De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het koninkrijk van God en de moderne mens

Bekijk het origineel

Het koninkrijk van God en de moderne mens

Ontmoeting van ‘evangelicals’

7 minuten leestijd

1

Van 31 augustus tot en met 3 september vond in Heverlee bij Leuven een braad plaats van Evangelical theologen. Het is niet zo eenvoudig het begrip 'evangelical', 'n term die we kunnen vertalen met 'evangelisch', te omlijnen. Lutheranen en Gereformeerden, Methodisten en Anglicanen, alsmede vertegenwoordigers uit de zgn. vrije kerken (Baptisten, Vrij-evangelischen) waren op de conferentie aanwezig.

Vanuit de geschiedenis kan men zeggen dat de benaming een breede groep christenen omvat die vast willen houden aan de hoofdwaarheden van het protestantse christendom. Vooral in de Engelssprekende wereld heeft de ontwikkeling van de Evangelical Movement (evangelische beweging) zijn eigen verloop gehad. In onze tijd willen de Evangelicals vooral een dam opwerpen tegen de vloedgolf van de moderne theologie, zoals die door velen binnen de Wereldraad wordt aangehangen en in allerlei practische consequenties gestalte krijgt. Positief wil men getuigen van de rijkdom van het Evangelie zoals dat door de Reformatie beleden is.

Het beraad in Heverlee was georganiseerd onder auspiciën van de Europese Evanlische Alliantie en de europese afdeling van het voortzettingscomité van het Lausanner congres voor wereldevangelisatie.

Op dit grote congres werd aan het slot de verklaring van Lausanne (the Lausanne Covenant) aangenomen. In deze verklaring is onder meer sprake van het gezag van de Heilige Schrift als enige, onfeilbare maatstaf voor geloof en leven, de unieke betekenis van de Persoon en het werk van Jezus Christus, de enige Middelaar en Zaligmaker, de noodzaak tot evangelisatie met de oproep tot geloof en bekering. Van de ruim 90 deelnemers die aan het beraad in Leuven deelnamen werd instemming met deze Lausanner verklaring gevraagd.

Wij kwamen samen in het gebouw van de Belgische Bijbelschool. Dit voormalige seminarie van de r.k. kerk, gelegen in een rustige omgeving, niet ver van de fraaie universiteitsstad Leuven, vormt een enorm complex, dat daardoor bijzonder geschikt is voor grote conferenties. Wij genoten er een prima verzorging gedurende de conferentiedagen. Veel dank zijn we daarvoor verschuldigd aan ds. Theo Kunst die aan de Bijbelschool verbonden is, en die op allerlei wijze bij de organisatie van deze conferentie betrokken was.

De deelname uit Nederland was vergeleken met Duitsland en Engeland niet zo groot. Uit ons land waren aanwezig: prof. dr. K. Runia, dr. R. H. Bremmer, dr. B. Wentsel, de heer R. H. Matzken en ondergetekende.

Het thema

Bij de opening van de conferentie las prof. dr. P. Beyerhaus (Tubingen) Jesaja 52 : 7-10: hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen die het goede boodschapt, die de vrede doet horen . . . .

Een schriftgedeelte dat direct samenhangt met het thema van de conferentie. Wat betekent het Evangelie van het Koninkrijk Gods, dat in Christus nabijgekomen is en waarvan we de volle openbaring mogen verwachten, voor de mens van de twintigste eeuw ? In wat voor wereld leeft de kerk met haar prediking ? Welke vragen ontmoet ze op haar weg ? En hoe kan ze in een ontkerstende wereld in woord en wandel getuigen van het koningschap van Jezus Christus ?

In een achttal referaten, die gedeeltelijk tevoren toegestuurd waren en gedeeltelijk ter conferentie uitgereikt werden, werd over de verschillende aspecten van het thema van gedachten gewisseld.

De titels van de referaten geven aan waar de thematiek zich op richtte: Vervreemding van de mens en Koninkrijk Gods; Het Koninkrijk van God en het humanisme; Het Koninkrijk en de honger van de moderne mens naar gemeenschap; Koninkrijk en maatschappij (de sociale en politieke implicaties van de boodschap van het Evangelie); Koninkrijk en levensstijl; Koninkrijk Gods en spiritualiteit; Het Rijk van God en van de Boze; Koninkrijk Gods en toekomst. U merkt uit deze opsomming dat de discussies zich bepaald niet voltrokken in een studeerkamersfeer, ver van het gewoel van het gewone leven. Integendeel: Marxisme en humanisme, ethiek en toekomstverwachting, politiek en sociale vragen kwamen voortdurend ter sprake.

Wel werd in de discussies terecht de opmerking gemaakt: Laten we niet vergeten dat er niet alleen de vragen van de moderne mens zijn aan het adres van de kerk en het Evangelie, maar dat het Evangelie ook zijn eigen vragen stelt aan de mens, in wat voor tijd hij ook leeft.

Gesprekspunten

In de besprekingen bleek bij allerlei kernvragen een vaak verheugende overeenkomst. Voortdurend weer werd gevraagd: Wat is de bijbelse boodschap ? Wat zegt de Schrift zelf ? En unaniem was men het er over eens, dat tegenover allerlei stromingen en tendenzen, die gevaar lopen het evangelie te verpolitiseren en de realisering van het Koninkrijk te laten voltrekken langs de wegen van menselijke activiteit, niet genoeg nadruk gelegd kan worden op het volstrekte genadekarakter van het heil: Het is God Die Zijn Rijk doet komen, niet wij ! En de kern van dit heil, de wezenlijke inhoud, is de vergeving der zonde, de rechtvaardiging van de goddeloze. Daarom is er een nauwe betrokkenheid van kerk en Koninkrijk op elkaar, ook al vallen zij niet samen. Daarom dient zending en evangelisatie prioriteit te hebben en mogen we het getuigenis niet inruilen voor een vrijblijvende dialoog.

Toch zal het niemand verwonderen dat er bij alle overeenstemming inzake fundamentele vragen ook accentsverschillen waren.

Het viel me telkens weer op dat de vertegenwoordigers uit de engelssprekende wereld alleen al vanuit hun wat practische inslag de vragen anders benaderden dan de broeders uit Duitsland en de Scandinavische landen. Het referaat van prof. Runia over Koninkrijk en samenleving, en het referaat van dr. A. Nordlander uit Uppsala lieten zien dat Lutheranen en Gereformeerden inzake deze vragen toch verschillende accenten leggen. De lutherse theologen bleken moeilijk los te komen van een twee-rijkenleer, waarschuwden voortdurend voor een vermenging van schepping en verlossing, wet en evangelie, terwijl anderen deze Lutheranen voor het gevaar waarschuwden, dat men ging scheiden wat naar Gods bedoelen bijeenhoort, en van ordeel waren dat de lutherse visie toch leidde tot versmalling, tot lijdelijkheid en conservatisme. Is de Calvijnse theocratie (letterlijk: godsregering) toch niet breder dan de wat individualiserende aanpak van de Lutheranen ?

Maar, zo werd van de zijde van de vertegenwoordigers van de geloofszendingen naar voren gebracht: Is die theocratische aanpak niet een grandioze vergissing in onze tijd ? Moet men niet een scherp onderscheid maken tussen Israels theocratie en het Nieuwe Testament ? Komt men niet onherroepelijk in het vaarwater vande Wereldraad als men nadruk legt op verandering van structuren, politieke verantwoordelijkheid enz. ?

Een wat kritische opmerking van prof. Runia over het lutherse Piëtisme maakte nogal wat vragen los van de aanwezige Lutheranen, die vonden dat hun geestelijke erfenis tekort gedaan werd. Persoonlijk vond ik het jammer, dat Runia in zijn historisch overzicht van Calvijn meteen overging naar Abraham Kuyper. Ik meen dat de nadere Reformatie gepoogd heeft — althans in haar eerste periode — de betekenis van het Evangelie ook tegen over overheid en maatschappij uit te dragen, zonder dat men vervallen is in die brede cultuurwaardering van Kuyper.

De discussie met Ruiïia ging vooral over de vraag van de gemene gratie (algemene genade) en haar verhouding tot de bijzondere genade. En dat alles ontlokte op een gegeven moment iemand de opmerking: Laten we nu Luther, Calvijn, Wesley en Kuyper laten rusten... maar wat zegt de Schrift ?

Waarbij terecht door anderen weer opgemerkt werd, dat men de spanning tussen het confessionele en het 'evangelical-zijn' op deze wijze niet kan wegnemen.

Het zwakke punt vond ik toch wel de wat geringe aandacht voor Israël en het Oude Testament. In een overigens voortreffelijk verhaal over Koninkrijk Gods en geestelijk leven bleek het Oude Testament niet mee te doen.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het koninkrijk van God en de moderne mens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's