De twintigste eeuw
Woord en Geest
(3)
Na de namen van Karl Barth en A. A.van Ruler genoemd te hebben, stuiten wij nu op de naam van dr. J. G. Woelderink. Het zal ons bekend zijn, dat zijn theologische bezinning zich concentreert juist op het punt van de verhouding tussen Woord en Geest. Ook hier kunnen wij weer spreken van een reactie-theologie. Zien wij het zuiver theologisch, dan kunnen wij zeggen, dat Woelderink vooral gereageerd heeft op de theologie van Abraham Kuyper. Maar de actualiteit van Woelderink was, dat hij deze Kuyperiaanse theologie volop aantrof in de gemeenten, die hij zelf diende. Inderdaad is dit zo. In de twintiger en de dertiger jaren hebben de Hervormd-gereformeerde gemeenten sterk onder invloed, van Kuyper gestaan.
Invloed van A. Kuyper
Kuypers theologie is typisch een wedergeboorte-theologie geweest. Hij ging uit van de wedergeboren mens. De wedergeboorte kreeg bij Kuyper zo'n zelfstandige plaats, dat zij kon ontstaan en bestaan los van het geloof en zelfs ook los van het Woord. De wedergeboorte werd bij voorkeur als een kiem gelegd in het leven van het ongeboren of jonggeboren kind, terwijl bij het opgroeien deze kiem dan zich ontplooide tot een bewust geloven.
Kuyper heeft aan deze wedergeboortetheologie een eigen vorm gegeven. Maar we kunnen niet zeggen, dat hij de eerste is geweest, die iri deze lijn gedacht heeft. Hij heeft zich kunnen beroepen op oud-hollandse theologen als Maccovius, Voetius en Comrie. Maar wel is bij Kuyper de lijn nog meer doorgetrokken in de richting van een verzelfstandiging van de wedergeboorte ten opzichte van het geloof in het Woords Gods.
Op het vlak van de gemeente kwam dit er zo uit te zien, dat men breed uit sprak van een wedergeboorte en een wedergeborene, terwijl men Christus en zijn belofte, het geloven in het Woord der belofte, buiten het gezichtsveld liet blijven. Er ontstond een cultus van de wedergeborene, met eigen zelfstandige trekken, terwijl het bewuste geloof in Christus tekort kwam.
Het geloof centraal
De reactie van Woelderink lag dus voor de hand. En omdat Woelderink dit aan den lijve meemaakte in zijn pastorale ontmoetingen, kreeg deze reactie een existentieel en op bepaalde momenten zelfs een scherp karakter. Dat nam nog toe, toen er een bredere confrontatie plaatsvond met andere predikanten en theologen.
Het lijkt me van het grootste belang om zicht te krijgen op de zaak, die Woelderink heeft bewogen en beoogd.
Hij stelde tegenover een min of meer verzelfstandigde wedergeboorte het geloof centraal. Het geloof als een hangen aan de belofte van God.
Het woord 'belofte' speelt hierbij een grote rol. Woelderink bedoelde daarmee, dat God zich uitsluitend heeft geopenbaard op de wijze van zijn Woord. Gods openbaring is Woordopenbaring. Of anders gezegd: God is de sprekende God. Als het heil werkelijkheid wordt door het geloof in de belofte, betekent dat, dat de Geest de mens in ontmoeting brengt met de sprekende God, opdat hij zich aan deze God onderwerpe in gehoorzaamheid en vertrouwen, tot ontdekking van zijn zonde en tot belijdenis van zijn schuld en tot vertrouwende overgave aan het in Christus toegezegde en geschonken heil.
Het lijkt me toe, dat in dit verband niet het verwijt kan klinken, dat deze benadering te weinig geestelijk, te weinig bevindelijk zou zijn. Wat is er meer bevindelijk dan dat de mens zijn zaligheid buiten zichzelf zoekt in Christus? En deze Christus komt toch alleen tot ons in het gewaad van Zijn Woord?
Het eigen werk van de Geest
Wanneer Woelderink dan ook het Woord en de Geest zo nauw met elkaar verbindt, is dat op zichzelf een waardevol gegeven. Een gegeven, dat ook voluit reformatorisch is en uit de Schrift zelf opkomt. Wanneer echter deze accenten gelegd worden in reactie op een andere benadering, zoals boven geschetst, bestaat wel het gevaar om de Geest zo in het Woord te laten opgaan, dat ook dan weer de eigen plaats, het eigen werk van de Geest, in de toepassing van het Woord, in de knel komt. Er ontstaat dan een spanning tussen het Woord en de inhoud van het Woord, tussen de belofte en de vervulling van de belofte, waarbij de inhoudelijkheid van het heil. in de geloofservaring dreigt te verschralen. In de confrontatie met anderen is dit gevaar niet altijd ontlopen. Woelderinks legitieme strijd tegen het subjectivisme had de verzoeking in zich om tot een zeker objectivisme te komen, iets wat in die tijd dank zij de invloed van Barth in de lucht hing. We zien dan ook dat een (na)volgende generatie, die uitsluitend in deze lijn dacht voor de invloed van Barth bijzonder ontvankelijk was.
Anderzijds is het juist van bijzonder grote betekenis geweest, dat Woelderinks accenten zijn geïntegreerd in een prediking, waarin het Woord en Christus centraal staan, en tegelijkertijd aan het werk van de Geest vanuit Christus en door het Woord de volle ruimte wordt gegeven. Deze integratie heeft een verrijking en bijbelse gezondmaking van de hervormdgereformeerde prediking tot gevolg gehad, een prediking, die juist in deze tijd onder Gods zegen vruchtbaar mag functioneren.
Voortdurende worsteling
Daarbij blijft het voortdurend noodzakelijk om waakzaam te zijn. Enerzijds hebben wij te waken voor het afglijden in de richting van een objectivisme, waarin de Geest tot een randfiguur wordt en het spreken over Christus en het Woord (belofte) krachteloos wordt, omdat het geen werkelijkheidskarakter heeft in de bevindelijke en actuele geloofservaring. Anderzijds bestaat het gevaar om terug te vallen in het subjectivisme en de wedergeboren mens in het middelpunt te plaktsen. Ook dat is een krachteloos maken van de prediking des Woords. Het blijft een worsteling om het rechte verstaan van de verhouding tussen Woord en Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's