Geloofsmoeilijkheden
Pastorale overwegingen
8
Geloof en genezing:
Hoewel direkt en graag toegegeven, dat vele vragen rond het therna 'geloof en genezing' op een andere wijze en in een bredere studie meer tot hun recht komen, acht ik het toch.gewenst om een paar dingen hierover te zeggen. Hier en daar komen we met deze zaak in aanraking in verband met allerlei Pinksterkringen. Simplistisch maar tevens ik zou bijna zeggen duivels eenvoudig wordt gesteld: 'wie gelooft, behoeft niet ziek te zijn'. Alle ziekte is van de boze. Het geloof, dat hem overwint is hem de baas. Wordt een zieke niet beter, die toch gelovig is, dan komt dat, omdat er niet genoeg geloof is. Vele predikanten en zielszorgers maken dergelijke uitingen mee. We zien ook hier een verwringing van de bijbelse boodschap. Natuurlijk is het waar, dat door de zonde allerhande ellende in de wereld is gekomen, waaronder ziekte en dood, dat we aan de verdoemenis zelfs zijn onderworpen. Mij valt wel eens op, dat bij de bespreking van dergelijke dingen nogal eens meer naar de duivel wordt toegeschoven dan dat èr van eigen schuld sprake is en van schuldbesef. Hoezeer de'^boze ook verleidde, de mens kon .kiezen. Vrijwillig en moedwillig zijn we van God afgevallen. Het gebeurt, dat op het ziekbed soms het oog daarvoor geopend wordt, al is er veel ziekbed-vroomheid en navenant weinig ziekbed-bekering. Maar ook in ziekte, als gevolg van de zonde, heeft God de hand. Soms kan de Heere hem als straf doen komen, soms ter beproeving, ook wel tot oefening en loutering. Wij mogen bidden tot God om genezing, maar kostelijker is de vereniging met Gods wil. Dan gaat het niet meer om beter worden of niet beter worden, dan worden leven eh sterven zelfs betrekkelijk, maar dan gaat het er om dat God mag worden verheerlijkt. Hoe heerlijk, wanneer een krankheid niet is tot de dood maar tot heerlijkheid en ere Gods.
Hoe verschrikkelijk is die zielszorg, die tegen zieken zegt: 'ja, hadt ge meer of genoeg geloof, ge zoudt wel beter worden'. Deze mensen worden onbijbels en wreed behandeld. Het geloof is geen tovermiddel, er is geen automatisme. Hoezeer oefent de Heere Zijn volk door kastijdingen, en de vreedzame vrucht der gerechtigheid is voor degenen, die door dezelve geoefend worden. Wie durft daar te zeggen, dat ziekte geen kastijding kan zijn? In de Handelingen lezen we dat Petrus ook afkwam tot de heiligen, die te Lydda woonachtig waren. Daar treft hij een zekere Aeneas, die acht jaar te bed gelegen had. Zeer wel mogelijk was ook deze Aeneas een heilige Gods, zoals ook ik er onder het volk van God gekend heb die jaren bedlegerig waren en in de heerlijkheid zijn ingegaan. Moesten die acht jaren dienen om Aeneas met de heerlijkheid van Jezus Christus in volle dmvang naar lichaam en ziel bekend te maken ?
En het gebed des geloofs dan ?
Men zou kunnen zeggen dat elk gebed, dat een waarachtig gebed is, gebed des geloofs is. De Heidelberger onderwijst ons daarin in en vanaf zondag vijf en veertig. Wel kan het voorkomen dat men gebed voor iemand krijgt, dat een ander ons als op het hart wordt gebonden. Wel kan het voorkomen, dat er opening in het gebedsleven komt. Wel kan het voorkomen, dat onder het bidden de Heere zoveel geloof schenkt, dat het vaste vertrouwen leven mag, dat het regelrecht doorgang vindt tot de troon Gods, gedragen, gereinigd en ondersteund door de grote Gebedsmiddelaar en Voorbidder. Al schijnen de feiten de verhoring ook tegen te spreken, toch is er geloof, dat geschieden zal wat gevraagd wordt. Denk aan Elia de profeet. Niet spoorde hij zijn jongen aan om te gaan zien of er ook aanwijzingen waren voor naderende regen, maar dat er écht regen kwam. Ik heb zelf in mijn ambtspraktijk een onvergetelijk voorval daarvan meegemaakt in de voorbede voor een jong kind, dat naar het scheen dodelijk was verwond. Alle hoop, was vrijwel opgegeven, voor haar leven gaf geen dokter meer iets, maar nimmer ervoer ik zo duidelijk met velen in de gemeente, dat de Heere grote dingen kan doen op het gebed. Er was geen twijfel meer of de Heere zou uitkomst geven tegen de dood. En dan is er ook het uitzien, dat Hij Zijn grote Naam erdoor zou verheerlijken. Soms toch heeft God kennelijk bewaard om in een leven Zijn grote daden te laten zien.
Er is meer dan genezing, er is meer dan kennelijke bewaring. Hoe looft David in Psalm 103 de Heere, Die al uw ongerechtigheden vergeeft, Die al uw krankheden geneest opmerkelijk ook, deze volgorde..
We behoefden vanuit Amerika door allerle campagnes niet te leren, dat de Heere Zich ontfermt op het gebed, dat de voorbede een kostelijk goed is, dat het gebed des rechtvaardigen veel vermag, maar ook, dat de Heere eeuwig vrij is en het nog wel eens anders doet dan we denken en dat Hij het niettemin eeuwig goed doet. Overigens zullen degenen, die waarlijk gebedsgenade kennen hun gebed niet zo roemen, veel meer de genade en almacht des Heeren prijzen. Wij worden zo vaak in ons bidden veroordeeld. Kan het wel bidden heten ? Wat al kleine gedachten van de Heere vaak, wat al verkeerde toepassingen gemaakt. Hij geeft niet om een 'mooi gebed', ook het gestamel der kleinen is Hem aangenaam. Die het geroep der jonge raven hoort. Hij geeft de wens van allen, die Hem vrezen, hun bede heeft Hij nimmer afgewezen. Maar zij bidden ook van zichzelf af naar de Heere toe, het Hem overlatend wat Hij doet. Zo mooi staat er in Marcus van de jongeren, als Petrus schoonmoeder te bed lag met hoge koorts: 'terstond zeiden ze Hem van haar'. Dat terstond zeggen — niet eens vragen — was dat ook geen gebed des geloofs ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's