De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragen van lezers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragen van lezers

Pastorale overwegingen

6 minuten leestijd

(7)

Vanuit Huizen bereikte mij een critische reactie op een eerder gepubliceerd artikeltje over de wereldzending, waarbij ik bedenkingen opperde tegen praktijk en methoden van de geloofszendingen. Ik ben erkentelijk voor het uitvoerig en critisch schrijven, omdat dit aanleiding is tot een nadere toelichting. En ook critische opmerkingen kunnen stimulerend werken. Schrijver gaat op mijn opmerkingen in, ook omdat hij veel ervaring in de praktijk heeft opgedaan en van daaruit ook kan spreken.

Kerkelijke- en geloofszending

Met de briefschrijver ben ik het eens dat we moeten oppassen voor het oproepen van een 'kunstmatige en gedwongen tegenstelling, wanneer hij opmerkt' dat eigenlijk deze beide begrippen op zich zelf al misplaatst zijn Is 'kerkelijke zending' niet meer uit het geloof bezig dan? En is 'de geloofszending' op haar beurt perse onkerkelijk? Verder zij hem ook toegegeven, dat de kerken wat betreft de zending het er heel lelijk bij hebben laten liggen. Groepen, verenigingen namen ter hand, wat de kerk had moeten doen. Want ik meen, dat de Koning der Kerk het aan Zijn gemeente heeft opgedragen het evangelie alom te verkondigen. Dat verenigingen zendingsactiviteiten aan de dag legden, was of omdat de kerk(en) verstek liet(en) gaan, of omdat de officieel kerkelijke zending te veel beïnvloed werd door onbijbelse theologische motieven. We hebben in onze eigen kerk niet voor niets - en overigens is dat verdrietig genoeg, dat dit nodig was en is - de arbeid der G.Z.B. Dat is waarlijk geen luxe! Dat al te veel de gedachte van de dialoog de plaats heeft ingenomen van de prediking van het evangelie zij ook de schrijver toegegeven, al doen we dit bepaald niet met leedvermaak. Maar ik ben het niet met hem eens als zouden de regels over de geloofszendingen uit de pen zijn gevloeid vanuit enghartig-hoogkerkelijk standpunt. Ik geloof niet, dat een eerlijk lezer zou kunnen opmerken: 'als de zending maar vanuit een kerk wordt gedreven is deze daarom ook goed'.

Voorzichtig, niettemin wel duidelijk

Ook hier mag ik de schrijver er nog eens aan herinneren, dat ik duidelijk stelde, dat we erg voorzichtig moeten zijn in het (be)oordelen, ook wanneer er situaties zijn, die wij van huis uit anders gewend zijn. Ik ben, dacht ik, ruimhartig genoeg, om niet bij voorbaat alles wat me ietwat 'vreemd' voorkomt ook te veroordelen als onbijbels, oppervlakkig, 'licht', dat laatste woord gebruik ik niet. Maar voorzover ook ik kennis neem van allerlei rapporten, verslagen, publicaties van de zendingsmensen uit de praktijk meende en meen ik nog wel bedenkingen te moeten uiten over grondslag, doel en methode. Als de briefschrijver stelt, dat centraal staat 'de oproep tot bekering en het indringend getuigenis, dat Jezus Christus, Gods Zoon op Golgotha voor alle zonden heeft betaald' blijf ik toch met bedenkingen en vragen zitten, afgaande op wat mij zelf daarvan onder de ogen komt. Met pijn stel ik vast, dat, terwijl de kerkelijke zending de noodzaak der waarachtige bekering menigmaal achterwege laat, bij de geloofszendingen zeer eenzijdig de keus, 'de beslissing van de mens voor de Heer' wordt gesteld met ontkenning of verzwijging van het geloof als gave Gods en de doodstaat van de gevallen mens. Bovendien mis ik bij de centraalstelling van de betaling voor alle zonden door de Heere Jezus de noodzaak van de toepassing door de Heilige Geest en tendeert dit m.i. heel sterk in de richting van de leer der algemene verzoening. En in dit verband uitte ik mijn bezwaren in de zin van 'oppervlakkig', loochening van wat de Heidelberger in het voetspoor der Schrift leert, trouwens heel de belijdenis van de algemeen-christelijke en reformatorische kerken. En in dat kader plaatste ik ook mijn bezwaren tegen 'handopsteken, naar voren komen, het ontbreken van de ware verbrijzeling voor God'. Nogmaals ik ben geen kenner der harten, ik kan slechts afgaan op berichten, verslagen en ontboezemingen van mensen uit de praktijk. En ik eis ook niet, dat op.de zendingsvelden alles precies zo geordend en gestroomlijnd gaat als hier. Ik weet ook, dat de oosterling en zuideriing heel wat meer temperamentvol spreekt en handelt dan wij, nuchtere, misschien wel eens te nuchtere westerlingen. Maar daarom aanvaard ik ook niet alle uitgangspunten en methoden zonder meer, maar poog die te toetsten aan de Schrift. Bovengenoemde methodes dienen, volgens de briefschrijver, om de mensen gelegenheid te geven 'een aanzet' te doen zijn tot een persoonlijke keuze, noem het bekering. En ik ben niet uit op van woorden of begrippen een valstrik te maken, maar zelf zeg ik hier 'neen' tegen. Heeft de briefschrijver het over 'een artikeltje, dat nu te zeer kriebelde om te blijven zwijgen, laat ik zeggen hier kriebelt het bepaald mij. De methodiek is onontkoombaar verbonden aan de grondslag, het doel, dat bij, de zendingsarbeid in het geding is. Ik heb ernstige bezwaren tegen de kerkelijke zending in deze tijd, maar ik heb die ook tegen de theologie en de arbeid der geloofszendingen. Daarbij komt nog, dat in de zendingsarbeid niet alleen volstaan kan worden met de boodschap in de verkondiging, zoals de briefschrijver ook zelf terecht stelt.

Menige kerkelijke zending dreigt verstrikt te geraken in allerlei praktische handreiking bij de 'comprehensive approach', de gehele aanpak, dus ook voedselvoorziening, landbouw, onderwijs, technische outillage, medische verzorging, zonder de boodschap centraal te stellen. Bij de geloofszendingen is er het gevaar eenzijdig alleen 'op de ziel' gericht te arbeiden.

Afrondende opmerkingen

Het gaat ook bij de zendingsarbeid om de verheerlijking van Gods naam in de bekering van zondaren tot God. En wij behoeven niet bij te sturen, noch veel minder de Heere wet en weg voor te schrijven. Ik denk aan wat een godvrezend man geërgerd opmerkte na een heel lang gebed van een voorganger over de bekering en de manier daarvan tot God 'zo, de Heere heeft van deze dominee weer eens catechisatie gehad, hoe Hij mensen moet bekeren'. Wachten we ons daarvoor. Het gaat mij ook niet aan te oordelen over 'vruchten op zendingswerk' van welke kerk of vereniging ook. Maar wat wij hier niet kunnen missen om de Heere in oprechtheid te dienen en behouden te worden is ook elders nodig. En in antwoord op de eerste, briefschrijver gaf ik een paar notities, die ik nog staande houd, ik meen in gehoorzaamheid aan Gods Woord. Het is niet al goud wat er blinkt. Dat is niet zozeer een reden om allerlei af te kraken als wel een reden tot ernstig zelfonderzoek, en . . . ter beproeving van de geesten, of ze uit God zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vragen van lezers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's