Voorbede voor Jeruzalem
Zij zijn toch Uw knechten en Uw volk, dat Gij verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand. Nehemia 1:10
Nehemia buigt diep voor Zijn God. Hij zit ook gebogen over het Woord. Dat gaat doorgaans samen. Hij leest het boek Deuteronomium en hij bevindt dat Gods Woord bevestigd wordt in Israels geschiedenis. Mozes heeft Israels afval van de Heere en de ballingschap als straf daarop voorzegd en het Woord is in vervulling gegaan. Mozes heeft ook geprofeteerd van bekering en terugkeer uit de ballingschap. Nehemia leest dat de Heere beloofd heeft dat Hij ook na de ballingschap , weer in Jeruzalem wil wonen. Op deze belofte gaat hij de Heere aanspreken. In dit beloftewoord vindt hij grond om voor het volk te pleiten. We willen het nog anders zeggen. Het is de H. Geest die Nehemia samen met en voor het volk voor God in de schuld en de verootmoediging brengt. Het is de H. Geest die hem ook de vrijmoedigheid verleent om de Heere Zijn beloftewoord voor te houden. Dit is de gang van het gebed zoals de Heere God het Zijn dienstknechten leert door de eeuwen heen. En waar zo gebogen wordt in de schuld voor de God des hemels daar is de hemel laag en de God des hemels de God van het Genade Verbond zeer nabij. De weg van het gebed lijkt een omweg voor ons verstand. Het is echter de enig mogelijke en de enige begaanbare weg. En Nehemia maakt op die weg reusachtige vorderingen. Het besef groeit bij hem; bekering is nodig, maar ook mogelijk. Het is mogelijk, want de Heere heeft het beloofd.
Met de beloften van God wordt binnen de kerk vaak zo verkeerd omgegaan. De een doet alsof de belofte gelijk staat met de vervulling. Ik ben gedoopt. God heeft Zijn beloften aan mijn voorhoofd verzegeld, ik ben dus Zijn kind. Zo leeft men dan met alleen een uiterlijke band aan de kerk jaar en dag voort, terwijl hart en leven openstaat vodr de wereld en de zonde. Anderen weten dat ze onbekeerd zijn. Overigens leven ze met die wetenschap rustig verder. Een mens kan zich niet bekeren dominee', zegt men op huisbezoek. En nooit is kennelijk de gedachte bij hen opgekomen dat de Heere God in de H. Doop als teken van het Genadeverbond hen een pleitgrond voor hun bekering heeft geschonken. En toch is ons door de H. Geest, die het geloof en de bekering werkt toegezegd. (Heid. Cat. vr. en antw. 74). Nehemia, door de H. Geest verlicht en onderwezen leert op de rechte wijze omgaan met Gods beloften. Hij gaat vragen om de vervulling. Hij gelooft ook in de vervulling ervan. Die God, Die zijn bedreigingen uitvoert zal zeker ook zijn beloften vervullen. De omstadigheden kunnen dat nooit verhinderen. God vervult ze dwars door de onmogelijkheden heen. Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, Ik zal hen vandaar verzamelen en zal ze brengen tot de plaats, die Ik verkozen heb. Mijn Naam aldaar te doen wonen.
U ziet het geloofsvertrouwen van Nehemia a.h.w. groeien tijdens zijn voorbede. Eerst heeft hij het over: 'Die grote en vreselijke God, over de God des hemels, Wien het vrijstaat te horen of niet te horen'. Maar nu leeft het besef, deze God wil niet van zijn Verbondsvolk af. Hij heeft Zich vrijwillig verbonden door zijn beloftewoord. Wij plaatsen mogelijk een vraagteken. Zijn de overige omstandigheden waarin Israël verkeert niet het duidelijke bewijs, dat God Zijn volk verstoten heeft! Nehemia bidt zonder aarzeling: 'Zij zijn toch Uw volk en Uw knechten, die Gij verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand'. Samen met het hele volk stelt hij zich onder de Verbondsverhouding. Zowel onder de verbondswraak als ook onder de verbondsbelofte. Ze zijn als volk zwaar geslagen temeergeworpen in diepe ellende. Maar de Heere heeft hen niet definitief verworpen. God heeft zijn Verbondsvolk nog niet afgeschreven... Nehemia schrijft hen ook niet af. Dat heeft hij ook geleerd op de school van de H. Geest. Vasthouden wat de Heere nog vasthoudt en niet voorbarig op Hem vooruitlopen.
Wat een les ! De Heere de God van het Verbond is veel barmhartiger, oneindig veel lankmoediger met Zijn verbondsvolk door de eeuwen heen, dan de mens. Hij is gedachtig om Zijn Verbond tot in der eeuwigheid, aan het Woord dat Hij ingesteld heeft, tot in duizend geslachten; (Ps. 105 : 8). Zo pleit de knecht des Heeren voor het volk. Tijdens het bidden is hij voluit knecht geworden. Toebereid tot Gods dienst. Bereid gemaakt, zichzelf te verloochenen en zonodig zijn haan en zijn leven af te staan in dienst van God.
Het blijft toch een zware taak. Moet hij, het alleen doen ? Nee, hij heeft God boven zich, naast zich en achter zich. Maar ook als mens staat hij, niet alleen in de strijd. Lees vers 11 maar nauwkeurig. Al biddend heeft Nehemia oog gekregen dat er nog meer bidders zijn in Israël'. Hij is niet alleen overgebleven, evenmin als Elia vóór hem. Ook in het verwoeste Jeruzalem zijn nog gebedsworstelaars aan de genadetroon. 'Uw knechten die lust hebben Uw Naam te vrezen'. Zijn het er veel, zijn het er weinig ? Nehemia kan ze niet aanwijzen. Hij kan niet zeggen: Heere kijk eens wat deze en gene nog doen voor Uw Naam. De praktijk van de vreze des Heeren ontbreekt, komt althans niet openbaar in zijn dagen. Dat is erg. Vandaag is het precies zo, dacht ik. Maar de begeerte is er nog wel. Dank zij Gods verbondstrouw blijft er een volk dat een lust en liefde heeft om weer naar Gods geboden te leven. Zolang God een volk, en een kerk niet verwerpt bewaart hij ook binnen haar grenzen en muren een volk dat lust heeft om Zijn Naam te vrezen. Omgekeerd, zolang er binnen een volk of een kerk, mensen zijn, die lust hebben Zijn Naam te vrezen verwerpt God dat volk en die kerk niet. 'De rechtvaardige wordt weggeraapt vóór het kwaad'. (Jesaja 57 : 1).
Nog eens, waar zijn de Nehemia's in onze dagen ? De mensen die worstelen om herstel van de Kerk, die verscheurd en verdeeld is. We weten precies aan te wijzen; waarin de Reformatie tekort schoot, waar de nadere Reformatie ontspoorde, waar de afscheiding en de Doleantie het spoor bijster waren, maar daarmee is Jeruzalem niet herbouwd. Heeft deze twintigste eeuw eigenlijk al een profeet voortgebracht ? Ook de dichter van Psalm 4 moest klagen: 'er is onder ons geen profeet meer'. Toen heeft God er toch weer geschonken. Bekering, herstel, reformatie is nodig, zal het lukken ? Nehemia zou zeggen: 'Dat is geen vraag, maar een gebedszaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's