En toen de engel
En toen de engel bij Maria kwam. De heilige Geest haar in Zijn hoede nam, vroeg zij beschroomd en stil: 'Hoe zal dat zijn? God is zo gróót - Zijn dienstmaagd is zo klein'; Toen sprak de engel: 'God, Die 't hart doorziet Zegt u: - Vrees niet. Mijn kind, vrees niet! - ’
Toen herders schrokken van Uw licht, (de aarde zag de hemel in 't gezicht) Toen Gij met eng'len, stralend als de zon, Uw hemels vrede-offensief begon. Toen klonk, vóór 't machtig overwinningslied: - Ik breng u grote vreugd; vrees niet! -
En als ook wij in onze donkerheid Bevreesd zijn voor Uw lichte heerlijkheid; Wanneer ons ongeloof Uw wondren niet aanvaardt. Ons hart zich blind op eigen zonde staart, Dan zegt Gij nóg, als Gij ons knoeien ziet: - Vrees niet, Mijn kinderen, vrees niet! -
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1976
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1976
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's