Omkering van zaken
Toespraak n.a.v. de lofzang van Maria in de 3e Adventsdienst van de Alle-Dag-Kerk op 15 december 1976 in de Engels-Hervormde kerk op het Begijnhof te Amsterdam, door de N.C.R.V. uitgezonden op 16 december 1976.
Donkere dagen voor Kerstfeest. Een tijd van mijmeringen, een zich terugtrekken in de besloten kring van het gezin om in deze komende weken voor zichzelf de balans van het leven op te maken. En waar geen gezin is daar is het voor de eenzamen eind december de moeilijkste tijd van het jaar. Geen feestdagen maar dagen waarop je met je ziel onder je arm loopt. Besloten in jezelf met buiten je de koude wereld.
Wat doen we dan? Je geeft je over aan het sentiment al soezend bij de verlichte kerstboom, of aan luchthartige pret, of aan vereenzaming met zelfbeklag, of we vluchten weg met een wintervakantie naar het buitenland.
Er klinkt in deze Adventsdienst een stem tot ons allen, die temidden van al onze beslommeringen op kantoor of bedrijf even willen luisteren. Het is niet de stem van een vermaard geleerde of groot filosoof, van een politicus of zakenman, een wetenschapper of dagbladredacteur, neen, het is de stem van een eenvoudige huisvrouw, timmermansvrouw, een jonge vrouw in verwachting, één uit de duizenden van het, zoals men dat zegt, gewone volk, Maria. Ook zij denkt over het leven, over haar leven, over haar 'nederige staat', maar ze doet anders en spreekt er anders over dan wij.
Drie opmerkingen wil ik graag maken.
In de eerste plaats trekt ze zich niet terug in de kring van haar overpeinzingen en geeft ze zich niet over aan allerlei sentimenten. Neen ze doorbreekt haar levenskring naar de wereld. Ze sluit zich niet af, maar ziet haar leven in wereldperspectief. Ze heeft het over tronen, machtigen, rijken, hoogmoedigen. Als Jodin kende zij de geschiedenis van haar volk Israël, het volk dat meer dan welk volk ook met de machtige rijken van de wereldgeschiedenis te maken heeft gehad: Egypte, Syrië, Babel, Perzie, Griekenland en nu op het toppunt van zijn macht het Romeinse rijk. Rijken die opkwamen ten koste van vorige rijken die ondergingen. Niet in beslotenheid en isolement, maar open naar de wereldgeschiedenis waarin de ontzettendste gebeurtenissen plaats vinden, beziet Maria haar leven.
In de tweede plaats ziet ze de betrekkelijkheid van al die machtigen in eeuwigheidslicht, want God heeft de machtigen van de troon gestoten en de rijken ledig weggezonden. Maria geeft geen geschiedenisfilosofie, ze geeft ook geen antwoord op de vraag naar de chaotische gang van de wereldgeschiedenis met al zijn bloed en tranen. Ze belicht één kant: de ondergang der rijken, de ondergang der machthebbers is Gods handelen in de geschiedenis. Hij maakt er telkens een eind aan. Ook in onze tijd nu negentien eeuwen later. Om bij de laatste honderd vijftig jaar te blijven: het Napoleontische Frankrijk werd opgevolgd door het trotse Albion, Engeland en dit door Duitsland en dit in deze tijd door Amerika en de Sovjet-Unie met China en de Derde Wereld. En wij vergapen ons aan de macht van de huidige wereldmachten en wij zijn onder de indruk en lezen driftig de nieuwsberichten, vooral nu de wereld door de communicatiemiddelen zo dicht bij ons is gekomen. Zij zullen allen ondergaan, want God verstoot de machtigen van de troon en rijken zendt Hij ledig weg.
En toch is Maria geen cultuurpessimist a la Spehgler, neen, ze zingt, ze prijst de Heere en haar geest is blij. Hoe is dat mogelijk? Dat wordt mijn derde opmerking.
Omdat God de zaken radicaal omkeert. Omkering van zaken.
Wat in de wereldgeschiedenis belangrijk is, het machtige, het rijke, het trotse, waarbij wij onder de indruk komen, dat is voor Hem volkomen onbelangrijk. En het onbelangrijke, het onbetekenende, het onbeduidende is bij Hem belangrijk.
Hij heeft omgezien niet naar het machtige Romeinse Rijk, niet naar keizer Augustus, maar naar het verachte Joodse volk in Palestina, zelfs niet naar een man, maar naar een mindere van de man in die tijd: een vrouw. 'Omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd'. Gods denken en Gods handelen staan loodrecht op de waardeoordelen en de beleidsvoering van de wereld.
Tenslotte, in de Lofzang van Maria gaat het om de barmhartigheden en het heil uit de hemel in Christus geopenbaard, heil dat de rijken, de machtigen en de hoovaardigen voorbijgaat en de eenvoudigen en hongerigen met goederen vervult. Dat betekent vanuit het Evangelie opkomen voor sociale gerechtigheid in de samenleving, brood voor hongerigen en vrijheid voor verdrukten. Maar dat betekent het niet alleen, want Maria spreekt over de barmhartigheden Gods voor degenen, die Hem vrezen. Dat ligt dieper. Dan gaat het niet om armoede en eenvoudigheid als zodanig, maar om onze innerlijke houding tegenover onszelf, tegenover God en tegenover de wereld. De afbraak van machtige rijken in de wereldgeschiedenis weerspiegelt zich in eigen leven. Waar idealen niet werden bereikt, waar verwachtingen de bodem werd ingeslagen, waar zekerheden gingen wankelen, waar een mens in zijn innerlijke armoede eenzaam komt te staan tegenover God, daar gaat de hemel open, de hemel van Gods opzoekende zondaarsliefde. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga maar eeuwig leven hebbe. En Maria zingt het uit: Hij heeft omgezien naar mij!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1976
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1976
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's