geleden
Ik dacht terug aan mijn vorige reis naar Zuid-Afrika ruipi twintig jaar geleden van 23 oktober 1955 tot 5 januari 1956. Een geheel andere reis en in geheel andere omstandigheden. Toen ging ik als boordpredikant mee met de „Zuiderkruis" om enige honderden emigranten pastoraal te begeleiden van Amsterdam via Las Palmas (Canarische Eilanden) naar Kaapstad. Die bootreis duurde toen 16 dagen. Nu was de reisduur bijna 24 maal zo snel.
Ik dacht terug aan mijn werk op dat schip. Overdag gesprekken met de vaders en moeders van meestal kinderrijke gezinnen, 's Avonds de dagsluiting in de kinderkamer, 's Zondagsmorgens een kerkdienst in de filmzaal. Alles met volle medewerking van de kapitein en de bemanning wat betreft het stencillen van de liturgieën, het bekend maken via de scheepsomroep, het opstellen van een katheder enz. Het waren grotendeels meelevende Hervormde en Gereformeerde gezinnen uit het noorden des lands. Oudouderlingen en oud-diakenen benoemde ik eigenmachtig tot leden van de „kerkeraad" van de boordgemeente, want ik had ze nodig bij de collecte en het inrichten van de kerkdiensten. Onder de emigranten waren er die een goede baan in Nederland hadden. Waarom ze emigreerden ? Voor hun kinderen vanwege de Russische dreiging. Ze zagen het voor hun kinderen toen in Nederland niet meer Zitten. Zuid-Afrika was veiliger, ver van het communisme. Hoe zouden ze het nu hebben na Mozambique en Angola ?
De reis was voor de oudere emigranten allerminst een pleziertocht, op deze reis beleefden ze een vacuum, de schok van een volkomen breuk met het verleden en een uitzicht op een onbekende toekomst. Nog zie ik een gezin staan op de kade van Kaapstad voordat ze de stad ingingen met een onbestemde blik gericht op de nederlandse vlag van de Zuiderkruis. De allerlaatste herinnering aan het vaderland.
Veranderde tijden
De tijden zijn wel veranderd. Toen stimuleerde de Nederlandse regering nog de emigratie naar Zuid-Afrika. Men was bang voor overbevolking in ons land. De overtochtkosten werden zelfs door Nederland betaald. Emigratie-avonden werden belegd en emigratiebureau's opgericht. De kerken werden gevraagd predikanten en priesters mee te zenden.
Er was toen ook al critiek op Zuid-Afrika. Maar lang niet zo scherp en fel als nu. Was Nederland geestelijk in mentaliteit veranderd of zijn de zaken in Zuid-Afrika toegespitst? Ik stelde mij er veel van voor om de toestand in Zuid-Afrika nu eens met eigen ogen te kunnen zien en te kunnen onderzoeken. De persvoorlichting in Nederland kwam mij zeer eenzijdig voor, maar ik had geen contra-bewijzen van het tegendeel. Daarom bevond ik mij in de uitzonderlijke situatie de toestand toen na twintig jaar te kunnen vergelijken met de toestand nu. Toen in 1955 werden vele beloften gedaan door de nationale regering die sinds 1948 aan het bewind was. Wat is er onder de eerste ministers Molan, Strijdom. Verwoerd en Vorster van terecht gekomen ?
Ik bleef toen een bootreis over en verbleef zes weken bij families in Kaapstad, Paarl, Worcester, Johannesburg en Pretoria. Ik had gelegenheid om van binnen uit het een en ander te observeren. Met regering en politieke leiders had ik weinig contact. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de werkelijke bedoelingen van het regeringsbeleid en de mentaliteit van de bevolking. De mentaliteit in de verhouding tot de rassen viel mij toen niet mee. Voor „braaivleis" genodigd zaten wij in een bos te picnicken op een laken. Uit manden kwamen allerlei lekkernijen. Een worst viel voorbij het laken in het zand. „Dat is voor Grace", grapte één van de zusters van de gastheer. Grace was het kleurlingmeisje dat vijf meter verder het houtvuur gaande hield. Men had evengoed kunnen zeggen: Dat is voor de hond. Die mentaliteit in een christelijk gezin, waarin ook voor de „minder bevoorregtes" gebeden werd stuitte mij tegen de borst. Evenals de opmerking van een professor die op mijn vraag of een bantoe een kerkdienst van de blanke N.G. kerk kon bijwonen antwoordde dat jongeren hem wel spoedig uit de kerk zouden verwijderen. Zou die mentaliteit er nog zijn of is er wat veranderd ? Toch moeten individuele uitspraken en het algemeen beleid van de regering onderscheiden blijven.
Ten aanzien van de rassenproblematiek heeft een groot deel van de nederlandse pers een ziekelijke hang naar zelfbeschuldiging en zelfkastijding. Het lijkt wel of de blanke qualitate qua een opgeblazen onderdrukker en de zwarte een vernederde onderdrukte is. Wat meer objectiviteit is voor een waarheidsgetrouwe beoordeling wel noodzakelijk.
In de nacht waren bijna alle lichten in het vliegtuig gedoofd. Hier en daar een klein schemerlicht. Om zeven uur 's morgens gingen plotseling alle lichten aan. De hoofdsteward deed zijn ronde. Men stond langzaam op, fatsoenereerde zijn kleding terwijl de dekens werden ingehaald. Verwarmde vochtige wegwerpdoekjes (facecloth) werden met een pincet uitgereikt om zich wat op te knappen. Links van het toestel aan de oostzijde zag ik de zon als een grote rode kogel opkomen.
Bij de grens van Zuid West Afrika vlogen wij het land in. Beneden ons de bruin-gele aarde met heuvels en dorre woestijnen. Om twaalf uur (één uur Afrikaanse tijd) daalde het vliegtuig op de Jan Smeetsvlieghaven van Johannesburg. Vandaar ging het direkt door naar een hotel in Pretoria.
Eerste indrukken
In de lounge zagen wij ook zwarte families zitten. Dat was het eerste verschil met twintig jaar geleden. Toen was 't ondenkbaar dat gekleurden logeerden in blanke hotels. Later vernam ik dat deze verandering nog maar 5 jaar oud is. Sinds Vorster met zijn dialoog-politiek begonnen was zijn deze veranderingen langzamerhand in de samenleving doorgedrongen.
In de straten van Pretoria merkte ik op dat de zwarten er goed gekleed, gezond en welvarend uitzagen. Een groot verschil met vroeger toen ze vaak in lompen gekleed gingen. Ook liepen ze er zelfbewuster bij en de verhouding met de blanken was — althans op straat — veel ontspan, nender. Bij 't oversteken van de straat gingen blanken voor zwarten opzij en omgekeerd. Men groette elkaar opgewekt en het leek of er helemaal geen rassenproblemen waren. Zwarte kinderen wandelden met hun ouders netjes en onberispelijk gekleed.
Maar dat waren maar de eerste oppervlakkige indrukken van buiten af. In de komende weken zou ik wat dieper in de materie moeten duiken om door gesprekken en interviews er achter te komen wat nu werkelijk de waarheid van het grote maatschappelijke probleem van Zuid-Afrika is. Of een mens er helemaal achter komt in vijf weken ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's