De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat?

7 minuten leestijd

o Mijn volk, wat heb Ik u gedaan. Micha 6 vers 3a

Micha. Zijn volle naam luidt: Michajah: en betekent: wie is de Heere. Blijkens zijn woorden weet hij hoe hij heet, naar Wie hij werd vernoemd: Wie is een God gelijk Gij — Micha 7 vs. 18. Ik denk dat hij gelovige ouders had, die de Naam kenden, en hoorden doorklinken in de naam van hun kind. Nu, voor deze Naam des Heeren treedt Micha in het krijt. In Israël is die kennis nagenoeg verdwenen. Men meende zich allerlei vrijheiden tegenover de Heere te kunnen veroorloven, noem het maar gerust overtredingen. Die zijn aan de orde van de dag en met de handen te tasten:

Micha is een tijdgenoot van Jesaja; hij kwam uit Juda, uit de streek die grensde aan het land der Filistijnen. Plattelander van geboorte — het is soms merkbaar — is hij ook goed op de hoogte van het stadsleven in Samaria en Jeruzalem. Het is een tijd van welvaart, al pakken donkere wolken zich samen boven het tweestammen rijk. Politieke ontwikkelingen zullen mettertijd hun invloed doen gelden. Micha ziet het onheil aankomen, hij kondigt het aan. Niet omdat hij zo'n goede kijk op die politieke ontwikkelingen heeft, maar omdat de ontwrichting van het volksleven hem overduidelijk is. Hij spreekt namens de Heere, oordeel en oorlog roept hij uit. Sommigen vinden dat hij een andere toon moet aanslaan, de gangbare toon van vrede en heil. Hij is geen volksman, hij is een man Gods. Hij spreekt in de kracht en door de Geest des Heeren — Micha 3 vs. 8. — Daaraan ontlenen zijn woorden hun gezag: Hoort nu wat de Heere zegt.

De Heere neemt de zaak hoog op. Hij is beledigd door de zonden van Juda; Zijn eer staat op het spel, de eer van Zijn Naam. Micha voert hier het pleit voor die naam; hij twist de twist des Heeren. Dat is geen ruzie ! Dat is de rechtzaak, het rechtsgeding. De Heere maakt het aanhangig. Hij is de aanklager. Bergen en heuvelen, de grondvesten der aarde zijn getuigen. Onpartijdige getuigen. Er heeft zich heel wat afgespeeld aan hun voet en langs hun hellingen, dat hier ter sprake komt. Bijna krijgen ze de rol van scheidsrechter toebedeeld.

De Heere zal zich met Israël in het recht begeven. Het beeld wordt vaker gebruikt door profeten en psalmisten. Denk maar aan Jeremia 2 en Psalm 50: de godsspraak is een rechtspraak. Het is meer dan een beeld; er wordt recht gesproken, nu de Heere spreekt. Ziet hoe krom het er naar toe gaat; hoort hoe de Heere in Zijn recht staat. Wat moet Ik er mee, zegt de Heere, als aarzelt Hij nog. Het oordeelswoord is echter geen loos alarm; het rechtsgeding helt over naar het gericht. De Heere is van plan de aanklacht in te dienen, ten aanhore van land en volk, Hij wil het nu eindelijk wel eens uitgemaakt zien, wie er gelijk heeft.

Dan . . . Weer zo'n verrassende wending. De Heere buigt zich zo diep neer. Hij ziet er van af ! Hij geeft het woord aan het volk. Zal Hij zeggen wat Hij tegen hen heeft, met onweerlegbare bewijzen ? Laten zij maar zeggen, wat zij tegen Hem hebben. De aanklager laat zich als aangeklaagde behandelen. Hij daagt Juda uit. Hij dwingt hen met hun bezwaren — zo ze er zijn — voor de dag te komen; Hij lokt hen uit hun tent. Dat is een ontroerende wending. Eerst: Ik heb wat tegen u. En dan: waarom hebt gij wat tegen Mij ? De weerbare is kwetsbaar. Hebben ze hun klachten kenbaar gemaakt ? Niet met zoveel woorden; Hij gaat op hun onuitgesproken klachten in, omdat Hij hun gedrag wel moet verklaren uit hun hart. Hun hart is Hem niet toegedaan, het is vol wantrouwen en wrevel. De vragen roeren de zaak aan, ze raken het hart aan; ze zijn doordringender dan verwijten.

O, mijn volk ! zo noemt Hij hen, met nadruk. Hoe lang al, hoe lang nog ? Wat is de Heere lankmoedig. Hij denkt blijkbaar aan Zijn. verbond. Hij denkt er meer aan dan zij. Hij breekt niet met hen, hoewel zij kennelijk bij Hem weg willen. Hoort u dat, terwijl u dit leest ? Hij voegt ons toe: wij hebben toch een verbond met elkaar; jong en oud neemt Hij mee in dat brede: o mijn volk. Die wij er niet meer bij rekenen, horen er bij. Een heel volk. Alle afkeer, alle afval ten spijt spant het verbond Gods zich nog als een regenboog over kerk en volk, over gemeente en gezin, over ons weerbarstige leven. Veel kleurig is de waarheid, de trouw des Heeren. Daarom wordt ons de vraag gesteld. Daarom moet die vraag veel verder doorklinken, nu de vervreemding van God, door het verlaten en vergeten van Zijn verbond, hand over hand toeneemt. O, mijn volk. Waarom toch; ben Ik er schuldig aan, heb Ik dat aan u verdiend ? Het woord is niet meewaardig bedoeld, medelijden wekkend. Het is ontdekkend; beken het maar. Terwijl Hij kon stellen: wat hebt gij gedaan vraagt Hij: wat heb Ik u gedaan, u aangedaan.

Als ze dan van de Heere niet willen weten, van Zijn woord niet, van Zijn wet niet, waarom niet ? Wat misdeed Hij, mishandelde Hij hen, misleidde Hij hen. Wat! De Heere is er benieuwd naar, toen en nu. Wat heb Ik gedaan, dat u niet aanstond, dat u redenen gaf om de rug toe te keren. Beklagen zij zich over het strenge oordeel ? Ik vraag u: is dat de schuld des Heeren, of onze eigen schuld ? Wij schui­ven de schuld zo vlot naar de Heere toe, want wij willen ons rechtvaardigen. Doet de Heere niet genoeg voor hen. Dat kunnen ze niet volhouden ! Ze zijn er naast, ze hebben het mis. Laten ze het tenminste eens eerlijk, zeggen. Hebben ze het met deze God niet getroffen, heeft Hij Zijn beloften niet vervuld. Ik vraag u, antwoordt! Moet Hij er naar raden, wat de oorzaak is van hun ongehoorzaam gedrag ?

Staat de dienst des Heeren ons niet aan, omdat wij van de Heere niet gediend zijn. De wortels zitten altijd dieper in de grond dan de plant. Wat heb Ik u gedaan ? De vraag legt de wortels bloot. Daarom durven wij het antwoord niet rechtstreeks geven, we draaien er dikwijls omheen. We houden het met de oppervlakte, we houden ons op de vlakte. De Heere Iaat ons dat niet toe. Wat heb Ik u gedaan. Ik, de God van het verbond. Zal Ik het u eens in herinnering brengen ? Ik heb u uit het slavenhuis verlost. Ik heb u mensen gegeven, die u door de wildernis hebben geleid: Mozes, Aaron, Mirjam. Toen Bileam u wilde vloeken, zorgde Ik er voor, dat hij u zegende. Ik bracht u in het land, van Sittim to Gilgal. Ik hield mijn woord, mijn gerechtigheden — vers 5 — mijn heilsdaden. Ik was u trouw. Vanwaar dan uw ontrouw ?

Wij kunnen die niet aannemelijk maken, als de Heere ons ondervraagt en ons aan het een en ander herinnert, ook in ons eigen leven. Zou iemand op het punt staan, met de Heere te breken, dan kijkt Hij u onderzoekend aan: Wat ? Hij roept u terug. Dat deed Ik; Mijn zorg. Mijn woord, mensen, die gidsen waren, een weg waarin Ik u leidde, een zegen, die Ik u toezegde. Zeg maar eens, dat het niet waar is. Wat ? Als de vraag, de korte vraag: Wat heb Ik u gedaan, ons niet loslaat is er al veel gewonnen. De Heere drukt deze en gene met de neus op de feiten. Die feiten getuigen vóór Hem en tegen mij. Ik ga tegen mijzelf getuigen, eindelijk geef ik de Heere de eer van Zijn Naam. Heere, U bent niet in gebreke gebleven, maar ik. U deed niet naar mijn zonden, en ik deed U zo veel verdriet. Dat is het antwoord, wanneer ons gevraagd wordt: O, mijn volk, wat heb Ik u gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wat?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's