De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Al wat aan Hem is

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Al wat aan Hem is

8 minuten leestijd

En al wat aan hem is, is gans begeerlijk. Hooglied 5:16.

Dit zegt de bruid van haar bruidegom in het Hooglied, het lied der liederen. In verheven bewoordingen bezingen beiden hun liefde voor en hun verlangen naar elkaar. Het Hooglied bezingt de schone, oprechte liefde tussen bruid en bruidegom. Liefde die nooit weg is, maar altijd aanwezig is. Die het hart in beslag neenit en de geest bezet. Zelfs tot in de slaap toe. 'Ik sliep, maar mijn hart waakte', zo lezen wij van de bruid (5 : 2). In haar slaap krijgt ze een droom, een heerlijke droom. Ze hoort hoe haar bruidegom aan haar deur klopt en roept: doe mij open, mijn zuster, mijn vriendin, mijn duive, mijn volmaakte.

Maar als zij dan, hoewel het nacht is en zij zich reeds in haar slaapvertrek te ruste heeft gelegd, opendoet, dan wordt haar droom een bange droom. Want dan blijkt namelijk dat haar liefste reeds van haar deur is geweken. Dit doet haar besluiten hem te zoeken. Ze wordt daarbij zelfs geslagen door de wachters van de stad. Ze geeft het echter niet op. Ze moet en zal hem vinden. De dochters van Jeruzalem worden door haar te hulp geroepen, opdat zij hem mag vinden. En wanneer deze haar vragen wat toch aan hem is, dat zij zo naar hem verlangt, dan geeft ze een liefelijke beschrijving van hem. 'Mijn liefste is blank en rood, hij draagt de banier boven tienduizend'. Hij is een en al schoonheid en met geen tienduizend te vergelijken. Heel gedetailleerd geeft ze daarop een beschrijving van hem, welke ze beëindigt met de woorden: al wat aan hem is, is gans begeerlijk. Daar is werkelijk niets afstotends aan hem. Alles aan hem wekt haar verlangen naar hem op. Zo bezingt de bruid uit het Hooglied haar bruidegom. Heel haar hart ging naar hem uit om hem te vinden. Zonder hem was het leven haar als niets. Met hem was haar het leven alles.

Waarom staat dit Hooglied in de bijbel ? Alleen om ons te beschrijven hoe schoon de oprechte liefde is tussen een man en een vrouw ? Dat dit bijbelboek onder de andere bijbelboeken zijn plaats heeft, is zeker niet om deze reden alleen. Zowel het volk Israël, alsook de kerk van het Nieuwe Testament heeft er meer in gelezen. Men zag erin weergegeven de verhouding van de Heere tot zijn volk Israël en van Christus tot zijn kerk. Wij doen, bezien vanuit deze achtergrond, onze tekst hierboven geen geweld aan wanneer we die 'hem' gaan schrijven met een hoofdletter. Wanneer we hier lezen een uitspraak van de bruidsgemeente van Christus, welke van Christus zegt: al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Wat de bruid zegt van haar bruidegom dat kan en mag de kerk zeggen van Christus. En de Heilige Geest wil niets anders dan onze liefde opwekken voor deze Bruidegom.' Die wil ons doen opstaan en het ons doen zeggen als de bruid: mijn ziel gaat uit vanwege Zijn spreken.

Doch om iemand lief te leren krijgen moeten we hem kennen. Liefde kan toch niet zonder kennen. De bruid uit het Hooglied had lief omdat ze haar bruidegom kende. Zo zullen we ook Christus moeten leren kennen. Hoe leren kennen ? Toch niet anders dan uit het Woord van God, waarvan Hijzelf de inhoud is. Door het Woord wil de Heilige Geest ons Hem doen kennen. Daar beschrijft de Geest ons wie Christus is. Daardoor wil Hij onze liefde tot Christus opwekken, opdat ook onze ziel tot die Bruidegom zal uitgaan vanwege Zijn spreken. Want al wat aan Hem is, is gans begeerlijk.

Is Christus niet begeerlijk om vele oorzaken ? Is Hij, om wat te mogen noemen, niet begeerlijk om alles wat Hij is en doet ? Hij die als eniggeboren Zoon van God de heerlijkheid bij de Vader heeft verlaten en mens werd, neerdalend in deze wereld die van God is afgevallen. Wordt Hij ons niet begeerlijk, wanneer we zien, hoe God de Vader al Zijn liefde voor deze wereld, ook voor uw en mijn leven, in deze Christus wilde uitdrukken. Christus, die, zoals de apostel Paulus het zegt, 'het ook Zelf, in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof heeft geacht Gode evengelijk te zijn, maar heeft zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbend en is de mensen gelijk geworden'. Hij die rijk was, maar arm wilde worden, om zondaren, arm in zichzelf, eindeloos rijk te maken, wanneer wij ons één van die armen weten te zijn, dan mag Hij ons begeerlijk zijn. Wanneer we die armoede buiten Hem niet kennen, dan hebben we niets aan Hem. Dan hebben, we nog geen gebrek. Dan leren we ook nog geen Ander nodig krijgen, die ons rijkt maakt. Geheel anders wordt het wanneer ik het ga verstaan: Hij moest komen ook voor mij. Buiten Hem is er voor mij geen weg tot behoud.

Is Christus ons ook niet begeerlijk wanneer we op Zijn woorden leren letten ? Woorden zo vol van ontferming. Woorden vol van genade vóór een blinde, een lamme, voor zondaren en zondaressen. Woorden die het hart verblijden. Die als olie zijn voor bijtende wonden en zonden. Die het ook vandaag nog zegt tot zulken: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en ik zal u rust geven. Bent u zo'n vermoeide en belaste ? Vanwege uw zonde. Vermoeid en belast op de levensweg. Kom dan aan Zijn voeten. Hij heeft een woord vol van genade ook voor u. Ja, dat uw ziel tot Hem mag uitgaan vanwege Zijn spreken. Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk.

Ja bovenmate begeerlijk als we ook gaan zien op Zijn lijden en sterven. Als we Hem mogen zien hangen doorboord om onze overtredingen. Verwond om onze zonden. Gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja de dood des kruises. Van wie de profeet zegt, dat Hij de onwaardigste is geworden onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheid. En een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem. Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.

Doch hoe begeerlijk wordt Deze onwaardige en verachte ons als de zonde ons tot nood en schuld wordt. Als we werkelijk leren verstaan: om mijn overtredingen werd Hij verwond en al mijn ongerechtigheden heeft de Heere op Hem doen aanlopen.

Dan wordt Hij ons dierbaar. Dan kunnen wij het niet langer zonder deze Borg en Middelaar stellen. Dan begeren we op te staan om naar Hem te horen en het goede te eten, opdat onze ziel zal leven. Alles aan Hem is gans begeerlijk.

Hij die op de Goede Vrijdag als een schaap ter slachting werd geleid, Hij is op de paasmorgen opgestaan van de doden. Als overwinnaar van zonde, dood, graf en hel. Als de eersteling van allen die in Hem ontslapen en die ook met Hem zullen zijn in de heerlijkheid des Vaders. Waarheen Hij ook voor Zijn bruidsgemeente is opgevaren zittende ter rechterhand Gods. Om plaats te bereiden voor allen die de Vader Hem gegeven heeft.

Waar Hij nu nog is hen ten goede als de grote Hogepriester, 'Die ook volkomen kan zaligmaken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen ten bidden'. En die vandaar nog eenmaal komen zal om te oordelen. Zijn vijanden tot eeuwig verderf, maar Zijn duurgekochte bruidsgemeente tot een eeuwige verlossing. Dan zal Hij haar thuis brengen bij de Vader.

Gaat het verlangen van uw hart en ziel reeds uit naar deze Bruidegom ? Is Hij u reeds gans begeerlijk geworden om alles wat aan Hem is ? Kom voor uzelf tot een antwoord. Zonder Hem is uw leven uiteindelijk niets. Als Hij niet begeerlijk is, dan hebt u geen deel aan Hem. Dan kent u Hem nog niet, ook al hebt u in uw leven veel van Hem horen spreken. Dan is Hij u uiteindelijk nog vreemd. En bent u ook een vreemde voor Hem. Als dat onze toestand is en wij nog niet zijn opgestaan om Hem open te doen, dat we dan niet rusten in ons gebed en in ons luisteren naar het woord, waardoor we Hem mogen leren kennen, tot we weten en zekerheid hebben Zijn eigendom te zijn.

Daarentegen zij die Hem leerden kennen en leerden nodig krijgen zij stemmen met de bruid , uit het Hooglied in: al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Hun ziel gaat naar Hem uit vanwege Zijn spreken. Zij kunnen ook niet bij Hem wegblijven, al zouden ze ook worden geslagen door de wachters gelijk die bruid in Jeruzalem. Zij kunnen niet wegblijven, zelfs niet vanwege vader of moeder, vrouw of kinderen, huizen of akkers. Zij kunnen niet wegblijven vanwege de stem huns liefsten. Omdat ze het zeggen moeten van die Christus: 'mijn liefste is blank en rood, hij draagt de banier boven tienduizend. Als wat aan hem is gans begeerlijk. Zulk een is mijn liefste, ja zulk een is mijn vriend, gij dochters van Jeruzalem'. Moge Hij zo ook door u gekend worden.

Hendrik Ido Ambacht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Al wat aan Hem is

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's