De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

10 minuten leestijd

Prof. dr. ir. E. Schuurman, Nadenken óver de technisch wetenschappelijke kultuur, 43 blz., 1975. Bestelling door storting van ƒ4, 75 op giro 1562942 t.n.v. H. Hoogenhout te Baambrugge.

Onder bovenstaande titel heeft Prof. Schuurman in september 1975 een rede uitgesproken bij de aanvaarding van zijn ambt van bijzonder hoogleraar in de roformatorische wijsbegeerrte aan de Technische Hogeschool te Delft. Eerder verbond hij zich reeds aan de T.H. te Eindhoven.

In deze rede geeft Prof. Schuurman een kritische analyse van de ontwikkeling van de techniek en van de overheersende invloed die deze heeft gekregen op de hedendaagse kuituur. Lange tijd is de techniek uitsluitend gezien als de bron van welvaart en vooruitgang. De techniek gestuwd door de natuurwetenschappen vormde de basis voor de ontplooiing van de mens en voorzag in zijn behoefte aan wonen, kleding, onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid etc.

De laatste tijd is in deze positieve waardering een duidelijke verandering opgetreden. Met name wordt daarbij gewezen op de autonome ontwikkeling van de techniek, de positie vande mens in het technische produktiepfoces en aan de veranderde relatie tussen de mens en de natuur. De techniek is in staat gebleken de geschiedenis van de mensheid op diepgaande wijze te beïnvloeden en dit wordt vaak als een bedreiging gezien.

Prof. Schuurman wil de technische studenten in deze situatie een weg wijzen die zijn uitgangspunt niet neemt in de autonome mens maar in de Openbaring Gods. De wetenschap en de techniek zullen een dienende fimktie moeten hebben. Bezig zijn met de betekenis hiervan voor de beoefening van de technische wetenschappen en met de gevolgen voor het op verantwoorde wijze werkzaam zijn in de techniek is het werkterrein dat Prof. Schuurman zich heeft gesteld. Een geweldige problematiek, die de aandacht van studenten en afgestudeerden ten volle waard is.

L. v. d. W.

H. Kakes, Waar zijn de engelen nu? , 208 blz. Prijs ƒ 17, 90. Kok, Kampen 1976.

In een tijd waarin veel aandacht gegeven wordt aan occulte verschijnselen, demonische invloeden en parapsychologische verschijnselen, is het meer dan ooit nodig zich te houden binnen het bijbelse bestek. In deze studie waaraan de schrijver ruim 10 jaar gewerkt heeft, gaat dr. Kakes na wat de Bijbel zegt over de engelen, de machten, de satan en zijn trawanten. De schrijver gaat het optreden der engelen na in de geschiedenis en de voortgang van de openbaring Gods in Jezus Christus, hun betekenis in de heilshistorie; de dreiging van de demonen de machten. Het geheel in het perspectief van de voltooiing van het werk Gods op de jongste dag.

Er zit 'n respectabel stuk werk achter. En de schrijver wil, luisterend naar de Schrift de Schriftgegevens laten spreken. Er spreekt uit dit boek een diepe eerbied van de Schrift. Dat is het positieve van dit boek, waar we veel waardering voor hebben. Toch moet ik er bij zeggen dat het boek me toch niet heeft kunnen boeien. Ik vind het rommelig en onoverzichtelijk geschreven. Een voorbeeld: In hoofdstuk 4 spreekt de schrijver over de val der engelen, hoofdstuk 10 komt daar op terug, terwijl dan pas in hoofdstuk 14 en 15 over de satan en de bezetenheid gesproken wordt qua compositie vind ik het bijzonder zwak.

Ook de manier waarop verwezen wordt naar de andere auteurs is erg slordig. Enerzijds bevat het boek me een uitvoerig notenapparaat, anderzijds vjnden we allerlei aanhalingen en verwijzingen in de tekst zelf. Het zou de overzichtelijkheid ten goede gekomenzijn, als de schrijver of het een of het ander gedaan had. 't Zou ook de bruikbaarheid bevorderd hebben, te meer omdat het tekstregister een verkort tekstregister is, en het niet eenvoudig is het boekje als naslagwerk te gebruiken.

Er ligt een geweldige hoeveelheid materiaal in dit boek opgetast. Maar een leesbaar boek dat een breder publiek wil bereiken, is meer dan een materiaalverzameling. De rommelige opzet brengt met zich mee, dat het lezen van dit boek bepaald vermoeiend is. Dat is jammer, want de belezenheid van de schrijver is van dien aard, dat hij bepaald wel wat te zeggen heeft. Maar nu heeft men meermalen het gevoel dat men door de bomen het bos niet meer ziet.

A. Noordegraaf

Dr. C. Klapwijk, Vreugde en lijden sociaal-masochistische trekken in het christendom, 116 blz.. Kok, Kampen 1974.

Moet de christen een kruis dragen ? Hoort lijden bij het christendom? Van welke aard is dit lijden? Het zijn deze vragen die de auteur in dit boekje behandelt. Hij doet dat in confrontatie met de gedachtenwereld van de psycho-analyticus Th. Reik, die het christendom beschuldigd heeft van sociaalmasochistische trekken, d.w.z. van een 'hang' naar het lijden, waardoor men via het lijden bevrediging zoekt en de voorkeur voor het lijden ziet als een weg naar de vreugde. Het boekje is als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1 en 2 bieden een oriëntatie en een beschrijving van het sociaal-masochisme, alsmede van de stellingen van Reik. Hoofdstuk 3 gaat in op een drietal figuren uit de geschiedenis voor wie de navolging centraal stond: Thomas a Kempis, Kierkegaard en Bonhoeffer. De eerste twee komen er bij Klapwijk niet best af: zij zouden een bewijs zijn voor de juistheid van Reik's stelling. Dat er tegen Thomas visie vanuit reformatorisch inzicht grote bezwaren bestaan is juist. Dat Kierkegaard bepaalde eenzijdige accenten heeft, is evenzeer onmiskenbaar. Toch vraag ik me af, of het oordeel van de schrijver billijk is. Gaat hij niet te zeer van een vooropgezet schema uit? Al moet erbij gezegd worden dat de auteur op blz. 47 de mogelijkheid openlaat dat er ook bij Thomas a Kempis en Kierkegaard een zeker bijbels 'gelijk' kan zijn. Zijn voorkeur gaat uit naar Bonhoeffer, en wel de Bonhoeffer van de Navolging, al stelt Klapwijk ook hier vragen.

Hoofdstuk 4 en 5 dragen bijbels materiaal aan inzake het unieke van Christus' lijden en de verhouding lijden/vreugde in het christelijk leven. Er staan in deze hoofdstukken vele goede opmerkingen. Sterk wordt het 'voor ons' van Christus' verzoenend lijden beklemtoond. En terecht wordt erop gewezen dat wie het 'Waarachtig God-zijn' van Christus negeert zichzelf de weg verspert tot een juist verstaan van het evangelie. Ook over de navolging in het kader van de heiliging worden mooie dingen gezegd. Wat betreft de achtergrond van het lijden i.v.m. de vreugde heb ik de indruk dat de auteur de vreugde wat overaccentueert ten koste van de gebrokenheid en blijvende tweespalt ten gevolge van de zonde. Het lijden is inderdaad geen methode tot zaligheid, zodat je het sociaal-masochistisch kunt verklaren. Het is een 'vreemd' element. Maar dan toch een element dat in de gebroken, zondige werkelijkheid niet ontbreekt. Is het zo dat de christen alleen maar vanwege zijn vreugde in conflict raakt de tegenkrachten van zonde, duivel en wereld ? Is er ook niet vanwege de zonde een redeloze haat tegen God en zijn Gezalfde zodat belijden altijd in een of andere vorm lijden betekent ?

In het slothoofdstuk trekt Klapwijk enkele conclusies. Theodor Reik fungeert z.i. ook als ontmaskeraar die allerlei onecht christendom aan de kaak stelt. Ik moet zeggen dat dit slothoofdstuk nogal wat vragen oproept. De auteur sluit zich te kritiekloos aan bij Kuitert, Cox, Sölle e.a. Bizonder onbevredigend is wat hij schrijft over de relatie heilwereld, waarbij het heil toch bijna binnenwerelds gemaakt wordt.

Hetzelfde geldt voor de onkritisch manier waarop Sölle's creatieve fantasie als evangelisch gegeven gewaardeerd wordt. Ook hier onderschat Klapwijk m.i. de blijvende tweespalt van de zonde, zoals de Romeinenbrief die zo aangrijpend tekent. En ook over de relatie vrijheid-gebod zou nog het een en ander te zeggen zijn.

Resumerend: Een knap geschreven boekje dat - — mits kritisch gelezen toch goede diensten kan bewijzen vooral voor hen die in gesprekken met buitenkerkelijken soms met allerlei caricaturen van christelijk geloof in aanraking komen. Ook caricaturen inzake de christelijke visie op het lijden. Maar het antwoord van de auteur op deze caricaturen verdient hier en daar nog-wel correctie.

A. Noordegraaf

Dr. J. v. Bruggen, De tekst van het Nieuwe Testament, Kamper bijgedragen nr. 16, prijs ƒ 7, 50. De Vuurbaak, Groningen 1976.

De Kamper Nieuwtestamenticus wijst in deze rede allerlei zaken aan die de huidige nieuwtestamentische tekstcritiek raken. Deze tekstcritiek wordt z.i. gekenmerkt door een grote onzekerheid. De 26ste druk van Nestle zal een tekst bieden die op basis van onzekerheid is vastgesteld en bij de meerderheid van stemmen beslist wordt: vijf tekstcritici nemen per lezing een beslissing op grond van allerlei overwegingen. De ene zekerheid die de moderne tekstcritiek beheerst is dat de byzantijnse tekst, of zoals deze ook wel genoemcl werd de kerkelijke tekst, die ten grondslag lag aan de zgn. textus receptus, en door de kerken van de Reformatie gevolgd is, als gebrekkig en verwerpelijk beschouwd wordt in het tekstcritische onderzoek vanaf de 18de, en vooral de 19e eeuw.

In een uitvoerig gedocumenteerd betoog pleit Van Bruggen voor een eerherstel van deze oude tekst. De byzantijnse tekst is de oude tekst, zoals op grond van allerlei overwegingen vastgesteld kan worden en zeer bepaald geen gebrekkige, secundaire tekst. Het is een knap betoog dat door de vakmensen stellig wel op zijn houdbaarheid getoetst zal worden — althans dat is te hopen. De lezing van de rede veronderstelt wel kennis van het griekse N.T. en vooral van de geschiedenis van de tekstcritiek. Of Van Bruggen's betoog dat verstrekkende consequenties heeft juist is ? 'k Meen dat de auteur terecht allerlei als vanzelfsprekend aangenomen meningen onder critiek stelt. Anderzijds spreekt hij met een al te grote stelligheid over 'productiekernen' die in de vierde eeuw naar goede restauratie streefden van de oorspronkelijke tekst. Wat staat daar historisch van vast ? Hoe zit het mtet de betekenis van de mondelinge overlevering ? In het Geref. weekblad heeft drs. Helderman er terecht op gewezen dat dit begrip in de rede niet voorkomt. Ook wat Van Bruggen schrijft over de teksttypen in Egypte is weinig helder en roept vragen op. Loopt de auteur niet gevaar zijn waardevol betoog wat te overtrekken ? En is het niet wat te boud om zo stellig over de kerkelijke tekst te spreken ? Hoe dan ook — Van Bruggen biedt zoveel materiaal en legt zoveel argumenten op tafel dat hij een waardevolle en stimulerende bijdrage aan de discussie gegeven heeft, dat hopelijk invloed zal uitoefenen in het tekstcritisch onderzoek.

Utrecht A. Noordegraaf

Josy Doyon, Herders zonder erbarmen. Tien jaren Jehovah's getuigen, verslag van een dwaaltocht. Ten Have, ƒ 12, 50.

Een goed geschreven verslag van een tienjarig verkeer onder Jehovah's getuigen. Het komt ons voor, dat u dit werk aan ieder gemeentelid kunt in bande geven. U vindt er niet in een uiteenzetting van de dwalingen van deze mensen; wèl een angstwekkende uiteenrafeling van de wettische dienst van deze secte. De schrijfster graaft niet diep, maar verhaalt wel eerlijk dat zij door volkomen verblinding werd meegesleurd. Het is een doorlopende activiteit van predjiken, getuigen die hier wordt beschreven, maar waaraan zij bijna was ten onder gegaan, ware het, niet dat zij langzamerhand geheel dit bedrijf doorzag en na een crisis tot de kerk terugkeerde. Het blijkt dat ook deze secte bestaat uit onheilige mensen rhet hun listige vondsten, hun kibbelarijen en wat dies meer zij. Nogmaals voor onderwijs kunt u hier terecht, maar wel licht uit die boek op dat deze herders de scharen eindeloos opjagen tot al maar meer opjagen tot groter prestaties. En dat zonder dat het Woord van Christus: Rust een weinig! Aanbevolen lectuur voor hen die jaloers zijn op deze getuigen vanwege hun ’ijver’.

A. v. Br.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's