De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Broeders in nood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Broeders in nood

Drama Hongaarse Methodisten

8 minuten leestijd

In Hongarije is er, in vergelijking met andere landen in Oost Europa, betrekkelijke vrijheid en geen directe geloofsvervolging. De opstand van 20 november 1956 heeft ongetwijfeld een wat gunstiger resultaat opgeleverd voor de bevolking dan in landen als Roemenië, Rusland en andere landen. Maar verder is het zo dat door alles heen Hongarije bezet gebied is en dat het communistische systeem er volop werkt. Dat wil zeggen 'de partij' deelt de lakens uit. En, de in de wet geregelde godsdienstvrijheid ten spijt, de kerk is niet vrij. Werk onder de jongeren, evangelisatiearbeid, het als kerk bezig zijn op alle terreinen van het leven is niet mogelijk of wordt bemoeilijkt. Het communisme is er bepaald op uit het kerkelijk leven te bemoeilijken en soms zijn kerkelijke leiders stromannen van Moskou.

In dit artikel vragen we dringende aandacht voor een dramatische zaak in Hongarije, namelijk die van een aantal berechte methodisten-predikanten, een zaak die in de Westerse pers al eerder de aandacht kreeg, maar die thans méér dan acuut geworden is.

1674 - 1974

Op 6 maart 1674 begon het proces van Poszony tegen meer dan driehonderd Hongaarse predikanten, van wie. er een zestigtal als galeislaven naar Napels werden verkocht, waar ze in 1676 door Michiel Adriaanszoon de Ruyter werden bevrijd, reden waarom in Debreczen een standbeeld voor hem is opgericht. Precies driehonderd jaar later, op 5 maart 1974, begon de excommunicatie van een tiental Hongaarse methodisten predikanten.

Eén van de predikanten, ds. Ivani Tibor ondervond de eerste moeilijkheden in 1968. De staat zag met lede ogen aan dat het aantal 'diaspora'-gemeenten (gemeenten in de verstrooiing) zich al maar uitbreidde. Bij de oorspronkelijke 17 moedergemeenten voegden zich 79 diasporagemeenten. Op een bepaald moment werden twee zonen van deze predikant van school verwijderd, de ene (18 jaar, vlak voor zijn eindexamen gymnasium) omdat hij een jongen uitnodigde ter kerke te gaan, de andere omdat hij in een opstel (2e klas gymnasium) over een verplicht onderwerp (wat is de bron van het geluk? ) voor de Naam van Christus uitkwam. Later werd voor de oudste zoon een school enkele honderden kilometers verder genomen waar hij het eindexamen kon doen. Thans zijn beide zonen ook predikant. '

Kerkleiding

Ter verdere verduidelijking is nodig vooraf een korte situatieschets te geven van de kerkleiding bij de methodisten. Zij. kennen een superintendent, door de gemeenten gekozen, en een van staatswege ' bevorderde director (der Freikirchen). In 1974 was Sandor Palotai director en Hecker Adam (van Duitse afkomst) superintendent. De genoemde, , thans vervolgde Ivani Tibor, was plaatsvervanger voor de superintendent. Hij waagde het. herhaaldelijk de staatsgezinde director te kritiseren en hij pleitte voor de noodzaak van evangelisatie. Dit riep de weerstand op van de director, die koste wat het kost, wilde voorkomen dat Ivani Tibor ooit als superintendent (door de gemeenten) gekozen zou worden. De verkiezing werd door allerlei manipulaties dan ook op de lange baan geschoven.

Aanleiding

In 1974 werd een .aanleiding gevonden om Ivani Tibor terzijde te schuiven. Van de hand van zijn vrouw verscheen in een blad dat in Stuttgart wordt gedrukt ten behoeve van de verspreid in Europa wonende Hongaren een gedicht bevattend een christelijk getuigenis. Het werd als con-" trarevolutionair, dus als staatsgevaarlijk aangemerkt. De superintendent kreeg van staatswege bevel ervoor te zorgen dat Ivani Tibor uit zijn ambt werd ontzet. Alzo geschiedde op, zoals gezegd, 5 maart 1974. Ivani wist zich onschuldig en weigerde aan de excommunicatie gehoor te geven. Op 26 maart kwamen derhalve de predikanten van de methodisten, inclusief de toen nog studerenden met rechten van prediking, bij één. Tien verklaarden zich solidair met de geëxcommuniceerde Ivani Tibor, zeven met Hecker, de superintendent. Op dat moment voltrok zich de breuk. De minderheid met de superintendent ging de meerderheid één voor één uit het ambt ontzetten. En toen zich dit voltrokken had werd de nieuwe superintendent gekozen door de overgebleven, met de staat loyale, predikanten. Gekozen werd toen de zoon van de oude superintendent.

Steeds moeilijker

De' situatie voor de tien geëxcommuniceerden werd steeds moeilijker. Zij waren dan wel uit hun ambt ontzet maar voelden zich in hun geweten slechts gebonden aan hun Zender. Ze bleven preken en hun gemeenten gingen mee. Die gemeenten vormen overigens het overgrote merendeel van de diaspora-gemeenten. En deze gemeenten gaven de predikanten uiteraard het recht hun ambt van predikant te blijven uitoefenen. Eén en ander is nu de inzet geworden van een serie van (thans) 33 gevoerde processen. Voor een proces moet een aanleiding zijn. Deze aanleiding is gevonden in het (voor alle Hongaren verplichte) persoonsbewijs van de afgezette predikanten. Zo'n persoonsbewijs moet het beroep bevatten. De predikanten weigerden hun persoonsbewijs af te geven voor wijziging inzake hun beroep. E)e gemeenten gaven hun immers het recht predikant te zijn! Voor de staat maken zij zich nu echter schuldig aan documentenvervalsing. Vandaar de processen. Bij Ivani Tibor zijn tenslotte twee politieagenten gekomen die met dwang het persoonsbewijs met zich mee hebben genomen. Intussen zijn drie predikanten veroordeeld tot gevangenisstraffen van vijf tot zes maanden, die overigens nog niet in werking zijn getreden, waarschijnlijk omdat men bang is voor repercussies.

Maatregelen tegen de samenkomsten

Intussen spanden de kerkelijke leiding en de staat samen tegen de gemeenten van de afgezette predikanten, althans voorlopig tegen de gemeenten in Budapest (2 afge­ zette predikanten wonen en werken in Budapest). Enkele maanden geleden begonnen de moeilijkheden toen de superintendent, Hecker, de kerk persoonlijk openbrak, een nieuw slot liet aanbrengen, het bord in de kerk waarop de kerkdiensten zijn vermeld wegnam, en een plakkaat aanbracht, waarop stond dat in de betreffende kerk geen dienst meer werd gehouden en de gemeente verwezen werd naar de .kerk van de superintendent zelf. De gemeente nam op haar beurt het slot weg en 's zondags werd er weer opnieuw de samenkomst van de gemeente gehouden.

Toespitsing

De laatste weken heeft zich de zaak enorm toegespitst. Vorige week kwam de politie bij een der afgezette predikanten en eiste de sleutel en het gemeentestempel op, op straffe van maatregelen tegen alle gemeenteleden. De afgezette Ivani Gabor, één van de twee zonen van Ivani Tibor, die predikant zijn, ging door de knieën en gaf de sleutel uit zorg voor zijn gemeenteleden. Direct na het vertrek van de politie werd het bekend in de gemeente. Het gevolg was dat enkele gemeenteleden zich naar de kerk spoedden, het slot wegnamen en direct een nieuw slot aanbrachten. Vijf minuten later stond de politie met de superintendent bij de kerk en moesten tot hun woede constateren dat de sleutel niet paste.

Opnieuw is de deur toen opengebroken, werden aankondigingen weggenomen en werd een nieu\y slot met barricade aangebracht. De gemeente kwam toen voor het kerkgebouw bijeen, ging in gebed en ging in stemming over wat men doen zou. Besloten werd opnieuw de deur open te breken. Dat gebeurde twee weken geleden. Alle gemeenteleden hebben de zaag gehanteeerd om allen medeschuldig bevonden te worden. Dat is de laatste ontwikkeling.

Solidair

De tien geëxcommuniceerde predikanten leven intussen in onderlinge solidariteit in gemeenschap van goederen. Ze gevoelen

zich ook in de steek gelaten door de methodisten bisschop voor Oost Europa, die in Zwitserland vertoeft. Deze bisschop, Schafer, wordt formeel niet erkend door de Hongaarse regering, omdat deze geen inmenging van buitenaf duldt. Zo ligt het formeel. Maar Schafer heeft nauwe relaties met de ten opzichte van de staat loyale superintendent. De dissidenten hebben in een uitvoerige brief hun nood waarover al eerder in de westerse pers is ge-' schreven, dan ook voorgelegd aan de World Methodist Conference in Dublin in juli van dit jaar.

De Hongaarse dissidenten zijn dan ook ten zeerste gebaat met aandacht voor hun zaak. Zij weten zich in belijdenis één met de Hongaarse gereformeerden en willen niets anders dan God dienen in de dienst des Woords en de opbouw van hun gemeente. De riem wordt hen steeds nauwer aangehaald. In geen westers land zou kunnen gebeuren wat daar thans plaats vindt. Dan mag het zo zijn dat er in Hongarije sprake is van een gematigd bewind, een zaak als deze liegt er niet om. Een kerkelijke minderheid besluit tot excommunicering van een meerderheid en de staat is daarbij partij. Hier wordt vrijheid van godsdienst met voeten getreden en de vraag mag worden gesteld of hier niet gehandeld wordt in strijd met het accoord van Helsinki. De Hongaarse methodisten willen op grond daarvan gepleit zien voor hun zaak. Daarom besteden we er hier uitvoerig aandacht aan.

In Hongarije kennen we nu behalve de zaak Nemeth Geza en Elias Joseph ook deze kwestie van vervolgde methodisten. Wanneer deze mensen daar er zelf weinig aan doen kunnen dan is er hier ook nOg iets mogelijk namelijk het wakker maken van de gewetens ten bate van deze broeders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Broeders in nood

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's