De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther over Woord en Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther over Woord en Geest

Woord en Geest

11 minuten leestijd

Met goed recht is de stelling te verdedigen dat met de Reformatie in de 17e eeuw aan alles een nieuw begin is gemaakt.

Een nieuw begin

De Westeuropese volkeren traden een nieuwe cultuurfase in. Op politiek, maatschappelijk en sociaal gebied wijzigden zich alle vroegere verhoudingen. De theologie onderging een verandering als in geen eeuw daarvoor. Het christelijk leven kreeg een geheel nieuwe gedaante. Ook in de harten veranderde er veel, wel niet zichtbaar doch niettemin zeer wezenlijk.

En dat alles gaat, althans voor een groot deel, terug op de prediking van aanvakelijk één man; een prediking waarin het Woord weer aan het wóórd kwam.

Die ene man, Luther, noemde zich bij voorkeur leraar der kerk en beriep zich dan gelijktijdig op de eed die hij had moeten afleggen bij het verkrijgen van zijn doctoraat, nl. dat hij zich in zijn onderwijs zou houden aan het Woord Gods.

Al spoedig na het aanvaarden van zijn doctoraat ontdekte Luther dat andere leraren der kerk zich helaas in hun onderwijs niet hadden gehouden aan dat Woord Gods. De wijsgeer Aristoteles had in de theologie der middeleeuwen de Schrift, het Woord Gods, aan de kant gedrongen. In de theologische ontwikkeling in die eeuwen was het Schriftgetuigenis nagenoeg ondergegaan.

En zulk een theologie wreekt zich vanzelfsprekend in de praktijk van het kerkelijke en geestelijke leven; zij leidt tot een verdorring daarvan. Niet alleen de theologie was dor, droog en arm geworden, ook de prediking. Geestigheden, zeker, daar ontbrak het niet aan op de kansels; en verder vele legenden; maar geestigheden kunnen nooit de Geest vervangen en dode heiligen kunnen geen zielen levend maken. In de praktijk van het kerkelijke leven een schrikbarend formalisme; als de plichten, de ceremoniën, de riten maar gedaan en voltrokken waren dan achtte men alles in orde te zijn.

De enige richting in de kerk waar het er minder dor en formalistisch en scholastisch aan toeging was die van de mystiek. En die bloeide in de middeleeuwen, met name onder kloosterlingen, volop. Hier zou men eerbetoon voor de Geest en kennis van Zijn werk veronderstellen en wij beweren ook niet dat dat geheel en al ontbrak, maar men vergete niet dat de mystieke heilsweg er een is van een zelf opklimmen van de mens tot God en tot de hoogte van de eenwording met God. En dat is een andere weg dan die waarop de Geest de zondaar leidt tot Christus en Zijn genade. In de mystiek trof men een Geest aan zónder Woord. De zwakheid van de mystiek van de middeleeuwen, en trouwens van alle mystiek op christelijk erf, is de onderwaardering of zelfs het geheel ontbreken van het Woord.

Als wij Woord en Geest vergelijken bij twee polen moeten wij zeggen, dat in de mystiek de ene pool het Woord Gods ontbraken dat daardoor de andere pool, die van de Geest, in ieder geval zeer zwevend, onvast en onduidelijk was geworden. In de middeleeuwen lag alles uit de balans. Het geloofsleven slingerde maar wat heen en weer. Onzekerheid was er het kenmerk van en werd van de zijde van de kerk ook bewust het volk ingeprent. Geen wonder, waar het Woord ontbreekt móet wel veel onzekerheid zijn. Daar heeft de Geest voor Zijn werk geen bedding meer. Hij kan niet meer richting aangeven. De vaste koers ontbreekt. Men kan waarheid niet meer van leugen onderscheiden. De grens tussen hetgeen het werk van Gods Geest is en hetgeen slechts een product is van 's mensen eigen geest vervaagt. Zomin het Woord kan zonder de Geest evenmin kan de Geest zonder het Woord.

In de Reformatie hebben beide Woord en Geest elkaar weer gevonden. Dat werd ook zichtbaar in het kerkelijke en geestelijke leven. Op hetzelfde ogenblik dat het Woord opnieuw ontdekt werd en een plaats kreeg in de prediking en de geloofspraktijk, begon de Geest opnieuw Zijn kracht te openbaren. Zo overvloedig en overweldigend dat men met enig recht zou kunnen spreken van een nieuwe uitstorting van de Geest, een tweede Pinksterfeest.

Uitgangspunt

Het is moeilijk om uit Luthers geschriften een pneumatologie, leer van de Heilige Geest op te bouwen. Zoals op alle andere punten vindt men bij hem uitspraken die in verschillende richtingen wijzen. Niet dat Luther over de Geest en Zijn werk gezwegen zou hebben; maar het is moeilijk hetgeen hij er over gezegd heeft in een systeem onder te brengen.

Een hoofdtrek in Luthers onderwijs is evenwel geweest het leggen van een heel nauwe relatie tussen Woord en Geest. Zijn leer van de Geest valt vaak samen met zijn leer aangaande het Woord. Woord en Geest lijken elkaar, vooral daar waar hij zich keert tegen de dwepers, te dekken.

Nu is daar wel een reden voor te geven. De ervaring van de Geest kan zo direct zijn dat er nauwelijks enige behoefte is aan reflexie. Luther zelf heeft eens zich gekeerd tegen alle theoretiseren over de verhouding van Woord en Geest, hij noemde dat toen sofisterij. De ervaring is één, en dan ontbreekt de lust om er afstand van te nemen en er al te beschouwelijk over te gaan spreken, te theoretiseren.

In een goed huwelijksleven wordt over de liefde weinig gereflecteerd en geredeneerd. Als dat wèl gebeurt dan kan de vraag worden gesteld of het met die liefde nog wel goed zit. Luther heeft zozeer het overmachtige en overweldigende van het Woord Gods in zijn leven ervaren dat hij, als hij zich er op bezon, de neiging had om al wat hij op rekening van de Geest moest zetten toe te kennen aan de kracht van het Woord.

Luthers spreken over Woord en Geest staat bij hem vooral in de contekst van hetgeen hij te zeggen heeft over de prediking. Daar vooral staan Woord en Geest bij hem toch wel heel dicht bij elkaar.

In verband hiermee moeten wij iets zeggen over Wet en Evangelie bij Luther. De prediking is immers naar haar aard en inhoud enerzijds Wet en anderzijds Evangelie. Beide worden door Luther zorgvuldig gescheiden gehouden maar tegelijk zeer innig op elkaar betrokken.

Zo dicht staan zij bij elkaar, zegt hij, als.de twee lippen van één mond. God spreekt in Zijn Woord nooit alleen maar de Wet of alleen maar het Evangelie. Hij spreekt steeds beide, door Zijn Geest.

Zeker, er is, zoals Luther meermalen zegt, een zekere voortgang van de Wet naar het Evangelie, maar die voortgang is er niet slechts eenmaal maar gedurig weer, zij staat nl. binnen het raam van de gelijktijdigheid, het samen op gaan.

Hiermee correspondeert dat de zondaar tegelijk (simul) rechtvaardige (iustus) en zondaar (peccator) is. Hij is zondaar onder de Wet, en blijft dat ook, hij is gerechtvaardigde door het geloof in het Evangelie. Het ware vorderen op de heilsweg is bij Luther een immer weer opnieuw beginnen. Wet en Evangelie als delen van hetzelfde Woord behouden in het leven der gelovigen, door de Geest, immer hun functie.

Zo gaan in Luthers prediking Wet en Evangelie steeds samen op. God slaat neer (Wet) en richt op (Evangelie). Met name de lofzangen van Hanna en Maria waren op dit punt zeer door hem geliefd.

De prediking is bij Luther nooit enkel verwijzing naar De prediking heeft niet tot taak alleen maar te zeggen hoe het gaat als de Geest dit of dat doet. Zij verwijst niet naar een werk des Geestes dat elders zou moeten plaatsvinden of plaatsgevonden heeft. Neen, hier en nu klinkt de stem van God tot u. Hier en nu slaat God u neer in al uw eigengerechtigheid, ontdekt Hij u aan de kwaal van uw hart, en hier en nu richt Hij u op door het Woord Zijner genade. Luther preekte Wet en Evangelie, én dat is iets anders dan preken óver Wet en Evangelie. Waar het Woord is mag worden verwacht dat de Geest Zijn werk doet. Daarom ook de bede om de Geest. De functie van het Woord is zéggen, de functie van de Geest is dóen; maar men mag beide niet scheiden.

En hoe zit het dan bij de ongelovigen? Als de zon op klei schijnt wordt de klei hard. Maar dat ligt niet aan de zon, maar aan de natuur van de klei.

De Geest door het Woord

In Luthers voorstelling van de verhouding Woord en Geest werkt de Geest dóór het Woord (per verbum), zegt men gewoonlijk. Op deze wijze meent men dan Luthers gedachten op een formule te hebben gebracht. En vaak verbindt men daaraan het verwijt dat Luther de Geest mogelijk teveel in het Woord heeft opgesloten.

Wij ontkennen niet dat in het latere Lutheranisme, waarin deze voorstelling dogma werd en kenmerk van (lutherse) orthodoxie, dit inderdaad het geval is geweest. Maar aan Luther zelf doet men geen recht met hem dit verwijt te maken. Daarvoor is Luthers spreken over Woord en Geest te geestelijk levend, men zou ook kunnen zeggen te bevindelijk. Bovendien, men heeft Luther in dit geval teveel beoordeeld vanuit een latere piëtistische instelling, waarin men, zoals nog aangetoond zal moeten worden, ertoe kwam Woord en Geest teveel van elkaar te scheiden.

Luthers binding van de Geest aan het Woord was geen eigenmachtige. Het heeft de Geest Gods zelf behaagd zich aan Zijn Woord te binden, aan dat Woord waarvan Hijzelf de goddelijke Auteur is. Luthers voorstelling dienaangaande heeft dan ook niet betekend een afbreuk doen aan het werk des Geestes. Maar wel heeft hij alles wat zich als Geesteswerk aandiende daardoor een norm aangelegd, nl. de norm van het Woord.

Hoe weinig Luthers voorstelling afbreuk heeft gedaan aan het werk des Geestes moge blijken uit het reeds genoemde feit dat de Reformatie als het ware een nieuw Pinksterfeest is geweest. Honderden zijn er door de reformatorische prediking in de ruimte, in de vrijheid gezet. En nog altijd gaat er een bevrijdende kracht uit van de reformatorische prediking. Door de Geest in zulk een nauwe relatie te zien mét het Woord en aldus met overgave dat Woord te brengen en te horen, is het Luther mogelijk geweest om Christus aan te prijzen op een wijze gelijk men sinds de dagen van de apostel Paulus in de kerk niet meer had gehoord.

Christus Zelf was het subject van de prediking, door de Geest, en het object. De Geest brengt Hem in de harten. De nauwe relatie tussen Woord en Geest gaat terug op een even nauwe relatie tussen Christus en de Geest. Luther heeft met dit alles ook duidelijkheid en klaarheid gebracht in het leven des geloofs. Aan het Woord is immers klaarheid eigen. De Schrift heeft als kenmerk o.a. haar perspicuitas (helderheid, doorzichtigheid). Men wist voortaan wat men geloofde en men wist wat men beleed. De kerk werd weer een pilaar van vastigheid en waarheid.

Deze binding van Christus en het Woord en de Geest heeft er ook toe geleid dat Luther heeft afgerekend met de mystiek en haar vaagheid. Niet dat er bij Luther geen innerlijkheid, bevinding zou zijn. Hij was een geestelijk mens. Maar bepaald geen óvergeestelijk mens, en geen mysticus. Als zijn kruis heeft hij het verdragen dat de dwepers hem vleselijk noemden omdat hij niet zoals zij zich kon beroemen op gezichten, openbaringen en wat zij, noemden een 'innerlijk licht'. Hij had daar trouwens ook geen behoefte aan. Hij had voldoende aan het dürre, wij zouden zeggen: het naakte Woord. Hij liet zich door geestdrijvers niet van de wijs brengen.

Het ware Geesteswerk ligt voor Luther in het Woord en komt van daaruit in de harten, via de prediking. Dit leerde hij en preekte hij, en hij deed dat met een directheid die er op wijst dat bij hem de Geest en Zijn werk niet slechts verondersteld waren maar aanwezig.

De Geest die eenmaal het Woord te boek stelde werkte actueel in de dagen der Reformatie. Laat het een meer dan vrome wens zijn als wij zeggen te hopen dat Hij dat ook nu nog doet. De verhouding Woord en Geest is dan niet slechts een theoretisch probleem, waar - inderdaad - bezinning op mag zijn, maar bovenal een ervaren werkelijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Luther over Woord en Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's