De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Er boven op gehaald

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Er boven op gehaald

5 minuten leestijd

Ik heb de HEERE lang verwacht; en Hij heeft Zich tot mij geneigd, en mijn geroep gehoord. En Hij heeft mij uit een ruisende kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rots-^ steen gesteld. (Psalm 40 : 2 en 3a)

In psalm 40 zijn lofzang en klaagzang met elkaar verbonden: het eerste gedeelte is een lofzang, het tweede een klaagzang. Er zijn dan ook wel uitlegkundigen die beweren dat deze psalm uit twee liederen bestaat. Lofzang en klaagzang kunnen toch niet in één psalm samengaan ? Die dat beweren vergeten dat de psalmen geen logisch opgebouwde stukken zijn, maar ontboezemingen, die midden uit het leven van het geloof opgeweld zijn. En het leven van het geloof gedraagt zich nu éénmaal niet naar een logisch schema, maar het bergt de scherpste tegenstrijdigheden in zich. Het leven met God is een leven aan de rand van een afgrond: we zijn elk ogenblik in gevaar;

In de verzen 2 t/m 6 beschrijft David zijn redding uit grote nood. Wat die nood precies geweest is, wordt niet vermeld. Het kan een ernstige ziekte zijn geweest, die hem tot nabij de dood bracht, het kan ook zijn dat hij door vijanden werd benauwd. In ieder geval is David in grote nood: hij is de dood nabij geweest! Vers 2 spreekt van een 'ruisende kuil' en 'modderig slijk', beelden van dreigende dood en diepe ellende. Bij de uitdrukkingen 'ruisende kuil' en 'modderig slijk' valt te denken aan een ongebruikte Xvaterput, waarin zich op de bodem een dikke laag modder gevormd had van achtergebleven water en ingewaaid zand en vuil. Wie in zo'n diepe put viel, kon zichzelf niet meer redden, was in doodsgevaar en zonk langzaam maar zeker weg in de modder met een gewisse dood in het vooruitzicht.

In vers 13 ziet David als achtergrond van zijn nood en dreigende dood zijn schuld tegenover de heilige God. De diepste nood van zijn leven is tenslotte zijn schuld voor God. Wie dat leert zien in zijn leven en telkens weer ontdekt, vergeet een keer de bitterheid van het leven en vergeet ook een keer wat mensen ons kunnen aandoen. De eigenlijke storing in ons leven voor het aangezicht van de levende God in onsvan-Go, d gescheiden-zijn door de zonde. Daarom is het zo nodig dat ons leven in het licht van Gods heiligheid en oordeel komt te staan. Anders blijft het in ons leven bij wat geklaag zonder meer.

In zijn nood wacht David op de Heere. Lang en vurig heeft hij gewacht. Eigenlijk staat er: 'Ik heb de Heere verwachtende verwacht.. .'. Kohlbrugge heeft gezegd: wie iets goeds van de Heei'e ontvangt, moet er gewoonlijk wel lang op wachten.

David heeft lang moeten wachten. Dat is het wachten van het geloof. Het geloof leert op God wachten, ook al antwoordt God schijnbaar niet. Dan ervaren we dat God een. God is, die Zich in Zijn hoge wijsheid verborgen houdt. Dat is een zware beproeving van het geloof. Velen geven dan de brui aan God en zeggen God vaarwel. Het ware geloof blijft echter aan God vasthouden. Als döbr een onzichtbare hand vastgehouden; mogen we dan met Job belijden: Zie, zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen ? ' (Job 13 : 15).

Wie zo blijft hopen komt toch niet beschaamd uit ! Dat is eeuwig waar. In Hem, mijn vaste rots, is 't onrecht nooit gevonden. Allen die Hem verwachten, zullen niet beschaamd worden.

Toen David aan alle kanten door nood en dood omgeven was, toen is de Heere bij 'zijn put' komen staan, toen heeft God Zich — om zo te zeggen — voorover gebukt en Zijn oor geneigd, heeft Hij David er weer boven op gehaald en zijn voeten op een rotssteen gesteld. Zo is God. Hij haalt op Zijn tijd en op Zijn wijze mensen op uit hun diepe putten van schuld en vertwijfeling. Hij haalt mensen er weer boven op.

We vragen naar eikaars welstand. Hoe gaat het entnee ? Sommigen zeggen: het gaat wel. Anderen: ik ben er weer aardig bovenop. God haalt mensen er weer helemaal bovenop. In Christus Jezus is God tot ons gekomen en is Hij in onze nood en sphuld ingegaan, is Hij afgedaald in onze diepe put. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Christus zonk weg in de diepe put van de God-verlatenheid, zodat Hij moest uitroepen ^-en zo is er maar één keer geroepen — 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten.. . ? ’

Met Pasen echter verrees Hij uit de doden en verbrak Hij de kluisters van de dood. Daarmee gaat Hij voort en door Zijn Woord en Heilige Geest haalt Hij ons op uit onze doodsputten, uit onze sloppen en stegen.

Van Godswege is Christus uitgezonden om voor de gevangenen vrijheid uit te roepen en voor de gebondenen opening der gevangenis.

U zit misschien in een diepe put en u denkt: ik kom er niet meer uit. Dat kunt u ook niet, dat moet tot onze beschaming gezegd worden, maar het hoeft ook niet, dat mag tot onze vertroosting gezegd worden.^ Christus is in onze diepste nood ingekomen. Dóór Zijn Woord en Geest komt Hij nog tot ons en haalt er ons boven op. Zend klopsignalen uit, net als die niijnwerkers jaren geleden in Lengede. Roep Hem aan, noem Hem bij Zijn Naam, noem Hem bij Zijn deugden. Klop op de deur van Zijn beloften, en u zal opengedaan worden. Zpu Hij het zeggen en. niet doen, spreken en niet bestendig maken ?

David kreeg weer vaste grond onder de voeten. Zijn voeten werden op een rotssteen gesteld, zijn gangen werden vastgemaakt. Zo is God en zo doet God: Hij haalt ^-ook vandaag — mensen er bovenop door hun voeten op de vaste Rotssteen te zetten, onze Heere Jezus Christus. Geloven is gezet worden op de vaste Rots Jezus Christus. Dan alleen hebben we vaste grond onder de voeten en worden onze gangen vast gemaakt.

Er door Hem weer boven op gehaald, krijgen we de gang er weer in, nog wel een vaste gang !

Zo is God en zo doet God in Christus door Zijn Heilige Geest. Laten we ons aan deze God gewonnen geven. Laat het ons gebed zijn: zo doe Hij ook aan mij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Er boven op gehaald

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's