De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gekozen voor de verpleging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gekozen voor de verpleging

De gezondheidszorg

9 minuten leestijd

(1)

Aan mij is gevraagd, het thema van de conferentie 'medische ethiek' te belichten vanuit de verpleegkundige hoek. Ik was een beetje bang dat de drie verschillende benaderingen vanuit de medische kant, van de zijde van de pastor in het ziekenhuis en ook nog vanuit die van de verpleging, wat overlappend zouden werken. De verpleegkundige heeft weliswaar een eigen taakgebied, maar het is niet de bedoeling over de inhoud van ons beroep als zodanig te spreken, maar over de motivatie.

Denkend over de situatie waarover gesproken moet worden, stuitte ik op het feit, dat die niet voor iedere verpleegkundige gelijk is. Het hangt in belangrijke mate af van de inrichting waar men werkt en.... de functie die men bekleedt. Ik moest daarom een keuze maken. Omdat hier de aandacht vooral gevraagd is voor leerling-verpleegkundigen voor de A-opleiding, besloot ik, vooral te handelen over de situatie in het ziekenhuis. Ook reeds gediplomeerden zullen die situatie herkennen. Tenslotte heb ik me gerealiseerd, dat velen vanuit een niet-christelijke levensovertuiging tot een motivatie komen, die leiden kan tot zeer toegewijde arbeid, al ontbreekt er dan die dimensie aan, die we er hier juist aan toe willen voegen.

Na al deze overwegingen, zal ik toch proberen, het mijne over het thema te zeggen.

Motivatie en situatie

Wat is motivatie en waar denken we aan als we spreken over de situatie? Volgens het woordenboek is de definitie van motivatie: beweegreden, beweeggrond, drijfveer. We begeven ons gewoonlijk niet in een situatie, d. i. in omstandigheden, zonder daarvoor bepaalde redenen te hebben. En hoe moeilijker ons de omstandigheden toeschijnen, temeer en te beter we eerst nadenken - als we het serieus nemen - alvorens we ons erin begeven en onszelf rekenschap geven wat ons eigenlijk drijft. Waarom willen we in een ziekenhuis werken en ons inzetten voor de mens in nood, die hulp nodig heeft.

Wat waren vroeger en zijn nu goede motieven om juist voor dit werk te kiezen? In de geschiedenis vinden we voortdurend dat het werk der verpleging door religieuzen, als een noodzakelijk werk der barmhartigheid werd gedaan. Florence Nightingale voelde zich uit naastenliefde geroepen, soldaten aan het front te gaan helpen, maar vocht later voor een goede beroepsopleiding. Zij zag in, dat met veel liefde, maar zonder echte kennis, goed functioneren in de verpleging niet mogelijk was. Ik las van een 82-jarige, die haar leven wijdde aan gehandicapte kinderen, die op de vraag, waarom ze dat gedaan had en het ook volgehouden, zei, dat het helemaal geen verdienste van haar was, maar ze eenvoudig met die liefde voor het misdeelde kind was geboren! Ze had het dus als een gave meegekregen in haar leven.

Vraagt men de jonge mensen van nu waarom zij nu juist de verpleging als toekomstig beroep kiezen, dan komt het antwoord er meestal op neer, dat men het wil om anderen te helpen. iets voor anderen te doen. Men weet van de nood en het tekort aan krachten in de ziekenen andere inrichtingen en men wil daar daadwerkelijk hulp bieden.

Vaak uit een innerlijke drang, die men niet eens onder woorden kan brengen. Tegelijkertijd wil men een goede opleiding om goed toegerust te worden, deze taak op zich nemen. Soms wist men altijd al, dit werk te willen gaan doen, al was het soms tegen de zin van ouders en anderen in. Ouders, - die er misschien niet zo vóór zijn, omdat zij hun kind willen beschermen tegen al dat leed waarmee het dan al zo jong in aanraking zal komen, of beschermen tegen ziekten, waarvan je toch maar nooit weet of je kind 't ook zal krijgen. Maar, de jonge rnens kiest, vaak zó van de schoolbanken, soms biddend; met de vraag, om in Gods dienst te mogen worden gesteld, ook al is er keuze uit meerdere beroepen, zonder het nadeel van onregelmatige diensten, het werken als vriendjes of later soms verloofden, vrij zijn. Maar, de arbeidsvoorwaarden, voor zover het het salaris betreft, zijn goed en werk is, ook in de toekomst, verzekerd. Voor sommigen is de motivatie pp dit laatste gericht.

Zo’n 25 jaar geleden was dat nog anders. Men verdiende een zakcent en had minder vrije tijd dan anderen in de maatschappij. Men koos toen over het algemeen oök later voor het beroep, omdat men vóór zijn 23e jaar geen afsluitend examen mocht doen. Misschien was dat een voordeel, omdat men dan beter wist wat men wilde.

Een nadeel was, dat velen het werk dat ze vanaf de schoolbanken zolang waren gaan doen, er niet meer voor in de steek lieten en zo ontstond dat enorme tekort aan personeel, in de ziekenhuizen.

Problemen

Of de motivering van degene die; kiest juist is en voldoende doordacht om dóór te zetten, blijkt later eigenlijk pas.

Velen vallen af, die aarivankelijk voor het beroep kozen. Soms kan men het hchamelijk niet aan, het is zwaar werk; dan lag het niet aan een tekort aan motivatie.

Anderen hebben veel moeite om het psychisch bij te benen. Er moet zoveel narigheid worden verwerkt en lang niet altijd zien ze dat ze de ander, de patiënt, werkelijk hulp kunnen bieden. Vele patiënten zijn immers ongeneeslijk ziek of blijvend gehandicapt? Om die te helpen moet men veel levenservaring en wijsheid hebben opgedaan. Er moet voor worden gewaakt niet in mede-lijden onder te gaan. Een zekere mate van afstand moet worden geleerd. Degenen die met al deze zaken moeite hebben, - en wie zou het niet? - moeten iemand vinden met wie ze over hun problemen kunnen praten. De meest aangewezen persoon daarvoor is misschien de ziekenhuispredikant, wellicht ook de hoofdzuster of de mentrix die in het internaat, waar de leerlingen meestal de eerste tijd wonen, de begeleidende figuur is.

Soms ook valt voor hen, die zo enthousiast voor het beroep kozen, de praktijk tegen of vindt men geen bevrediging voor de idealen die men koesterde.

Dit heeft alles met de situatie, de omstandigheden, te maken.

Ik noemde al een paar zeer belangrijke dingen, waarmee men moeite kan hebben. Maar, men kan zich ook afvragen of men reële idealen koesterde en inzicht had in de werkelijkheid. De werkelijkheid, die trouwens ook steeds aan verandering onderhevig is. Er zullen ouderen zijn, die het werk lang niet meer zo fijn vinden als vroeger. Toen was er nog tijd voor een praatje met de patiënt, die je nagenoeg geheel alleen verzorgde. Na een maagoperatie b.v. bleef hij zeker 6 weken in het ziekenhuis en was er gelegenheid hem echt te verzorgen, een relatie op te bouwen. Heden ten dage moet hij zo gauw mogelijk worden gerevahdeerd en als het kan, de 12e dag, of eerder, weer naar huis.

Verpleegtechnisch

De verpleging is in de loop der jaren veranderd van een meer verzorgend, in een veel meer verpleegtechnisch, met de nadruk op technisch; handelend beroep. En de patiënt wordt gemakkelijk object voor al dat handelen. Ieder doet wat aan hem: de dokter, de laborant, de fysiotherapeut, de assistente, degene die hem verpleegt. En aan zijn bed verschijnen voorts al die andere medewerkers in het ziekenhuis, de keukenzuster, de diëtiste, de maatschappelijk werkster, de prikzuster. Het duizelt de patiënt, die de eerste dag van zijn verblijf in het ziekenhuis al kennis maakt met zóveel mensen, dat hij de tel kwijtraakt. Aan wie zou hij nog iets kunnen vragen? Aan wie zijn zorgen kwijt kunnen en misschien zijn angst voor al dat onbekende? De dokter, of misschien wel verschillende dokters, ziet hij maar even; Hij wil daar trouwens niet teveel aan vragen.

En de vaste broeder of zuster, de eigen zaal- of kamerzuster, bestaat niet meer. Zij nam vroeger de centrale plaats in. Maar, de verpleegkundige van nu is ook opgedeeld door de verschillende functies en diensten.

De part-timer 's morgens, 's middags een ander, 's avonds de late-dienst en 's nachts de nachtzuster, die soms ook a.h.w. nog in tweeën is gedeeld: nl. in de verantwoordelijke verpleegster, voor de technisch ingewikkelde handelingen, en het hulpje om op de bellen te letten en andere eenvoudige werkjes uit te voeren.

Een nare zaak voor de patiënt, maar ook voor de verpleegkundige die zich nog verantwoordelijk wil voelen voor zijn of haar patiënten. Immers, overdag heeft zij misschien de zorg voor 6 of 8 patiënten, 's avonds voor 38 of meer! Wat komt er dan van een persoonlijk contact terecht? Voor een verpleegkundige kan het een frustrerende zaak zijn als de organisatie in het ziekenhuis zodanig is, dat iemand b.v. een hele week slechts voor infusen en injecties moet zorgen of alleen voor alle medicijnen.

Het lijkt een efficiënte methode en het is misschien fouten voorkomend, maar het bevordert niet de menselijke contacten.

Een nieuwe organisatie-vorm, de zgn. groepsverpleging, lijkt hier meer aan tegemoet te komen. Met een groepje verpleegkundigen, van verschillend niveau, heeft men de zorg voor een aantal patiënten. Veel soepelheid van de zijde der verpleegkundigen is dan nodig t.a.v. het opnemen van vrije dagen, wil dit systeem goed functioneren. Niet allen van de groep, die verantwoordelijk zijn voor een aantal patiënten, moeten dan tegelijk vrij willen zijn, dan wordt de continuïteit van de verzorging, die we proberen te bewerkstelligen, juist weer doorbroken.

De monitor is een ander boosdoener. Inderdaad een fantastisch hulpmiddel om de vitale functies van de patiënten die zeer ernstig ziek zijn, te registreren. Echter, voor het aflezen van alle instrumenten zijn verpleegkundigen nodig, die dan niet tegelijkertijd ook aan het bed van de patiënt kunnen staan. Men kan aanvoeren, dat dat dan niet nodig is, want bij alle wijzigingen in de toestand van de patiënt wordt men meteen gewaarschuwd en kan men handelen. Maar, waar blijven dan de geruststellende woorden van de verpleegkundige, die misschien niet zoveel weet als het instrumentenbord, maar, die woorden die zoveel kunnen betekenen in het eenzaam lijden van de patiënt. Even een mens die tijd voor je heeft, die met je meeleeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gekozen voor de verpleging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's