De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Moordenaars, loeren op de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Moordenaars, loeren op de kerk

Artikel 12 Nederlandse Geloofsbelijdenis

8 minuten leestijd

John Bunyan beschrijft ons ergens in zijn 'Christenreis naar de eeuwigheid' de strijd met de macht der hel. Christen, de hoofdpersoon uit zijn boek, ontmoet in het dal der verootmoediging Apollyon, een verschrikkelijk monster, bedekt met schubben als een vis, met drakenvleugels en poten als van een beer; uit zijn buik komt vuur en rook; het heeft de muil van een leeuw. Christen moet met hem worstelen op leven en dood. En hij zou stellig in die worsteling het onderspit hebben gedolven, ware het niet, dat hij zijn zwaard, dat hem uit de handen gevallen was, op het laatste nippertje had kunnen grijpen en daarmee Apollyon een dodelijke steek had toegebracht. 'Daarop spreidde', vertelt Bunyan, 'Apollyon zijn drakenvleugels uit en spoedde zich weg, zodat Christen hem voor een tijd niet meer zag’.

Zondeval in de hemel ?

De Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt in artikel 12 bij de schepping aller dingen ook over de schepping van de engelen. En in verband met het laatste gaat het dan ook vrij uitvoerig over de gevallen engelen. 'Sommigen', zegt artikel 12, 'zijn van die uitnemendheid, in dewelke hen God geschapen had, in het eeuwig verderf vervallen duivelen en boze geesten, die alzo verdorven zijn, dat zij vijanden Gods en alles goeds zijn'. Het zijn 'moor­denaars loerende op de Kerk en een ieder lidmaat van die, om alles te verderven en te verwoesten door hun bedriegerijen'. Inderdaad, 'wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht' (Ef. 6 : 12). Rondom ons zijn de machten en Gods Kerk en ieder lidmaat van die heeft daar een gedurige strijd tegen te voeren.

Waar deze machten vandaan komen ? Zijn ze er werkelijk ? Of moeten we dat duivelengeloof maar uit de theologie bannen omdat het een'restant is uit een Middeleeuws heksen, spoken, en daemonengeloof, waar wij sinds de Aufklarung (verlichting) mee hebben leren afrekenen ? Aldus prof. G. C. van Niftrik in zijn Kleine Dogmatiek. Hij zegt, dat de daemonen er zijn, maar dat ze geen echte werkelijkheid zijn. Ze zijn overwonnen door Jezus Christus. De duivel is geen gevallen engel. Hij is de duivel. 'Een mensenmoorder van den beginne' (Joh. 8:44) .......

Duivel en daemonen hebben geen plaats in hetgeen God gewild en geschapen heeft. Daarom behoort er voor hen geen plaats te zijn in de dogmatiek, die zich met het heilshandelen Gods bezighoudt. Teksten als Jes. 14 : 12, Gen. 6 : 1-4, Judas 6; Petr. 2 : 4, zijn volgens Van Niftrik bepaald niet zo duidelijk, dat men zonder heel veel speculatie zou kunnen komen tot de leer van een val in de engelenwereld.

Deze uiteenzettingen staan wel lijnrecht tegenover wat onze Geloofsbelijdenis ons zegt. Zeker, juist omdat we over het rijk van de duivel en zijn trawanten zo weinig weten, kunnen we er maar genoeg over filosoferen. De daemonen hebben vaak al te veel aandacht gehad. Maar toch hebben we 'De verlichting (Aufklarung) niet nodig om recht zicht op dit alles te krijgen. En al blijft veel in het duister, de Heilige Schrift zwijgt er bepaald niet over. Daarom behoeven wij dat ook niet te doen. Al te duidelijk is immers de Bijbel, wanneer er gesproken wordt over het bestaan van de duivelen, dan dat we zouden kunnen zeggen, . dat ze geen werkelijkheid hebben. En al is dan de satan overwonnen door Jezus Christus, zo is de strijd, die hij ook daarna voert, des te heviger, omdat hij weet, dat hem nog slechts een kleine tijd gegeven is.

Hoe weinig de genoemde teksten ons dan ook over het ontstaan van de duivelen zeggen, zij geven genoeg houvast om te. geloven, dat duivelen inderdaad gevallen engelen zijn, die hun beginsel niet bewaard hebben en in de waarheid niet zijn staande gebleven, zodat wij wel moeten aannemen, dat aan de zondeval in 't paradijs op aarde een zondeval in de hemel vooraf is gegaan. Het is in ieder geval niet zo, dat de duivelen hun oorsprong uit zich zelf hebben (wat de Manicheeën leerden). We mogen God en de duivel niet op één lijn stellen. De vraag van de oude Grieken 'kakon pothen ? ' (vanwaar het kwade ? ) kunnen we nooit tot in de finesses oplossen. De zonde en de verstoring van Gods goede schepping blijven in hun oorsprongen een verschrikkelijk mysterie. Maar zij komen in elk geval niet van buiten de schepping naar ons toe als een macht, die reeds van oorsprong kwaad is en die de grote tegenspeler zou zijn van God, de oorsprong van alle goed. De zonde en de machten, die Gods scheppingswerk verstoren, vinden op een raadselachtige wijze hun oorsprong in het schepsel zelf.

Daarom blijven zij onderworpen aan de Schepper, hoezeer zij ook te keer gaan.

Op het strijdtoneel van de aarde

Onder aanvoering van een overste, de satan, de grote hinderaar, werken de duivelen op aarde. Deze aanvoerder wordt in de Bijbel de god en overste dezer wereld genoemd, de moordenaar van de beginne, de sterk bewapende, de briesende leeuw, de leugenaar. Een geweldige greep heeft hij gekregen op de aarde, zodat velen gevangen zijn in de kracht van zijn dwaling. Niets liever doet hij dan vraagtekens zetten achter Gods Woord: 'Is het ook, dat God gezegd heeft ? ' Discutabel stellen van wat Goddelijke waarheid is. En daarna het aanvechten en betwisten: 'Gij zult de dood niet sterven'. Het grote ideaal (of is het ideologie ? ) is: Zelf uitmaken, wat goed en kwaad is; autonomie, op eigen benen staan, alles om zich zelf laten draaien. Dat is satans indoktrinatie. En deze kracht der dwaling gaat er gretig in.

Daarbij is het vanzelfsprekend zo, dat het rijk des satans de grootste vooruitgang boekt, wanneer leidslieden van het volk in zijn macht komen..

Er is een Duits spreekwoord (aldus Polman in zijn Onze Ned. Gel. Bel.), dat zegt: 'Als de duivel door het dorp gaat, gaat hij tweemaal om de pastorie'. Waarom zou de satan alleen atheïstische ideologieën gebruiken om de mens te infecteren met een hoop op de terugkeer van 't verloren paradijs via methoden van geweld, terreur en diktatoriale, totalitaire regimes. Waarom zou satan zich niet vooral verstoppen in vindingrijke theologieën, die de Bijbel via Schriftcritische methoden eerst van zijn kracht beroofd hebben, zodat die Bijbel voortaan precies kan zeggen, wat men hem wil laten zeggen en die daarna alles op de kaart zetten van wat die atheïstische ideologieën al lang tevoren geleerd hebben, terwijl inmiddels met kracht ontkend wordt, dat dit soort theologie een ideologie is. Het zal, het moet theologie heten. Dat is de kracht der dwaling op zijn venijnigst. 'Moordenaars', zegt artikel 12 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, loerende op de Kerk'.

Er zou hier veel meer te zeggen zijn. Maar als 't over het werk van satan en zijn trawanten gaat, korat het er voor elk geslacht op aan, dat wij niet in algemeenheden blijven steken, maar dat werk des duivels ontmaskeren, het aanwijzen, het op tijd bestrijden. Wie trouwens bij zich zelf de kern van het zondig bestaan (de autonomie van het mens-zijn) bij hoger licht heeft ontdekt, die herkent het boze ook in de werken van de Boze, juist omdat het in niets daarvan verschilt. Paulus zei: Satans gedachten zijn ons niet onbekend'. (2 Cor. 2 : 11).

Er is een strijd met de daemonen op de grote fronten van de wereldgeschiedenis. En er is ook de strijd, die ieder lidmaat van de kerk heeft te strijden met de macht van de boze, die in de structuur van 't leven, ook persoonlijk is ingeweven. Denk aan de strijd met Apollyon in Bonyans Christenreis. Men spreekt wel over inwerpselen van satan, god-onterende gedachten, die tegen onze wil in ons opkomen. En hoe graag wil in zo'n geval de grote verleider, de verklager der broederen ons verantwoordelijk stellen voor dat alles en ons in de war brengen door te suggereren, dat er toch geen kans op is, dat God ons ooit in genade zou aannemen. In zo'n geval is er maar één remedie: Wederstaal de duivel en hij zal van U vlieden'. (Jak. 4 : 7).

En dat wederstaan van de duivel is alleen mogelijk, als we 't hem in het gezicht slingeren: 'Ga weg, satan, ik behoor U niet meer toe. Want Jezus heeft mij uit Uw heerschappij vrijgekocht met Zijn bloed'.

De victorie aan het Lam

De wereldgeschiedenis begon met een slang, die Adam en Eva verleidde, maar ze eindigt met een nieuw Jeruzalem, een stad met twaalf poorten, in ieder van die poorten: een engel, die zijn opwachting maakt bij allen, wier namen geschreven zijn in het boek des levens des Lams (Openb. 21). De duivel en zijn engelen is het eeuwige vuur bereid. Maar het Lam heeft de overwinning. Hij heeft het boek met de zeven zegelen in de doorboorde hand (Openb. 5). Hij houdt Zijn schepping vast. Hij voert Zijn Kerk naar een heerlijke voleinding, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Want tenslotte is de duivel niet meer dan een hond, die aan de ketting ligt. En zijn geblaf is des te heviger, naarmate hij zich , realiseert, dat hem nog slechts een kleine tijd gegeven is. Dagelijks heeft hij schrikkelijke pijnigingen te verwachten in de eeuwige vei-doemenis. Zijn zaak, hoe machtig die ook schijne, is en blijft een verloren zaak. De victorie is aan het Lam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Moordenaars, loeren op de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's