Onze mensen in de inrichting
INGEZONDEN
Denken wij wel eens aan hen die verpleging behoeven en daartoe opgenomen zijn in een daarvoor bestemde inrichting ? In ziekenhuizen, verpleegtehuizen, psychiatrische ziekenhuizen, sanatoria, zwakzinnigeninrichtingen, enz. enz. ?
Velen van hen zijn daar hun hele leven. Ongeveer 12,22 op elke duizend inwoners van ons land moeten van een intramurale voorziening gebruik maken. Dat betekent ongeveer 3750 personen van Geref. Gezindte.
Deze gegevens zijn geput uit de Atlas van de intramurale zorg van het Nat. ziekenhuisinstituut. Tekenend is wel dat er in deze publicatie niet aangegeven is van welke signatuur de daarin genoemde inrichtingen zijn. Waarschijnlijk is men bij de samenstelling er van uitgegaan dat er geen behoefte bestaat aan informatie betreffende de levensbeschouwing.
Dit zegt wel wat; de volgende factoren kunnen daarin meespreken:
a. het is een gegeven waarnaar nooit meer gevraagd wordt.
b. de betreffende instellingen hebben geen levensbeschouwelijk karakter meer.
c. de samenstellers van bovengenoemde atlas willen de 'zuilen' wegwerken.
Mogelijk spelen alle drie de factoren een rol en wellicht nog andere niet genoemde.
Op de hiergenoemde willen wij graag wat dieper ingaan en dan in toepassing op onszelf.
a. Vinden wij het nog belangrijk in welk ziekenhuis wij worden verpleegd, of het van prot. chr. signatuur is ? Waar onze kinderen worden verzorgd ? Er is wellicht een tijd geweest dat het ons minder interesseerde en dat we nu alleen maar letten op de beste lichamelijke of geneeskundige verzorging, wat we dan voor christelijk aanzien.
b. Ook wij hebben er aan meegewerkt dat de bestaande inrichtingen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen geen levensbeschouwelijk karakter meer hebben. Wat hebben wij nagelaten ? Als kerkelijke gemeenschap, als verplegenden of als verpleegden en familie van de patiënten ? Wat ging er van ons uit ? Of waren wij bang alleen te staan en kwamen wij niet voor ons geloof uit ? Hebben wij wel eens om stilte gevraagd voor gebed of Bijbellezen ? Hoe was ons leven ? Ging er wat van uit ?
c. Er zijn ook onder ons velen die onder het verkeerde vaandel strijden en zodoende meewerken de zuilen te verwijderen. De Heere zegt: 'Wie niet voor ons is, die is tegen ons'.
Laten wij toch wakker worden en een open oog hebben voor de gevaren ook op dit terrein.
Onze geestelijk-gehandicapten, die in inrichtingen worden verzorgd, kunnen niet voor zichzelf opkomen. Wat doen wij voor hen ?
Onze lichamelijk gehandicapten behoeven eveneens onze steun. Waarin verlenen wij die steun ? Wij realiseren ons niet wat het betekent om te moeten wonen in een omgeving, waarin wij ons niet thuis voelen. Waar wij iedere keer weer moeten aanhoren dat Gods Naam wordt misbruikt; waar nauwelijks of geen gelegenheid wordt gegeven tot gebed. , Waar het Bijbellezen in onbruik raakt. Kortom, waar de christelijke levensstijl verdwenen is.
Velen van onze mensen dragen juist daardoor naast hun lichamelijke handicap nog een extra kruis. Vooral zij, die, zoals Lot, hun rechtvaardige ziel dag op dag kwellen, wetend dat zij te weinig getuigen en voor de eer des Heeren uitkomen, maar het niet durven.
Hebben wij begrip voor deze moeilijkheden ?
Als wij op bezoek gaan (gebeurt dat wel eens ? ) dan zien wij alleen de buitenkant, de goede verzorging en de blijdschap van de patient, die het korte bezoekuur niet wil gebruiken om te klagen over dingen die men in het algemeen toch niet begrijpt.
We staan er veel te weinig bij stil wat het betekent voor ouders, van wie een kind in een zwakzinnigeninrichting wordt verpleegd, als zij moeten horen dat hun jongen, hun meisje, waarvoor zij de doopbelofte hebben afgelegd, vloekt. Als zij bemerken dat de gebedjes die zij hen geleerd hebben, nagelaten worden, is dat een schrijnend verdriet.
Hoe belangrijk is het als er verplegend personeel is, dat er voor uitkomt een christelijke opvoeding te hebben gehad en daar ook naar wil leven. Hoe belangrijk is het als er uit liefde, echte naastenliefde, wordt gehandeld ten opzichte van de patiënten.
Echte naastenliefde zal immers het eeuwige belang nog hoger stellen dan de lichamelijke verzorging. Echte naastenliefde heeft alleen Gods eer op het oog met voorbijzien van zichzelf.
Dringt het wel tot ons door hoe moeilijk het is voor de verplegenden om te midden van jongelui wie het niet interesseert, of erger, onder leiding van personen die vijandig zijn t.o.v. alles wat met ware godsdienst te maken heeft, te moeten werken ? Hoe moeilijk is het om uit te dragen wat zij thuis hebben geleerd.
Wat kunnen wij als kerkelijke gemeehten voor hen doen ? Is er gebed voor hen ? Zowel de gehandicapten en zieken, als de verplegenden hebben ons gebed nodig.
Maar daar zijn wij niet mee klaar. We moeten meer bij hen op bezoek. Begrip hebben voor de zwakheden van de ander. Ook voor de moeilijkheden van de vaak nog jonge verpleegsters. Spreken wij wel eens met hen ? Of staan wij alleen maar mijlen ver boven hen ?
In een van de eerste regels van dit artikel hebt u kunnen lezen dat het om een behoorlijk aantal mensen gaat, maar al was het er maar één dan nog moest hun eeuwig belang ons ter harte gaan. En dan nog al die anderen. Ook zij zijn onze naasten!
Zijn wij ook niet verplicht aan hen te denken ? Ook zij hebben een ziel voor de eeuwigheid! Wat zouden wij voor hen kunnen doen ? Hebben wij al niet te lang onze plicht verzaakt ?
Gelukkig wordt er wel wat gedaan, maar het is veel te weinig. Veel en veel meer moet er gedaan worden, ook door u en ook door mij. Denk er eens over na !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's