Zingende engelen en een maagdelijke geboorte
De moderne mens is door vele dranghekken omgeven, die hem verhinderen het veld van Gods heilsdaden te betreden. Daar is allereerst zijn natuurlijk, door de zonde verduisterd verstand. Daar is verder de grote vlucht van die rede, van dat verstand. Daar is de wetenschappelijke ontwikkeling en ontplooiing. Wat kan de moderne mens eigenlijk nog geloven in een tijd, die, door een bepaalde vorm van wetenschappelijk denken, de vensters gesloten heeft naar het wonder, naar de hemel, naar de eeuwigheid, naar de onzienlijke dingen, naar het boven wereldlijke en het boventijdelijke. De blik is verruimd, we kijken tot ver in het heelal. En tegelijk is de blik verengd. We kijken niet verder dan onze neus lang is, dan wat we hier en nu ontwaren.
Het tastbare, het zichtbare, het bewijsbare, het meetbare, dat is het waar het op aan komt. Om het met een woord van wijlen prof dr. G. C. van Niftrik te zeggen: 'het is de waan van deze moderne tijd, dat alleen dat werkelijkheid is wat de moderne wetenschap constateert'. En de moderne wetenschap constateert alléén het zichtbare, hetzij het met het oog zichtbare of het met geperfectioneerde instrumenten wetenschappelijk zichtbaar gemaakte, maar niet het onzichtbare. De eerste russische ruimtevaarders - het is overbekend - waren God niet tegengekomen in de ruimte en ook de hemel niet. Daarmee was de zaak bekeken. Bekeken met het blote oog. Maar het geloof, aldus Pascal, heeft zijn redenen die voor de rede niet toegankelijk zijn. Het geestelijk geoefend oog mag schouwen tot op God, mag schouwen het perspectief van de eeuwigheid waar God alles in allen is, en weet zich slechts gesterkt als ruimtevaarders Hem niet visueel waarnemen.
Kerst
Het kerstgebeuren scheurt alle wetenschappelijke vooringenomenheden aan flarden. Niets is hier meer wetenschappelijk verklaarbaar. God doorbrak en doorbreekt in Zijn daden immers de grenzen van ons bevattingsvermogen.
God schiep uit niets. Wie zal het verstaan? De wetenschap mag slechts oppervlakkig tasten aan het wonder van de geschapen werkelijkheid. En wie dieper tast ervaart steeds meer ondiepte. Zodat een Duits bioloog aan het eind van zijn leven, atheïst als hij geweest was, kwam tot de erkentenis dat achter zo'n machtig bouwwerk wel een machtig Bouwheer moest staan. God riep de dingen die niet zijn - wetenschappelijke dwaasheid! - alsof ze waren.
Gods Zoon werd mens. God van God ontdaan, wie zal dat verstaan? De eeuwigheid in de tijd. Op een wijze die voor het natuurlijk verstand verborgen is. Geboren uit een maagd, ontvangen uit de Heilige Geest. Opnieuw, wetenschappelijk de dwaasheid gekroond, voor het louter biologisch denken onverklaarbaar en dan ook nu, voor moderne mensen onverteerbaar. Daarom is altijd weer, maar zeker nu. het moderne denken - en elke tijd heeft zijn moderne denken gehad, want modem is een opschuivend begrip - stukgelopen op de belijdenis van 'een maagd zal zwanger worden’.
Maar er is meer. Wanneer de eeuwigheid de tijd raakt, wanneer God mens wordt, trilt de kosmos mee. De ster gaat vóór en de wijzen volgen. Opnieuw gekroonde dwaasheid. En de engelen zingen. Zingende engelen bij een maagdelijke geboorte! Dat vat geen wetenschappelijk geschoold oog. Maar het is de kinderen geopenbaard. Zó werd de Godszoon mensenzoon, bij de melodieën van de eeuwigheid, die in de tijd klonken en hoorbaar waren: vrede op aarde, in mensen een welbehagen. Zó kwam God bij de mensen - Emmanuel, met ons God - door in te gaan in de moederschoot; en Jozef wist het niet.
Gods handelen staat haaks op ons denken. Daarom dient wetenschappelijk denken gepaard te gaan met de vreze des Heeren, omdat die het beginsel van de wijsheid is.
Het wonder
Intussen doen we niet al te zelfverzekerd. Ook de meest christelijke mens kent zijn twijfels. Wie gelooft, na het kruis, het open graf, als toch nooit iemand uit de doden terug kwam en komt? Thomas geloofde het (pas) toen hij zijn vinger in het teken van de nagelen mocht leggen en met de Geest, die getuigt met onze geest, getuigen mocht: Mijn Heere en mijn God!
Wie gelooft de open hemel, waar de Koning der ere inging, trots de wetten van de zwaartekracht? De discipelen hebben het gehoord en verkondigd: Hij is hier niet. Maar hoe heeft de tand des tijds niet immer aan de belijdenis van de verrijzenis en de verhoging van de Koning geknaagd? En hoe stompt met name het huidige wetenschappelijke denken een hele generatie van christenjongeren - want onderwijs is nu te onzent algemeen - niet af voor het wonder van deze heilsdaden!
Geloof het maar, zeggen de jongeren. Ja, geloof het maar. Want God, de Schepper aller dingen, doorbrak telkens weer de wetmatigheden, die Hijzelf in Zijn schepping had gelegd met goddelijke autoriteit. God werd niet de gevangene van Zijn schepping. In Zijn heilsdaden, waarin de ijzeren wetten van de dood en de omlaag-gerichtheid, werden doorbroken, betoonde Hij zich de Pottenbakker.
Zo was het ook bij de Engelenzang en bij de maagdelijke geboorte. Bovennatuurlijk! Of moeten we zeggen: God was nieuw scheppend bezig? Wat hebben we nodig een wedergeboorte van de wetenschappelijke mens, om geestelijk verlichte ogen te krijgen, en om dan in het besef van het beperkte werkveld, dat hem geschonken is, uit het geschapene te halen wat erin zit (God heeft alle dingen immers onder onze voeten gelegd) maar om dan ook tegelijkertijd de contouren van de eeuwigheid en de hemel te zien.
Niet vanzelfsprekend
Maar weer zeggen we: hier is niets vanzelfsprekend. Ook niet voor christenen, ook niet voor orthodoxe christenen, ook niet voor ingeleide kinderen Gods. Onze tijd is onderhevig aan slijtage van de belijdenis van het wonder van het bovennatuurlijke, het boventijdelijke. De wereld mag dan als alternatief voor het Kerstgebeuren de felle en kleurrijke verlichting - spel van snel bewegende maar wetenschappelijk gecontroleerde electronen - nemen christenen van nu komen niet veel vérder als ze niet diep doordrongen zijn van het mysterie van het wonder van de menswording van Gods Zoon. Wie gelooft het wonder nog?
We lopen namelijk ook de niet geringe kans het wonder uitsluitend te plaatsen in het verleden. Moderne mensen geloven niet meer aan zingende engelen en een maagdelijke geboorte. Maar wie het wel gelooft loopt het gevaar, het te geloven, omdat het tweeduizend jaar geleden plaats vond. Zou ieder het ook geloven als het vandaag gebeurde? Wie zou vandaag niet - met bijvoorbeeld Thomas - belijden: als ik maar zou zien het teken van de nagelen? We kunnen heel gemakkelijk het wonder belijden door het te schuiven naar de tijd van de Bijbelschrijvers en intussen voor de eigen tijd leven bij alle wetmatigheden, moderne verworvenheden en inzichten. Bij ziekte verwachten we het van de dokter en de geneesmiddelen, ons door God gegeven, jawel , maar het wonder kunnen we niet meer los maken van de middelen, wetenschappelijk bepaald als we zijn. Het wonder van de doorbroken grenzen van ons kennen en kunnen, onze mogelijkheden en bevattingen is naaf de einder van ons bestaan geschoven.
Zouden de engelen ook nu nog bestaan? Welk mens denkt daar nog aan of leeft daar nog bij? Zijn de engelen alleen de projectie van de stervende op het scherm van zijn lijdensgeschiedenis of van zijn doodsangst? Maar dan is er opeens die vrouw, die als door een wonder aan een verkeersongeluk ontsnapte: 'ik voelde mij door een engel geleid!'
Bij al onze wetenschappelijk vermeende kennis zeggen we: de wonderen zijn toch de wereld niet uit, eenvoudig omdat het wonder de wereld in kwam: Emmanuel.
Tussen verleden en toekomst
Tussen Gods verleden en Zijn toekomst ligt Zijn heden. Zijn de heilsdaden Gods alleen verleden tijd? Ze zijn ook toekomst: God zal wederkomen om te oordelen levenden en doden en de elementen zullen brandende vergaan. Bij de schepping ontstond iets uit niets. Bij de voleinding wordt het iets weer tot niets, hoe men dan ook de recreatio mag duiden. En daartussen liggen de kribbe, het kruis, het graf en de olijfberg. De oorsprong en de voleinding, maar daarmee ook het heden ontmoeten elkaar in het wonder, in het wetenschappelijk niet waarneembare, om niet te zeggen onmogelijke.
De (christelijke) mens, die bij het heden leeft-'pluk de dag' - kent geen verleden en geen toekomst en dan ook geen wonder. Maar daar is de Stem van de Almachtige: 'Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde'. Dat is toekomstmuziek. God die schiep zal scheppen, en Hij schept ook nu. Zou dan, namelijk tussen het wonder van het verleden en van de toekomst niet het wonder van het heden liggen? Daarom zal de mens ook thans bij brood alleen en bij wetenschappelijk waarneembare feiten alleen niet leven.
Viering
In het wonder van Kerst, waarin God langs onmogelijke weg onder ons mensen kwam en waarbij engelen onvoorstelbaar door het luchtruim zweefden, treden we buiten wetenschappelijke kaders, in het besef, dat er méér is dan wat de moderne wetenschap ons voorhoudt. God werd op biologisch onmogelijke wijze mens om onzentwil en engelen omzongen dit met hun lied.
Een rector van een niet onvermaarde middelbare school in Nederland zei eens, dat een dominee bij een kerstwijding, die hij in de aula had te leiden voor middelbare scholieren, in deze tijd toch niet meer kon aankomen met zingende engelen en een maagdelijke geboorte. Vandaar de titel van dit artikel. Het is een feit, dat menigeen maar over de meest elementaire geloofswaarheden zwijgt, omdat men deze stukken van de leer des heils kennelijk niet meer aan moderne mensen, jonge mensen kwijt kan. Maar we zullen ontdekken dat als we op de belijdenis ervan in onze tijd zijn vastgelopen we er eeuwig op stuk breken.
Een student deed examen in een geologisch vak. Hij moest vertellen hoe de wetenschap het ontstaan van de kosmos en het voortbestaan ervan zag. Daar kwam het conflict tussen Schriftgeloof en wetenschap. Maar God toonde hem dat in Daniels tijd - wetenschappelijke onmogelijkheid! - het vuur de drie jongens in de vurige oven niet vermocht te raken. Zó worden wijzen dwazen en dan toch wijzen.
Kerst is het feest van de menselijke onmogelijkheid maar van Gods mogelijkheden om grenzen van ons kennen en kunnen te doorbreken. Emmanuel! Geboren uit een maagd, met de engelen als kroongetuigen.
(Tevens geplaatst in ’De Schakel’).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1976
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1976
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's