Nieuwe moraal in jeugdboeken
Het is een bekend feit dat met name in de moderne literatuur een wereld op ons af komt die veelal bepaald niet christelijk is, een wereld met een eigen ethiek, een eigen moraal en een eigen visie op mens en samenleving, op leven en dood. Met literatuur bedoel ik dan: boeken van literair gehalte, die primair geschreven zijn voor volwassenen en die gerekend kunnen worden tot de letterkunde. ledere leerling van een school voor Havo of VWO zal met deze literatuur kennis maken.
Daarnaast is er het verschijnsel van de jeugdboeken. De schrijvers hiervan richten zich bij uitstek tot een jeugdig publiek. Zo zijn er boeken voor kinderen van 6 - 8 jaar, van 8 - 10, van 10 - 12, enz. Sommige hiervan kunnen zo goed geschreven zijn dat ze in kwaliteit niet onderdoen voor de zogenaamde 'literatuur voor volwassenen'. In zo'n geval spreken we bij voorkeur van jeugdliteratuur, die we dan dienen te onderscheiden van jeugdlectuur die kwalitatief veel minder is. Op het onderscheid literatuur en lectuur kan ik thans niet verder ingaan.
Het gaat mij in dit artikel om jeugdboeken die geschreven zijn voor een lezerspubliek dat bestaat uit jongens en meisjes van ongeveer 15 jaar. In het Maandblad van de Nederlandse Christen Vrouwen bond van oktober 1976 trof mij een passage in een artikel van drs. Inge Bast-Reijnders: Lezen goed voor uw kinderen? Mevrouw Bast-Reijnders schrijft o.a.:
’Sommige van de jeugdboeken die ze de laatste tijd uitgeven, veel vertalingen uit het Amerikaans, zou ik persoonlijk als Christen niet zonder begeleiding aan opgroeiende mensen in handen willen geven. Ze behandelen problemen als de pil, abortus, sexuele gemeenschap van tieners en dergelijke’.
Na het lezen van bovengenoemd artikel ben ik eens op onderzoek uitgegaan. Beroepshalve heb ik me altijd beziggehouden met 'literatuur voor volwassenen' en het is mij niet onbekend dat de moderne schrijvers hun lezers veelal trakteren op een niet-christelijke levensbeschouwing en ethiek. Maar hoe zit dat nu met jeugdboeken die thans op de markt verschijnen ? Na wat snuffel- en speurwerk ben ik tot de conclusie gekomen, dat er een dikke streep gezet moet worden onder de constatering van mevr. Bast-Reijnders. Uitgevers in Nederland brengen jeugdboeken op de markt die niet alleen allerlei linkse ideeën en alternatieve opvoedingsidealen propageren — daar heb ik in dit blad al eens over geschreven — maar die ook op het terrein van de ethiek, de seksuele moraal een nieuwe weg aanwijzen. Een weg die vanzelfsprekend schijnt te zijn, maar heel duidelijk niet naar Gods Woord is. Veelal zijn de boeken vertaald; ze komen uit Amerika en uit Scandinavië.
Het betreft hier boeken waarin jongens en meisjes van ongeveer 14 tot ongeveer 17 jaar als hoofdpersonen optreden. Ze zijn dan ook bedoeld voor 'n lezerspubliek van diezelfde leeftijd. We worden in deze boeken ingewijd in de wereld van de 'moderne tiener': ontwakend seksgevoel; relaties tussen jongens en meisjes die weldra uitgroeien tot wat we 'intieme relaties' noemen, zonder dat zelfs maar een liefdesrelatie aanwezig hoeft te zijn; grote vrijheid voor de tieners om te doen en te laten wat ze zelf willen; feestjes bij de tieners thuis — vader en moeder zijn elders — en schoolfuiven die nogal eens uit de hand lopen, enz. Een aspect van de nieuwe moraal dat er uitspringt is: geslachtsgemeenschap tussen jongens en meisjes van ongeveer 15 jaar is volkomen normaal.
Misschien verbaast u dit alles niet zo. Maar mijn verhaal is nog niet af. De nieuwe moraal gaat nog verder. Als een meisje in verwachting raakt, wat dan ? Wel, dan moet ze serieus over abortus gaan denken ! Er zijn thans verschillende jeugdboeken te koop die in verhaalvorm de vraag aan de orde stellen: hoe kom ik van een ongewenste zwangerschap af ? Die 'ik' is dan een meisje van 15 a 16 jaar. Abortus provocatus is dan één van de reële mogelijkheden die zo'n meisje overweegt, óf omdat ze er zelf het meeste voor voelt, óf omdat ze geen andere uitweg ziet, óf omdat anderen haar dit middel aanpraten.
Twee voorbeelden ter illustratie. Allereerst het boek Mij overkomt dat niet van de Zweedse auteur Gunnel Beekman. In deze roman is het meisje Anne — 17 jaar — in verwachting geraakt. Hoe moet ze dit oplossen ? Als geëmancipeerd meisje meent ze: de vrouw moet zelf beslissen. Dus abortus ? Nee, ze wil toch eerst advies hebben. Ze wint informatie in, voert gesprekken met christenen die slechts half christelijk blijken te zijn. De algemene strekking van het boek is: pro-abortus. De argumenten vóór worden niet tegengesproken, de argumenten tégen — uit christelijke hoek — komen wel aan de orde, maar ze worden als 'vaag' en 'zinloos' gekwalificeerd. Uiteindelijk hoeft Anne niet tot abortus over te gaan, omdat de zwangerschap niet doorzet.
Een tweede voorbeeld is het boek Mijn liefje, mijn hamburger van de Amerikaanse auteur Paul Zindel. Het is reeds in 1972 in het Nederlands vertaald en uitgegeven. Ook in dit boek raakt een meisje in verwachting. De jongen haalt haar over tot abortus. Hij zal voor het geld zorgen. Zijn vader staat er helemaal achter. De abortus vindt op illegale wijze plaats. Het meisje, Liz geheten, is totaal ontredderd: ze had zelf die stap niet willen doen.
Abortus provocatus in jeugdboeken: wie had dat een tiental jaren geleden kunnen denken ? Ik geef nog een citaat door uit het artikel van mevr. Bast-Reijnders:
’Openbare bibliotheken hebben de opvoedingsgedachte laten varen, met het gevolg dat ze minder op kwaliteit letten dan vroeger’.
Dit alles voert ons nadrukkelijk naar het eerste opvoedingsmilieu: het gezin. Christelijke ouders moeten zeker een 'opvoedingsgedachte' hebben. Sterker: ze hebben een opvoedingsplicht en een opvoedingsverantwoordelijkheid. In een christelijk gezin zal zeer beslist over abortus provocatus gesproken dienen te worden. Verzwijgen is geen oplossing. Maar bij dat gesprek zal alleen de bijbel richtsnoer kunnen en mogen zijn.
Kinderen krijgen wil nog altijd zeggen: kinderen uit Gods hand ontvangen. Kinderen worden door God aan ons toevertrouwd. Dat plaatst ouders voor een grote verantwoordelijkheid. In dit verband zou ik willen zeggen: ouders die hun kinderen zonder controle en zonder begeleiding loslaten op lectuur zoals in dit artikel aan de orde gesteld, moeten zich eens dringend de vraag stellen of ze de opvoeding van hun kinderen wel serieus nemen. Ze moeten vervolgens niet vreemd opkijken, als diezelfde kinderetl met betrekking tot de problemen van leven en dood een visie ontwikkelen — beter gezegd: ingegoten krijgen — die haaks staat op die van de bijbel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's