Ethisch reveil ! ?
Minister Van Agt, de komende lijsttrekker van het CDA, lanceerde de uitdrukking ethisch reveil als hoofdmoment voor de christelijke politiek van de naaste toekomst. In korte tijd kreeg deze uitdrukking vleugeltjes en ieder, die op enige wijze in belangrijke mate verantwoordelijk is voor het politiek beleid, haastte zich een vulling aan dit begrip te geven. Hoe men ook verder tegen het beleid van minister Van Agt wil aankijken, het kan niet worden ontkend dat hij hoge ethische normen gehandhaafd wil zien. Maar er is intussen al veel over gezegd: het gaat niet om ethiek in het persoonlijke vlak, om het zedelijke leven (alleen), het gaat bij een ethisch reveil om een hernieuwde aanpak van de wereldvragen, van het sociale vraagstuk, van de milieuproblematiek. Velen waren er als de kippen bij om toch vooral de suggestie als zou het om stringentere wettelijke bepalingen inzake zedelijkheid en dergelijke gaan de kop in te drukken.
Waar?
De vraag mag worden gesteld of de politiek het veld is waar zo'n ethisch reveil beginnen zal, gesteld al dat we deze uitdrukking op zijn beste waarde toetsen. Ethiek oftewel zede leer staat niet los van de religie. Een ethisch reveil zal daarom onlosmakelijk verbonden zijn aan een geestelijk reveil. Een volk, dat zijn God vergeet en verlaat en aan een geestelijk reveil niet toe is - en we beseffen diep dat dat een geschonken réveil is, al worden daarbij altijd mensen ingezet - komt aan een ethisch reveil nimmer toe. De vraag mag worden gesteld of het beoogde ethisch réveil opkomt uit het Woord Gods, dat normerend wil zijn voor mens en samenleving. Waar liggen de normen voor wat een ethisch réveil mag heten? Als we deze aanduiding direct al gaan ombuigen tot een sociaal gerichte notie dan is te vrezen dat we aan de diepere dimensie van een hartgrondige bekering, die aan zulk een réveil vooraf zal (moeten) gaan niet toekomen. Ds. H. G. Abma schreef: 'Hoe dwaas kortzichtig wanneer we ons met de hoogste verontwaardiging en hevigste termen te weer stellen tegen vervuiling van het natuurlijk en biologisch milieu, terwijl het ethische milieu mag verstikken in al wat walging en weerzin opwekt’.
Alle spreken over een ethisch réveil zal dunkt me pas dan een goede wortel hebben wanneer het opkomt uit het diepe besef, dat de gehoorzaamheid aan het gebod Gods (de paaltjes langs de levensweg) en een zich oriënteren op de daarin vervatte normen een eerste vereiste is. En dan werkt een ethisch reveil diep en breed. Dan raakt het het persoonlijk leven in de vragen van de zedelijkheid. Dan raakt het wis en zeker ook de sociale vragen en die van het milieu.
Het oordeel begint van het huis Gods
Wat zullen we hebben te verwachten als de kerk niet allereerst de hoedster is van het geheimenis van die ethiek, die gegeven is met de gedachte, dat Christus zich een gemeente voorstelt die heilig en onberispelijk is. Zien we tot onze diepe beschaming en verootmoediging niet dat het oordeel begint bij Gods huis? Pijnlijk trad het dezer dagen aan het licht in het orgaan van hervormde ambtsdragers Woord en Dienst. Ds. J. Verwelius uit Veenendaal reageerde op een uitspraak van mevr. (ds.) L.W. van Reijendam-Beek, die schreef: 'Pas in relatie levend komt hij (de mens, red.) tot zijn vervulling ... De man-vrouw relatie is van deze gedachte een duidelijke maar niet de enige verbeelding'. In correcte aan de Schrift ontleende bewoordingen gaat ds. Verwelius hierop in door deze aanvaarding van de homofilie af te wijzen. Hij zegt: 'We lezen nergens in de Schrift: ,,Daarom moet de mens zijn vader en moeder verlaten en zijn vriend aankleven". Dat is buiten de door de Schrift gestelde norm'. We vallen ds. Verwelius hiervan harte bij, temeer daarbij de pastorale kant van de problemen, die hier liggen, niet uit de weg gaat maar ze onder de noemer van de bevrijding door Christus brengt. Het antwoord van mevr. Reijendam is hard en onverbiddelijk: hier is de terreur van een star biblicisme, dat ijskoud mensen laat vallen teneinde de letter van de Bijbel hoog te houden'. Ik citeer verder; 'Ik wil kwaad niet goedpraten, ik wil zonde noemen wat ik als zonde herken, en Nee zeggen tegen zaken waartegen Nee gezegd moet worden.
Maar met de beste wil van de wereld valt niet in te zien, wat voor kwaad er wordt gesticht wanneer twee mannen of vrouwen van elkaar houden en voor elkaar zorgen en in volle vrijheid geestelijk en lijfelijk vreugde aan elkaar beleven. Maar stellig zeg ik Nee tegen het onrechtvaardig oordelen van broeder Verwelius, die mensen, sexueel anders geaard dan hij, de kans op geluk en een evenwichtig tweezaam leven wil ontzeggen. Ik hoop vurig dat hij deze zonde bij zichzelf zal herkennen, en deze verkeerde neiging biddend leert loslaten'.
Hier wordt het goede intussen wél kwaad genoemd en het kwade goed. De Schrift spreekt over de homofilie in de zin van 'contranaturam', tegen-nature. Toch is dit thans bij velen geen zonde meer. Wél is zonde wat ds. Verwelius deed, namelijk de Schrift laten spreken in wat deze werkelijk zegt.
Intussen liet de redactie van Woord en Dienst weten het geheel eens te zijn met het standpunt van ds. Van Reijendam (sic). We zouden willen vragen: kan en mag de redactie van een blad, dat een blad bedoelt te zijn voor alle Hervormde ambtsdragers, zich zó vereenzelvigen met een visie als door ds. Van Reijendam is ontwikkeld? Maar dieper: mag een kerkelijk orgaan zich zo plaatsen op een spoor, waar men de Schrift zélf tegen heeft.
We spreken over een ethisch réveil. Maar als dit aan het groene hout geschiedt hoe zal het dan met het dorre hout zijn? Het oordeel begint van het huis Gods.
Naar Utrecht
Het ligt dunkt me in de lijn van het bovenstaande als we krachtdadig oproepen om zaterdag in groten getale naar Utrecht te gaan om de dag van bezinning en verootmoediging bij te wonen, die door de vrouwenbonden uit onze kring, de Geref. Gemeenten en de Chr. Geref. Kerken belegd is, met name vanwege de eindfase van de behandeling van de abortusvoorstellen (behandeling in de Eerste Kamer) .
Wij hopen dat het niet alleen om de kwestie van de abortus gaan zal maar dat een ethisch reveil, geworteld in een geestelijk réveil centraal zal staan.
Wii zijn geen volk van spandoeken en vaandels. Dat zal gewis ook in Utrecht blijken. Niet door kracht noch door gewéld maar door Mijn Geest zal het geschieden. Als de Heere ook hier het huis niet bouwt tevergeefs bouwen de bouwlieden. Het gaat om een appèl om het volk óp het volk(sgeweten).
Een dag als die in Utrecht gehouden staat te worden kan nooit 'slagen'. 'Daarvoor zijn de achtergronden te ernstig, daarvoor is de crisis te groot. Zo'n dag kan en mag slechts betekenis hebben als dag van diepe verootmoediging, in het besef dat het oordeel begint bij het huis Gods en dan niet alleen bij het huis dat anderen bewonen maar ook bij het huis dat we zelf bewonen. De dwaalzucht, het niet willen buigen voor de norm van Gods Woord zit er bij ons van nature diep in. En daarom zal het 'Samen zijn we afgeweken' een vuur van verootmoediging in ons binnenste ontsteken. De dag in Utrecht zij geen demonstratie van rechtzinnigheid, ook niet van gereformeerde verbondenheid, maar een dag van schuld, en dan ook niet in het minst vanwege de geslagen breuken, waarom het huis Gods woest ligt en we eerder bouwen aan eigen huis dan aan Gods huis en we geen lichtend voorbeeld zijn naar buiten.
Een ethisch reveil vraagt om een geestelijk reveil. En een geestelijk reveil vraagt om de Geest van de genade en de gebeden die elkaar de rechterhand van de gemeenschap doet geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1976
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1976
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's