De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Motivatie en situatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Motivatie en situatie

De gezondheidszorg

6 minuten leestijd

1

Voor de goede orde releveer ik nog even de vragen, die bij het gestelde thema 'motivatie en situatie' aan de orde dienen te komen; deze zijn:

— Wat dient ons te bewegen als we als christen onze krachten willen geven aan de verpleging van zieken en bejaarden?

— Hoe funktioneert ons geloof binnen dit werk ?

— Wat treffen we in ziekenhuizen en andere huizen, waar zieken verzorgd worden, aan ?

— Wat zijn de gevolgen, zowel voor zieken als verzorgenden, van gebrek aan tijd, geld e.d. ?

Ik wil graag nauw aansluiten bij het thema van 'motivatie en situatie'; het komt mij voor, dat de eerst genoemde vraag van essentieel belang is: 'Wat dient ons te bewegen als we als christen onze krachten willen geven aan de verpleging van zieken en bejaarden', een vraag, waarvan uiteraard de tweede 'Hoe functioneert ons geloof binnen dit werk ? ' niet te scheiden is.

De motivatie

’Motivatie’: je hebt gekozen voor de verpleging, vervuld van een verwachting, die je hebt van het leven en werken in een ziekenhuis; dat is niét het geïsoleerde moment van je keuze of van de aanmelding, maar het proces, dat naar die keuze heeft toegeleid, het proces, zoals dat zich na aanmelding voortzet, zeker in de tijd van de preklinische opleiding.

Ik acht het redelijk én gewenst, dat aan pas binnengekomen leerlingen de mogelijkheid wordt geboden zich te bezinnen op de keuze, die ze hebben gemaakt, hen ook enige aanzetten te geven tot nadenken over het verwachtingsbeeld omtrent het ziekenhuis, dat ze zich hebben opgebouwd.

Daarom acht ik dat redelijk en gewenst, omdat we misschien wel mogen zeggen, dat in de meeste gevallen de keuze, die jongeren maken, een weinig bewuste daad is, die pas in het verloop van de opleiding scherper omlijnd voor ze komt te staan.

Er is sprake van een keuze: een meisje gaat niet de richting uit van kantoor, kleuteropleiding of universiteit, maar van de verpleging ! Een jongen kiest niet het bestaan van ambtenaar en ziet kennelijk niets in een werkkring in de industrie: 'Ik werk liever met mensen dan met machines’.

Een vraag van belang is: 'Wat zit daarachter ? ' Dit dient in een vroeg stadium doorgelicht te worden !

Daarom mijn pleiten voor het bieden van alle mogelijkheden aan pas binnengekomen leerlingen zich te bezinnen op die keuze: dit dient de persoonlijke uitgroei in de opleiding en in het beroep te stimuleren, eventueel te corrigeren.

Crisis

Dat ik ben begonnen dit alles zo indringend te stellen, komt voort uit mijn overtuiging, dat we vandaag de dag leven in een situatie, die ik 'motivatie-crisis' zou willen noemen !

'Motivatie-crisis' onder verpleegkundigen, ook onder hen, die christenen heten. In het verleden — komt mij voor — waren de voornaamste motieven om in een ziekenhuis te werken: religieuze roeping, een zekere status en — op een weliswaar vrij sobere wijze — de kost verdienen. Met name die religieuze roeping bracht vele duizenden mannen en vrouwen in beweging om zich ter ere Gods dag en nacht ten dienste te stellen van de patiënten.

Daarnaast gaf het werken in een ziekenhuis maatschappelijk een zeker aanzien terwijl zo'n baan ook weinig conjuctuur gevoelig was.

Dit zie ik als pakket van voormalige motieven; ik meen, dat dit pakket — met name gedurende de laatste jaren — aan sterke verandering onderhevig is.

Wat betreft de 'religieuze motieven': deze staan voortdurend bloot aan verregaande herziening; over 'roeping' behoeft men amper meer te spreken, omdat het niet aanslaat. Mijn ervaring is, dat daar, waar 'roeping' aanslaat, de ontwikkelingslanden — de derde wereld — eerder binnen het gezichtsveld liggen dan de ziekenhuizen in ons land.

Wat betreft motieven als 'status' en 'de kost verdienen', kan men in de huidige situatie op de arbeidsmarkt voldoende funkties vinden, die niet gepaard gaan met het ongerief van onregelmatige diensten, nachtdiensten, weekenddiensten. Toch zijn er — gelukkig — nog jongeren, die voor dit beroep kiezen.

Hoe zijn ze gemotiveerd ? In de praktijk is gebleken — bij individuele navraag — dat er inderdaad een 'motivatie-crisis' — of wilt u: een motivatie-vacuüm — aan 't ontstaan is, die onze aandacht verdient. Die onze aandacht in die zin verdient, dat dit vacuüm zal moeten worden opgevuld. De eigen identiteit van onze confessionele ziekeninrichtingen is hierbij in het geding.

De vraag: 'Is er vandaag de dag nog plaats voor confessionele ziekeninrichtingen ? ' wil ik positief beantwoorden; maar er wel aan toevoegen, dat deze eigen identiteit staat of valt met de motivatie, met het 'gemotiveerd-zijn', met het 'religieusgemotiveerd-zijn' van de werkers en werksters binnen onze huizen.

Daarom zou ik de verpleegkundigen in bijzondere zin de leerling-verpleegkundigen willen vragen: u koos voor de verpleging! Wanneer ? Al voor het voortgezet onderwijs ? Of veel later ? Koos u uit vele beroepen en mogelijkheden of wist u allang zeker: dat word ik ? Welke invloed had uw omgeving op uw keuze ? Hoe koos u ? Tussen kruis of munt ? Of van binnenuit? U koos voor 'gebondenheid aan het bedreigde bestaan van anderen', wellicht tegen ondervonden bezwaren van anderen in, wellicht ondanks veel tegenwerking ? U hebt tóch doorgezet! Waarom ?

Gave

Het komt mij voor, dat deze en andere vragen gesteld dienen te worden om wellicht tot de slotsom te komen — als christen — dat u zich op de een of andere wijze er toe gedrongen voelde !

Wel, we hebben 't eerder even over 'roeping' gehad ! Is dat misschien 'roeping ? ' Misschien wordt het u gegeven te ervaren — dat zou mooi zijn — dat dié diepgelegen levenshouding niet iets is, dat u uit uzelf hebt, maar dat hij u gegeven is, als een geschenk, als een gave — en dan zegt u — als belijdend christen — als een geschenk, als een gave van Gód !

Wat u voor anderen gaat doen — voor zieke mensen dus — kunt u dan ervaren als iets, waartoe u dank zij een gave, in staat gesteld wordt! Dan wordt uw doen, een doen vanuit Christus; Christus, die op overduidelijke — voor ons zwakke mensen soms moeilijk navolgbare wijze — een blijde-boodschap-ethiek gedemonstreerd heeft — zonder pasklare antwoorden en begrippen weliswaar, zonder wettische krampachtigheid en taboes, waarin Hij voor alles de mensen de ogen probeerde te openen voor gave en opgave met de ander in leefgemeenschap te treden.

De opgave is onmenselijk ! ? ! Die opgave om met zieke mensen te leven op een vluchtheuvel vanwaar of afscheid genomen moet worden van het aards bestaan of de weg weer terugvoert naar de gezondheid: bij die opgave is de gave: 'Mijn kracht — zegt Christus — wordt in uw zwakheid volbracht', waarop een Paulus kon zeggen: 'Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft!’

Daar en dan gaat 't geloof funktioneren in het werk: at is een geweldige ervaring ! Gelukkig heb ik menige verpleegkundige ontmoet, die juist, op die momenten, kon getuigen van de aanwezigheid van God in 't leven. Aanwezigheid Gods in Christus ! Dat zijn ogenblikken, dat ineens het woord van Jezus helder oplicht: Niemand heeft grotere liefde dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden!' (Joh. 15:13).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Motivatie en situatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's