Boekbespreking
Stroomversnelling, toch wèl-varen, N.C.R.V. jubileumbundel, uitg. De Haan, Bussum 1975, 104 blz., ƒ14, 90 (voor N.C.R.V. leden ƒ 12, 40).
Dit boek bevat de bewerkte teksten van de N.C.R.V. radiolezingen die in het kader van het 50-jarig jubileum van deze omroepvereniging werden uitgezonden. In een negental beschouwingen wordt ingegaan op veranderingen die de Nederlandse samenleving van dit moment kenmerken. Die onderwerpen betreffen: de communicatie (C. A. van Deursen), de jeugd (G. C. de Haas), het gezin (M. Blankesteyn-Blees), het onderwijs (M. Baaijens), de geloofsbeleving (O. Jager), ontluistering (F. Boerwinkel), de verhouding rijk en arm (A. H. van den Heuvel), overontwikkeling van het Westen (B. Goudzwaard) en Macht en onmacht (A. van der Meiden). Onder de titel Stroomversnelling gaat een inleiding van prof. dr. P. J. Bouman vooraf. In ieder van deze hoofdstukjes wordt een vlot geschreven en heldere analyse gegeven van de belangrijkste veranderingen en verschijnselen die zich in de samenleving voordoen. Als zodanig hebben we hier te maken met een bundeltje boeiende opstellen. Opvallend is echter dat de bijdragen zo weinig richtinggevend zijn. Het blijft voornamelijk bij begrijpend analyseren en signaleren. Er is weinig zorg over de veranderingen alszodanig en over de richting waarin ze gaan. Dat zal wel zijn oorzaak hebben in het feit dat de Schrift als norm voor het leven en de samenleving in dit boekje nauwelijks naar voren komt. Over de macht van de zonde in deze wereld wordt weinig gesproken. In plaats daarvan lezen we over de noodzaak tot 'herbronnering van eigen geloofsovertuiging' en het voortdurend 'kritisch bekijken van vertrouwde normen'. Geen wonder dat, wanneer zozeer wordt aangesloten bij het levensgevoel van deze tijd, positief wordt geootdeeld over de vrije omgang tussen jongens en meisjes, de commune en het proefhuwelijk.
Aan de invloed van de massacommunicatiemiddelen wordt vaak te veel betekenis toegeschreven, lezen we in deze bundel. Ze volgen meer dan dat ze leiding geven. Dat lijkt me een uitspraak die voor diskussie vatbaar is. Maar al zou dit waar zijn, we zullen toch niet gering mogen denken van het voortdurend doorgeven van allerlei bedenkelijke veranderingen en verschijnselen. Ook al zouden de communicatiemiddelen de veranderingen alleen maar volgen en, deze niet bevorderen de invloed van het gewenningsproces aan allerhande ontwikkelingen ten gevolge van 'neutrale' informatieverstrekking mag bepaald niet worden onderschat.
Deze bundel bedoelt een bijdrage te zijn tot het gesprek over deze onderwerpen. Het laatste woord is blijkbaar nog niet gesproken. Maar als deze paperback representatief is voor het beleid dat de N.C.R.V. in de toekomst zal voeren, dan hebben we van deze omroepvereniging voor het behoud van de onder ons vertrouwde normen en waarden weinig te verwachten.
L. v. d. Waal
Dr. J. v. Genderen, Confessie en theologie, Apeldoornse studies, nr. 9, 28 blz. Prijs ƒ6, 90. Kok, Kampen 1976.
Wat betekent Gereformeerde theologie in een tijd waarin door oecumenische dynamische en democratische factoren de relatie van belijdenis en theologie niet hoog wordt aangeslagen ? ' Kort, maar helder tekent de schrijver de vorige en deze eeuw, waarbij vooral de weg van de Geref. kerken in het gezin komt. Van Genderen noemt de belijdenis een stem, een staf en een stok.
Enerzijds is de confessie afhankelijk van de Schrift, anderzijds geeft ze richting aan de theologische bezinning. We moeten het actuele moment in de continuïteit verdisconteren en de belijndheid niet ten koste doen gaan van de openheid of omgekeerd. Gereformeerde theologie is niet anthropocentrisch, niet eenzijdig, niet problematisch en leidt niet tot een chaotisch pluralisme.
De belijdenis heeft betekenis voor de exegese voor de kerkgeschiedenis, voor de dogmatiek, de. ethiek en de prediking. Kerk en theologie hebben elkaar nodig en dragen ieder een eigen verantwoordelijkheid.
Het geloof bewaart; zoals Bavinck zeide, de theologie voor secularisatie en de theologie bewaart het geloof voor separatisme. Tussen secularisme en sectarisme zal de geref. theologie haar eigen weg moeten gaan.
Een waardevol betoog, dat door zijn vele verwijzingen een aanzet geeft tot verdere studie. Jammer is dat de auteur weinig ingaat op het oecumenische aspect. Hoe verhoudt zich b.v. de gereformeerde theologie tot de oosterse orthodoxie ? En ziet V. Genderen de relatie confessie-exegese niet te spanningsloos ? Wat betekent het voor de confessie als men zegt, dat de voortdurende studie van de Schrift telkens nieuwe perspectieven opent ?
De vragen mogen een bewijs zijn, met hoeveel aandacht ik deze keurig uitgegeven rede gelezen heb.
A. Noordegraaf
Walter Jens, De Zaak Judas, 79 blz., ƒ 9, 75, Ten Have, Baarn 1976.
Walter Jens, duits literator en hoogleraar klassieke talen in Tubingen geeft in dit boek een fictief rapport van een voor een r.k. kerkelijk hof gevoerd proces waarin 'n eerherstel van Judas bepleit wordt. Het boek eindigt met de veelbetekenende zinnen: 'Vergeten we niet: In Jeruzalem hingen twee mannen aan het hout. Er waren twee slachtoffers. Bloedakker en schedelplaats horen bijeen.
De strekking van dit boekje is om de visie op Judas als verrader en misdadiger onder de loep te nemen. Het boekje verraadt kennis zowel van het r.k. kerkrecht, als van de stand van de nieuwtestamentische wetenschap, van de dogmatische bezinning en de cultuur- en kunstgeschiedenis.
Ik vind het een merkwaardig boekje dat enerzijds laat zien hoe we in het geval van Judas voor diepten staan die we niet gemakkelijk kunnen doorgronden. Wie in de lijdenstijd probeert te preken over de teksten die spreken over het verraad van Judas, ervaart dat dat geen geringe opgave is.
Aan de andere kant is de door de auteur gekozen fictieve vorm met zijn subtiele argumentatie niet onbedenklijk. Terecht heeft dr. C. Rijnsdorp in 'Trouw' van 10 april geschreven dat schrijvers' methode tot scepticisme kan voeren en op onrijpe geesten een funeste uitwerking kan hebben. De vraag is altijd weer: Wie lezen dergelijke boekjes en wat voor invloed oefenen ze uit ? Op de omslag staat een citaat van Heinrich Böll, de duitse literator; 'Het wordt de hoogste tijd dat iemand zich eens met de zaak Judas ging bezighouden'. Dat is juist. Maar de manier waarop Jens het doet is wel suggestief maar allerminst overtuigend. Op de achtergrond staat een typisch kritische visie op de evangeliën en een, ten diepste toch rationalistische aanpak. Daarom leze men dit boekje uitermate kritisch. Er valt vanuit de Schrift veel op af te dingen.
Ds. C. v. d. Steen Wie volhardt tot het einde, 158 blz., ƒ14, 90. Zomer en Keuning, Wageningen 1976.
Met genoegen kondig ik deze bundel vervolgpreken over het laatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes aan. De pretentie: Een nieuwe uitleg voor onze tijd, zoals de ondertitel mag dit boek er zijn. Het is helder en aansprekend geschreven. Van der Steen laat zien hoe we dit bijbelboek niet kunnen verstaan zonder het Oude Testament. En hoe allerlei dingen die ons duister zijn voor Johannes' tijdgenoten direct doorzichtig waren, b.v. het sterren geloof, en kosmologische beeldspraak. Terecht wijst de schrijver de uitlegmethode die uit het boek Openbaring allerlei voorspellingen over de toekomst wil doen (zoals de wijze waarop Hal Lindsey te werk gaat) af. Het boek Openbaring is een boek van bemoediging en troost voor de vervolgde kerk in verdrukking en aanvechting, levend tussen Hemelvaart en de wederkomst, een opwekking ook om in het geloof te blijven volharden en de Heere te blijven verwachten.
De vormgeving brengt met zich mee dat de auteur zich nog wel eens herhaalt. Hier en daar heb ik een vraagteken gezet, o.a. bij de uitleg van Openb. 3:5, 13:8 en bij 6 : 2. Maar er staan prachtige dingen in. De ernst van deze profetische verkondiging, ook de gerichtsaspecten, worden niet verdoezeld. Hartelijk aanbevolen.
A. Noordegraaf
Dr. J. Douma, Abortus. Serie Ethische kommentaar onder redactie van Dr. J. Douma en Dr. W. H. Velema. Uitgever: Ton Bolland, Amsterdam 1975. ƒ 12, 90.
In lange tijd hebben wij niet zulk een goed opgezette studie gelezen. De auteur heeft er zich voor gewacht ook maar een duimbreed toe te geven aan de psychose rondom dit onderwerp. Hij oriënteert zijn lezers in een eerste hoofdstuk. Komt daarna met gegevens over de abortus uit de bijbel en de kerkgeschiedenis. Geeft voorts een analyse van de diverse toelatingsgronden tot abortus, beantwoordt diverse tegenwerpingen van voorstanders van abortus. Hij sluit met een hoofdstuk, waarin hij zijn mening geeft over de achtergrond en het uitzicht van dit probleem. Douma erkent maar één grond voor abortus: De levensbedreiging voor de vrouw en moeder tijdens de bevalling. Het boek is uitstekend gedociumenteerd. Achterin is een literatuurlijst opgenomen voor verdere belangstelling. De waarde van deze grondige studie ligt in het feit dat zij u evenwichtig informeert, bij de bijbel brengt en houdt. De auteur onderkent volledig de daemonic van dit probleem. Het Evangelie alleen bevat genezing. Dit geschrift moet door ons allen gelezen worden.
A. v. Br.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's