Vragen van lezers
Pastorale overwegingen
1
Gevraagde antwoorden
Zoals in een pastoraal gesprek over en weer vragen kunnen worden gesteld, die wederzijds om antwoord dringen, blijkt dat ook te kunnen in het reageren op bepaalde verschijnselen en meningen, die naar de pastorale rubriek worden toegeschoven. Daar ben ik dankbaar voor. Het versterkt de band met de lezerskring en het geeft gelegenheid op bepaalde zaken in te gaan. Een tweetal brieven wachten voorshands op behandeling, over zendingsberichten en het rechte verstaan van het laatste bijbelboek. Graag wil ik proberen het een en ander daarover door te geven.
Een zendingsvraag
Uit Ouderkerk a. d. IJssel kwam een vraag binnen over het zendingsorgaan 'Kom over' van de wereldwijde zending. Daarin worden honderden bekeringen vermeld over de gehele wereld. De vraagsteller betrekt daarbij de prediking van de drie stukken van de Heidelberger en vraagt of deze prediking ons zo ongelovig, vreesachtig, zelfs veeleisend heeft gemaakt, dat wij dit onmogelijk achten.
Voorzichtig met oordelen
Om te beginnen meen ik te mogen stellen, dat wij niet hebben te oordelen. We kunnen iemand beoordelen, naar wat hij zegt of doet, maar over het innerlijk komt ons het oordeel niet toe. En bovendien moeten we er ook voor oppassen dat we grenzen der kerk niet trekken bij de gemeente, kerk, zendingsorganisatie, waartoe wij dan behoren. Als ambtsdrager hebben we ons eerlijk af te vragen, als het er om gaat, waar we meer verblijd mee zijn, dat bij ons de kerken vol zijn, of dat vlak bij en naast ons God 'n zondaar tot Zich bekeert. We zijn zo eigenlievend. Ik denk nog aan die ouderling uit mijn eerste gemeente, die eens op weg was naar de Hervormde Kerk en mensen uit zijn plaats naar elders zag gaan, wat voor de waarheid niet nodig was. Toen hij bij zichzelf peinsde: ach, Heere waarom komen die mensen niet bij ons, kwam er met kracht in zijn hart: Bij ons zijn de ongerechtigheden en de beschaamdheid der aangezichten. Vandaar uit - Daniël 9 - kreeg hij werkzaamheden met de kerk, de hervormde kerk, diep vervallen. En in het pleiten op Gods barmhartigheden kreeg hij door de Heilige Geest zicht op Christus, in Wien hij ook een borg voor de kerkschuld mocht aanschouwen. Zo had hij al een kerkgang gehad voor hij in de kerk zat.
Voorzichtig met instemming
Anderzijds moeten we eerlijk stellen, naar de Schrift, dat menigmaal zeer oppervlakkig wordt gesproken. Elk mens staat paar resultaat op zijn werk. Zou dat ook niet gelden van een arbeider in de zending ? Alleen, wat is de maatstaf ? Zoals een grenzeloze oppervlakkigheid in allerlei opvattingen en geloofsleer bij opwekkingsbewegingen tot uiting komt, zo ook bij geloofszendingen, die wel alle nadruk leggen op de 'beslissing voor Jezus' maar loochenen wat de Schrift en in het voetspoor daarvan de Heidelberger leert. Tot mijn spijt en verdriet moet ik zeggen, dat deze leer niet anders is dan 'het drijven der vrije wil'. En men moge triomfantelijk verhalen van grote aantallen bekeerlingen, ik lees in het zendingsboek bij uitstek, aan de ene kant niet 'dat optochtelijke', niet die grote getallen, zij het in de aanvang in Jeruzalem na de uitstorting des Geestes, maar anderzijds wel duidelijk, dat 'de heidenen de deur des geloofs is geopend' en dat 'wij door de genade van den Heere Jezus Christus geloven zalig te worden op zulke wijze als ook zij'.
Natuurlijk, terecht kan verweten worden, dat de (kerkelijke) zending teveel gaat in de richting van ontwikkelingshulp. dienstbetoon, en veel te weinig ernst maakt met de zielen, die aan de zorgen zijn toebetrouwd. De uitwerking van de bediening der verzoening is toch de verheerlijking van Gods deugden en de behoudenis van verloren zondaren, ook onder de heidenen. Trouwens, dat laatste woord mag men tegenwoordig niet meer gebruiken. Maar wat de geloofszendingen ons veelzins doen zien aan methode, doel, berichtgeving, doet ons huiveren.
Aanstotelijk acht ik ook de foto's over 'vrucht op de prediking' door hand-opsteken, 'het-naar-voren-komen voor de Heer', waarbij deze meer weg hebben van een show dan van eenvoudige godvruchtige woordbediening. En al moge het temperament en het karakter in oosterse en zuidelijke landen van de bevolking anders zijn, spontaner dan hier, waar is sprake van verbrijzeling van het hart, vernedering voor de Heere, de geloofskennis van de Heere Jezus door de Heilige Geest, het leven der heiligmaking, waarbij we ontdekken, dat de allerheiligsten in dit leven maar een klein beginsel — zij het toch een beginsel! — van de ware gehoorzaamheid hebben. Deze leer moet men niet, deze leer is te somber.
Trouw aan de Heidelberger
Ik dacht dat als de briefschrijver inderdaad op bijbelse gronden vasthoudt aan 'de drie stukken' en daaruit leven mag, dat hij dan niet ongelovig, vreesachtig of veeleisend wordt, maar wel gezond-critisch, niet alles zo maar aannemend, maar onderzoekend, net als de mensen in Berea, die onderzochten of deze dingen alzo waren. Overigens, men kan natuurlijk met een lichte en een zware godsdienst omkomen en afwijken ten verderve. Ontsporingen naar 'links en naar rechts' dreigen. Beware God ons bij en onder Zijn Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's