Turfloop, een Bantoe-universiteit
Bezoek aan Zuid-Afrika
13
22, 23 mei — Universiteit van die Noorde (University of the North) is de officiële naam van de Bantoe-universiteit in Turfloop, even buiten Pietersburg in Noord Transvaal, met tweehonderd kilorhetèr verder de grens van Rhodesië. Deze universiteit werd in 1960 gesticht met 't doel om opleiding te verschaffen aan de thuisvolkeren in het noorden te weten de Noord-Sotho, de Venda, de Tswana, de Tsonga en de Zuid-Sotho. Van een klein begin is de universiteit gegroeid tot een inrichting met bijna 2000 studenten afkomstig uit de Republiek Zuid-Afrika, Zuid-West-Afrika, Malawi en Rhodesië. Het is een juweeltje van een campus-universiteit met architectonisch prachtig opgetrokken gebouwen in Bantoekleuren en met Bantoe-motieven te midden van een ongerepte natuur. De universiteit heeft de volgende faculteiten: letteren en wijsbegeerte, economie en bestuurskunde, wiskunde en natuurwetenschappen, rechtsgeleerdheid, theologie en opvoedkunde. Ook is er een opleiding voor apotheker, verpleegkundige en oogheelkundige. Het personeel bestaat uit zwarte en blanke academici, 150 personeelsleden voor 50 verschillende departementen. In juli j.l. werd de eerste zwarte rector magnificus benoemd, nl. prof. Kwgare, hoogleraar in de opvoedkunde voor de zwarten. De universiteit zorgt zelf voor de vervaardiging van meubilair voor haar college-zalen en studentenverblijven.
Naar Pietersburg
’Wat een eind !' verzuchtte mijn vrouw toen wij op een zaterdagmiddag met een collega in zijn stationcar op weg waren van Pretoria naar Pietersburg. Afstand 300 km. waar een Zuidafrikaan zijn hand niet voor omdraait, gewend als hij is aan lange afstanden. Wij deden er met een rustpauze halverwege de tocht ongeveer 5,5 uur over. In Zuid-Afrika mag je om benzine te sparen niet harder rijden dan 90 km per uur en mijn gastheer ging er ook niet één streep overheen, want er wordt scherp opgelet. Het was een mooie asfaltweg dwars door de ongerepte, ruige natuur van Noord-Transvaal. Rechts en links de heuvels en bergen, de zgn. 'koppies', die telkens van kleur veranderden naar de stand van de zon, van roodachtig bruin naar blauwachtig zwart bij het dalen van de zon. Ik kan het aanvoelen dat de Afrikaner zo sterk verbonden is aan zijn land en zijn grond.
In deze streken hebben de Voortrekkers gevochten met de Bantoestammen vertelde mijn gastheer. Hij wees mij een berg in de verte aan waar de Boeren zich op de top hadden teruggetrokken omringd door massa's zwarten op de hellingen van de berg. Deze wilden de Boeren laten uithongeren en van dorst laten omkomen. De boeren wierpen hen een zak water toe — de laatste. De zwarten begrepen deze daad niet en dachten dat de Boeren door een goede geest van water werden voorzien en trokken weg. Over het inzicht in de ziel van een volk gesproken !
Ook wees hij ons een boom aan waar een groep Voortrekkers met vrouwen en kinderen gevangen waren genomen. De kleine kinderen werden bij de voetjes gegrepen en met de hoofdjes tegen die boom te pletter geslagen. De ouders moesten toezien. Een hek was om die boom gezet, de plaats als historisch monument door de regering verklaard. Als je de dorpen waar wij doorheen kwamen met al die winkels en huizen ziet, dan is het onvoorstelbaar dat dergelijke barbarij hier nog maar honderd jaar geleden plaats vond. De zon was ondergegaan en de duisternis viel snel. In de verte zagen wij de lichtjes van Pietersburg, gelegen tegen een helling. Om zeven uur waren wij ter bestemder plaats.
Zondagmorgen gepreekt in een nieuwe wijkkerk van de Nederduits Hervormde Kerk. Tekst: Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad' (Psalm 119:105). De kerkeraad houdt nog vast aan de ambtelijke dracht: en donker of donkergrijs pak met een wit strikje. Een moderne kerk met goede accoustiek, de gemeente rondom in een boog om de preekstoel vergaderd. Rechts een bruinachtige glazen wand. Ik vroeg wat dat betekende. Het was een van één kant doorzichtige spiegel. De moeders konden met baby's en kleine kinderen achter die wand zitten, de gemeente had dan geen last van de kinderen, die ze niet konden zien, terwijl de moeders de kerkdienst onbelemmerd konden volgen. Ik las de Schriftlezing, Wet en Geloofsbelijdenis in het Afrikaans, de preek hield ik in het Hollands. Na de zegen bleef de gemeente zitten, de plaatselijke predikant deed enkele mededelingen en riep mij als gastprediker 'n hartelijk welkom toe, waarbij hij o.m. releveerde dat ook dr. K. H. E. Gravemeier in 1950 in Pietersburg had gepreekt.
Theologische Faculteit
’s Middas een ontmoeting met de professoren van de Theologische Faculteit en hun dames in het huis van één van hen. De opleiding heeft 70 studenten met 5 docenten voor Oude Testament, Nieuwe Testament, Zending en Kerkgeschiedenis, Dogmatiek en Praktische Theologie. Wij wisselden allerlei informatie uit ten aanzien van de theologische en kerkelijke situatie in Holland en Zuid-Afrika. Het bleek mij, ook hier, wat mij weer was opgevallen, dat de Zuidafrikaanse theologen de ontwikkelingen in Holland en Europa nauwkeurig volgden.
Na dit plezierig en ongedwongen samenzijn wandelde het gezelschap naar de kapel waar ik een gastcollege gaf over de kerkelijke en theologische situatie in Holland en West Europa. Dit college werd ook bijgewoond door een aantal theologische Bantoestudenten, onder wie enkele vrouwelijke studenten. O.m. kwam ook de 'black theology' aan de orde, die ik in haar doelstelling bestreed. Bij de discussie werd door één der Bantoestudenten een spitse vraag gesteld hoe ik bij de afwijzing van de 'black theology' dan toch de benadering zag van de zwarten met het Evangelie. Mijn antwoord was dat wij principieel vanuit , het al-omvattende Woord Gods naar de volkeren hebben te denken en niet vanuit de volkeren naar het Woord Gods. Er mag evenmin sprake zijn van Zwarte theologie als er sprake is van Germaanse theologie. Uw voorouders waren Bantoe-heidenen, mijn voorouders waren Germaanse heidenen, samen hebben wij ons te oriënteren op het geheim van één volk: nl. Israël. En vanuit het geheim van dit volk met zijn Messias hebben wij ons te richten tot alle volkeren en het moderne gesaeculariseerde heidendom. Hij knikte instemmend en ik zag aan zijn ogen dat hij er innerlijk mee eens was. Ik voelde op dat ogenblik een stille vreugde van de gemeenschap van het geloof in zijn hart. Dit alles gaf mij aanleiding om de discussie af te ronden met de opmerking dat wij samen in zulke verschillende omstandigheden en achtergronden hetzelfde voorrecht hebben ontvangen te mogen getuigen van Hem, Die het licht der volkeren wordt genoemd.
Na afloop vertelden de collega's mij dat de vraagsteller één van de beste studenten uit de faculteit was. Zij waren blij met zijn vraag. In het algemeen zijn de Bantoe-studenten traag, weinig creatief en moeilijk benaderbaar. Zij nemen wel de feiten op, hebben een goed geheugen, maar vertonen weinig inzicht in de geestelijke problematiek. Ook hun levensritme is een ander dan bij de blanken. Vaak komen zij, hoewel zij op de campus wonen, een half uur te laat op college — ook bij mijn gastcollege — omdat hun tijdsbeleving een andere is dan die in de westerse cultuur. Ik kreeg de indruk dat de collega's moeizaam met een stuk pionierswerk bezig waren, waar wij, westerse theologen, ons geen voorstelling van kunnen vormen: theologie beoefenen in een Afrikaanse mentaliteit, vertolkingswerk in een geheel ander denk-en gevoelsklimaat. Ik kreeg diep respect voor hun inzet, geduld en volharding.
Bantoekerkdienst
’s Avonds woonde ik een Bantoekerkdienst van de zwarte N.G. Kerk bij, een ervaring die ik niet licht zal vergeten. Het eenvoudige rechthoekige kerkgebouw was voor driekwart bezet. De kinderen, keurig gekleed, zaten bij hun ouders. De dienst werd geleid door een zwarte derde jaars theologisch student in het engels. Zijn preek werd door een tweede jaars theologisch student vertaald in een Bantoetaal, die de prediker zelf niet verstond. Ik constateerde dat deze voor zijn vertaling meer woorden nodig had dan de prediker. De gemeentezang maakte grote indruk op mij. Er was geen orgel en geen cantor. Iemand begon en de gemeente viel driestemmig in op zulk een melodieuze wijze dat van de gemeentezang best een plaat gemaakt had kunnen worden. De zware basstemmen van de mannen deden denken aan het verre gegrom van leeuwen in het oerwoud. Bij de slotzang werd tussen het derde en vierde couplet de zegenbede uitgesproken, na het vierde couplet stond men op en verliet al zingende de kerk. Ook buiten werd de zang nog even voortgezet op dezelfde zuivere toonhoogte waarmee men begon. Het was indrukwekkend. De Bantoe zingt van nature, charismatisch, zonder alle middelen en oefeningen, die wij blanken nodig hebben om de gemeentezang enigermate op behoorlijk peil te krijgen.
Hollandse perikelen
Thuis gekomen had ik nog een gesprek met twee collega's. Zij spraken over hun werk, vooral over de moeite die zij zich moesten getroosten om Bantoestudenten op enigszins behoorlijk theologisch niveau te krijgen. Maar ze beklaagden zich niet. Wel hadden zij grote zorgen over Holland en de voorlichting aldaar. Dat Hollandse theologen hen kwalificeerden als 'onderdrukkers', terwijl zij hun leven inzetten om een deel van de zwarte bevolkingsgroep bekend te maken met het Evangelie en deel te laten nemen aan het cultuurleven. Alles wordt in het werk gesteld om hen op hoger niveau te brengen met financiële en intellectuele hulp van de blanken. Wist u dat de zwarte student maar de helft van logies en collegegelden behoeft tê betalen (500 Rand is ƒ 1500, — in een jaar), terwijl de blanke student het volle pond moet betalen (1000 Rand). En als ze geen geld hebben kunnen ze ook gratis studeren met een beurs die niet terug betaald behoeft te worden. Deze voorrechten hebben de blanke gezinnen niet, die soms met twee of drie studerende kinderen onder zware lasten zitten. Wordt een zwarte opgenomen in het hospitaal dan betaalt hij voor iedere behandeling, welke ook, een entreeprijs van 50 cents. Blanken dienen alles te betalen, operatieve hulp kost soms 400 Rand.
Wij krijgen soms de indruk dat de voorlichting in Holland bewust tendentieus is gekleurd. Toen ik nog zendeling in Zambia was, zo ging de collega, een Hollander, door, kreeg ik bezoek van een Nederlands televisieteam. Ze wilden een opname maken van mijn werk in Zambia. Maar eerst moest er een half uurtje gepraat worden over de opzet van de opname. Wij hadden gesprekken en na een half uur gingen ze weg zonder opnames te maken ! De man vertelde het verhaal als een goede mop.
Ook zou het prettig zijn als de theologische opleidingen in Nederland wat meer contact hadden met de cocenten hier als ze Bantoestudenten een Nederlandse beurs gaven om daar te studeren. Vaak minder begaafde studenten krijgen buiten het docentencorps om zo maar een beurs en mogen met vrouw en kinderen overkomen naar Nederland. Na vier jaar komen ze weer terug en zijn onherkenbaar veranderd, doordat zij hun afkomst voUedig ontgroeid zijn. Kunt u daar niet iets aan doen ?
— Ik ben hoogleraar aan een Rijksuniversiteit en Rijksuniversiteiten hebben dergelijke theologische beurzen voor Bantoestudenten niet. Maar ik zal het wel bekend maken.
Bantoe-mentaliteit
De oudzendeling had vele jaren in Zambia gewerkt. Zijn vrouw was werkzaam geweest in de medische zending en sprak de taal van dat Bantoevolk vloeiend, ze vertaalde ook mijn gastcollege in die taal aan enkele studenten. Ik had diepe eerbied voor de geloofskracht en opgewekte blijdschap waarmee zij over hun werk spraken. In Holland, zo vertelde hij, weten zij niet dat de Bantoe een ander mens is. In Mozambique zijn landgoederen aan zwarten overgedragen. Na een half jaar is alles teruggekeerd in de oerstaat van de wildernis. Dat komt niet omdat een zwart mens lui is, hij werkt langzaam en stadig door. Er is een andere zaak in het geding. De Bantoe leeft in verbondenheid met de natuur, is een deel van het kosmisch geheel, waarvan hij zich niet kan noch mag losmaken. Hij staat met het oog naar het verleden gericht en met de rug naar de toekomst. De cultuuropdracht en de verwachting van het komende Rijk, waar de Bijbel over spreekt kent hij niet. Hij is aartsconservatief. Hij is één met de natuur, die niet aangeraakt en gecultiveerd mag worden.
— Maar hij cultiveert de natuur wel onder leiding van de blanke ?
Juist, op gezag van de blanke, omdat hij uitgaat van de gedachte dat de blanke een 'medicijn' heeft tegen de schuld van de aanranding van de aarde, een 'medicijn' die hij niet heeft. Gaat de blanke weg, dan is het 'medicijn' weg en ziet de zwarte af van cultivering en beleeft hij weer de verbondenheid met de natuur in het 'niets doen. Alles wordt aan het lot over gelaten en zo keren de door de blanken ijverig bebouwde gronden na korte tijd weer terug in de oerstaat van de wildernis. De Bantoe ziet alles in een bezield verband, vandaar zijn grote vrees voor slangen en hagedissen, gestalten van boze geesten, die hij uit de weg gaat. Dit animisme tref je ook nog bij de Bantoe-Christenen aan.
Verder kent de Bantoe geen 'planning'. Hij denkt niet aan morgen en de toekomst, hij leeft alleen bij de dag. Hij wenst daarom ook geen bezit. Voor de Bantoe-elite is bezit van vrouwen en koeien alleen maar een statussymbool.
Het een en ander gaf mij wel te denken over de toekomst van Zuidelijk Afrika zonder leiding of begeleiding van de blanke. En hoe onder een eventuele zwarte meerderheidsregering ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's