De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloven en handelen in de nieuwere theologie

Bekijk het origineel

Geloven en handelen in de nieuwere theologie

Orthodoxie of orthopraxie - Wat is belangrijker: geloven of handelen?

9 minuten leestijd

(3)

In de twee voorafgaande artikelen hebben wij gezien hoe de verhouding is tussen geloven en handelen in de Schrift en in de Reformatie. Nu zijn we hiermee echter nog niet klaar. In het vorige artikel noemde ik een boek van een Hollands theoloog, die met deze problematiek zich bezighoudt. De naam van de theoloog is H. A. Fiolet en zijn boek heet: De Tweede Reformatie. Het is ongeveer zeven jaar geleden verschenen, maar de probleemstelling is nog steeds actueel.

In dit boek stelt de schrijver, dat in de Reformatie de R.K. kerk en de Reformatorische kerk ten diepste gevangen zaten in hetzelfde denkschema. Hij noemt dit het griekse denkschema, en kwalificeert dit als een dualistisch denken, waarin God en mens als concurrenten tegenover elkaar staan. In dit concurrentiedenken gaan Rome en de Reformatie echter beide hun eigen weg. De Roomskatholieke kerk komt uit bij de leer van de verdienstelijkheid van de goede werken. Op deze wijze kan de mens namelijk in zijn concurrentiepositie t.o.v. God zijn plaats veroveren en handhaven. In de Reformatorische theologie komt men terecht bij de leer van het sola fide. Dat betekent, dat de mens in zijn concurrentiepositie tegenover God het moet verliezen, failliet gaat, en zo geheel en al door God wordt overwonnen.

Fiolet wijst erop, dat deze twee wegen volkomen tegenover elkaar lijken te staan, maar in feite toch dezelfde weg is, nl. de weg, waarop de mens als concurrent van God wordt gezien. En dat is een typisch grieks-dualistisch denken, dat volkomen in strijd is met het bijbels-Israëlitisch denken. Want in dat bijbels-Israëlietisch denken staan God en mens niet als concurrenten tegenover elkaar, maar staan zij als partners van het Verbond naast elkaar. Ze zijn niet elkaars tegenstanders, maar zijn elkaars medewerkers. En in dit samenwerken van God en mens in het ene verbond, wordt gewerkt aan het heil van deze wereld. Zo komt het Koninkrijk van God. En degene, aan wie het duidelijk is geworden, hoe dat kan worden, is Jezus van Nazareth. Hij is de volmaakte verbondspartner, de ideale mens, zoals God die wenst, en zoals hij ook eenmaal, als het Rijk is gekomen, zal zijn.

Dit is, in het kort weergegeven, een gedachtelijn, die nog steeds model staat voor het huidige theologisch denken. En het is duidelijk, dat de Reformatie in deze benadering moet worden beschouwd als een mislukking. Zij heeft geen echte reformatie betekend. Want het dualistisch denken is gebleven. Daarom stelt genoemde theoloog voor om aan een tweede Reformatie te beginnen, waarin zowel de Rooms-katholieke als de Reformatorische kerk gereformeerd worden van het grieksdualistische concurrentie-denken naar het bijbels-Israëlietische verbondsdenken, waarin God en mens niet elkaars concurrenten, maar elkaars partners zijn.

Het is duidelijk, dat deze nieuwe benadering enorme gevolgen heeft. Want als deze lijn wordt gevolgd, kan het sola-karakter van het reformatorisch belijden niet langer meer worden gehandhaafd. Dan moet er opnieuw een èn... èn-structuur, 'n synthese worden aangebracht in het christelijk geloof. Dan wordt het opnieuw: God èn mens, geloof èn werken. En wanneer men dit eenmaal stelt, blijkt, dat de consequenties al maar verder reiken. Men gaat dan niet alleen de rechtvaardiging door het geloof alleen verzwakken, maar men gaat de heiliging op zulk een wijze er bij inbouwen, dat de werken van de mens een wezenlijkerol gaan spelen in het gerechtvaardigd worden. Of anders gezegd: de orthopraxie, het goede handelen, gaat een wezenlijk deel, een constitutief deel vormen van de rechte leer. En ook daarbij blijft het niet. Maar dan zien wij dat dit z.g. rechte handelen, deze orthopraxie, zelf het criterium wordt van een nieuwe orthodoxie, zodat het handelen volkomen alles gaat overheersen en de karaktertrekken krijgt van een strenge leer, een wet, waaraan men moet voldoen, wil men voor een echt gelovige in aanmerking komen. De vroegere /eerheiligheid in de vervlakte orthodoxie is hier geworden tot een niet minder starre werk-heiligheid, die als criterium van echtheid alles beheerst en de mens brengt in een wettische krampachtigheid, omdat van zijn daden alles afhangt. De tucht die dan ook op grond van deze maatstaf van de orthopraxie wordt uitgeoefend, is streng en zonder pardon. Er wordt nauwelijks meer iets van het evangelie in zichtbaar. M.a.w. de orthopraxie is nu orthodoxie geworden, maar dan wel met het geestelijk gehalte van de ideologie. Ideologie als een overtrokken orthodoxie, en dat dan in de naam van de orthopraxie.

Voorzover ik zie, is daarmee het beeld getekend van de huidige theologie zoals zij in vele gestalten naar voren treedt.

Ik zou daarvan graag het volgende willen zeggen. In de eerste plaats is uit het bovenstaande duidelijk geworden, dat men zelfs in dit geval het dilemma: orthodoxie-orthopraxie, geloven of handelen niet kan handhaven. Want ook in die theologie, waarin de orthopraxie zo sterk wordt beklemtoond, blijkt duidelijk, dat er sprake is van een 'orthodoxie'. Men leert een leer van het goede handelen. Men heeft ook hier dus een leer. Zelfs een zeer strakke leer, een in hun ogen alleen mogelijke 'rechte' leer. Dus de rechte leer van het rechte handelen, de orthodoxie van de orthopraxie. En deze rechtzinnigheid is zo strak, zo omlijnd en zo exclusief, dat alles wat maar enigzins daarvan afwijkt verfoeid wordt en onder vernietigende censuur wordt gesteld. Bij deze tuchtoefenende 'rechtzinnigheid' is de klassieke orthodoxie nog maar een kind geweest. M.a.w. laat men niet met het verwijt komen, dat de orthodoxie eenzijdig op de leer gericht is. Want dat is men zelf ook, niet minder. En ook kan men niet zeggen, dat vroeger de rechte leer er alleen was en niet het rechte handelen. Want wij hebben aangetoond, dat dit niet historisch valt waar te maken. Wel is er enige reden om te zeggen, dat zij die momenteel zo overtrokken de 'orthodoxie van de orthopraxie belijden, nog al eens bij de orthodoxie van de orthopraxie blijven steken en aan de praxis van deze orthopraxie niet toekomen. Vooral blijkt dit als het gaat om de relaties in het persoonlijke vlak. Wat mijn ervaring betreft, zijn degenen, die in Holland het hardst schreeuwen over de orthopraxie vooral in maatschappijcritische-neomarxistische zin de mensen, die met hun naaste relaties, in hun familie, in hun huwelijk, in hun gemeente en in hun kerk en in hun straat geen enkele relatie goed kunnen houden. Zo bezien krijgt hun luide roepen om orthopraxie wel een wat typisch bijna psychopatisch karakter. Althans geeft het in die richting te denken. Ook al wil ik dit niet in het algemeen zo stellen, wel is het zo dat ook hier juist een eenzijdige betrokkenheid is op de theorie, op de 'rechte' leer. Met al de krampachtigheid en wettisch-heid, die men ook in uiterst orthodoxe kringen in traditionele zin kunt aantreffen.

In de tweede plaats wil ik erop wijzen, dat deze nieuwe benadering van de orthopraxie op gespannen voet staat met het Reformatorisch belijden. Duidelijk bleek dit uit het genoemde boek van Fiolet. Het is merkwaardig, dat hij de sola-structuur van de reformatorische theologie weer vervangt door de èn... èn structuur, de synthese van God en mens als verbondspartners. Dat laatste, het verbondsdenken met zijn 7 begrippen van partnership en interpersonaliteit en complementariteit, is theologisch een nieuw verschijnsel, voortkomend niet zozeer uit een bijbels-Israëlietisch als wel uit een nieuw wijsgerig denken. Maar als het gaat om de geestelijke essentie van dit denken, dan bestaat er niet een wezenlijk verschil met het klassieke rooms-katholieke denken, in confrontatie waarmee het reformatorisch belijden geboren is. Want laten dan nieuwe begrippen worden toegepast, in feite gaat men ook in dit moderne denken evenals in het klassieke Roomskatholieke denken voorbij aan de werkelijkheid van de zonde.

Men kan immers wel aan de reformatorische theologie verwijten, dat zij gevangen zit in een grieks-dualistisch concurrentieschema, maar het is de vraag of dit verwijt wel terecht is. Men heeft dan kennelijk te weinig begrepen wat grieks-dualistisch èn wèt reformatorisch denken is. Want in het griekse dualisme staat het vlees tegenover de geest zonder meer zonder dat hierbij rekening gehouden wordt met de religieus-ethische werkelijkheid van de zonde. Hier is veel meer sprake van een ontisch dualisme, een kosmisch dualisme. Maar in het reformatorisch denken gaat het om de tegenstelling niet tussen vlees en geest, maar tussen de wil van God en de zondige mens, die deze wil overtreedt omdat hij een vijand van God is, die tegen God ingaat. Hier is geen sprake van een ontisch dualisme of van een kosmisch dualisme. Als men hier van een dualisme zou willen spreken, dan is het een dualisme vanwege de werkelijkheid van de zonde, die in de verhouding tussen God en mens een finale breuk gebracht heeft. Door de zonde en in het doen van de zonde staat de mens als vijand tegenover God. In die zin is er inderdaad sprake van een concurrentieverhouding tussen de mens en God. Maar deze concurrentie-positie is niet ontleend aan een grieks denken, maar aan de Bijbelse verkondiging, aan de werkelijkheid van de zonde, waarover de Schrift spreekt. Het is die concurrentieverhouding die door de zondeval van Adam in het paradijs is ontstaan.

Wanneer men daarom deze situatie ontkent en weer van een èn... èn-synthese tussen God en mens gaat spreken, keert men hiermee ten diepste terug tot het R.K. optimisme t.o.v. de mens en de verdervende kracht van de zonde. Dan gaat men weer opnieuw, geestelijk, dezelfde visie op natuur en genade huldigen die de klassieke R.K. theologie op haar traditionele wijze heeft gedaan. En op deze wijze keert men toch weer terug naar Rome, en laat men het Reformatorische Anliegen varen. Dat brengt ons tot de conclusie, dat men in de huidige theologie, waarin de bovengenoemde nadruk op de orthopraxie zo eenzijdig gelegd wordt, geestelijk weer terugkeert tot het roomse denkklimaat. En niet, zoals men beweert, tot het bijbels-Israëlietische denken. Of het moet zijn, dat men daarmee bedoelt, dat men terugkeert tot het Joodsrabbinistische denken. Maar dan kan het duidelijk zijn, dat de Joods-rabbinistische theo­logie, waartegen Paulus zijn genadeverkondiging heeft geplaatst, in feite het prototype is van de latere Roomskatholieke theologie met haar leer van de verdienstelijkheid der goede werken. Dan is het dus eigenlijk zo, dat wat vroeger als klassieke katholieke theologie binnen de R.K. Kéfk geleerd werd nu, in wezen, bij herhaling geleerd wordt in de vorm van het Joods-synagogale-denken. In feite houdt dit een reusachtige judaïsering in van het geloof. En op allerlei wijze komt deze judaïsering aan het licht. Men spreekt niet meer over Jezus, maar over de Messias, en niet meer over het Oude Testament, maar over de Tenach, en men raadpleegt geen christelijke commentaren, maar bij voorkeur de Talmud, en de rabbijnen trekken volle zalen, maar de christelijke dogmatiek beleeft een malaise tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1976

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geloven en handelen in de nieuwere theologie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1976

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's