In memoriam ds. Gijsbert van Estrik,
Bedienaar van het Goddelijk Woord
4 december 1922 — 13 september 1976
Wanneer een predikant ergens vier jaar staat, is hij weer beroepbaar. Op 10 sept. 1972 deed ds. Van Estrik, gekomen van Genemuiden, intrede in de Grote Kerk van Dordrecht. Precies vier jaar later, in de nacht van 12 op 13 september 1976 kreeg hij een beroep, waarvoor hij onmogelijk bedanken kon. De Heere God, Die Zijn knechten zendt, waarheen Hij wil, riep hem, voor ons zo heel onverwachts, weg. Hij is niet oud geworden: slechts 53 jaar. Vaak las hij bij gelegenheden psalm 90, en wees dan op vers 10. Er staat daar 'dagen' zei hij dan: het leven wordt met dagen geteld. Hij heeft het aan den lijve ondervonden.
Voor ons, mensen, is het onbegrijpelijk, dat de Heere Zijn dienaren wegneemt in de kracht van hun leven. Zo wilde ds. Van Estrik zijn: dienaar van de Heere. Hij wilde de mensen binden niet aan zichzelf, maar aan het Woord. Het was zijn lust en zijn leven om te preken, om Gods Woofd te bedienen. Dat deed hij met hart en ziel. Toen hij eens leraar godsdienst kon worden, deed hij het niet. Hij kon het ambt niet loslaten: het ambt van dienaar des Woords was hem lief. Om zijn prediking was hij bij velen geliefd: 'in de preek zei ds. Van Estrik dat en dat', zei men dan.
In die prediking stond Christus centraal. Hij brak de mens helemaal af. 'De mens moet tegen de grond', placht hij te zeggen: alles van de mens is lood om oud ijzer. Christus alleen, niemand en niets anders. Wat moeten we anders preken ? ' Zo was zijn intredepreek kenmerkend: Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.' Joh. 1 : 29b.
Daarbij kon hij scherp vermanen, maar het was een vermaning naar het Woord: Hoewel zijn prediking niet strak dogmatisch was, ontbrak het dogmatisch element er niet.
Hij was een man van gereformeerde beginselen, die hij van harte had leren lief krijgen. Maar hij wilde het geheel van de kerk in het oog houden, en niet alleen predikant zijn voor gereformeerde mensen, maar ook voor anderen. Zo ondertekende hij zijn wijkberichten steeds met 'uw predikant', en vond een oor bij anders denkenden.
Zijn gereformeerd zijn betekende niet, dat hij een gesloten oog had voor de problemen en vragen van deze tijd, waarin we leven. Integendeel: hij onderscheidde ze terdege, las litteratuur hierover, en deed het in de prediking uitkomen; De ethische vragen, liet hij niet liggen, maar hij kon er rechtstreeks op ingaan, en noemde man en paard, in prediking en gesprekken. Daarbij ontzag hij geen mens, maar wilde het Woord over allen laten spreken.
Zo zal hij, als dienaar van Gods Woord, gemist worden. In de loop der jaren heeft hij veel beroepen gehad, soms 2 of 3 maal naar een zelfde gemeente: een teken, dat men zijn prediking begeerde. Maar hij heeft slechts in weinig gemeenten gestaan, al heeft hij veel gemeenten mogen dienen met het Woord. Hij werd candidaat in Gelderland en diende eerst de gemeenten Nieuwland-Oosterwijk. Daarna ging hij naar Genemuiden, van waar hij na 12 jaar naar Dordrecht kwam. Hij stond lange tijd in die gemeente, het tekende zijn liefde voor hen, en hij sprak ook met veel liefde over hen. Dit was bij velen wederzijds, zo zei iemand in Dordt bij zijn overlijden: 'ik kan over een broer niet meer verdriet dragen dan over hem'.
Een mens zonder zonden ? O, neen, dat wist hij zelf maar al te goed. Op bepaalde ogenblikken kon hij daarover zo spreken. Daarom was Christus hem zo dierbaar. En was het daarom niet, dat er in zijn prediking zo'n ruimte lag ?
Wat wist hij in zijn pastorale gesprekken de mensen aan te spreken, vanuit het Woord. Wat was hij gezellig in zijn gesprekken: dan kon je soms niet wegkomen, en vloog de tijd voorbij. Met een brede handzwaai zei hij gedag. Een humor in de goede zin van het woord, was hem niet vreemd. En dan zijn gezin: het was hem zeer lief. Hij was een man en vader, die heel veel van zijn vrouw en kinderen hield.
De gemeente van Dordrecht zal hem missen: vele gemeenten in ons land zullen hem missen, evenzo zijn vele vrienden. Zijn vrouw en kinderen zullen hem missen: de Heere vertrooste hen met Zijn nabijheid; met het Woord, door de Geest. Die de Heere verwachten, zullen, de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden, zij zullen lopen en niet moe worden, zij zullen wandelen en niet mat worden. Jesaja 40 : 31.
Geloofd mag worden, dat hij inging in de vreugde des Heeren. En wat is er heerlijker, dan ontbonden te worden en met Christus te zijn. Een dienaar, die bij zijn Heere mag zijn om Hem te loven. Er is grote verslagenheid en diep vetdriet. Maar ook mag er zijn: geloofd zij de Heere voor, deze dienaar des Woords.
Dordrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's