De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

Boekbespreking

10 minuten leestijd

Dr. T. Brienen, Prediking en vroomheid bij Reformatie en Nadere Reformatie, Kampen, Z.J., ƒ9, 50.

Wij vinden hier zondagavondlezingen voor de N.C.R.V. gehouden gebundeld en wel. Vermeerderd met een aantal voordrachten elders gehouden. De schrijver doet een pleidooi voor behoud van de reformatorische prediking. Alleen de prediking vermag de kerk voor verval te bewaren. Desalniettemin moeten wij ons hoeden voor schematisering en verstarring in de preek. De schrijver heeft van de oude schrijvers het communicatieve en dialogische karakter van hun prediking zeer gewaardeerd. Hij wijst deze weg niet af, maar hoopt dat velen zich daarin verdiepen. Ook de vroomheid der vaderen, in de manlijke zin van het woord, behoeven wij. De auteur heeft een goede weg gewezen om de gevaren te ontlopen van een star beschrijvende prediking en te komen tot een verdieping der gemeente. Ik dacht, dat dit boekje milder was getint dan het proefschrift. Gelukkig!

Geschikt voor een eerste kennismaking met de andere schrijvers. Voorzien van een literatuur opgave.

A. v. Br.

’God of/en Lot', de vraag naar Gods bemoeienis, door Dr. E. A. Franken-Duparc; Uitgave Boekencentrum B.V., 's Gravenhage; 96 biz.: ƒ 10, 50.

In dit boekje keert de schrijfster, doopsgezind predikant, zich tegen de belijdenis van de voorzienigheid Gods, zoals die o.a. beleden wordt in zondag 9 en 10 van de Heid. Catechismus. Zij beantwoordt de vraag naar Gods bemoeienis door te wijzen naar Jezus als het beeld Gods. Jezus is de Zwijgende, tegenover Kajafas, Pilatus en Herodes. Hij was als een Lam stemmeloos voor dien die het scheert. (Jes. 53). Hierin vertoont Hij het beeld van de Vader, die ook zwijgt en zich niet direkt met deze wereld bemoeit. Toch wil de schrijfster geen deïste zijn. Het zwijgen Gods heeft alles te maken met de zonde van de mens. Daardoor werd de relatie tussen God en mens verbroken en werd de mens door God aan zichzelf, aan het lot of noodlot overgelaten. Door de zonde is er alleen nog maar Gods indirekte wil, niet Zijn direkte wil.

Ik vond in dit boekje mooie momenten, hoewel ik de hoofdteneur zeer beslist meen te moeten afwijzen. Lost de schrijfster werkelijk zoveel op door de belijdenis van de voorzienigheid Gods in te ruilen voor de zwijgende God en Zijn indirekte wil ? En wanneer zal dit zwijgen Gods ophouden of gaat het altijd door ? Het is beter te blijven bij de belijdenis, dat de mens zwijge voor de voorzienigheid Gods, dan een zwijgende God te belijden, ook al leest de schrijfster deze gedachten af van het zwijgen van Jezus.

Gelooft de schrijfster in reïncarnatie ? Dat maak ik o.a. op uit de woorden: hij, die in dit leven niet het waarachtige leven heeft ontvangen, diens persoonlijkheid gaat teniet en die moet in een volgend bestaan nogmaals beginnen. (bIz. 64-65).

Het boekje is gevoelvol en zonder pretenties geschreven. Ondanks, dat we de hoofdlijn afwijzen, geeft het veel stof tot nadenken.

H. Veldhuizen

Dr. R. W. M. Croughs, Leven in de tussentijd, Gods heilsplan en onze imitaties, 190 bIz., prijs ƒ 17, 50. Wever, Franeker 1976.

De schrijver van dit boek, een arts, is afkomstig uit een r.k. milieu en onder invloed van een charismatische beweging overgegaan naar het protestantisme en thans lid van de Ned. Herv. Kerk. Men moet respect hebben voor de belezenheid en de bijbelkennis van deze auteur die in dit boek zich bezig houdt met de vragen waar het christelijk geloof in onze tijd voor staat. Althans daar loopt zijn boek op uit: Wat betekent navolging vandaag ? Croughs illustreert dit vanuit de brieven van Paulus.

De hoofdlijn van zijn boek is deze: In Gods heilsplan neemt de aarde vanwege de trouw van de Schepper die deze gevallen wereld niet loslaat een plaats in. Eeuwenlang heeft de kerk dit vergeten. Maar Gods heilsplan wordt anderzijds steeds weer vervalst en nagebootst door menselijke ideologieën. Als zodanig gaat de schrijver met name in op het nationaal-socialisme (een voortreffelijk hoofdstuk), het marxisme en neo-marxisme, alsmede de roep om bevrijding en emancipatie in onze tijd. Croughs spreekt van de mythe van de totale bevrijding.

Ik moet zeggen dat ik de analyse van allerlei pseudo-verschijnselen die zich voordoen bijzonder raak en verhelderend vind. De schrijver is scherp, met name tegen allerlei uitlatingen van de Wereldraad en door haar beïnvloede theologen. Toch wil hij niet polariseren. En frappant is zijn grote voorkeur en voorliefde voor Bonhoeffer. Ergens kwam ik de opmerking tegen dat de voorliefde van de moderne theologie voor bepaalde uitlatingen van de brieven van Bonhoeffer geen verontschuldiging is voor het feit dat bij belgetrouwe christenen aan hem voorbijgaan. Of hij Bonhoeffer niet te veel in het kader van zijn eigen betoog heeft ingepast, is een vraag die men terecht kan stellen. Waardering voor de Bonhoeffer uit de duitse kerkstrijd en het verzet tegen Hitler zal m.i. gepaard moeten gaan met een afwijzing van de door de secularisatie-theologen aanggegrepen gedachten uit de gevangenschapsbrieven, zeker in de uitwerldng die de na-oorlogse theologie er aan gegeven heeft. En even frappant is dat zijn afwijzing van de revolutionaire bevrijdingstheologie gepaard gaat met indringende kritiek op het apartheidsbeleid. 'Wat zonde is, moeten we zonde noemen, ook al mogen we Zuid-Afrika niet, tot zondebok maken.’

Mij trof de wijze waarop hij parallellen aanwijst tussen de gnosis en de theorieën van Bloch en Moltmann. Ten onzent heeft trouwens ook Lekkerkerker gewezen op de overeenkomst tussen Moltmann's Exodustheologie en Marcion.

Wat vragen heb ik bij de visie van de auteur op de bijbelse eschatologie. Kan men de bijbelse toekomstverwachting van de nieuwe aarde alleen maar tot zijn recht laten komen via een messiaans vrederijk vóór de wederkomst ? Ik meen dat Croughs hier vervalt in een chiliasme dat hij elders afwijst en nogal speculatief te werk gaat. En dat hij zich ten onrechte beroept op Openbaring 20.

Zo heb ik meerdere vraagtekens gezet. Maar dat neemt niet weg dat we u graag dit boek ter lezing en bestudering aanbevelen. Er staan voortreffelijke bladzijden in over de betekenis van 1 Cor. 9 vv, over de taak van de gemeente in de wereld (zending èn diakonia), over die van Israël. En diepgravend en onthullend vond ik ook wat hij naar aanleiding van de naoorlogse welvaartmaatschappij opmerkt over gezag, opvoeding en het generatieconflict.

Een boeiend boek dat we ondanks enkele bezwaren graag een ruime lezerskring toewensen.

A. Noordegraaf

Dr. E. P. Meijering. Onmodieuze theologie. Over de waarde van de theologie van 'grieks' denkende kerkvaders, 108 bIz. Prijs f 12, 50, Kok, Kampen 1975.

Dr. Meijering, remonstrants predikant in Leiden, is een groot kenner van de kerkvaders. Op dat gebied publiceerde hij een aantal studies die internationaal de aandacht trokken. Ook in dit boekje, voor een wat bredere lezerskring geschreven (al veronderstelt het toch wel bekendheid met de dogmengeschiedenis van de oude kerk), blijkt zijn belezenheid in de patres. Waar gaat het om in dit boekje ? Wel, de schrijver wil een kritische noot laten horen bij het theologiseren van hen die zich baseren op 'het joodse denken' wat dat dan ook mag zijn en b.v. de dogmata van de kerk afdoen als grieks speculatief denken. Een voorbeeld van een dergelijke wijze van theologiseren is de leus: Terug naar het joodse evangelie van de jood Jezus van Nazareth. Terwijl ook in de revolutie theologen een nogal joods getinte component zit. Nog afgezien van het feit dat 'het joodse denken' veel veelvormiger is dan men denkt en dat b.v. 't hellenistisch jodendom van de tijd tussen Oud-en Nieuw Testament bepaalt weer anders is dan de rabbijnse getuigenissen of de apocalyptiek, is het bepaald onjuist en onbillijk een belangrijk stuk van de dogmengeschiedenis naar de prullenbak te laten verhuizen. Meyering wijst er op dat velen onrecht doen aan de griekse kerkvaders. Maar evenzeer dat de voorstelling van een joods denken dat niet dualistisch zou zijn en niet zou willen weten van een hemelse en aardse werkelijkheid, niet opgaat. Want zo betoogt hij wat het Oude Testament ons leert over de komst van Gods Rijk is nogal 'dualistisch', in die zin dat het ons getekend wordt als ingrijpen van God en niet als produkt van maatschappelijke hervormingen. Deze paar zinnen kunnen u duidelijk maken dat we hier een interessant boek voor ons hebben dat achter veel modetheologie een vraagteken zet. Zo noemt de schrijver Ter Schegget's uiteenzettingen een schoolvoorbeeld van een aprioristische denktrant en daarom natuurlijke theologie in ’Reinkultur’.

Meyering behandelt achtereenvolgens de vragen naar de verhouding van schepping en geschiedenis, de vrijheid van God en de mens, de christologische vragen, de verhouding geloof en rede, de toekomst en het handelen in de wereld.

De auteur steekt zijn remonstrantse visie niet onder stoelen of banken. Dat merk je als hij inzake de kwestie van de vrije wil Irenaeus en Calvijn met elkaar confronteert. Heeft Calvijn tóch niet meer dan Irenaeus en andere patres Paulus op zijn hand als hij spreekt over vrijheid en genade. De schrijver kiest echter voor Irenaeus, en meent dat Calvijn denkt vanuit het concurrentieschema. Dat zou ik hem niet na willen zeggen.

Ook vind ik zijn opmerkingen op blz. 7 over belijdenis en theologie nogal verwarrend, omdat hij belijdenis en theologie m.i. door elkaar haalt. Maar opmerkelijk blijft het feit dat deze moderne theoloog tegenover een trend in de moderne theologie het opneemt voor het veel gesmade griekse denken. Dat geeft te denken. Al is voor een reformatorische wijze van theologiseren noch het griekse, noch het joodse denken normatief, maar de Schrift en zal ook het getuigenis van de kerkvaders op hun schriftuurlijk gehalte onderzocht moeten worden. Maar het boekje bevat menig opmerking die ter zake is. En het is een goed ding dat juist in onze tijd door een terzake kundig theoloog als Meijering op deze periode uit de geschiedenis van dogma en theologie gewezen wordt.

A. Noordegraaf

J. A. Hebly e.a.: Kerken in Oost-Europa. Ten Have 1975; ingen. 145 blz.; ƒ 16, 50.

In een bespreking van dit boek in het bulletin Media achtte W. Nijenhuis de inhoud niet zozeer nieuws voor wie zich eerder in deze materie verdiepte, alswel nuttige eerste informatie voor onbedrevenen op dit terrein. M.i. is zijn kwalifikatie om allerlei redenen onjuist. Dr. Hebly, mevrouw Hanekamp, mevrouw Ter Vrugt en de heren Burg en Sleddens hebben ons reeds hierom een belangrijke dienst bewezen, dat zij hun informatie voorzagen van een breed historisch kader. En dat is belangrijk bij de grote vragen of de christenen en kerkelijke leiders achter het ijzeren gordijn, die niet vervolgd worden of in gevangenissen zitten, nog wel christen zijn gebleven of veeleer als collaborateurs met 't communisme zijn te beschouwen. Ook al om het hoofdstuk over de geünieerde kerken wordt Nijenhuis' bewering weersproken; dit hoofdstuk bevat wel degelijk allerlei nieuws, ook voor 'bedrevenen' op dit terrein. Tegelijk brengt me dit hoofdstuk tot de vraag of Hebly vooral zich niet te gunstig uitlaat over" de 'andere' dan marxistisch-leninistische motieven bij de dwang tot opheffing der Unie met Rome.

Het slot van het hoofdstuk over Hongarije, vol met citaten van de m.i. zeer onbetrouwbare Bartha, komt niet erg overtuigend over, en over de bisschoppelijke koers in Hongarije t.o.v. het communisme zijn onlangs door een baptistisch predikant in het RD minder instemmende woorden gesproken dan die Barth uitte t.a.v. de koers van-de Hongaarse Herv. Kerk na 1948.

Een opstel over Albanië alsmede aanwijzingen over mogelijkheden en onmogelijkheden van kerkelijk toerisme in de landen van het Oostblok waren welkom geweest. Al met al is dit boek van harte aanbevolen. Het is objectief en informatief van aard.

C. A. Tukker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's