Boekbespreking
Rechts en averechts, supplement op cahier nr. 20 'Een gids, twee wegen? ' nr. 23 Cahiers voor het christelijk onderwijs. Kampen, 1976, prijs ƒ 10, 90.
Het gesprek over maatschappelijke en politieke vorming op de christelijke scholen maakt verschillende stemmen los.
Naar aanleding van de uitgave: 'Een gids, twee wegen? ' werd een werkvergadering van de Unie gehouden op 7 februari 1976. De discussie raakte daar zo verhit (o.m. over Zuid—Afrika), dat deze voortijdig beëindigd moest worden en de 'twee wegen' hiermee nog eens dik onderstreept werden.
De Unievoorzitter drs. Gilhuis liet het er niet bijzitten en op zijn verzoek schreven de scribenten van de eerste bundel een vervolg, als reaktie op het stuk van hun opponent. De indeling van de eerste bundel was zodanig dat telkens twee tegengestelde meningen over een bepaald onderwerp aan bod kwamen. Deze meningen worden in de nieuwe bundel verder uitgewerkt.
De tegenstellingen blijven bestaan. De bundel lezend konstateert men hoe ver de standpunten inzake ethische, maatschappelijke en politieke vragen uiteenliggen. Het betreft hier mensen die allen achter de christelijke school staan, maar men zit toch, om de titel van de bijdrage van prof. Velema in zijn discussie met prof. Rothuizen te citeren 'niet op hetzelfde spoor'. De verschillen liggen dieper dan een variatie in de taxatie van maatschappelijke problemen; ze betreffen het verstaan en het gezag van de Heilige Schrift. In de discussie tussen Velema en Rothuizen gaat het om vragen als: heeft het christelijk geloof inhoudelijke invloed op het ethos? en: kunnen we over de humaniteit spreken buiten de genade van God om? Beide theologen staan hier lijnrecht tegenover elkaar, waarbij Rothuizen een modernistische koers vaart en Velema in de reformatorische traditie wil staan. Inderdaad: niet op hetzelfde spoor!
De discussie tussen prof. De Graaf en prof. Troost over de bewapening lijkt minder theologisch, maar laat ook een fundamenteel verschil zien in de behandeling van de bijbelse gegevens (o.m. Rom. 13).
Het 'succesnummer' in het gesprek is wel geweest de discussie over de apartheidspolitiek van Zuid-Afrika. Dr. Buskes die in zijn bijdrage openlijk toegeeft over de schreef te zijn gegaan in de veroordeling van prof. Siertsema, maar intussen weer in een emotioneel betoog poogt duidelijk te maken waarom de apartheidspolitiek in het licht van het Evangelie fel afgewezen moet worden. Prof. Siertsema die op een rustige wijze, met talloze feiten gestaafd, de eenzijdige kritiek op het apartheidsbeleid ontzenuwt. Van het troetelkind van progressief Nederland, het Christelijk Instituut van ds. Beyers Naudé blijft in haar analyse ook niet veel overeind. Prof. Siertsema maakt duidelijk dat linkse buitenlandse organisaties dit instituut drijvende houden en dat het zich, mede onder druk van de geldschieters, ontwikkelt tot een beweging die een gewelddadige omkeer wil bewerkstelligen.
De standpunten, zo kunnen we na het lezen van deze bundel konkluderen, zijn door deze bijdragen niet dichter bij elkaar gekomen.
Wat moeten we hiermee in de school? Dr. Meesters gaat op deze vraag in onder de titel 'Een weg, twee gidsen'. Hij bepleit een genuanceerde benadering, omdat de werkelijkheid veel genuanceerder is dan 'Een gids twee wegen' doet vermoeden. Ik zou deze stelling willen onderschrijven, ook al zie ik weinig heil in de voortgang van het gesprek dat Meesters bepleit. Standpunten inzake politieke en maatschappelijke vraagstukken zijn zo radicaal omdat de werkelijkheid versimpeld wordt en men 'gelooft' in eigen 'positiekeuze'. En deze radicalisering wordt met name bij 'links' gevonden (ook dat bewijst deze bundel weer opnieuw). Een elkaar vinden in een permanent gesprek is bij voorbaat uitgesloten. Intussen blijft de christelijke school zitten met een tweespalt in maatschappelijke vraagstukken. En bij uitstek onpedagogische situatie!
In plaats van een voortdurend gesprek zou het goed zijn wanneer men een gemeenschappelijk uitgangspunt vond in het eenvoudig en ootmoedig luisteren naar de Heilige Schrift, zoals ir. Van der Graaf dat formuleert in zijn bijdrage 'De Christus der Schriften': Wanneer christelijke scholen echter - om met dr. P. J. Hoedemaker te spreken - scholen op de Bijbel zijn, dan blijft er geen ruimte over om ook andere bronnen aan te boren die ons iets steekhoudends zouden kunnen bieden inzake de vraag wat (Wie) nodig is om getroost te leven en te sterven om het leven, individueel en collectief, te leven Coram Deo, in de levensheiliging die alle verbanden, ook die van de school, doortrekken wil’.
Ook dan zullen politieke en maatschappelijke verschijnselen nog wel enigszins verschillend getaxeerd worden, maar dan zal zeer bepaaldelijk niet meer sprake zijn van 'Eén gids, twéé wegen'.
Kerk en jongeren, eindredaktie drs. G. Heitink en drs. H. Hogenhuis. Werkboek ten dienste van het jeugd-en jongerenpastoraat. Uitg. Kok, Kampen, prijs ƒ 17, 50.
Het initiatief tot deze uitgave is genomen in de kring van deputaten 'Jeugd-en jongerenpastoraat' van de Gereformeerde Kerken.
Het gaat in dit boek om de vraag: 'hoe betrekken we jongeren bij het leven en geloven van de gemeente? ' De auteurs proberen in een 15-tal opstellen een antwoord te vinden via: een analyse van de situatie waarin men zich met de vragen van kerk en jongeren bevindt - een oriëntatie op de belangrijke mogelijkheden - een voorlopige samenvatting op de punten van visie, beleid en aanpak.
De bundel, die meer een werkboek dan een leesboek is geworden, haalt veel overhoop. Alle mogelijke facetten worden in de overwegingen betrokken. Drs. Heitink vat het gebodene samen onder verschillende noemers, die een goede kijk geven op wat het boek biedt.
Allereerst integratie en ruimte; vele bijdragen vragen om een verdergaande integratie van de jongeren in de gemeente; in de zondagse kerkdienst hen een taak toebedelen, nieuwe vormen voor catechese, in het diakonaat de jongeren gewoon bij de gemeente betrekken. Kortom: alle fantasie en denkkracht zullen gemobiliseerd dienen te worden om voldoende relaties te waarborgen tussen de jongeren en de rest van de gemeente.
Tegelijkertijd wordt om meer ruimte gevraagd: Het jong-zijn vraagt om ruimte waarinde jongeren zichzelf kunnen worden, een moratorium (De Haas) dat de jonge mens nodig heeft om het fundament van eigen visie en geloofsbeleving te leggen. De aarzelingen om van het kerkelijk jeugdwerk te spreken hebben ook te maken met de vraag om ruimte om tot een eigen vormgeving te kunnen komen. Heiting vat samen: 'Het jeugdpastoraat speelt zich af in een spanning van 'integratie van' en 'ruimte voor' de jeugd.’
Een tweede noemer is 'Ouderen en jongeren'. Veel is in de geloofsopvoeding er van afhankelijk of het in de relatie ouderen-jongeren tot echte wederkerigheid komt. Ouderen en jongeren moeten samen op weg gaan in catechese, op scholen, in de sacramentsviering (kindercommunie).
Een derde noemer die uitermate belangrijk is betreft het anders geloven. Volgens een aantal bijdragen zit de gezamenlijke moeite van ouderen en jongeren hierop vast, dat zich een andere wijze van geloven aandient. Dat 'anders' ziet gedeeltelijk op een andere, gesaeculariseerde wereld, waarin veel van het vanzelfsprekende verloren is gegaan. Onze wereld is 'wereldwijd' geworden (Hanna Lam). Er komt een wijze van denken op gang, waarin voortdurend vragend met de waarheid wordt omgegaan.
De schrijver is van mening dat hierin een authentieke wijze van geloven oplicht. Niet het aannemen van een aantal waarheden, maar het op weg gaan, niet wetende waar je komen zult.
Deze houding moet leiden tot b.v. een nieuwe bezinning op de catechese: niet uitsluitend kennisoverdracht maar meer mentale leervormen. Het 'anders geloven' heeft volgens Aalbers ook konsekwenties voor de openbare geloofsbelijdenis. Jongeren niet overvragen, maar misschien wel tevreden kunnen zijn met de wens 'er bij te willen horen en mee op weg willen gaan’.
Een laatste noemer kan aangegeven worden met Andere partners.
Het gaat, aldus verschillende scribenten in de relatie tussen kerk en jongeren niet uitsluitend meer om het samenspel van gezin en gemeente. De school dient zich aan, nadrukkelijker dan in het verleden het geval was. Het jeugdwerk, zo kan men uit deze bundel konkluderen, met meer aarzelingen dan we voorheen gewend waren. Het jeugdwerk wil in de Ger. Kerken een zelfstandige organisatie zijn; het gaat om vrij jeugdwerk, waarbij men al snel bemoeienis van kerkelijke organen als bevoogding ervaart.
Het mag opvallend heten dat het jeugdwerk in de Gereformeerde Kerken, vroeger zo strikt gebonden aan de kerkelijke gemeente zodat het wel de 'jonge gemeente' werd genoemd, zich blijkens deze bundel zelfstandig wil opstellen en als zelfstandige organisatie erkend wil worden.
Een naar mijn overtuiging heilloze weg, omdat op deze wijze na enige tijd de naam kerkelijk jeugdwerk wel opgelost zal zijn.
Een enkele opmerking moge deze bespreking afronden. De bundel Kerk en jongeren maakt duidelijk dat in de Gereformeerde Kerken letterlijk alles in beweging is. Enkele decennia terug leken deze kerken in hun werk nog een hecht doortimmerde organisatie, waarin alle delen een eigen plaats hadden. Dat is voorbij. Alles lijkt mogelijk en onder de noemer 'anders geloven' wordt het gereformeerd belijden een discutabele zaak.
Het is de roeping van de gemeente om in bewogenheid bezig te zijn met haar jongeren. Maar de in dit boek voorgestelde opzet zal geen oplossing geven voor de geloofscrisis.
Het is een teken aan de wand dat terwijl in dit boek alle denkbare facetten omtrent de relatie kerk en jongeren aan de orde komen, er geen enkel opstel bij is, dat vanuit de Schrift de roeping van de kerk in dezen doet oplichten. Ook dit is een symptoon van saecularisatie.
M. Burggraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1976
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1976
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's