De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Terugblik en Bezinning

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Terugblik en Bezinning

1976/1977

10 minuten leestijd

Nog enkele dagen, en ook het jaar 1976 is in de jaarboeken ondergebracht. Een nieuwjaar meldt zich en - voor ons gevoel - met versnelde tred gaan we het jaar 2000 tegen, voor velen een magisch jaar, maar voor wie bij de Schriften leeft een jaar, waarvan als alle andere geldt: anno Domini, in het jaar onzes Heeren . Wie leeft bij het besef dat na de komst van Christus een tweede komst volgen zal, heeft er mee te rekenen, dat 1977 evengoed het jaar van de wederkomst zijn kan als het jaar 2000, wanneer, zo als bij de vorige wisseling van millennium (tijdperk van duizend jaar), de stemmen zich ongetwijfeld vermenigvuldigen, die zeggen: nu zal de wederkomst zijn. Intussen zeggen we met Luther, dat, al wisten we dat Christus morgen wéér kwam, we ook vandaag nog een boom zouden planten.

De Wereld in 1976

De wereldgeschiedenis werd verder geschreven in 1976. Als in andere jaren was het zó, dat wereldgroten van het toneel verdwenen en erop verschenen. Ford ging en Carter kwam. Mao ging heen en Hoea verscheen. Maar, bij alle wisseling van decors, blijft op het wereldtoneel ook de strijd gaande tussenbet Rijk der duisternis en het Koninkrijk Gods. We beseffen, dat juist ook op het politiek ten einde machten om de voorrang strijden en dat er in die machtsontplooiing iets zijn kan van wat Openbaring 13 aanduidt met het beest uit de zee, waar de gehele aarde achteraan zal trekken en dat macht krijgt om de heiligen krijg aan te doen, twee en veertig maanden lang. Maar hier blijkt dan ook - het zij de verdrukte christenen tot troost - de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.

Nederland in 1976

Ook in eigen land woedde de strijd der geesten. Politiek gezien is er de nodige spanning geweest. Maar 1976 zal wel vooral de analen van ons volksleven ingaan als het jaar van de politieke strijd rondom het ongeboren leven. En wanneer we dan politieke strijd zeggen, dan zien we op de achtergrond de geestelijke strijd. De strijd om de abortuswetgeving was bepaald een strijd der geesten. De geest van de mens streed tegen de Geest van Christus. Wat de toekomst hier brengen moge is onzeker. Maar wèl is zeker, dat politiek gezien in 1976 belangrijke beslissingen vielen, beslissingen die uitgaan boven al die beslissingen die vielen in het sociale en economische vlak, hoe gewichtig die ook zijn.

Wat dit laatste betreft vergeten we intussen niet, dat met name ook de werkgelegenheid behoort tot de zaken die aller aandacht verdienen. Wat kan er geen spanning komen in de gezinnen wanneer het, hoofd van het gezin arbeidsloos is geworden, ook al is er bepaald nog wel een inkomen. De aandacht, die er is en zijn moet voor niet ethische vragen als abortus en euthanasie, zal belangrijke zaken als werkgelegenheid en (dan ook) arbeidsethiek niet naar achteren mogen dringen. Daarom zeggen we: 1976 was niet alleen het jaar van de strijd om de abortuswetgeving, maar ook van de strijd om de werkgelegenheid. Als we als christenen belijden, dat het christelijke leven gekenmerkt is door 'bid en werk', dan mag er ook de inzet zijn voor de werkgelegenheid, zodat mensen zich ook dienstbaar mogen weten.

De Kerk in 1976

Wat valt er van de kerk in 1976 méér te zeggen dan dat zij als blijk van Gods trouw bleef, ook in ons volksleven? Mogen we zelfs niet zeggen, dat de (levende) kerk ook in 1976 de kurk was, waarop de wereld drijven mocht? Nieuwe dienaren des Woords werden gegeven aan de kerk. Nieuwe leden mochten toetreden. Nieuw-geboren leven mocht opgeheven worden bij het Doopvont. Dat alles staat niet in de kranten te lezen, maar het is alles wél geschreven in het boek, dat voor Gods Aangezicht ligt. En als 1976 ook het jaar was, waarin nieuw geestelijk leven geboren werd, daar zeggen we met de Psalm: deze en die is in Sion geboren, in Israël ingelijfd. Dat is wat ook in 1976 geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in het hart van de mensen niet is opgeklommen, maar wat God bereidde voor hen die Hem liefhebben.

We schrijven in de kerkelijke pers over wereld(raad)assembles, over synodes, over nieuw verschenen boeken en over opzienbarende uitspraken. Maar de eigenlijke kerkgeschiedenis wordt in de gemeenten geschreven en de opbouw van de gemeente is het hart van de kerkgeschiedenis. Dat was ook zo in 1976.

De Hervormde Kerk in 1976

Ook binnen onze Hervormde Kerk mocht zo, ondanks alles, de gemeenteopbouw doorgaan. Ook hierin kwam Gods, bewarende frouw naar voren. Kerkelijk gezien bepaalde Samen-opweg daarbij goeddeels de gesprekken en discussies. Belangrijk is de vraag hoe de richting is waarin we kerkelijk koersten. In het kerstnummer van Hervormd Nederland constateerde dr. J. J. Buskes - met spijt overigens - dat er in de kerk(en) een verrechtsing aan de gang is. Laat de tijd het ons leren. Een feit is, dat velen het al lang beu zijn om met Schriftkritische en (annex) maatschappijkritische preken en betogen overladen te worden. Opvallend is, dat met name onder de jongeren weer gevraagd gaat worden naar gewone Woorduitleg en toepassing daarvan in het persoonlijk leven en het leven van elke dag. We zeggen niet teveel als we opmerken, dat er ritselingen van nieuw leven, van herleving zijn. Dat zal hier en daar wel eens gaan langs soms nog moeilijk herkenbare banen. Als we dan maar onderkennen de tekenen van een nieuwe oogst.

Verrechtsing van de kerk als zodanig zegt weinig als het niet gepaard gaat met een geestelijk réveil. Verrechtsing alleen kan puur verstandelijk, dogmatisch, ook reactionairen dan polariserend zijn. Nodig is de Geest des Heeren, die dorre beenderen doet herleven. Als in genoemd artikel in Hervormd Nederland echter - opnieuw spijtig - wordt geconstateerd, dat die verrechtsing samenhangt met 'bijbelbeschouwing' en 'geloofsinzichten' 'en dientengevolge o^k in politiek en sociaal opzicht', dan achten wij dat winst. Jarenlang is gehoopt, dat de wal het schip zou keren. Als we daarvan thans óók de tekenen zien dan kunnen we ons daarover alleen maar verheugen. We zullen telkens weer de verschijnselen in de kerk kritisch (moeten) toetsen aan het Woord, maar tegelijkertijd hebben we te letten op wat de Heere aan goede dingen in onze tijd, in onze kerk en in ons midden geeft.

De Gereformeerde Bond in 1976

Wat betekent een Gereformeerde Bond in de wereld, in ons land, in de (wereld)kerk. Welnu, niet meer dan steigerwerk. Sinds 1906 is de Bond nodig geacht in de kerk en de noodzaak van zijn bestaan is tot vandaag gebleven. Door de jaren heen is menigmaal op vergaderingen van de Bond uit Psalm 123 : 2 gezongen; 'wij zijn reeds moe van al de schamp're woorden, die wij van smaders hoorden'. Inderdaad heeft de Gereformeerde Bond door de jaren heen onder spervuur van kritiek gestaan. Dat is de laatste jaren, - ook hetlaatste jaar niet minder geworden. Integendeel. De Gereformeerde Bond is uit op macht, zo heet het ter ener zijde. De Gereformeerde Bond is ontrouw, omdat ze in 'n ontrouwe kerk blijft, zo willen anderen het zeggen. Voor weer anderen grijpen we niet genoeg de kansen om de hele Hervormde Kerk onder onze invloedssfeer te krijgen, doordat we vasthouden aan een aantal eigenheden of meer de groep bedoelen dan de kerk. De Gereformeerde Bond is een schaduwkabinet, zegt de een. De Gereformeerde Bond is te kerkelijk, zo zegt weer een ander. De Gereformeerde Bond lonkt teveel naar de Gereformeerde Gezindte of is teveel gehecht aan eigen kerk. Zo zouden we nog wat daar kunnen gaan. Door alle kritiek van links en rechts heen echter blijven we hopelijk in het spoor ons door Schrift en Belijdenis gewezen.

Wat we als Gereformeerde Bond nodig hebben bij alle groei in de breedte, bij alle opschuiven naar het centrum van de kerk, (met name ook door de afkalving ter linker zijde) is zelfkritiek bij het licht der Schriften. We hebben als Hervormd Gereformeerden altijd weer te gaan tussen twee klippen. Die van het separatisme (zeker nu ons telkens de sleutelpositie in de Gereformeerde Gezindte wordt aangereikt). En die van het opgaan, in confessioneel opzicht tenminste, in het brede midden van onze kerk, van een vervaging van grenzen nu allerwegen deuren opengaan voor Hervormd Gereformeerde inbreng.

We zullen ook in deze tijd hebben te gaan over de smalle kam van het gereformeerd belijden. Wanneer ons thans b.v. gevraagd wordt of Barth of Miskotte misschien ook onze Hervormde vaderen mogen zijn, dan voelen we hoe juist hier aan de basis van onze identiteit wordt geknaagd. Barth en Miskotte mogen theologen van naam zijn geweest, hun kerkelijke nalatenschap is de middenorthodoxie. En een gestrand schip is hier voor ons een baken in zee.

Ik eindig met een uitgebreid citaat van ds. G. Boer uit zijn Gedachtenwisseling met dr. H. Berkhof in 1956, dat we ook vandaag voor onze positie als Hervormd Gereformeerden van harte onderschrijven.

’Geloof mij, dr. Berkhof, dat het ons meermalen tot in ons gebeente verdriet, dat wij steeds voor het gezag van de belijdenis der kerk moeten opkomen, alsof het ons alleen maar ging om de formele juridische handhaving van de belijdenis. Neen, het gaat ons ten diepste bij dit opkomen voor het kerkelijke gezag van de belijdenis om de bewaring van de schat, waaruit wij zelf leven. Daarmede verabsoluteren wij onszelf niet. Wij weten maar al te goed, dat aan de beleving van deze schat ook onder ons veel ontbreekt. Dat vervult ons meermalen met zorg en droefheid. Maar hoe gebrekkig dan ook, het gaat ons om de bewaring van het geheim der godzaligheid.

U schrijft: Wij staan ergens anders dan de vaderen stonden. Hier neemt u uw uitgangspunt in een bepaalde cultuurfase, maar niet in verhouding van God tegenover de mens. Dit is cultuurfilosofisch juist, maar theologisch onjuist. Ik vrees, dat u de voortgang der eeuwen veel te veel verabsoluteert en op zichzélf stelt buiten de relatie God-mens. De vaderen stonden in het theologische vlak, u staat veel te veel in het anthropologische vlak. Nooit kan de theologie vanuit de anthropologic verstaan worden, maar wél omgekeerd. Nimmer kan dan ook de Waarheid worden verstaan vanuit een bepaald punt in de historie, omdat dit punt dan overbelast wordt. Ook ben ik erg beducht, dat u de cultuurcrisis, waarin wij verkeren, vervlecht met de crisis, die ontstaat in de ontmoeting met God. De crisis, waarin God ons brengt, is van geheel andere aard dan welke cultuurcrisis ook. Bij de vele veranderingen, waaraan wij allen onderworpen zijn, verandert de ontmoeting met de levende God niet. Deze situatie is beslissend tot aan de wederkomst van Christus. In deze situatie komen wij inderdaad van verschillende kanten. Dat is ook onder ons zo. Maar in de ontmoeting met God krijgt niemand een aparte behandeling. Daar staat niet de antieke mens, ook niet de reformatorische mens, ook niet de moderne gehavende mens, maar de mens, de zondaar, de goddeloze. Hier ontmoeten elkander eenvoudigen en ontwikkelden, mensen, die door het nihilisme zijn heengegaan, en die ervoor bewaard zijn gebleven, ouderwetse en moderne mensen. In dit gezelschap staan profeten en apostelen, kerkvaders en hervormers, mensen van alle eeuwen. Wie voor de God van de Bijbel staat, schreeuwt om genade en ontvangt ook de genade, Hier gaat het niet over bepaalde accenten, nog minder om de hiërarchie van de 'accenten, maar om de kennis Gods in Jezus Christus door de Heilige Geest. Hier heeft Augustinus geworsteld, hier is Luther tot zijn gebeente uitgekleed, hier is Calvijn door de Vader tot Christus getrokken, hier heeft Kohlbrugge gestreden en gejuicht over het Lam Gods, dat hem genoeg was voor de tijd en de eeuwigheid. En met hen willen ook wij belijdenis doen van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof. Waar de vaderen het Woord Gods hebben gehoord, willen ook wij in deze tijd staan, met hetzelfde geloof.’

Zo mogen we ook voortgaan in het jaar dat voor ons ligt, door goed gerucht en kwaad gerucht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Terugblik en Bezinning

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's