De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Weten en verwachten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Weten en verwachten

7 minuten leestijd

Want ik weet, mijn Verlosser leeft en Hij zal, de laatste, over het stof op­ staan. Job 19 vs. 25.

Mijn verlosser ! De klemtoon valt op: verlosser. Wij verleggen die niet. Toch kan ik mij voorstellen dat u dat 'mijn' benadrukt. Niet zonder reden. Hoe weet ik dat ? Job wist het ook niet, één, twee, drie. Dat is geen antwoord. Hoe dan ? Wanneer kwam hij tot die bevrijdende en verblijdende ontdekking. Toen hij niet pleiten kon in eigen zaak. Dat was het. Daar was de Heere; om de lijn door te trekken: daar is Christus. Hij stelt zich aan ons voor: Kan Ik iets voor u doen. Hij wordt ons, als verdediger, toegevoegd door de Vader. Wij hebben geen aandacht voor Christus, als we onze zaak, luchthartig of zwaarwichtig, denken te winnen. Als we geen verweer meer hebben, als er niemand is die wij te hulp kunnen roepen, dan, o wondere verrassing is Hij er. Op tijd en van pas. Ik weet. Ik weet wien ik geloofd heb, roemt Paulus. Ik weet, dat Christus leeft. We gaan de grote feesten meevieren.

Mijn verlosser leeft. God gaf hem aan een ellendig en arm volk, dat geen rechtsbijstand kan bekostigen. Hij zorgt er voor, om niét. De Heilige Geest legt de band: mijn. Hij is het hiet alleen voor anderen, maar ook voor mij. Had Job eerst geklaagd: ik weet, dat het zo is: hoe zou een mens rechtvaardig zijn voor God, nu spreekt hij over een ander weten, Die twee hangen wel samen. Waar het eerste tot ons doordringt, daalde de nacht. Waar het tweede ons duidelijk wordt, straalt het licht! Mijn verlosser leeft. Het is de vroege morgen van de paasdag, het begint te lichten, en plotseling is daar, de zon !

En Hij zal, de laatste, over het stof opstaan, dat is Zich vertonen, het pleit voeren. Hij brengt Zijn verdiensten in het midden, zo in het midden dat God en mens met elkaar verzoend worden. Opstaan. De laatste, tenslotte. Het kan lang duren; denk maar^ aan de eindeloze gesprekken met de vrienden. Dan neemt God het woord, als laatste. Dat is doorslaggevend. Het laatste woord spreekt mijn verlosser: Ik heb verzoening gevonden. Al zou Job er niet meer zijn — stof is hij en tot stof keert hij weder — dan nog. Jobs ogen staren ver voor zich uit. De laatste. Als de vrienden uitgepraat zijn, als ik uitgeput ben: Hij zal.

Als God over het stof opstaat; als Hij ten laatste, het woord neemt en uitspraak doet, wat dan ? Zo'n vraag kunt u niet omzeilen. Wij hebben niets in te brengen; waarom zie ik menigeen zo ijverig schrijven. Uw verdediging ? U moest eerder uw veroordeling onderschrijven. Afzien van het woord, dat nooit het laatste woord kan zijn, omdat dat niet aan de verdachte, maar aan de rechter is. In de dag der dagen. Als Christus wederkomt om te oordelen de levenden en de doden. Dat hangt als een dreigende wolk boven ons leven. Of Hem ken ik. Dat is mijn verlosser. Zijn laatste woord zal mij zuiveren van elke blaam. Hij is mijn zaakwaarnemer, met Hem word ik niet beschaamd in die dag.

Het geloof heft hier de lofzang aan. Vreugde doorstroomt Jobs moede hart; het klopt met sterke slagen. En zijn ogen, een en al droefheid, dofheid, fonkelen. In het aangezicht van de dood weet hij vast: God zal mij nooit begeven. Wat een zekerheid. Niet uit de lucht gegrepen, niet krampachtig naar voren gebracht. O nee, zo ontspannen als het maar kan, omdat de Heilige Geest hem er van verzekert. Wij kunnen lang met de vraag tobben: ben ik, er zeker van. En we zoeken die zekerheid dan in allerlei kenmerken. Bent u er zeker van ? Hoe staat het er met u voor ? Wat wilt u eigenlijk van mij ? Het staat er slecht, heel slecht met mij voor. Zo slecht, dat ik nergens zeker van ben, niet eens van mijn geloof. Nu kijkt u bedenkelijk, maar ik ben nog niet uitgesproken. Nergens zeker van, behalve van Hem, mijn Verlosser. Hij'leeft. Ik gaf de zaak uit handen. Hij zal er voor zorgen. Wat geeft dat een gemak, zijn zaligheid aan Christus in bewaring te geven. Hij is machtig. God is machtig. Niets en niemand kan mij beroven, van wat door Hém wordt bewaard.

De hoop valt het geloof bij en vervolgt. Job stamelt maar wat, wie zou hier de goede woorden vinden ? Job. Vel over been; de huid hangt slap en geplooid om zijn lijf, de botten steken er hier en daar doorheen. Mijn huid, mijn gebeente, mijn zweren straks, ik huiver Dan zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. God Die ik zo vaak tevergeefs zocht. Die mij ontliep; Dien ik niet bereiken kan. Verbergt Hij Zich, dan word ik verschrikt. Wat zal er nog van mijn vlees over zijn ? Toch! Toch ! ! Want ik weet. Hij is er borg voor. Na de dood is 't leven mij bereid. Dat is leven: God aanschouwen. Zijn aangezicht zien als de zon in haar kracht. Mij koesteren in de warmte van Zijn tegenwoordigheid, eindelijk uit de kou, eindelijk uitgeziekt. De stralen van de genade zijn genezend. Dat zal de bevestiging en de vol­ voltooiing zijn van de verlossing. Job is meer dood dan levend; nee, hij is meer levend dan dood. Want mijn Verlosser leeft. Dat biedt een vergezicht zo wijds, zo schoon. Het blijde vooruitzicht dat mij lokt.

Ik zal Hem aanschouwen voor mij. Met mij zijnde; niet tegen mij. God is mij tegen, dat verzucht ik menigmaal. Alles is daarom tegen mij. Hier verklaart Job: vóór mij. Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn. Immanuël, dat is de naam die mijn Verlosser draagt. Voor mij, is de uiteindelijke verlossing. God aanschouwen, met eigen ogen en dan tegen. De ogen des Heeren zijn tegen degenen die kwaad doen. Vreselijk! Bedenkt het bijtijds en bekeert u. Voor. Hoe krijg ik God aan mijn kant ? Dat is niet nodig. Mijn Verlosser leeft. Hij kreeg alles tegen, zodat de bordjes verhangen werden. Voor, tegen. Vóór. Dit weet ik — alweer weten — dat God met mij is.

Geen vreemde. Geen God, Die ik niet ken, Die een vreemde voor mij gebleven is, al hoorde ik veel van Hem, al sprak ik vaak over hem van horen zeggen. God is een vreemde, wanneer we Christus niét kennen; een vreemde zal ons niet willen kennen. Ik weet. Ik maakte kennis met Hem. Mijn Verlosser is voor mij geen vreemde, wat dacht u wel. Zeker, soms hield Hij zich als een vreemde, dat was bitter en bang. Nu echter wendt Hij zich tot mij. Ik word het gewaar. Hij wil mij nog kennen in mijn ellende. Hij zal eenmaal zeggen: Die Job ken ik, dat is er een van Mij ! Mijn kennen is immers wederkerig. Waar hoop ik op. Op die zalige herkenning, die eeuwige verheerlijking met zich meebrengt.

Geloof, hoop Heeft de liefde nog wat. Zij haast zich er het hare aan toe te voegen: mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot. De nieren. Dat is een spreekwijze voor mijn innerlijke voelen en wensen. Job verwacht God; hij verwacht de rechtvaardiging, hij verwacht het eeuwige leven. Laat God varen, zei z'n vrouw. Vrouw — is ze in de buurt ? — ik verlang naar Hem. Het is mij goed nabij God te zijn. Ik heb heimwee. Verwachten wordt versmachten. Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen. Er zijn geen woorden voor, de nieren doen mee. De povere rest van mijn bestaan staat strak gespannen op de Heere; Wie had dat gedacht ? Dat, na veel worsteling, geloof, hoop en liefde voor de dag komen en samen de Heere hem hulde bieden.

Hoe zal een mens rechtvaardig zijn voor God ? Zo en niet anders. In een ander, door een ander. Er is geen andere rechtvaardiging en geen andere verwachting dan dit: ik weet en Hij zal. Daarom zal ik. Aan mijn vlees is niet veel Verloren, toch zal ik het terugkrijgen. Om God te aanschouwen. Wanneer, o wanneer komt die dag, dat ik toch bij U mag wezen en zien Uw aanschijn geprezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Weten en verwachten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's