Is de Unie horizontalistisch?.... en nog meer
De Unie 'School en Evangelie' ontplooit talloze aktiviteiten om de zaak van het christelijk onderwijs weer volop in bespreking te krijgen. Dit gebeurt niet in het minst door de uitgave van een reeks 'Cahiers voor het christelijk onderwijs'.
Het eerste Cahier verscheen in 1971. Inmiddels zijn er reeds ongeveer 20 delen verschenen en nog is de serie bij lange na niet volledig. De voortvarende wijze waarop de Unievoorzitter, drs. T. M. Gilhuis, te werk gaat zal hier wel debet aan zijn. We mogen het waarderen dat op deze manier de bezinning op aard en wezen van de christelijke school in hoge mate gestimuleerd is. Dat was broodnodig! De uitgekomen Cahiers zijn nagenoeg alle in dit blad besproken. Sommige delen konden van harte worden aanbevolen, de meeste werden in meer kritische zin belicht.
Dit laatste was wellicht aanleiding voor de heer Gilhuis om de redactie toe te sturen de toespraak die hij hield op de Gebedssamenkomst van de Unie voor het christelijk onder wijs met in een begeleidend, schrijven de opmerking: 'Misschien iets voor 'De Waarheidsvriend'? Dan raakt 't verhaal misschien 's een keer de wereld uit als zouden de pubhcaties van de Unie horizontalistisch van aard en opzet zijn!’
De Unie voorzitter streeft ernaar de verschillende standpunten te overbruggen, terwille van een grotere eenheid in de wereld van de christelijke school. Bijna noodzakelijk leidt dat tot een middenpositie. Hij kan het, begrijpelijkerwijs, ook maar moeilijk verdragen als hem wordt verweten, dat hij het horizontale meer benadrukt dan het verticale. Maar deze kritiek wordt van onze kant nogal eens geuit, en naar mijn gevoelen, terecht. Nu mag vooropstaan dat wij hem van harte bijvallen in zijn Verdediging van de christelijke school. Wanneer hij vanuit de geschiedenis de positie van het christelijk onderwijs verdedigt, dan is in hem een bekwaam woordvoerder, een bekwame en bezielende pleitbezorger gevonden. Zo oefent hij grondige kritiek uit op de z.g. samenwerkingsschool; zo verdedigt hij de vrijheid van het onderwijs en zo roept hij het christelijk onderwijs op om zich in aard en wezen te bezinnen op de eigen identiteit. Wanneer het echter gaat om de vraag: 'wat is dan de identiteit van de christelijke school? ' dan komt onvermijdelijk de kritiek die meestal uitgedrukt is in termen van horizontaal en verticaal.
Nu zijn dit termen die aanvechtbaar blijven. Het christenleven kent niet de schematiek van horizontaal en verticaal, evenmin die van conservatief en progressief. In de Heihge Schrift wordt niet over horizontale en verticale christenen geschreven. De eenheid van het (christen)leven verzet zich tegen alle schema's.
Toch hebben de termen in onze tijd een zekere vulling gekregen, - waardoor ze gebruikt gaan worden ter typering van standpunten en levensvisies. Als zodanig vervullen ze een funktie in de communicatie tussen mensen.
Maar authentiek-bijbelse typeringen zijn het allerminst. Het is goed om dit terdege te beseffen wanneer we ze in ons spraakgebruik overnemen.
Dan nu de toespraak zelf. Deze gaat over de tekst Jesaja 38 : 19 die in de gebruikte vertaling van het N.B.G. luidt: De levende, de levende, hij looft U, zoals ik heden doe, de vader maakt zijn zonen Uw trouw bekend'. Hizkia bezingt hier hoe hij door Gods goedheid gered is van de dood. Gilhuis spreekt van het 'vóór-gezongen lied', het voorbeeld-lied. Dit levenslied moet door de vaders worden doorgegeven, vóórgezongen aan een opkomend geslacht. De vader moet zijn kinderen inwijden in de betrouwbaarheid van God. En zo, vervolgt Gilhuis, moet ook de christelijke school fungeren als wijsvinger naar God.
De christelijke school moet haar kinderen ook voorgaan op de terugreis: de weg naar transformatie van een samenleving: christelijk onderwijs 'met de wereld als horizon'. Beide, die vingerwijzingen voor onze kinderen naar die heen-en terugreis betekenen voor de school met de bijbel een geweldige opdracht. Tot zover Gilhuis in zijn toespraak 'het vóórgezongen lied’.
Nee, dit is geen horizontalisme. De verhouding tot God wordt er in benadrukt. Weliswaar volledig in evenwicht met het andere; de vingerwijzing naar de samenleving.
Er is niets tegen in te brengen: 'horizontaal' en 'verticaal' zijn precies in evenwicht. Ieder kan zich erin vinden.
Wel blijven na het lezen van deze toespraak een aantal vragen over: Is de toon niet te optimistisch? -Wie de situatie van het christelijk onderwijs kent, zingt niet zulke hoge tonen meer. Een gebedssamenkomst voor het onderwijs zou meer in het teken van de verootmoediging moeten staan, van de belijdenis van zonden en afdwalingen. Een oproep tot terugkeer naar de geest van de voorvaderen uit de schoolstrijd zou gepast geweest zijn.
Maar deze tonen horen we niet in dit stuk. En dat zou meer op zijn plaats zijn dan laverend een weg te zoeken tussen horizontalisme en verticalisme.
Nog meer
Een tweede stuk ter bespreking toegezonden, handelt over de vrijheid van onderwijs. Het is van de hand van Mr. K. J. Matze van de Besturenraad Prot. Chr. Onderwijs en is een commentaar op het concept-ontwerp voor een nieuwe wet op het basisonderwijs.
Zijn kritiek op het conceptontwerp is niet mals. De heer Matze concludeert dat het ontwerp naar opzet en indeling in strijd is met de Grondwet. De vrijheid van oprichting wordt aangetast doordat in de voorgestelde planprocedure, waarin Gedeputeerde Staten een belangrijke rol spelen en niet meer, zoals in de huidige stichtingsprocedure de gemeenteraad, voldoende objektieve waarborgen ontbreken.
De 'vrijheid van inrichting' wordt beperkt
a. doordat een aantal regels voor het bijzonder onderwijs zijn ingesteld, die in strijd zijn met de eigen verantwoordelijkheid van het bijzonder onderwijs (de regelingsbevoegdheid).
b. doordat de eigendom van de schoolgebouwen aan de gemeenten komt (tot nu toe heeft het schoolbestuur het eigendomrecht). Geen wonder dat scherp stelling genomen wordt tegen dit ontwerp.
Het is te hopen dat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel correcties aanbrengt, zodat een gevaarvolle aantasting van de moeizaam verkregen vrijheid van onderwijs verijdeld wordt.
Structuurnota
Eveneens werd ter bespreking toegezonden de rede die drs. G. van Leyenhorst van de C.H.U. in de Tweede Kamer hield tijdens de debatten over de z.g. Structuurnota. Deze nota van Minister Van Kemenade beoogt struktuur te scheppen in het totale net van verzorgingsdiensten t.b.v. het onderwijs (zoals schoolbegeleidingsdiensten. Landelijk Pedagogische Centra, Stichting Leerplanontwikkeling etc.). De heer Van Leyenhorst zet helder uiteen dat de voorgestelde struktuur 'n centralistisch karakter heeft, d.w.z. dat de Minister een te grote rol speelt in het geheel. Hij bepleit meer vrijheid voor de individuele scholen, zodat niet 'het deeg, dat aan de basis oprijst, reeds naar het beeld van de beleidsman wordt gekneed, voordat het de pan uitkomt'. Hij gaat in op de vrijheid van onderwijs opdat ook in de begeleidingsstruktuur de identiteit van het bijzonder onderwijs duidelijk gewaarborgd blijft.
Voor de gewone onderwijsman duizelt het wanneer alle commissies, verzorgende instanties, begeleidende organen genoemd worden. Deze rede maakt duidelijk dat de Minister 'blijft zoeken om de touwtjes aan de top bijeen te knopen'. Een gevaarlijke ontwikkeling, waartegen terecht gewaarschuwd wordt.
Er is veel in beweging in het onderwijs; er wordt veel - niet in het minst van het departement - uitgebroed dat de plaats van de christelijke school in gevaar kan brengen. Het is zaak dat hiertegen gewaarschuwd wordt.
We besluiten met de laatste zinnen van het betoog van de heer Van Leyenhorst: 'Het kernpunt waar het Groen van Prinsterer in zijn 'Ongeloof en Revolutie' om ging, was of God dan wel de mens in het middelpunt staat. Ik ben van mening dat deze passie van Groen ook in deze tijd niet als verouderd mag worden ervaren’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1976
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1976
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's