De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

Dr. W. H. Gispen, Over Bijbelgebruik, Kok, Kampen 1975. 

Een emeritus hoogleraar in het Oude Testament geeft hier zijn visie op het goede gebruik van de Bijbel. De eigenlijke boodschap van dit boekje ontgaat ons wel min of meer, hoewel wij erkennen moeten dat er mooie dingen in staan. Het komt ons voor, dat het goede Bijbelgebruik weer eens moet worden onderwezen. Veet nieuwe dingen hebben wij er niet in gevonden. Maar het is mogelijk, dat in de kring van lezers waarvoor de auteur schrijft dit klassieke gebruik geheel in onbruik is geraakt. Het blijkt dat de auteur zijn Bijbel lief heeft, tot een ontmoeting met de Bijbel wil komen. Ja, dat hij ons opleiden wil tot de verborgen omgang met God. 't Trof ons dat hij poneert dat voor de wetenschappelijke werker het persoonlijk bijbellezen niet kan worden gemist. Al met al een teer boekje over een oude zaak, die telkens weer moet worden aangesneden, omdat maar zo weinigen luisteren. Het komt op studie van de Schrift aan. De stijl is wat meditatief. Wij zullen het telkens raadplegen. Voor predikanten graag aanbevolen.

A. v. Br.

Dr. J. van Klinken, Synodale papiermolens malen murw. Prijs ƒ 5, 90. Uitg. 3. H. Kok B.V., Kampen, 44 pag. 1975.

Sinds meer dan tien jaar is men bezig in de Geref. Kerken (Syn.) veranderingen aan te brengen in de landelijke organisatie. Deze veranderingen zijn het gevolg van een wens om tot grotere bundeling van deputaatschappen te komen.

In het rapport Bundeling Deputaatschappen 1971 onderscheidt men

1. taken die ten behoeve van de kerken worden verricht;

2. taken die namens de kerken worden uitgevoerd.

Onder 1 worden verstaan pastoraat, diakonaat in eigen land, evangelisatie en planologisch onderzoek en advisering.

Onder 2 worden verstaan zending en werelddiakonaat.

De schrijver is directeur van het Algemeen Diakonaal Bureau van de Geref. Kerk, maar als zodanig schrijft hij deze cri de coeur niet, dit gebeurt uitsluitend onder persoonlijke verantwoordelijkheid. Hij maakt ernstig bezwaar tegen het scheiden van diakonaat in eigen land en werelddiakonaat over twee deputaatschappen.

Hij voert dan ook het pleidooi voor een deputaatschap diakonaat, dat zowel het diakonaat binnenland als het werelddiakonaat omvat.

Uiteraard komen er meer vragen aan de orde. De schrijver geeft over de verschillende vragen, die hierbij rijzen zijn critische visie.

D. Sch.

W. J. Ouweneel, Kanttekeningen bij Genesis één, 173 blz., Uitg. Uit het Woord der Waarheid, Winschoten, 1974.

In dit boek geeft de schrijver een verklaring van Genesis 1, waarbij vooral een critische relatie gezocht wordt met allerlei wetenschappelijke en kwasiwetenschappelijke theorieën, die rondom de schepping in omloop zijn. Hoewel de schrijver zelf een wetenschappelijk erudiet man is, wil hij zonder reserves binden aan het getuigenis van de Schrift. Deze benadering kan alleen maar als bijzonder waardevol worden beoordeeld. Alleen daarom reeds zou ik de lectuurvan dit boek willen aanraden aan allen, die met de vragen rondom Genesis 1 worden geconfronteerd. En wie is dat niet in onze tijd ? Maar in het bijzonder denk ik toch aan onderwijzers en leraren en aan de catecheten. Zij kunnen hun winst ermee doen om zodoende ook onze jongeren steun te bieden in de vragen, die hen ook op dit punt soms kunnen bestormen.

Het bovenstaande betekent niet, dat de lectuur van dit boek geen vragen overlaat. Dat doet ze wel. Vooral denk ik dan aan de Schriftbeschouwing, die achter deze verklaring schuilgaat, en die dan meestal kortweg als fundamentalistisch wordt beoordeeld. Als ik ook nu deze aanduiding doorgeef, bedoel ik dit bepaald niet in negatieve zin. Een z.g. fundamentalistische Schriftbenadering lijkt mij veel vrucht­ baarder dan elke critische Schriftbenadering. Maar wel blijft voor een gereformeerde Schriftbeschouwing hier wat onbevredigende elementen aanwezig, die juist ook op het punt van de schepping naar voren komen. Het kan niet de bedoeling zijn om in deze bespreking daar verder op in te gaan. Het geeft alleen aan, dat wij met alle waardering ook dit boek niet oncritisch moeten lezen.

C. G.

T. Hoekstra, Gereformeerde Homiletiek, 3e druk, 472 blz.. Ton Bolland, Amsterdam, 1975.

Dat er van dit boek, dat voor de eerste keer ruim 50 jaar geleden werd uitgegeven, opnieuw een uitgave verschenen is, mag het bewijs zijn, dat wij met een klaasiek boek te maken hebben, waar ook nu nog steeds vraag naar is. Dat laatste laat zich verstaan, niet alleen vanwege het feit, dat zo'n complete homiletiek als die van Hoekstra in het Nederlands taalgebied daarna niet meer verschenen is, maar vooral ook vanwege de noed van de prediking zelf, die ook in onze tijd nog steeds urgent is. Wat men immers ook bedenkt om het kerkelijk leven op gang te houden, het blijkt altijd weer, dat waar de prediking niet meer functioneert, het leven van de gemeente gaat kwijnen. Daarom blijft het de eerste en voornaamste opdracht voor elke voorganger: predik het Woord ! Maar dat prediken vraagt oefening. En oefening moet worden ondersteund door studie. Allereerst natuurlijk van de Schrift, maar dan ook studie van de prediking der Schrift, inhoudelijk en formeel, geestelijk en technisch. Welnu, wie zich op dit laatste terrein wil oriënteren, kan nog steeds Hoekstra's homilitiek niet missen. Natuurlijk verraadt het boek op bepaalde punten de sporen van veroudering, maar de fundamentele lijnen, die het trekt, zijn nog steeds van groot belang. Juist deze lijnen kunnen ons weerbaarheid geven tegenover allerlei nieuwe theorieën, die op het ogenblik worden gepractiseerd in de kerk, voorzover ik zien kan doorgaans niet ter bevordering van de dienst der prediking. Belangwekkend en leerzaam is ook de geschiedenis van de predikkunde, die in dit boek uitvoerig aan de orde wordt gesteld. Ook in dit opzicht is het kennen van de geschiedenis onmisbaar. Daarom voor alle predikers het advies dit boek, zo dit nog nodig is, aan te schaffen.

C. G.

Dr. N. J. van Eikema Hommes, Open brief aan dr. H. Wiersinga, 112 blz. ƒ8, 90. Ichthusreeks, nr. 5 Buijten en Schipperheijn B.V., Amsterdam 1976.

In deze verhandeling die als brief is opgesteld gaat dr. Eikema Hommes in op de door Wiersinga in zijn dissertatie gegeven visie op de verzoening. De schrijver van deze Open brief probeert op broederlijke toon Wiersinga te overtuigen dat zijn beroep op de Schrift exegetisch onjuist is en dat daarom zijn kritiek op de klassieke verzoeningsleer geen stand houdt. Nieuwe gezichtspunten worden er in dit boekje, waarin de schrijver vooral op de uitleg van de omstreden bijbelplaatsen ingaat, niet gegeven. Toch moet ik zeggen dat ik deze brief met veel aandacht gelezen hebt. De schrijver is duidelijk in zijn kritiek op Wiersinga, maar schrijft op een voorname toon, niet zonder bewogenheid. Hier en daar is de trant wat wijdlopig; bepaalde citaten, o.a. uit een van de drama's van Schiller, komen soms driemaal terug, zonder dat de noodzaak blijkt. Maar gemeenteleden die op eenvoudige wijze voorgelicht willen worden inzake de actuele discussie, kunnen uit deze brief veel leren. Juist waar men soms wel eens overdonderd wordt door de zekerheid waarmee de nieuwe theologie meent te kunnen spreken, is het rustige betoog van Eikema Hommes een goed tegenwicht. En het blijkt dat de auteur weet waar hij over schrijft.

A. Noordegraaf

M. Goote, Het evangelie in de grieks-romeinse wereld, 174 blz. Prijs ƒ17, 90. Kok, Kampen 1976.

In dit vlot geschreven boek schetst de auteur de wereld waarin de boodschap van het Nieuwe Testament gepredikt werd waar de eerste christenen leefden en waar de confrontatie plaats vond tussen kerk en synagoge, en tussen christelijke gemeente en keizercultus. De uitvoerige literatuurlijst Iaat zien dat de auteur zich goed heeft ingewerkt in zijn stof. Zijn betoog wordt geïllustreerd door menig citaat uit klassieke auteurs en oud-christelijke geschriften. Hier en daar is de auteur wat te vlot met bepaalde meningen. Zo meen ik dat het bijbels begrip 'mysterie' waar Paulus b.v. in Efeze 3 over spreekt niet zozeer met de mysteriereligies in verband gebracht moet worden als wel met de apocalyptische literatuur, b.v. Daniel 2.

Ook de relatie van de Henoch-apocalypse tot het christendom is verwikkelder dan de schrijver zegt. Maar dat neemt onze grote waardering voor wat Goote geboden heeft niet weg. Wie zijn kennis van de wereld rondom de Bijbel, en van de eerste christelijke kerk wil opfrissen, kan hier terecht. Hartelijk aanbevolen.

A. Noordegraaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's