De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lezers vragen!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lezers vragen!

10 minuten leestijd

In het kort wil ik ingaan op enkele vragen en opmerkingen die in brieven ons bereikten.

Gemeente en gemeenschap

Twee brieven, die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben, stellen toch wel eenzelfde zaak centraal, t.w. de zorg voor elkaar binnen de gemeente. Naarmate de gemeente groter is vermeerderen vaak de klachten, dat er zo weinig aandacht is voor elkaar. Hoe kleiner de gemeenschap hoe beter de gemeenschapszin beoefend kon worden. Intimiteit is nu niet direct een woord, dat bij grote gemeenschappen hoort. Betrekken we het wat op de kerk (en) als gehéél dan moet gezegd, dat in een kerk als de Ned. Herv. Kerk die 'volkskerk' is of wil zijn, de gemeenschapszin vaak meer een omstreden zaak is dan binnen kleinere kerkgenootschappen daarnaast. Het richtingsvraagstuk voegt daar, zeker in de grote steden (vaak roulering over verschillende kerkgebouwen) nog een dimensie aan toe.

Een lezer legde mij het probleem voor van één van de kinderen, die in een grote stad maar moeilijk de weg kon vinden vanwege de modaliteitenkwestie, de kaartenbakrompslomp, het in een wijk wonen waar niet-geestverwante ambtsdragers een bezoek brachten, of helemaal geen bezoek komt. 'Zouden zo niet vele jongeren verdwijnen? ' zo luidt de vraag. We signaleren deze vraag maar, om te me, er kerkeraden én gemeenteleden op hun verantwoordelijkheid te wijzen, enerzijds om bij verhuizing van 'jonge' gemeenteleden naar andere gemeenten, zeker naar de stadsgemeenten, iemand daar ter plaatse een tip te geven; anderzijds om alles in het werk te stellen om nieuw-ingekomenen op te vangen, desnoods door het aanstellen van gemeenteleden, die speciaal de nieuw-ingekomenen bezoeken en hen kerkelijk wat wegwijs maken. De praktijk leert, dat er wat betreft de weg, die nieuw ingekomenen gaan, vier mogelijkheden zijn, in de grote steden zéker: óf men verdwijnt in het brede geheel van de Hervormde Kerk, óf men zakt langzaam weg naar de buitenkerkelijkheid, óf men komt soms in andere kerkgenootschappen terecht, óf — en gelukkig is er dat in vele gevallen óók — men vindt in de stad ook de weg naar de prediking naar Schrift en belijdenis. Maar zorg voor elkaar, zeker voor de 'zwakken' mag er hier bepaald wel zijn.

Dat geldt zeker ook — en daarop attendeert een tweede brief — voor de opvang van militairen. Zij staan vaak wel op een heel moeilijke post, als ze óók in hun diensttijd trouw willen blijven aan hun beginsel. De briefschrijver wijst erop, dat naast de gevaren, die 'gemakkelijk te onderscheiden' zijn er het gevaar is, dat komt van de geestelijke leiders in het leger: 'om te voorkomen, dat zij niet worden „geaccepteerd" doen zij concessies aan wat de dienstplichtigen willen horen en doen daarbij de zuivere boodschap van het evangelie geweld aan. Zij degraderen zich daarmee tot het niveau, van sociaal werker en vraagbaak...’

Wat het laatste betreft, hier past zeker geen generaliserend oordeel, maar feit is dat in vele gevallen de jongeren die in militaire dienst gaan in de kazerne de goede Opvang missen (tenslotte weerspiegelt zich in het corps van legerpredikanten ook de kerkelijke verscheidenheid). Als ze aan hun beginsel trouw willen blijven moeten ze niet zelden alleen hun weg gaan. Ligt hier niet een grote verantwoordelijkheid bij de thuisgemeente, b.v. door bij bepaalde gelegenheden (vertrek naar dienst, de kerstdagen, verjaardagen) op één of andere wijze door 'n bezoekje, een boek(je), een kaart of een andere attentie te laten weten dat de gemeente er óók is ? En ligt er in garnizoensplaatsen ook niet een roeping voor de gemeente aldaar om jongeren op te vangen ? Maar ook dan weer moeten namen van militairen worden doorgegeven door de ene gemeente aan de andere.

Enige tijd geleden prees ds. J. J. Poort in het R.D. de moeite, die men zich in de Geref. Gemeenten getroost voor de militairen. In Hervormd Gereformeerde kring hebben we voor deze zaak geen orgaan, dat zich speciaal met hen bezighoudt, terwijl juist ook voor hen het feit, dat ze tot een volkskerk met verschillende richtingen behoren een probleem kan zijn, omdat ze het gevoel kunnen hebben niet opgevangen te worden. Daarom is aandacht voor hen binnen de gemeente een broodnodige zaak. Niet zelden plaveit de militaire dienst voor hen de weg naar de buitenkerkelijkheid.

De wet in politicus

De heer H. R. de Boer uit Leiderdorp correspondeerde inet mij over een zaak, die hij in de Vrije Natie, het orgaan van de Protestantse Unie aan de orde stelde n.a.v. de radiodiscussie, die ondergetekende had met mr. W. Aantjes (gepubliceerd in ons blad). De heer De Boer vindt, dat men niet met een beroep op het gebod Gods de christen politici 'de oppositie in jagen' moet. Hij zegt:

’Wij zullen eerst schuld moeten belijden en dan eens iets moeten vertellen van de grote goedertierenheid en barmhartigheid van God die ons allen omvat. En in die liefde heeft God ook zijn recht geweven. Met dat recht ga je eerst akkoord als je weg bent van die liefde. Zolang pleegt God ook te wachten ! Dat is liefde. In de oppositie gaan is daarom niet de juiste weg. Het gaat om heel ons volk.’

Mijn antwoord kan kort zijn. Het zou onjuist zijn om het volk alleen een soort ijzeren juk van de wet op te leggen en te verzuimen het zicht ie openen op Gods goedertierenheid en barmhartigheid. Maar moet de politicus, alvorens hij het gebod Gods ter hand neemt, eerst wachten tot het hele volk schuld heeft beleden ? {We zullen eerst schuld moeten belijden; wie zijn die we ? ). Voor een samenleving geldt altijd ook nog de belofte, dat in het onderhouden van het gebod groot loon ligt. Daarmee heeft ook de politicus (de staat) te doen. Hem (haar) is niet de evangelieverkondiging opgedragen. Dat zou een vermenging van kerk en politiek ter anderer zijde zijn. Maar als 't gebod Gods in de politiek wordt gehanteerd dient dit alles door evangelische bewogenheid gedragen te zijn. Wet en evangelie horen wel nauw bij elkaar.

In de visie van de heer De Boer — zicht op het héle volk ! én terecht! — wordt het wel erg moeilijk ooit nog een keer de oppositie te kiezen. Een partij, die haar doelstellingen niet in een bepaald regeringsprogram, voor welk deel dan ook, verwezenlijkt ziet, kiest op een bepaald moment — uit politieke motieven — voor de oppositie. Zou zo zeker niet moeten gelden, dat als het gebod Gods — dat heil voor mens en samenleving beoogt — in een regeringsprogram of beleid geen kans op verwezenlijking meer heeft, ook christelijke politiek een keer voor de oppositie kiezen moet ? Tenslotte gaat het ook in de chpstelijke politiek om de gloria, Dei, de eer van God, en zó om het heil van de natie. En de eer van God weegt altijd nog het zwaarst.

Onverantwoord Schriftgebruik

In De Pellikaan, het driemaandelijks tijdschrift voor de Stichting Rode Kruis Bloedbank te Rotterdam schrijft een arts iets over ingewandstoornissen op vakantie en verwijst dan naar Psalm 22, waar de Psalmdichter zegt, dat hij als water is vervloeid, dat zijn beenderen vaneen gescheiden zijn, zijn kracht is verdroogd als een potscherf en zijn tong aan zijn gehemelte kleeft. Terecht protesteerde een briefschrijver tegen dit profane bijbelgebruik. Méér en méér komt men het tegen, dat de Bijbel, als ware het een gewoon boek, naast profane levenssituaties wordt gelegd en toegepast wordt op situaties waarop ze niet slaan. Psalm 22, de messiaanse Psalm bij uitnemendheid, ziet profetisch op het lijden van Christus. Wel is het zo — en daarom noemen we het hier — dat het lijden van Christus nooit verspiritualiseerd mag worden, als was het slechts geestelijk lijden. Christus leed naar lichaam en ziel. Ik schrijf hier over wat Calvijn bij de woorden van Psalm 22 zegt: Mijn kracht is verdroogd als een potscherf. Hij bedoelt met deze woorden de kracht, die voortkomt uit de natuurlijke vochtigheid. Daarop zinspeelt hij ook, wat hij er bijvoegt: dat zijn tong aan zijn gehemelte kleefde; want wij weten, dat door een buitengewone droefheid niet alleen onze levensgeesten verteerd worden, maar ook alle vochtigheid bijna verdroogt. Daarna voegt hij er aan toe, dat hij tot het graf verwezen is, daarmede bedoelende, dat alle hoop op het leven hem ontnomen is; zoals ook Paulus bedoelt, als hij zegt in 2 Cor. 1:9: dat hij het vonnis des doods „reeds ontvangen had". David heeft hier enigszins overdreven van zichzelven gesproken, om ons verder te leiden; want de vreselijke doodstrijd van Christus, waardoor Hij in plaats van zweet bloed droppelde, en Zijne nederdaling ter helle, waardoor hij de toorn Gods, welke op de zondaren rustte, gedragen heeft, in één woord. Zijne vernietiging kan niet in gewone woorden voldoende worden uitgedrukt.

Vervaging van grenzen ?

In De Waarheids vriend van 24 juni schreef ik: 'Laat ieder staan op de plaats waar hij staat en wettig strijden. Bij vervagen van grenzen is ook niemand gebaat, maar bij verscherping van tegenstellingen evenmin'; dit over de verhouding van G.B.-ers en Confessionelen in onze kerk. Een briefschrijver vocht dit aan en vond, dat bij zulk een vervaging van grenzen de kerk bijzonder gebaat zou zijn. 'Want we horen bij elkaar. Geen status quo, geen modus Vivendi, maar een voortdurende worsteling om elkaar beter te begrijpen en samen op te trekken.' De briefschrijver vindt met name dat de liturgische grenzen vervloeien moeten.

Welnu, dit is een oude en ook weer telkens opduikende kwestie. Niemand zal durven zeggen dat de liturgische kwestie, met name van het vrije lied, een kwestie is waarmee de kerk staat of valt. Ware dat zo, wat dan te denken van Luther, van Kohlbrugge, van al diegenen in ons land en daarbuiten, die niet, alléén maar psalmen zongen in de eredienst ! Hier liggen door de jaren heen verschillen tussen christenen. Ook dwars door deze dingen heen zullen we de gemeente van Christus herkennen in haar belijdenis van de pura doctrina, de reine leer. En zo is het door de jaren heen tot op vandaag geweest, dat er ook binnen onze kerk door deze verschillen heen werd gezien als het maar ging om de verkondiging die naar Schrift en belijdenis is. Maar we willen wél volhouden, dat bij een vervaging van grenzen niemand gediend is. Tenslotte is het ook weer geen onverschillige zaak hoe we tegen de liturgische kwestie aankijken. Van meet af aan heeft de G.B. gekozen voor de liturgie van Dordt en van meet af aan is hij er in bestreden. Laten we overigens niet vergeten, dat bij de oprichting van de G.B. zich predikanten aaneensloten, die kwamen uit louter psalmzingende gemeenten. Laten we ook niet vergeten dat de kerken van Afscheiding en Doleantie (lange, tijd) kozen voor de Dordtse liturgie, omdat men ook in de gemeentezang zo dicht mogelijk bij de Schrift wilde blijven. Gegeven dit alles — en we zien tot welk een vaak vrije en buitenbijbelse expressies men in het Nieuwe Liedboek is gekomen — zeggen we: bij een vervaging van grenzen is niemand gebaat. Ook liturgisch willen we dicht bij de Schrift blijven. Noch de oplossing van de kerkelijke moeilijkheden, noch de opbloei van de kerk is te verwachten van vervaging van grenzen. Maar wel beseffen we, dat de grenzen geen muren of prikkeldraadversperringen mogen zijn. Er zijn ook altijd predikanten geweest, die meenden een verantwoorde keus van bijbels verantwoorde vrije liederen te kunnen doen, zoals ook psalmzingende gemeenten die in de Enige Gezangen hebben. Wie zou dan hun gereformeerd zijn louter daaraan willen toetsen als hun prediking bijbels is ? Maar wie alleen de Schrift zingt weet zeker dat hij zo niet op buitenbijbels spoor komt. Vandaar mijn pleidooi om bij alle openheid naar elkaar — naar alle gereformeerden binnen onze kerk en daarbuiten — de eigen identiteit, daar waar men deze bijbels te verantwoorden weet, te behouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Lezers vragen!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's