De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het kind op de troon, de vrouw in de woestijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het kind op de troon, de vrouw in de woestijn

8 minuten leestijd

En zij baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon. En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen Openb. 12 : 5, 6.

Zij baarde een mannelijke zoon. Een mannelijke zoon - dat is eigenlijk dubbel op. Er wordt mee aangeduid dat dit kind zich mannelijk zal gedragen, dat Het de strijd niet zal schuwen, dat Het de draak tegemoet zal treden en zal overwinnen. Daar zit iets in van de Held, waar psalm 89 van spreekt, de Held bij Wie hulp besteld is. Hoort u het, U die zo bestreden wordt: t Kind is niet alleen geboren, maar Het zal ook voor U strijden. 'Ik zal voor U strijden, zegt dit kind, en gij zult stille zijn'. En er staat nog bij, dat Het al de heidenen zal hoeden met een ijzeren roede. De heidenen - daarmee worden de vijanden bedoeld, degenen die zich tegen de Heere verzetten, die tegen Hem en Zijn Gezalfde (Zijn Kind) boze plannen beramen. In psalm 2 worden ze al genoemd. Maar daar wordt ook al gezegd dat God Zijn Zoon de macht geeft hen te vernietigen: Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkersvat'. (psalm 2 : 9). En dat gaat nu gebeuren, psalm 2 vindt hier, in Openbaring 12, zijn laatste vervulling. Want het Kind neemt de ijzeren roede om al de vijanden (de draak en zijn ganse rijk) te vernietigen.

Dat is wat! Die ijzeren roede zal de draak voorgoed de kop vermorzelen. Het vrouwenzaad zal het slangenzaad zeker overwinnen. Als we daarop mogen zien, zingen we met Luther mee: 'Ons staat de sterke Held terzij. Die God ons heeft verkoren'. Ja, de vijand, de draak, rukt vast aan met opgestoken vaan; hij draagt zijn rusting nog van gruwel en bedrog; maar.... zal als kaf verdwijnen! Zijn ijzeren roede, deze machtige Held! Om Hem gaat het. Zeker, U wordt geroepen de wapenrusting Gods aan te doen, maar ziet U vooral op Christus, op deze Held en Overwinnaar.

En ja, dat de draak het moet verliezen, wordt onderstreept door wat volgt in de tekst: haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon. Weggerukt, dat wil zeggen: de draak heeft nog wel een keer geprobeerd zijn klauwen aan dit Kind te slaan, maar de Vader greep Zijn kind vast, en rukte Het weg uit het gevaar, en nam Het tot Zich.

Weggerukt - we kennen dat woord wel. We zeggen wel eens: Die en die is plotseling uit het leven weggerukt. Of denk aan een vader die zijn kind in groot gevaar ziet, en toesnelt, en het vastgrijpt en uit de gevarenzone brengt. Hier zit in dat woord 'weggerukt' iets triomfantelijks: God was de duivel vóór, Hij nam het pasgeboren Kind terstond bij de hand, en nam Het tot Zich in Zijn troon. Daar zit iets in van: 'Afblijven, satan, ga weg, satan; want Deze hoort Mij toe'.

Want het is wel opmerkelijk, zoals het hier staat: het kind komt op de troon. Het Kind! Over heel het aardse leven van de Heere Jezus wordt niet gesproken. Er wordt niet gesproken over de verzoeking door de duivel in de woestijn, en over de poging van de satan om de Heere Jezus nog van het kruis te krijgen, toen hij zei: 'Verlos Uzelf, kom af van het kruis'. Nee, als kind komt Hij op de troon. Dat wil dus zeggen: dat stond al vast, dat zou zéker gebeuren. Daar kon de draak niets meer tussen krijgen. Het feit dat dit kind geboren is - na zoveel eeuwen strijd die de oudtestamentische kerk moest verduren, - garandeert dat het nu verder ook goed komt, dat Het zeker op de troon komt.

En daarom wordt het Kind weggerukt tot God en Zijn troon. Tot God en Zijn troon - dat betekent: veiligheid, onbereikbaarheid, de duivel kan Het niet meer in zijn macht krijgen. Ja, en op de troon wil zeggen: Christus regeert ! Hij is nu gezeten aan de rechterhand van de Vader, en Hém is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

Zult u het niet vergeten: het Kind van Bethlehem is thuis. Hij is weggerukt tot God en Zijn troon, Hij is met eer en heerlijkheid gekroond! Hij is de Koning van heel de aarde. Hij regeert vooral Zijn kerk door Zijn Woord en Geest. Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden (de draak, de heidenen) met Zijn ijzeren roede onder Zijn voeten zal gelegd hebben!

Christus dus op de troon! Het kind op de troon. En de vrouw? En de moeder? En de kerk? Is ze ook al opgenomen tot voor de troon, is ze ook al de strijd te boven? Ach, ik denk aan wat Christus bad in Zijn hogepriesterlijk gebed: 'Vader, Ik bid niet, dat Ge hen uit de wereld wegneemt, maar dat Ge ze bewaart van de boze'. De kerk blijft achter, en ze heeft het niet gemakkelijk in de wereld. Want nu de draak het Kind niet meer kan grijpen, richt hij zich op de vrouw, die het Kind gebaard heeft, om haar te verslinden. En ja, dan moet de vrouw vluchten, dan moet ze weg uit het machtsgebied van de draak; ze haast zich om haars levenswil. Maar, lezer. God zorgt óók voor de vrouw. Ook zij wordt a.h.w. weggerukt uit de greep van de draak, en gebracht in de woestijn. Want daar heeft God een plaats voor haar bereid. Toch nog een plaats waar ze beveiligd is tegen het woeden van de hel. De woestijnen aldaar wordt ze gevoed en onderhouden. Dit alles doet sterk denken aan Israël na de uittocht uit Egypte. Israël ontkwam door een wonder van God aan de draak, aan de farao; en het kwam in de woestijn, en daar werd het gevoed, daar kreeg het dagelijks manna. Door Gods zorgende liefde bleef het in stand. Zo was het bij Israël, zo was het bij Elia, zo was het bij Johannes de Doper: vele jaren was hij in de eenzaamheid der woestijn. In de woestijn daar wilde de Heere vooral alleen zijn met Zijn volk". Daar mocht het uit al het aards gedruis (en uit het geweld van de draak) naderen om Gods heilsstem te horen.

In de woestijn was niet veel, maar daarom wilde de Heere Zelf alles zijn.

De kerk in de woestijn. Is het nog niet zo? Ja, de kerk moet in het volle leven staan, zo zegt men, de kerk moet vooral met de vragen van de samenleving bezig zijn. En de jongeren willen graag met alles mee doen, en Hever niet wat aan de rand staan, of zich helemaal afzonderen. Maar de kerk in de eindtijd is in de woestijn, zegt de tekst! En daar moet ze heenvluchten, anders is ze gewis en zeker een prooi van de draak! En de woestijn is de plaats, door Gód bereid, door God Zelf voor Zijn volk uitgekozen. In de woestijn - zo is de kerk op de aarde, als een vreemdelinge, op doortocht naar het hemelse Kanaan.

En is het daar nu zo slecht? Moeten we daar omkomen? Nee toch? ! Daar zijn toch de case's, de plaatsen van rust en verkwikking. De Elim's, waar het zo goed is in de schaduw van de palmen, en bij de frisse waterstromen. De Heere voedt en onderhoudt de Zijnen, op wonderlijke wijze. Dan worden ze dagelijks begenadigd, met manna, hemels brood, verzadigd. En dan kunnen ze toch weer van kracht tot kracht voortgaan. Wat we ook missen in de woestijn, zo is het toch goed. Hier is toch de Heere Zelf met Zijn goedertierenheid, die meer is dan het leven. Hier is het duizend keer beter dan daar waar de draak is, en waar mensenzielen worden verslonden. In de woestijn mét de Heere, is oneindig veel rijker dan midden in de wefeld zónder de Heere, en binnen bereik van de draak.

En bovendien: het duurt maar 1260 dagen. Ja, dat lijkt erg lang, zoveel dagen in de woestijn, er komt geen einde aan. Maar we kunnen ook zeggen: 3,5 jaar of 42 maanden, dan lijkt het veel korter. Er wordt in ieder geval mee bedoeld: en tijd die door God bepaald is, een tijd waar dus een einde aan komt. Want Hij zal Zijn volk niet eindeloos kastijden, en Hij laat Zijn kwijnend volk niet eeuwig in het verdriet.

Zijn kerk blijft niet in de woestijn!

Want na 1260 dagen zal Hij, Die op de troon zit, terugkomen. Dan komt het Kind Zijn moeder. Zijn kerk, in de woestijn, halen. Opdat ook de kerk thuis zal zijn voor God en Zijn troon!

Dan wordt de kerk ook a.h.w. weggerukt, want het zal plotseling zijn, in een punt des tijds als de bazijn zal slaan, en wij veranderd zullen worden.

't Ellendig volk wordt dan uit lijden door Zijne arm gerukt. Zó zal Hij nooddruftigen bevrijden.

Ja, na de woestijn, na de vernedering, volgt de verhoging. De kerk gaat de weg van Christus. We moeten met Hem lijden, om ook met Hem verheerlijkt te worden.

Want Christus bad eerst: Niet dat Ge ze uit de wereld wegneemt. Maar ook vroeg Hij: Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven heeft; opdat ze Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen. En daarom, omdat het in Zijn hogepriesterlijke bede vastligt, zullen ze zeker thuiskomen. Dan worden ze weggerukt tot God en Zijn troon. Om vóór die troon eeuwig God groot te maken. Zalig degenen die heimwee hebben, want zij zullen thuis komen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het kind op de troon, de vrouw in de woestijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's