Gekozen voor de verpleging
De Gezondheidszorg
(2)
Niet alleen de in het vorige artikel genoemde omstandigheden bemoeilijken de persoonlijke benadering van de patiënt. Ook is er vaak gebrek aan kennis en inzicht van en in de noden en behoeften van de patiënt. Daarom voegde men aan het pakket leerstof, voor de verpleegkundigen nieuwe vakken toe, zoals sociale vaardigheden, psychologie. Men is gaan begrijpen, dat alleen met goede wil en naastenliefde, toch niet altijd de goede toon wordt gevonden. Om de patiënt werkelijk te kunnen helpen, moet men kennis hebben van de gevoelens van de patiënt in zijn bedreigd bestaan en dat invoelend vermogen moet worden aangekweekt. Zonder te oordelen, laat staan te veroordelen, moet men openstaan voor de patiënt, met begrip voor zijn situatie. Zelfkennis is daarbij onontbeerlijk, en daarom moet ook aan persoonlijkheidsvorming worden gedaan.
Helaas belemmert 'gebrek aan tijd' ook nogal eens het inzicht hebben of krijgen in de werkelijke problemen van de ander. Met een oppervlakkige algemeenheid kan men zich van een echt gesprek afmaken. Ik herinner me een hoofdzuster die alleen 's avonds even al haar patiënten zag om ze welterusten te zeggen. Ze deed die ronde vlak voor ze naar huis ging. Niemand had daarom de moed nog een gesprek met haar te beginnen.
En ik ben ervan overtuigd, dat ze de hele dag hard werkte.
Daarom is de patiënt toch veel meer gebaat, dacht ik, bij die zuster aan zijn bed, die hem wassen moet en verder verzorgen. Dit is degene die ziet en het opmerkt als de patiënt iets dwars zit, die dat dan dóór kan geven, zodat er aandadcht aan kan worden besteed. Die ook zélf soms, door een kleinigheid, de zorgen van de patiënt zo kan verlichten. Misschien zit de patiënt ergens om verlegen, misschien moet zijn familie even worden gebeld, misschien kan een klein gebaar, een vriende lijk woord, zijn gevoel van verlatenheid voor een ogenblik opheffen.
Het is niet altijd het gesprek waarmee we de patiënt alleen maar zouden kunnen helpen. Dan is er misschien geen tijd. Maar, voor die kleine dienst die we bewijzen, is de patiënt al zo dankbaar en het gebaar van toewijding maakt het gewone werk tot iets bijzonders !
Misschien zult u zich afvragen, hoe u dan wat geestelijke steun kan geven. Bedenk dan eerst dat men niet in een patiënt een evangelisatieobject moet zien. Zo in de trant van: nergens bestaat er meer gelegenheid om met mensen over God te spreken. Alles kent tijd en wijze. Ook en huist hierin zullen we de behoefte van de patiënt moeten aftasten. Woorden klinken zo gauw goedkoop. Zeker, het kan soms van belang zijn, een steuntje in de rug te geven. En Gods Woord staat vol van vertroostingen. Paulus zegt in 2 Kor. 1 : 'Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij zouden kunnen vertroosten degenen die in allerlei verdrukking zijn, door de vertroosting waarmee we zelf van God vertroost worden.' Als hierin oprechte liefde tot de naaste doorklinkt, wat kan dan zulk medeleven, een naast de patiënt gaan staan, hem goeddoen. Soms ook kan men iemand wijzen op de Enige Hulp in nood.
Een enkele keer ontstaat er zulk een relatie, dat het mogelijk is met de patiënt te bidden. Krachtens ons beroep zijn we daar niet in de eerste plaats toe geroepen, maar als mens tegenover medemens, kan er wel behoefte aan ontstaan.
Ziekenhuis en identiteit
Het is prettig ergens te werken waar u voor deze dingen enige steun zou vinden. Daarom is het goed erop te letten waar men gaat werken. Een confessioneel ziekenhuis biedt gewoonlijk de meeste kansen om te werken naar onze christelijke levensovertuiging. Maar, ook daar zijn helaas de schaalvergrotingen en maatschappelijke veranderingen er de oorzaak van dat bepaalde christelijke levensuitingen verdwijnen, zoals: bijbellezen aan tafel; als ieder in het restaurant eet, gaat dat niet meer. Zingen voor de patiënten wordt niet meer gedaan; men leert niet meer dezelfde psalmen en geestelijke liederen op de scholen en samenzang wordt daardoor onmogelijk. Wat was ik goed af, toen ik, nog maar pas als leerling werkzaam in een ziekenhuis, een directrice had, die aan tafel met de zusters bad voor een jonge student, die bij ons werd verpleegd, maar ongeneeslijk ziek was. Je voelt dan zo goed voor welke taak je samen staat.
Het zó biddend te mogen doen, is een voorrecht. Verder staat de identiteit van het ziekenhuis op het spel wanneer gezamenlijke opleidingsscholen worden gesticht. Is er dan nog een Bijbelse inbreng? Wat kan de invloed zijn van b.v. een kleine inrichting die genoodzaakt wordt met een grote samen te werken?
Om maar te zwijgen van de Hogere Beroepsopleidingen die niet gebonden zijn aan bepaalde ziekenhuizen en van subsidie afhankelijk.
Het is daarom niet gemakkelijk om in deze tijd, gemotiveerd en krachtens eigen levensovertuiging in onze ziekenhuizen te werken. Tóch zullen we ervoor moeten waken, ook als verpleegkundigen, dat niet al het oude, vertrouwde, verdwijnt en er niets voor terugkomt. Het is het algemeen verschijnsel van ontkerstening dat zich ook in de ziekenhuizen, ook in de confessionele ziekenhuizen, manifesteert. Veel gaat onder het motto van medisch-economische noodzakelijkheid. Centralisatie, vooral van specialisaties, zou onontkoombaar zijn. Veel is er van waar. Maar toch, de patiënt verwacht nog iets, juist in het confessionele ziekenhuis. In die vreemde, angstaanjagende omgeving, zoekt hij nog iets van thuis, een bepaald houvast, iets vertrouwds. Misschien spelen valse sentimenten hier ook wel eens een rol, maar met die constatering mogen we toch niet tekort doen aan hen die ernstig behoefte hebben aan de christelijke levenssfeer. In de Waarheidsvriend van enkele weken geleden (art. mej. Hulsman, red.) las ik juist een klacht hierover. Met name werden de tehuizen genoemd van hen die op enigerlei wijze gehandicapt zijn, door ziekte, gebrek of ouderdom. Soms lijkt het onmogelijk om naar eigen overtuiging dóór te leven. Ons past hier grote deernis.
De confessionele ziekenhuizen en de opleidingen zullen al het mogelijke moeten doen om de christelijke levenssfeer te behouden en in de neutrale ziekenhuizen zou op zijn minst een behoorlijke plaats moeten worden ingeruimd voor ieders religieuze overtuiging.
Er moet ook een geest van dienstbetoon heersen. Daaraan moet ieder meehelpen. Daarvoor is ook in iedere inrichting nog plaats en gelegenheid. Voofal als wij ons werk willen zien als een opdracht van God.
Dan zal die taak met liefde worden vervuld. En dat wordt gezien en gevoeld. De patiënt voelt heel goed aan hoe hij wordt benaderd; achteloos, niet vriendelijk, of als een medemens, voor wie we klaar staan.
Ook als onze diensttijd ten einde loopt en we naar huis verlangen. Dat open oor en hart voor de ander. Niet alleen voor de patiënten, ook voor onze collega's. Ook in de omgang met hen zal uitkomen wie we zijn. Zijn we bereid een dienst over te nemen of te ruilen als ze dat vragen? Zijn we behulpzaam, alles komt in een ziekenhuis toch immers op teamwork aan? Hoe is onze houding t.a.v. hen die boven ons gesteld zijn? Weten we dat ook hier het 5e gebod van toepassing is? Er zijn ook in de ziekenhuizen ondernemingsraden, medezeggenschapscommissies, leerlingenraden. Zij werken niet altijd opbouwend.
Menselijke onvolkomenheden
Tenslotte: We zijn allemaal mensen. In de omgang met elkaar, verplegenden en patiënten, directies en personeel, hoofdverplegenden en leerlingen, maken we fouten. Soms hele grote. Wat moeten er dan een teleurstellingen worden verwerkt, over onszelf of over anderen.
Terechtwijzigingen die we meenden niet te hebben verdiend, patiënten voor wie we ons uitsloofden en die ondankbaar bleven. Collega's die ons lieten vallen. Hóe is het soms, ook in dit opzicht vol te houden?
Door van vergeving te leven. Voor onszelf, omdat we weten dat we tóch daar, op die post geplaatst zijn. Door ook anderen te vergeven die plaats kregen in hetzelfde werk en die we moeten aanvaarden, evenals onszelf met alle gebreken.
Tenslotte: zijn er dan geen stimulansen? Ja, gelukkig ook en heel vele. Zowel in de omgang met de patiënten als met onze collega's. Menselijke contacten kunnen zeer verrijkend werken.
En dan is daar nog die voldoening die mag worden gesmaakt als een patiënt baat vond bij de behandeling en de verpleging of ons zo dankbaar was. Hoemeer we ons moesten inzetten, hoe groter de voldoening als ons werk met succes mocht worden bekroond. Misschien konden we beter zeggen: gezegend werd.
Wat zou het mooi zijn als onze motivatie o.a. was: tot een zegen te willen zijn. En als we in de dagelijkse situatie, het zonder die zegen niet kunnen stellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's