Alle dingen nieuw
En Die op de troon zat, zei de: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. Openb. 21 5a.
Alle dingen nieuw! Wat dat nu zal zijn, en hóe dat zal zijn, daar zegt de omgeving van onze tekst iets van - hoewel we er eigenlijk alleen maar wat van kunnen stamelen: zó groot en zó heerlijk zal het zijn! Dat nieuwe zal zijn, dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal zijn. En dat de zee (van ellende en beproeving) er niet meer is. En dat het nieuwe Jeruzalem van God uit de hemel zal nederdalen, en dat God Zelfbij Zijn volk zal zijn, dat Zijn volk in Zijn onmiddellijke tegenwoordigheid mag leven. En dat alle tranen van de ogen zullen worden afgewist. En dat de dood niet meer zal zijn, noch rouw, nog gekrijt, nóch moeite. Omdat de eerste dingen voorbij gegaan zijn. Dat is het nieuwe. Dat zal komen, dat garandeert God hier: ik maak! Nee, dat maken wij niet. Wij wissen geen tranen af. Wij doen het Paradijs, het Koninkrijk Gods; niet op de aarde komen. Maar Hij wel - het daalt van God af! Hij wél, en Hij ook volkomen. Want alle dingen, zegt de tekst. Niets uitgezonderd. Alles zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis. Heel de schepping - met alles wat er in is. Dan zijn er nieuwe verhoudingen, nieuwe 'structuren', alles wat hier door de zonde zo verziekt is, zal dan goed zijn. Maar vooral: dan zal Gód van alles de eer ontvangen. Want: Hij zal weer bij Zijn volk zijn. En Zijn volk zal Zijn direkte gunst en tegenwoordigheid mogen genieten. En dat zal vooral het nieuwe, het eeuwig nieuwe zijn! Alle dingen. Niet alle mensen. Daar moeten we goed op letten. Dat staat duidelijk wat verder in vers 8; maar de vreesachtigen, en ongelovigen, en gruweiijken, en doodslagers, en hoereerders, is hun deel in de poel, die daar brandt van vuur en sulfer, hetwelk is de tweede dood. Dat hoort ook bij de vernieuwing van de aarde, dat de goddelozen worden weggedaan! Dat moeten we goed bedenken. En daarom moeten we altijd voorzichtig zijn met versjes als: stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw. Want al te gemakkelijk wordt verondersteld dat alle mensen zalig zouden worden. En dat is niet zo! U weet toch nog wel wat Simeon zei: Deze wordt gezet tot een val (!!) en opstanding van velen in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden! Alleen degenen die Christus door een waar geloof zijn ingelijfd, worden zalig. En wie dé Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.
't Gaat erom dat we in Christus zijn. Ik kan ook zeggen: 't Gaat erom dat we een nieuw hart hebben. Dat we weten van de vernieuwende kracht van de Heilige Geest in ons leven. Want ons doopsformulier zei al, dat we van nieuws geboren npeten worden. Kijk, dan wordt het écht nieuw, dan beleven we echt nieuwjaar. Als we het persoonlijk weten dat God dé tranen van onze ogen afwist, zodat we kunnen zeggen: Gij hebt, o Heer', in 't dood'lijkst tijdsgewricht, mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen.
Weten we dat? Want anders is alles toch nog bij het oude ook al zijn we dan een nieuwjaar ingegaan. Dan hebben we nog hetzelfde boze hart. En als dat zo blijft, zonder vernieuwing, zullen we in onze zonden sterven.
Ja, zegt u, daar zal het op aankomen. Maar vraagt u: Hoe moet dat, hoe kan dat? Hoe raak ik dat oude leven kwijt? Dat kan ik zélf toch maar niet, ik kan mezelf toch niet bekeren en veranderen? U zegt: Ik bid erom; ik vraag altijd: Vernieuw in mij een vaste geest, reinig mijn hart. 'k Zoek het nieuwe leven wel - maar.... hoe moet het, ik kom zo weinig verder! Mag ik u dan wijzen op Hem, Die op de troon zit, en Die spreekt, Die zegt: Ik maak alle dingen nieuw; op die grote 'Ik'. Nee, U maakt niets, hoe u het ook probeert. U maakt maar één ding, dat is: de schuld dagelijks groter. Maar Gód doet het. 't Is een daad van God in ons leven. Dan wast en reinigt Hij ons in het bloed van Christus. Dan vernieuwt Hij ons helemaal. Dat is het herscheppende, wederbarende werk van' de Heilige Geest. Dan ontvangt u het nieuwe leven, in de kennis der zaligheid, in vergeving van uw zonden. En zo wordt des Heeren volk geleid! Dat is nu het wonder van de vernieuwing. Dan wordt ons hart vernieuwd, maar ook onze wil; we gaan willen wat God wil. En ook ons verstand - het wordt verlicht, zodat we de geestelijke dingen gaan verstaan, en gaan bedenken de dingen die boven zijn, waar Christus is. Ach, als de Heere werkt en doorwerkt, dan wordt eigenlijk alles nieuw. De Bijbel wordt nieuw, we gaan opeens de rijkdommen ervan verstaan. Gods dag wordt nieuw, omdat we nu met vreugde in het huis des Heeren gaan (en niet meer uit sleur). Ja, alle dingen worden nieuw: je huwelijk, omdat je nu anders met je man of vrouw omgaat. En je verhouding met je kinderen wordt nieuw, en met je baas, of je personeel, met je omgeving, ja, eigenlijk met alles!
Dat doet Gód nu. Hij maakt nieuwe mensen. Van schuldige, vuile mensen, maakt Hij nieuwe mensen. Hij vernieuwt ze naar het evenbeeld van Christus. Hij maakt ze tot mensen die niet langer de zonde en de wereld dienen, maar van harte Hem gaan liefhebben en volgen. Mensen, die de Heere nooit liefgehad hebben, gaan nu zeggen: Heere, nevens U lust mij niets op de aarde. Mensen die van God vervreemd waren, gaan de Heere kennen en vrezen. Ja, wat een wonder! Dat is niet uit de mens te verklaren; maar wel uit Hém, Die zei: Ik maak alle dingen nieuw. U begrijpt het zelf niet. U kunt alleen maar zeggen: Het is alles anders dan vroeger, zo heel anders. Ja, dan moogt u instemmen met de apostel Paulus: Het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden. Want indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel.
Dan is 't nieuw jaar, dan is het voorgoed nieuw geworden, omdat u het nieuwe leven met God nu moogt kennen. Want dan wilt u toch niet meer terug naar het oude, zondige leventje van vroeger? ! Ja, 't kan nog wel eens trekken, 't kost nog wel eens strijd, veel strijd soms - maar tóch: 't is de keuze van Uw hart om in nieuwheid des levens te wandelen, en om Hém te behagen, Die Uw leven redde van het verderf.
En de duivel zal er op afkomen. Hij zal het nieuwe leven willen verstikken. Maar dat zal hem niet gelukken. Want Gód Die het leven gaf, zal het ook in stand houden. Wat uit God geboren is, zal niet sterven. En bedenk het: Hij zit op de troon, en niet de duivel. Hij is de Machtige, Hij zal Zijri kerk in stand houden, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
God staat in voor Zijn werk. Kohlbrugge zegt ergens: 'Aldoor weer hebben wij allerlei oude dingen: oude bedenkingen, het oude ongeloof, het oude, verharde hart, oude zonden en overtredingen, ja, we gevoelen ons menigmaal zo in het oude bestaan van Adam weer ingedompeld, dat wij volstrekt niet zien kunnen, dat Hij wat nieuws voor ons heeft geschapen, en dat Hij ons heeft vernieuwd naar het evenbeeld van Christus. Maar - zegt Kohlbrugge - steeds weer mag het weerklinkt in het hart: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En dan geeft Hij weer nieuw licht, nieuwe kennis, nieuwe kracht, nieuwe moed, nieuw geloof, nieuwe genade, nieuwe vrede. Onophoudelijk neemt God het oude van ons af - en maakt Hij alles nieuw. Zo doet God, zo is Hij een verrassend God, Die het licht steeds weer doet opgaan in de duisternis. En zo is het steeds weer een wonder, en wordt het een al groter wonder!
Maar in dit alles, is er een verlangen naar de totale vernieuwing van ons leven. Om de Heere een keer volkomen te dienen, zonder zonde, volmaakt, in een nieuw godzalig leven. Het gebed is er wel eens: Wanneer, Heere, zal ik U in gerechtigheid mogen aanschouwen, en verzadigd mogen zijn met uw goddelijk beeld? ! Hoe lang nog, Heere? God des levens, ach, wanneer zal ik naderen voor Uw ogen, in Uw huis Uw naam verhogen? Dat is het heimwee van Gods Kerk. En daarin is ze verbonden met heel de schepping. Want ook de schepping verlangt naar die dag, van de openbaring van de de kinderen Gods. Ja, want dan zal ook de schepping zelf vernieuwd worden, en voorgoed ontheven zijn aan de dienstbaarheid der verderfenis. Dan zullen alle dingen nieuw worden!
Nog even geduld, u die God vreest. Wacht met lijdzaamheid. Want weldra komt die grote dag. De Heere is al bezig het nieuwe te scheppen (in de tekst staat de tegenwoordige tijd!). Hij werkt er al naartoe. Hij richt Zijn Koninkrijk al op in menig zondaarshart. Hij is al volop herscheppend bezig.
Ja, het gaat al naar de vernieuwing toe. En hoewel we het lang niet altijd zien - hoewel de zonde eerder erger wordt, en de verwoestende elementen toenemen - tóch gaat het naar die dag van de grote vernieuwing. Al zien we het niet: de Heere heeft het tóch gezegd. Hij Die op de troon zit, heeft het gegarandeerd, endaarom zal het gebeuren.
Daarom kent het geloof verwachting, gespannen verwachting zelfs: wij yerwachten naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont.
Het zal gebeuren. Want: het goed, dat nimmer meer vergaat, zal Gods kind ongestoord verwerven, en zijn Godgeheiligd zaad zal 't gezegend aardrijk erven.
Ja, dan, als alle dingen nieuw zullen zijn, dan zal de aarde vol zijn van de kennis des Heeren, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken. Dan zal God Zelf bij Zijn volk zijn, en God eeuwig hen Zijn volle gunst betonen.
Dat zal wat zijn! Altijd met de Heere! Dat zal altijd nieuw zijn, en voor eeuwig nieuw blijven!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's