De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De christelijke strijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De christelijke strijd

11 minuten leestijd

We hebben altijd de neiging om de eigen tijd als de ernstigste tijd, afval in eigen tijd als de ernstigste aller tijden, en bedreigingen door allerlei machten als de ernstigste in de geschiedenis te zien. Te bedenken valt dan dat de kerk door de tijden heen meer kerk onder het kruis dan kerk in glorie is geweest en dat elke tijd de ontbindende krachten en machten te zien geeft, die met het kwaad, dat in de wereld kwam met de zondeval, gegeven zijn. Door alle woelingen der tijden heen, waarin de kerk soms ook 'klein en als tot niet scheen gekomen te zijn in de ogen der mensen' (art. 27N.G.B.) leidde God Zijn kerk onder het kruis toch naar de glorie. En ook wie in onze apocalyptische tijd, met zijn machten en verschrikkingen, denkt 'waar moet het heen? ' mag weten dat Christus Koning is over Zijn kerk en ook over de wereld, die eenmaal voor Hem noodgedwongen zal knielen en ook over de machten, waarover Hij heeft getriumfeerd.

Pierre du Moulin

Dezer dagen werd een juweeltje van een boekje opnieuw uitgegeven van de hand van Pierre du Moulin, Hugenotenpredikant in Frankrijk in de zestiende eeuw. Deze uitgave, van een voorwoord met korte levensbeschrijving voorzien door drs. K. Exalto, is geschreven voor een gemeente in verdrukking, een gemeente onder het kruis. Drs. Exalto zegt ervan:

‘Du Moulin heeft er een speciaal doel mee gehad. Wij hoorden al dat hij de gemeente te Parijs overijld had moeten verlaten. Hij liet haar in zorgelijke omstandigheden achter. Nu schreef hij voor haar dit boekje, dit troostboekje! Het is dus geschreven voor een gemeente in verdrukking, men kan ook zeggen: een gemeente onder het kruis. De inhoud van het boekje draagt daar duidelijk de sporen van. Het bevat een beschrijving van wat de ware christenen en heel de kerk, naar de voorzeggingen van de Heere Jezus Christus Zelf, in deze wereld te verwachten hebben. Maar ook, welke vertroostingen daarvoor in de Schrift te vinden zijn. Zo worden de vervolgde christenen bemoedigd. En niet door een man die er zelf buiten stond: Du Moulin heeft zélf aan den lijve de vervolgingen ervaren. Zijn boekje bevat geleefde theologie!’

Zo ervaren wij in onze tijd in onze samenleving het christen zijn nog niet al zijn er duizenden broeders en zusters die zo wel hun christen zijn met de prijs van het lijden moeten betalen. Maar ook ligt hier toch wel iets gemeenschappelijks voor de ganse christenheid. Het lijden is met het mens zijn gegeven. Het lijden, geestelijk en lichamelijk, blijft ook Gods kinderen niet bespaard. Wat is het dan een verkwikking als door het lijden heen de straal van de hoop er is. Het boekje van Du Moulin is daarvan een voorbeeld. Mag men van menige herdruk vragen of die zozeer nodig was, Moulins boekje is een juweeltje, waarvan we in dit artikel zo maar wat passages weergeven om te stimuleren het geheel te lezen.

Tweeërlei uitwerking

Over de tegenspoed die alle mensen overkomt tekent Du Moulin tweeërlei uitwerking:

’In de tegenspoeden waarin alle mensen delen gedraagt de mens die God vreest zich niet op dezelfde wijze als andere mensen, hij gedraagt zich anders. Wereldse mensen schrijven het kwaad dat hun overkomt toe aan allerlei omstandigheden, zij beklagen zich er ook erg over, of murmureren tegen God. Indien al, vanwege grote benauwdheid enige, woorden van berouw of enige gebeden die de nood heeft afgeperst hun over de lippen komen, keren zij toch, terstond als het kwaad voorbij is, weer terug tot hun vorige leven. Zij gelijken op varkens; die nooit naar boven, naar de hemel kijken, dan alleen wanneer zij op hun rug geworpen worden; en die, als men ze hun gang laat gaan, terstond daarop hun neus weer in de aarde steken.

Deze kastijdingen brengen echter bij een gelovige, als hij ermee geslagen wordt, heel wat anders voort. Als hij bijv. ziek wordt zal hij deze tegenslag aanvaarden als komende uit de hand van Zijn hemelse Vader, en dus niet als louter toevallig of als het gevolg van een of andere natuurlijke oorzaak. Hij zal belijden dat het God is die hem slaat, en hij zal zich keren tot Hem die hem geslagen heeft, en zeggen, met David: ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan (ps. 39 : 10). Gelijk een zieke, als hij zijn arm beweegt tijdens het aderlaten, daarmee verhindert dat het hem tot nut is, zo wordt door ons verhinderd dat de kastijdingen heilzaam voor ons zijn, als wij in onlijdzaamheid ons er tegen verzetten.

Verliezen

Over het verlies van bloedverwanten die thuis gehaald zijn:

’Wij zullen tot onze bloedverwanten gaan maar zij zullen niet tot ons wederkeren; zij zijn niet verloren maar zij zijn ons vooruit gezonden. Ja, ik zeg u, indien wij door ons wenen hen weder in het leven zouden kunnen terugbrengen wij hen in hun rust niet zouden mogen storen. Wij zouden niet om onze begeerten tevreden te stellen hen weer in het leven mogen terugbrengen, waaruit God hen juist verlost heeft. Is het niet beter onszelf er op voor te bereiden dat wij hen eenmaal zulleq volgen dan onszelf te verteren met naar hen terug te verlangen? Is het niet beter door vrees en heilige bezorgheid de droefheid terzijde te stellen dan onze wonden erger te maken door altijd aan hen vast te houden? Is het riiet veel beter meer te gaan denken aan de toekomende goederen, die zeker en gewis zijn en van oneindige waarde dan alleen maar te blijven denken aan het leed dat voorbij is, en dat maar klein is, en waar bovendien geen kruid tegen gewassen is? 

Adempauze

Over een periode van rust tussen perioden van strijd:

’Het is waar dat God soms Zijn kerk een tijd van vrede geeft, een dag van rust tussen twee dagen van strijd, opdat zij zal adem scheppen en onder de langdurigheid van de verdrukkingen niet zal bezwijken. Maar duurt de rust wat langer dan gewoon, dan moet men het opvatten als iets ongekends. Men zal dan zó moeten leven dat deze tijd besteed wordt als een leertijd, om kracht te verkrijgen tegen de arbeid, de strijd, de verdrukking die weer komen gaat. Treft men een gelovige aan die God gespaard heeft, die van alle vervolging is vrij gebleven, ge zult ontdekken dat God hem met andere beproevingen toch niet zonder oefeningen gelaten heeft.’

Terugval

Over een situatie die ons in de naoorlogse jaren ook niet vreemd is:

’Sinds tien of twaalf jaar leven wij in vrees, soms scheelde het maar een handbreed of het gevaar van vervolging werd werkelijkheid; dan hebben wij gevast en hebben wij ons voor God verootmoedigd, en heeft men onder ons bespeurd iets wat leek op berouw. Maar niet zodra was het gevaar geweken of wij begaven ons weer terstond tot onze ongeregeldheden, onze twisten namen toe, en God werd niet beter gediend dan tevoren. De wonderboom schoot in een ogenblik op maar werd daarop door een worm van onheiligheid gestoken en verdorde.’

God hoort

God laat de Zijnen niet alleen:

’Zal God, die te allen tijde de verzuchtingen van de gelovigen hoort, niet nog veel meer acht geven op een laatste zucht van een van Zijn kinderen die om Zijn Naam lijdt? Zal God die hun tranen in Zijn fles vergadert niet nog veel meer hun bloed in Zijn fles vergaderen? Zal Jezus Christus die aan het kruis bad voor degenen die Hem kruisigden niet nog veel meer, nu Hij in Zijn heerlijkheid is gekomen, bidden voor degenen die om Zijnentwil gekruisigd worden? (. . .)

Zijt gij arm? Gedenk de Heere Jezus, die van de hulp van enige godvrezende vrouwen heeft moeten leven (Lukas 8). Valt het liggen u moeilijk? Gedenk Jezus Christus, die niets heeft gehad waar Hij Zijn hoofd op kon neerleggen. Is vanwege armoede water het enige wat ge te drinken hebt? Gedenk Jezus Christus, die, toen Hij voor u leed aan het kruis, edik heeft moeten drinken.

Zijn de kerken waarin het Evangelie werd gepredikt verwoest, zodat ge als gemeente gedwongen zijt om in particuliere huizen en op geheime plaatsen samen te komen, terwijl de valse leer in kathedralen en in mooie kerken gepredikt wordt, stel u dan Jezus Christus voor ogen, die heeft moeten preken op een dobberend scheepje, temidden van het geraasder golven, terwijl de schriftgeleerden en de farizeeën in de tempel van Salomo preekten. Ongetwijfeld heeft het dobberen van dat scheepje en het geraas van de golven tijdens Zijn preken ertoe gediend de discipelen er op voor te bereiden straks het Evangelie te moeten prediken onder veel beroering, onder vele troebelen, onder het geraas van vele grote wateren, waarmee in het boek Openbaring de volken en natiën zijn bedoeld die aan het Evangelie tegenstand bieden.

Vervolgde kerk:

De volgende passages zijn wel uitermate treffend voor de gemeente onder het kruis:

’Houd uzelf voor dat God Zijn getrouwe dienaren gelijkvormig maakt aan Christus in Zijn lijden om hen ook eens gelijkvormig te maken aan Hem in Zijn heerlijkheid. Wie is hij die niet in ijver ontbrandt als hij het martelarenboek leest? Die zich niet sterk geprikkeld gevoelt door het voorbeeld van Hieronymus van Praag die de beul berispte omdat hij het vuur achter hem wilde aanleggen, en zei: leg het vóór mij aan, want als ik er bang voor was zou ik niet hier wezen? Of door het voorbeeld van die vrouw die ten tijde van keizer Valentius blootshoofds en met haar kind in de armen liep naar de plaats waar de martelaren werden omgebracht, en die, toen haar gevraagd werd waar zij heenging, antwoordde: men deelt heden kronen uit en ook ik wil graag er één van hebben? (...)

’Al zouden de verdrukkingen duren zolang iemand leeft, dus zijn leven lang, dan nóg kunnen zij niet lang duren, daar immers 's mensen leven maar kort is. God geeft echter gewoonlijk bij tijden enige verlichting, enige dagen van verkwikking, een Simon van Cyrene die ons voor even van het zware pak ontlast. Het leven echter dat de kinderen Gods beloofd is, is zonder einde. Duizend miljoen jaren zijn nog niet een deel van de eeuwigheid. Als telkens aan het einde van miljoen jaren de zee één druppel minder werd, dan zou toch nog eens de zee droog worden, er zou eens een einde komen aan dit minder worden. Doch als men van de eeuwigheid miljoen jaren aftrekt dan is zij nog niets minder geworden, dan is er nog evenveel over als tevoren. Het woord 'nimmermeer' is een afgrond, het is een begrip zonder einde, wie er over nadenkt verdwaalt in het oneindige.’

Temidden der golven

Ten besluite een passage die te typeren is met de bekende uitdrukking saevis in tranquilis undis, rustig temidden van de woelige baren. God heeft geen kalme reis beloofd maar wel behouden aankomst. Vertroost elkander met deze woorden:

’De kerk lijkt op een schip dat de stormen minacht. Zij lijkt op een schip, dat naar men meent, allang is gezonken, en dat men dan ineens, tegen aller verwachting in, weer ziet opduiken uit de golven. In dit schip bevindt zich namelijk een piloot die Heer en Meester is over de winden. Hij lijkt weleens te slapen maar dan ineens ontwaakt Hij en bestraft Hij de winden, die bliezen op de wateren, waarop de grote hoer is gezeten, en dan stillen die winden. Stel u ook eens voor ogen de wereldrijken uit vroeger dagen. Hoe groot en machtig waren zij niet? En toch zijn zij gevallen. En temidden van al die verwoestingen is de kerk staande gebleven. Als het vele dagen aaneen zwaar gestormd heeft, ziet men grote eiken gebroken en geveld ter aarde liggen maar de thijm en de marjolein staan nog overeind; en zo is het nu ook met de wereldrijken en met de kerk. Geen wonder, die wereldrijken steunen op de kracht van mensen, maar de kerk wordt ondersteund door dezelfde Hand die hemel en aarde onderhoudt. Indien satan hemel en aarde kon omkeren, hij zou het allang gedaan hebben, want hij is een vijand Van de werken Gods; maar hij kan het niet, omdat de hemelen door het Woord Gods onderhouden worden. Gods kerk wordt echter onderhouden door een nog veel sterker Woord, te weten het Woord van Gods verbond in Jezus Christus, waarvan geschreven staat: hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan (Markus 13:31).’

Pierre du Moulin: De christelijke strijd; uitgave J. P. van den Tol, 123 pagina's ƒ 13, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De christelijke strijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's