De draak voor de vrouw
En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben. En zij baarde een mannelijke zoon... Openb. 12 : 4b, 5a.
In Openbaring 12 wordt ons eerst een vrouw voorgesteld, die bekleed was met de zon, dat wil zeggen: ze bezit grote heerlijkheid en schoonheid, want ze wordt bestraald door de Zon der gerechtigheid Jezus Christus. En de maan was onder haar voeten; de maan doet denken aan de nacht. En dan wil het dit zeggen dat de nacht voorbij is, dat ze voorgoed uit de duisternis getrokken is tot het wonderbare licht van Gods genade. En op haar hoofd een kroon van 12 sterren: ze verspreidt licht, er gaat wat van haar uit.
Met deze vrouw wordt de kerk des Heeren bedoeld. Wel vaker in de Schrift wordt de kerk als een vrouw voorgesteld. Denk aan het boek Hosea, waarin Israël een afkerige vrouw wordt genoemd. En bekend is dat Christus Zichzelf de Bruidegom noemt, en dat Zijn kerk de bruid is.
Deze vrouw, deze kerk, is zwanger, zegt vers 2. Ze gaat een kind ter wereld brengen. Dan wordt hier vooral de oudtestamentische kerk bedoeld. Zij had immers reeds vanaf het Paradijs de moederbelofte, de belofte van het vrouwenzaad. En dat is de belofte van het kind, van de Heere Jezus Christus. Met deze vrouw wordt dus niet zozeer Maria bedoeld, - hoewel zij uiteindelijk de Christus ter wereld zou brengen maar héél de oudtestamentische kerk, Israël, dat in haar lendenen Christus verborgen had, en zou baren.
We mogen hier ook even denken aan de kerk van het Nieuwe Verbond. Dat is ook een kerk, die kinderen baart, namelijk door het Wóórd. Door de kracht van het Woord, en door de Heilige Geest worden er geestelijke kinderen geboren. Dan wordt Christus in het hart geboren! Paulus spreekt daarvan in de Galatenbrief, hij zegt: 'Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in U krijge'. Ik sprak eens iemand die niet getrouwd was, maar veel voor de gemeente worstelde (ook vooral voor het behoud van de jóngeren van de gemeente). Ze zei eens tegen me: Ik mag nog een middel zijn om kinderen voort te brengen, dat nog jonge mensen in Sion geboren worden. Inderdaad. Als het goed is, als een gemeente levend is, - en niet onvruchtbaar - dan brengt ze kinderen voort, dan brengt ze ook dienaren van het Woord voort. Dan is er gebed dat Gods Koninkrijk mag worden uitgebreid, en dat er daartoe nieuwe dienaren komen. En ik hoop, lezer, dat u het ook voor uzelf weet geboren te zijn, wedergeboren te zijn, door het Woord en door de Heilige Geest, dat u dat nieuwe leven kent in Gods gemeenschap.
Maar dat gaat allemaal niet vanzelf, dat kost pijn. Zoals elke geboorte pijn kost. Want daar komt heel wat tegenop. De duivel probeert de wedergeboorte tegen te houden! Dat kost strijd! De kanttekeningen zeggen dat de getrouwe dienaars menigmaal grote zorg, pijnen en angst hebben, om de kinderen Gods te winnen, en uit de wereld te vergaderen. En zoals dat vandaag is, zo was dat ook bij Israël, dat het vrouwenzaad zou voortbrengen, dat de Christus geboren zou doen worden. Vers 2 zegt dat de vrouw riep en schreeuwde in haar pijn, in haar weeën, om te baren. En die pijn kwam vooral omdat er één was die de geboorte van het vrouwenzaad wilde tegenhouden, die er alles aan gelegen was dat dit Kind, deze Zaligmaker, nooit zou komen. En wié die vijand is, dat weet u wel: dat is de duivel. Hij wordt ons in het derde vers getekend, en wel in een zeer vreselijke gestalte. Als een monster komt hij voor onze aandacht, als een draak, of zoals vers 9 zegt als een slang, als de slang uit het Paradijs, als de grote verleider. Hij is rood - dat is de kleur van het bloed en van de zonde. Hij heeft 7 hoofden - hij is dus listig en slim. En 10 horens; dat duidt zijn kracht aan, zijn stootkracht, hij is in staat om neer te vellen en te doden. En hij draagt hoeden of kronen; dat wil zeggen: hij is tot véél in staat, hij overwint, hij is de overste van deze wereld.
Zó staat hij voor de vrouw die baren zal, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer zij het gebaard zou hebben. Hij is er gelijk bij om het kind te doden. We zien ze staan, tegenover elkaar: de vrouw in barensnood, de vrouw nochtans met haar sierlijkheid en heerlijkheid, haar door God gegeven, ze mag er zijn, ze mag met haar schoonheid pralen! Maar daar tegenover de draak in zijn afzichtelijkheid, als een lelijk, gemeen monster. Wat een verschil! Een verschil tussen dag en nacht, tussen hemel en hel, tussen leven, nieuw leven dat ter wereld gebracht zal worden, 'en de dood die al dreigend tegenwoordig is.
En daarmee is nu heel de geschiedenis van de kerk (vooral van die van het Oude Verbond) getekend, vanaf het Paradijs tot aan de geboorte van de Heere Jezus in Bethlehem. Altijd, heeft de, draak er gestaan, om Christus, Die in Israël verborgen was, te doden, om het beloofde vrouwenzaad tè verstikken. Denk b.v. aan Israël in Egypte, hoe de jongetjes in de Nijl werden geworpen, en de mannen zich haast moesten doodwerken. Ha, dacht de draak, zo gaat het goed. Zo zal het volk worden uitgeroeid. Denk aan alle wereldmachten die tegen Israël streden en het wilden vernietigen. Daar zat de draak achter, die het Kind wilde doden. Denk aan de dynastie van David, hoe er op bepaalde tijden bijna geen troonopvolger meer was, en het erop leek dat de Messias nooit geboren zou worden. En denkt tenslotte aan 't moment waarop het Kind geboren is, waar Herodes er direkt bij is om Het te doden. Stééds weer wilde de draak de Christus, de Zaligmaker, doden, opdat er toch maar niemand zalig zou worden en Gods heilsplan zou mislukken.
En datzelfde geldt toch óók de kerk van het Nieuwe Verbond! Hoe wil de draak ook nu het leven doden! En dat bedoel ik niet letterlijk: het ongeboren leven door middel van abortus - maar vooral het geestelijke leven. Hij wil eerst dat er nooit geestelijk leven komt, dat we rustig onbekeerd doorleven, dat we dood blijven in de zonden en de misdaden. Daartoe is hij altijd actief om het zaad van het Woord gelijk weg te pikken. U moogt dan de prediking nog wel horen, als u er maar niet werkzaam mee wordt, als het maar niets uitwerkt, als er maar nooit echt nieuw geestelijk leven komt. Of anders...., als er toch een beginsel kwam van nieuw leven, dan probeert hij het alsnog te doden. Dat probeert hij op allerlei manieren. Daar kan hij zelfs mensen voor gebruiken, mensen die met hun grote voeten op zo'n jong plantje van geestelijk leven gaan staan om het dood te trappen. Dan zegt men: 't Is toch niets met jou, verbeeldje maar niets, denk maar niet dat het van de Heere is. Zo kan er - als God het niet verhoedt - veel worden stukgemaakt, en bijna worden gedood.
Zo wordt het kind, het levende kind, bedreigd. En zo wordt ook de vrouw, de moeder, de kerk, bedreigd. Op allerlei wijzen stelt de draak zich brutaal voor de vrouw - en wat kan hij het haar benauwd maken. Denk aan de kerk ten tijde van Johannes op Patmos, hoe ze werd vervolgd en gehaat, en hoe velen om hun geloof werden gedood. Omdat ze het Kind, de Zaligmaker, bij zich hadden, omdat ze Christus in hun hart hadden, en Hem niet wilden afzweren. En denk vandaag aan de kerk in Rusland en andere landen. Ook daar is de draak aktief, en stelt hij zich brutaal voor de vrouw. Wat een benauwende zaken zijn dat. En denk aan het leven van Gods kinderen hier, welke aanvechtingen er kunnen zijn, tot zelfs op het sterfbed toe. Hoe kan deze draak ons het zicht op het Kind, op Christus, benemen, en ons bijna wanhopig maken; ons verlammen en in het donker doen zitten! Hoe vaak moeten we niet bidden: Geef 't wild gediert, dat niets in 't woên ontziet, de ziele van Uw tortelduif niet over; laat, grote God, om een gehate rover Uw kwijnend volk niet eeuwig in 't verdriet. Ja, dan denken we nog wel eens te moeten omkomen, na alles wat God ons eertijds gaf, nadat we gezongen hadden dat Zijn goedertierenheid beter is dan het leven!
Maar.... is dat zo? Kan dat ooit? Kan wat uit Gód is, ooit sterven? Zal het de draak lukken? Zal hij het Kind kunnen doden, zal hij Gods werk kunnen verijdelen?
Nee, dat nóóit! Psalm 37 zegt: Maar d'altoos wijze raad des Heeren houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht. Niets kan Zijn hoog be sluit ooit keren; 't blijft van geslachte tot geslacht. En ook: Schoon de heidenen samen list op list beramen, Gód verbreekt hun raad. Schoon de mogendheden snood' ontwerpen smeden. Hij belacht haar haat. Ja, God zal waken over de Zijnen, over de vrouw, over de kerk, én over het Kind, Zijn eigen Zoon. Christus Zelf verzekerde het: De poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen! Gods Raad zal altijd bestaan. Die kan de duivel niet breken.
En daarom zegt vers 5: En zij baarde een mannelijke zoon. Daar hebt u het kerstevangelie opnieuw: Zij baarde haar eerstgeboren Zo^n, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe. Toch! De moederbelofte is tóch in vervulling gegaan. Christus is tóch geboren. En het Kind kon niet gelijk gedood worden, - hoezeer Herodes het ook probeerde - want God Zelf waakte over de moeder én het kind. De draak heeft het in eerste instantie verloren: hij moest van zijn fel begeerde prooi afblijven.
Dat is tot bemoediging van allen die nog maar pas iets van het nieuwe leven kennen. Als ook voor hen die langer de Heere vrezen. Hoe aangevochten het ook kan zijn: wat uit God geboren is, zal niet sterven in der eeuwigheid. Juist het zwakke zal Hij te hulp komen en sterken. Hij kent de Zijnen, en Hij zal ze nooit doen omkomen, al zou heel de hel losbarsten. Hij zal aan armen, uit gena. Zijn hulpe ter verlossing tonen; Hij slaat hun zielen ga. Als hen geweld en list bestrijden, al gaat het nog zo hoog; hun bloed, hun tranen en hun lijden zijn dierbaar in Zijn oog.
Daar hopen we volgende week vanuit deze tekst nog meer van te zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1977
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1977
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's