Beroepingsperikelen
Wie zal uitmaken in welke gemeente de nood het grootst is ? Rondom beroepingswerk wordt nogal eens over de nood van de gemeente gesproken. We moeten ook oppassen, dat dit geen versleten klank gaat worden. Het kan toch zijn dat er in een gemeente in het geheel géén nood is, behalve die nood die er allerwegen is en die samenhangt met het van God vervreemde bestaan, waarin wij mensen van nature leven ?
Maar toch, er zijn gemeenten, er zijn ook streken, waar bepaald van nood sprake is, waar schreeuwend hulp, in pastoraat, prediking en catechese, in gemeenteopbouw gewenst is. Er zijn gemeenten, die om welke redenen dan ook, verwaarloosd zijn en die wachten op weer een geregelde bearbeiding. Er zijn gemeenten, die jaren lang geleid werden op vreemde, onschriftuurlijke wegen en die wachten op een bearbeiding naar Schrift en Belijdenis, gemeenten waar men het net aan de andere zijde uitwierp. Zijn zo in het verleden soms gemeenten en streken niet teruggebracht tot de reine prediking van het Woord ?
Op zulk een nood stuiten we vaak in het werk waarin we bezig zijn. Beroep op beroep wordt uitgebracht en bedankje op bedankje volgt. Kerkeraden raken soms in een toestand van moedeloosheid. Mensen, die in het gebed worstelen met hun God, vragen zich af: waarom moet het zó ? En soms gaat God diepe wegen met een gemeente. Na tijden wordt de vacature vervuld en God laat de dienaar slechts kort arbeiden en lost hem af van zijn post. Daarna duurt de vacature opnieuw voort. Wie zou dan de hand niet op de mond leggen ?
Het is te begrijpen dat er soms ook reacties kunnen ontstaan, die getuigen van wrevel. Wilt u er een paar ? Waarom zit gemeente X met zoveel predikantsplaatsen nooit zonder dominee ? (Als men dan soms in het verleden van zo'n gemeente duikt ontdekt men ook lange herderloze tijdperken); onze gemeente zou maar overgeplant moeten worden naar de Veluwe (alsof daar alles botertje tot de boom is); wat moeten we nog denken van de roeping van de dominees (en men weet vaak niet wat een worstelingen het kost om in een beroep te beslissen, juist als er gemeenten met grote nood zijn en men er om wat voor reden dan ook niet heen kan).
Kort en goed, elke (wijk) gemeente is er één en vraagt om bearbeiding. Elke voortdurende vacature betekent schade aan een gemeente. Maar mogen we elkaar toch wel eens in het bizonder confronteren met gemeenten die al zó lang vacant zijn, dat het water tot aan de lippen komt, met gemeenten waar het modaliteitenvraagstuk diepe groeven trekt zodat herderloosheid fnuikend en frustrerend werkt, met gemeenten die aarzelend naar de prediking naar Schrift en belijdenis gaan vragen maar bij herhaalde teleurstelling gemakkelijk weer terugvallen, of met gemeenten die zó in frontposities staan, dat vacant zijn funest wordt ?
We kunnen gelukkig herhaaldelijk constateren, dat predikanten moeilijke posten niet schuwen. En wat wij voor een minder moeilijke post houden (het gemeentelijk leven is toch goed en er is toch trouw ? ) kan wel eens extra zwaar zijn vanwege geestelijke dorheid en onverschilligheid, wetteloosheid of wetticisme, liefdeloosheid of onbewogenheid. En posten die wij zwaar achten kunnen wel eens licht vallen vanwege opgewekt geestelijk leven, eerste liefde, onderlinge saamhorigheid, of gepast enthousiasme bij die leden die echt meeleven. Maar waar we weten van écht langdurige nood mag die nood toch wel opgebonden zijn bij zustergemeenten en predikanten. Zouden dan niet offers moeten worden gebracht ? We hebben helaas meermalen te horen gekregen dat na tevergeefse pogingen een Hervormd Gereformeerd predikant te beroepen óf een vacature niet vervuld werd óf verkeerd vervuld werd of dat er een scheuring optrad. Te bedenken valt bovendien dat de noodsituaties, de moeilijke posten niet afgewenteld mogen worden en kunnen worden op de rug van candidaten of dominees, die uit hun eerste gemeente komen. Op de moeilijkste posten zullen geoefende voorgangers het best kunnen dienen. Daarbij beseffen we ook dat geoefende voorgangers niet persé diegenen behoeven te zijn op wie alle gemeenten afstormen wanneer zij beroepbaatr zijn. In, dit opzicht is er ook een wonderlijke, kronkel in het beroepingswerk. Hoe vaak is namelijk niet gebleken, dat stillen in de lande, ook onder de voorgangers, sterk in de diepte hebben gewerkt en hun gemeenten hebben gebouwd.
Intussen past hier geen dwang. De figuur van de moderator, die dominees sturen kan naar plaatsen zoals hij het wil, wijzen we af. Een beroep is een vrije beslissing van een gemeente voor Gods aangezicht. Het aannemen ervan is eveneens een vrije beslissing van een dienaar des Woords voor Gods aangezicht. Hoe beslissingen dan ook uitvallen, in de gemeente zij er de liefde en niet het vooroordeel of de veroordeling. Maar van de voorgangers mag ook worden verwacht begrip voor en meeleven met die gemeenten, die het in deze tijd wel bijzonder moeilijk hebben. En dan behoef ik geen namen te noemen. Het beroepingswerk spreekt voor zichzelf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's