De wacht bij de belijdenis
Met enige schroom zetten we het volgende op papier, omdat licht misverstanden ontstaan die niet gewenst zijn. Maar het komt me dringend gewenst voor enkele gevaren onder ogen te zien, die de orthodoxie momenteel bedreigen en die vaak niet als gevaren worden onderkend.
Eén en ander maal zijn we in deze kolommen opgekomen voor de noodzaak van het zoeken van elkaar door allen, die in geloof en belijdenis één zijn, welke verschillen van secundaire en kerkelijke aard er ook zijn mogen. Eén en ander maal namen we óók kritisch stelling tegen ontwikkelingen in de kerk, die samenhangen met ontwikkelingen in de theologie, waarmee we vanuit het belijden der kerk geen verwantschap kunnen en mogen hebben. Bij dit alles — én bij het zoeken naar verbindingen én bij het signaleren van afwijkingen inzake de leer der kerk — was en is ons uitgangspunt de Schrift en de daarvan afgeleide belijdenisgeschriften onzer kerk. In onze belijdenisgeschriften wordt namelijk toch óók inzake het gezag der t Schrift beleden. En zó — zoals de belijdenis aangaande het Woord en de daarin vervatte leer des heils belijdt — zo belijden we het mee. In deze belijdenis vindt een afgrendeling plaats naar de kant van Rome, remonstranten en dopersen, in welk wisselend gewaad die zich ook door de tijden heen presenteren.
Zo willen we als Hervormd Gereformeerden belijdend in de kerk der Hervorming staan. Hier ligt vaak onze strijd. Hier ligt de oorzaak, dat we met allerlei ontwikkelingen in onze kerk niet mee kunnen. Omdat we de kerk willen houden aan haar belijdenis, die haar spreekregel dient te zijn maar het vaak niet is (en niet alleen binnen onze kerk is dat zo), daarom staan we vaak op de tocht.
Deze strijd om de belijdenis der kerk zal onze inzet blijven vragen. Me dunkt echter, dat het thans óók geboden is een andere kant te signaleren.
Radicalisering
Nu moderne theologieën en de consequenties daarvan in concrete kerkelijke aangelegenheden steeds radicaler vormen aannemen en we bovendien de kerk allerwegen in deplorabeler toestand zien komen, terwijl een geweldige secularisatie met toenemende normloosheid om zich heen grijpt, wordt gemakkelijker dan vroeger opéén geworpen al wat 'Schriftgetrouw' wil zijn of zo genoemd wordt. De vraag is echter of dit maar zo ongenuanceerd kan en mag en moet. Want 'Schriftgetrouwe' stromingen zijn er in soorten. Maar zodra we met elkaar over de belijdenis gaan praten gapen er kloven, waar dan wel weer achter zal zitten dat elk zo zijn eigen vulling geeft aan Schriftgetrouwheid. Er is bijvoorbeeld een Bijbelgetrouwheid, waarin nauwelijks aandacht is voor het Oude Testament en voor het oud-testamentisch lied in de Psalmen, om maar een voorbeeld te noemen.
Voor ik één en ander uitwerk haast ik mij te zeggen, dat men mensen kan ontmoeten uit niet-belijdenis-gebonden kringen (ik denk aan Vrij Evangelischen, Baptisten, mensen van de Vergadering der Gelovigen) met wie men zich één weet in het ernstig nemen van de Schrift en het gezag daarvan, méér dan met hen, die de Bijbel door zóveel Schrift-kritische zeven hebben geschud, dat er nauwelijks nog van een echt Schriftberoep sprake kan zijn.
Zo ligt dit ook bij sommige vrije bewegingen, b.v. ook bij jongerenbewegingen als Youth for Christ. Niet zelden zijn zulke bewegingen ook opgebloeid daar waar het kerkelijk leven op een nulpunt is gekomen. Waar de op hart en leven gerichte verkondiging van het Woord Gods is weggezakt komen mensen soms bij bewegingen, die daarvoor wél aandacht hebben terecht, wanneer zij houvast zoeken in het leven. Hier liggen onbetaalde rekeningen van de kerk. Er liggen ook onbetaalde rekeningen van de kerk wanneer zulke stromingen het evangelisatiewerk aanpakken, terwijl de plaatselijke gemeente het volledig lieten liggen. Dan is er ook alle reden tot bescheidenheid en de noodzaak zich aan hen te spiegelen. En tenslotte realiseren we ons óók, dat voor velen zulke stromingen — we denken ook aan Youth for Christ, waar het plaatselijk overigens erg verschillend kan liggen — een doorgangshuis waren naar de kerk.
In abnormale tijden kunnen mensen zich soms ook langs bijzondere wegen geleid weten naar en onder het Woord Gods, waarvan nog altijd geldt dat het niét gebonden is.
Maar dit alles gezegd hebbende haast ik mij toch wel naar het eigenlijke doel van dit artikel. Ik geloof niet, dat ik teveel zeg als ik opmerk dat velen in de orthodoxie, zeg de Gereformeerde Gezindte, in toenemende mate en argeloos onder de bekoring beginnen te komen van wat uit vrije kringen wordt aangereikt, terwijl niet beseft wordt, dat men ongemerkt op een weg komt, die van de confessie afvoert, zodat men óók ongemerkt in een ander klimaat van geestelijk leven gaat ademen dan dat wat voor de (Calvijnse) reformatie bepalend was. Ik ga nog een stap verder: velen komen ongemerkt dunkt me onder een moderne vorm van remonstrantisme, wat men echter, gezien allerlei linkse ontwikkelingen ter anderer zijde, niet onderkent.
Concreet
Graag wil ik één en ander concretiseren. In de Evangelische Omroep vonden vertegenwoordigers van kerken en vrije groepen elkaar. Vanwege de 'haalbaarheid' van een nieuwe omroep moest het wel zó en we zullen er voorlopig bepaald niet op afdingen dat het zó ging. We beseffen namelijk, dat één en ander een dringend gewenste nieuwe impuls gaf aan de vertolking van de bijbelse boodschap via de ether. Maar hier ligt toch wel een spanningsveld. Scherp gezegd: als alle betrokkenen bij de Evangelische Omroep zich eens over de Dordtse Leerregels zouden buigen, dan zou blijken, hoe ten aanzien van predestinatie, de belijdenis aangaande de totale verdorvenheid van de mens en de Borggerechtigheid van Christus, mitsgaders de pneumatologische uitwerking daarvan in een mensenleven, de meningen minstens zoveel uiteen zouden lopen als ten tijde van de opstelling van de Dordtse Leerregels de visies uiteenliepen van de remonstranten en de gereformeerden. We zeggen dit vanuit een eerlijke zorg. Als wij bij de NCRV signaleren, dat daar een ontwikkeling los van het reformatorisch belijden zorgde voor een in vele gevallen niet meer te herkennen C in de omroep (ondanks goede dingen die bleven), dan dienen we ons wel te realiseren dat we in een omroep als de Evangelische Omroep niet klakkeloos aanvaarden kunnen het feit, dat uit die hoek eveneens een al of niet verhulde afweer van het confessionele element (ik bedoel dus in de zin van de belijdenis) zich voordoet. Wat we kerkelijk niet zouden kunnen aanvaarden dienen we in het kader van een omroep niet kritiekloos over te nemen. Me dunkt dat er een eerlijk elkaar toetsen en aanspreken dient te zijn van allen, die, bij alle begeerde Schriftgetrouwheid, toch inzake de belijdenis en de daarin vanuit het Woord vervatte leer, verschillende wegen gaan.
Wij zijn dankbaar voor vele goede dingen, die ons via de EO worden geboden. Wij hebben daarbij steeds gaarne in de EO onze inbreng gegeven gezien de noodzaak van een bijbels evangelisatorisch appèl op ons volk. De opmerkingen die wij maken dienen dan ook gezien te worden vanuit de oprechte wens om ook via de omroep het volk op goede wegen te leiden en voor te gaan. De vraag is namelijk of luisteraars en kijkers voldoende kritisch-onderscheidings-vermogen hebben en houden bij alles wat de huiskamer binnenkomt, zeker ook als het binnenkomt via een vertrouwd 'bijbelgetrouw' kanaal.
Amerikanisme
Via het medium, maar niet alléén op deze wijze, en daarom stellen we het nu ruimer dan de omroep, komt momenteel een golf van wat ik zou willen noemen 'amerikaanse religiositeit' over ons heen. Het is de sfeer van de religieuze popmuziek, van een bepaald soort opwekkingsmentaliteit, waarvan we vaak moeten zeggen, dat het bij ons overkomt als godsdienstige 'kitsch'. Wie uit en bij de reformatorische belijdenis wil leven herkent daarin niet de tonen van zonde en genade, van schuldbesef en verbrijzeling voor Gods aangezicht alsook van het geheimenis van het ingeplant worden in de wijnstok Christus. Hier is vaak sprake van oppervlakkig eigentijds remonstrantisme. Bij de uitzendingen van de EO is er gezien de brede samenwerking begrijpelijkerwijs sprake van tweesporigheid. Naast klassiek gereformeerde uitzendingen, bij de radio (met uitstekende uitzendingen) méér dan bij televisie, en bij televisie ook weer verschillend, zijn er inderdaad de amerikaans aandoende programma's, die confessioneel niet herkenbaar zijn. Dit vraagt om kritische onderscheiding. We bemerken dat velen in de orthodoxie hier ook inderdaad mee zitten, enerzijds blij zijn met het vele goede, anderzijds beducht zijn voor deze stroming, die men als oppervlakkig en goedkoop ervaart. Om het nog wat nader te concretiseren: de Gert en Hermien manie ervaren we — buiten beschouwing gelaten wat er in het leven van deze mensen aan koersverandering heeft plaats gevonden — als een verontrustend verschijnsel. Moeten mensen zonder enige ondergrond en achtergrond, kort na een wijziging van hun levensgang, opeens voorgangers en vertolkers van de boodschap bij uitstek worden ? Zo komen er ontsporingen.
Het lied
In dit verband willen we ook nog iets zeggen over het lied. Via het lied is er een gemakkelijke toegangspoort voor de boodschap. En als nu ergens mensen weinig kritisch zijn dan is het bij de inhoud van het lied, als namelijk de melodie maar aanspreekt. Maar er zijn psalmen, bijbels verantwoorde geestelijke liederen, versjes en liederen met een 'sfeertje'. Hier liggen, bij de overgang van het één naar het ander (bij b.v. de vloeiende overgang van het geestelijke lied naar het versje en het sfeertje) de poorten wijd open voor allerlei vreemde insluipsels in de gemeenten, ook binnen de orthodoxie.
We zullen hebben te bedenken dat in de vorige eeuw de modernen zich schaarden rond de 'evangelische gezangen', waarin een soort natuurreligie, een romantisering van natuurbeelden, een verbinding van natuur en religie bepalend waren. En nóg kan men in plaatselijke kerkbladen van links vrijzinnige gemeenten zulke verzen tegenkomen, verzen met een zeker sentiment maar totaal gespeend van wat we in de Psalmen aan klachten vanwege Godsverlating en jubel van Godsverheerlijking en gemeenschap met Hem aantreffen. Zulke liederen (oude of nieuwe) dringen thans héél gemakkelijk in het gereformeerde leven binnen, zonder dat er kritisch wordt onderscheiden. Er ligt een wereld tussen de Psalmen en deze liederen. Géén recht en gerechtigheid bepalen de inhoud maar lief zijn en lievigheid. Geen schuld en boete vormen de ondertoon maar het mooie avondrood of de kabbelende zee. Niet Christus en Zijn zoendood schitteren tegen de achtergrond van menselijke verlorenheid maar een zoete lieve Jezus wordt verbeeld die alle mensen lief heeft ongeacht geloof en bekering.
Tenslotte
Dit waren zo wat gedachten ingegeven door een toenemende zorg over veroppervlakkiging ook in orthodox gereformeerde kring vanwege opengaande deuren naar vrije groepen en hun religieuze inbreng.
Daar waar we concreet moesten zijn signaleerden we slechts wat in kamers (hopelijk ook huiskamers) meermalen besproken wordt. We kunnen er niet omheen, dat het gesprek ook over deze dingen wordt gevoerd. Wie overtuigd is van het groot goed ons in de confessie gegeven kan maar niet doen of zijn neus bloedt als we met niet aan de confessie gebonden stromingen contact hebben en we dan toch twee werelden van godsdienstige beleving elkaar zien ontmoeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's