De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Genade en eer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Genade en eer

6 minuten leestijd

Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen. Lukas 1 : 25.

Elsabet zingt ook mee! Wordt zij, wordt haar lofzang niet vaak vergeten? Maar ook zij zingt in de adventstijd een nieuw lied voor de Heere. Zij zingt van de Heere, Die genade en ere geven zal. Want de Heere heeft haar aangezien. De Heere heeft gebeden verhoord. Dat was de boodschap waarmee de oude priester Zacharias thuis kwam uit Jeruzalem. Een kind zal ons geboren worden en Johannes zal zijn naam zijn.

Ja, daar hadden zij om gebeden, jarenlang of zij ook een kind, een zoon als een erfdeel des Heeren mochten ontvangen. Maar hun gebed bleef onverhoord. Het verdriet over hun kinderloosheid bracht hen echter niet af van het spoor der godsvrucht, maar het bracht hen opnieuw tot de Heere. Zij leerden om hun hoofd te buigen en het over te geven ook al scheen het dat hun bede om een zoon afgewezen was.

Nu ging het Zacharias en Elisabet in hun verlangen om een zoon te mogen ontvangen niet in de eerste plaats om de vreugde van het ouderschap. Vooral was het de begeerte dat ook hun nageslacht zou delen in het heil van de beloofde, de komende Messias. Er is in het verlangen naar een zoon, ook het diepe verlangen naar de Zoon op te merken. Er is adventsverwachting. Met name wordt ook deze verwachting op de proef gesteld. Niettemin blijven zij de Heere verwachten. Is dat niet Gods werk, is dat niet een teken ervan dat de Heere hen genade gegeven heeft? Het kan echter nog zo verborgen zijn, dat er niet of nauwelijks met vreugde uit geleefd wordt.

Daarin komt nu door Gods genade verandering. Terwijl het naar menselijke maatstaven niet meer mogelijk is, wordt Elisabet bevrucht. En in die dagen gaat Elisabet haar lofzang zingen. Zij verwacht een zoon, wiens naam zal zijn Johannes. Met die naam kan zij van harte instemmen! De Heere is genadig. Alzo heeft mij de Heere gedaan! Elisabet verheugt zich in het verborgene over Gods grote daden. Het kind dat zij ontvangen zal, is immers een bijzonder kind. Hij zal groot zijn voor de Heere. Hij zal de wegbereider mogen zijn voor de komende Messias. Met de belofte dat zij in hun ouderdom deze zoon zullen hebben, is aan Zacharias en Elisabet ook de belofte bevestigd dat een Kind geboren zal wor­ den en een Zoon gegeven zal worden. Ja God is genadig voor zondaren. Hij ziet om naar een wereld verloren in schuld. En waar er oog is voor de genade die de Heere bewijst, waar er gezien wordt dat de Heere nog naar zondige mensen omziet, daar blijft de mens niet staan bij de ontvangen genade, maar hij richt zich tot de Heere die genade geeft. In Hem gaat hij roemen. Zo komt Elisabet bij de Heere terecht om Hem de per te geven. Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft.

Ze heeft het van harte meegezongen: 'k Zal in uw goedheid mij verblijden; Gij hebt mij aangezien. O hoe dikwijls zal zij ook niet hebben geworsteld in haar zielsellende aan de troon der genade terwijl het er alleszins op leek dat de hemel gesloten was, omdat er geen antwoord, geen verhoring kwam. En toch gold het in die dagen voor Elisabet, dat de Heere haar aangezicht in die zielsellende, reeds kende. Zij werd door de Heere vastgehouden, opdat ze niet loslaten zou.

En nu ziet de Heere om naar Elisabet om haar versmaadheid onder de mensen weg te nemen. Gaat het dan toch om eigen eer? Gaat het er Elisabet dan tenslotte toch om dat ze eer van mensen zal ontvangen? Neen, zo bedoelt zij het niet. Haar belijdenis is dat God de Heere geen half werk doet. Jarenlang heeft zij immers als een kinderloze vrouw een zekere verachting van de kant van de mensen moeten verdragen. Ze was een versmade onder de mensen. Maar nu neemt de Heere ook deze versmaadheid van haar weg en zal zij door de mensen worden geprezen vanwege de barmhartigheid die de Heere grotelijks aan haar bewezen heeft.

Dat het Elisabet echter ten diepste gaat om de barmhartigheid die de Heere bewijst in het zenden van Zijn Zoon, blijkt wel uit de volgende ontmoeting met Maria, de moeder des Heeren. Hoe groot is haar vreugde als Maria haar bezoekt. Zelfs het kindeke springt van vreugde op in haar moederschoot. Elisabet is vol vreugde over de aanstaande geboorte van haar kind, maar haar blijdschap stijgt ten top, als daar Christus zelf, als de nog ongeborene tot haar komt. Alzo heeft mij de Heere gedaan in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen. Op een wonderlijke wijze wordt het aan Elisabet bevestigd dat Gods beloften waar zijn ook voor haar. Ook zij mag delen in Gods genade, die Hij in Christus bereidt. O ze heeft menigmaal gedacht dat ze er buiten zou staan, dat zij niet in genade zou worden aangezien. Ze heeft ermee geworsteld, ze heeft erom gebeden, ze kon niet loslaten. En nu ziet de Heere haar aan en overlaadt haar met Zijn gunstbewijzen. Ja, zij wordt verblijd naar de dagen in dewelke de Heere haar gedrukt had, naar de jaren, waarin zij het kwaad gezien had. Als eerste mag Elisabet op deze aarde de nog ongeboren Christus ontmoeten en begroeten. In Hem en door Hem alleen kan zij ten volle door de Heere worden aangezien. En wat betekenen zegeningen in deze wereld, wat betekent nageslacht hebben, als het in Christus geopenbaarde heil de mens ontgaat. En om dat laatste was het Elisabet te doen, ook in het verlangen naar een zoon. En nu mag ze in haar ouderdom zich erover verheugen dat de Heere naar haar omziet om haar versmaadheid onder de mensen weg te nemen. Het missen van Gods genade in leven en sterven, het missen van de Zoon, de Zaligmaker, betekent immers eeuwige versmading en dan niet door de mensen, maar door God.

Maar nu komt de Zoon tot Elisabet om ook deze versmaadheid van haar weg te nemen, over te nemen om die zelf te dragen. Hij zal van God en mensen versmaad worden om onze versmaadheid onder de mensen weg te nemen, om hen in plaats daarvan genade en eer te kunnen schenken.

Is het niet onze schande, onze vloek dat wij niet aan Gods recht kunnen voldoen, dat we geen zoon voortbrengen die dat doen kan. We zijn onvruchtbaar, uit ons geen vrucht meer tot in eeuwigheid. Wordt het wel als onze grootste schande gekend. Is dat onze versmaadheid onder de mensen. Dan is er ook adventsverwachting en - verlangen als bij Elisabet. Het Kind dat wij niet kunnen voortbrengen, het is door de Heilige Geest verwekt en uit de maagd Maria geboren. En als het dan gehoord en in het hart bevestigd wordt dat een Kind ons is geboren en een Zoon ons is gegeven, dan is er het loflied: Zing vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang en juich die geen barensnood gehad hebt! want de kinderen der eenzame zijn meer, dan de kinderen der getrouwde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1976

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Genade en eer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1976

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's