De wonderen de wereld uit?
'De wonderen zijn de wereld nog niet uit' is een uitdrukking, die nog wel eens gebezigd wordt als iets onverklaarbaars, iets opzienbarends, iets onverwachts geschiedt. In feite is deze uitdrukking er 't bewijs van, dat de mens in deze tijd eigenlijk met het wonder geen raad weet, het immers nooit meer ziet gebeuren en dan de genoemde uitdrukking een beetje te pas of te onpas gaat gebruiken.
Ik las dezer dagen een boek van Malcolm Muggeridge, een Engels journalist van faam, die de laatste tijd, zoals de achterflap van het boek zegt, zich steeds meer tot het christendom heeft gekeerd. Op dit boek, dat de eenvoudige titel 'Jezus' draagt, kom ik nog terug, niet omdat het een direct gereformeerd boek is in de klassieke zin van het woord, maar wel omdat de auteur, thuis in de breed christelijke cultuur, soms verrassende doorkijkjes geeft in de Schrift en lijnen trekt naar het leven; een soort persoonlijke verantwoording van wat een gewezen buitenkerkelijke in de persoon van Jezus ziet en steeds meer is gaan zien. Muggeridge zegt dan ook iets over het wonder:
'De wetenschappelijke visie die het leven ziet als een gesloten systeem dat beheerst wordt door onwrikbare natuurwetten, heeft de neiging ons geloof in wonderen uit te sluiten, die de meeste mensen van nu beschouwen als bedenksels van al te lichtgelovige vroege en van al te vurige latere christenen. Zelfs gelovigen zoeken ijverig naar een wetenschappelijk houdbare verklaring van de wonderbaarlijke gebeurtenissen die zo'n grote rol gespeeld hebben in het openbare optreden van Jezus. Toch wees Augustinus er al op dat Jezus, toen hij tijdens de bruiloft in Kana in Galilea water in wijn veranderde, alleen versneld het wonder voltrok dat zich jaar na jaar afspeelt in de wijngaarden, waar het irrigatiewater de druiven doet zwellen, zodat de zon ze kan rijpen voor de omzetting in wijn. Hetzelfde zou gezegd kunnen worden van de wonderbaarlijke genezingen.'
Over bepaalde formuleringen valt te praten maar duidelijk is, dat hier geattendeerd wordt op iets, dat ons in het huidige technisch en wetenschappelijk beheerste leefklimaat langzaam maar zeker ontgaat. We hebben het wonder gereserveerd voor de tijd, waarin Christus op aarde rond wandelde - en Zijn daden waren inderdaad wonderen-bij-uitstek - of spreken bij een onverwachte genezing nog over het wonder (en inderdaad is het een wonder wanneer God gebeden hoort en, tegen medische verwachting in herstel schenkt). Maar verder leeft alom het besef, dat wonderen de wereld uit zijn en dat alles wat zich thans voordoet in de wereld en in het leven een wetenschappelijke verklaring heeft. We spreken dan nog wel over het wonder van het leven, van de geboorte, van de natuur, maar diep ingegrift is toch de gedachte dat alles ook wel één of andere wetenschappelijke verklaring heeft.
Niets is verklaarbaar
De ernstige misvatting bij dit alles is dat we denken, dat alles verklaarbaar is, terwijl in feite niets verklaarbaar is. We verklaren allerlei dingen wetenschappelijk met behulp van wetmatigheden, die we in de natuur op het spoor zijn gekomen, of dat nu de microstructuren betreft (de kleine cellen en deeltjes van de materie) of de macrostructuren (de planeten, de hemellichamen, de sterrenstelsels). Maar we vergeten dat géén der natuurwetten, géén der wetmatigheden wetenschappelijk ook maar enigszins verklaarbaar zouden zijn. Niemand kan verklaren waarom de aarde de dingen aantrekt en niet afstoot, waarom magneten elkaar in de ene positie aantrekken en in de andere afstoten, waarom , welnu er zijn zó ontelbaar vele voorbeelden te geven. We kunnen het waarom zo vèr we willen opsporen en verklaring op verklaring geven maar we komen op een punt waar vragen ophoudt en we 'slechts' kunnen constateren, dat we te maken hebben met natuurgegevens die niet minder dan scheppingswonderen zijn.
Prof. dr. J. v. d. Berg, schrijver van het boek Metabletica, stelt in zijn boek de vraag hoe het komt, dat een bepaalde tulp geel is. Nadat hij hier de bioloog over aan het woord heeft gelaten, die weet welke stof er in die tulp zit, en de natuurkundige die weet waarom die stof alle kleuren van het zonlicht vasthoudt behalve de gele, en de chemicus, die precies kan vertellen, dat het de bepaalde samenstelling van atomen en electronen is, die de oorzaak van dit alles is, dan nog rest de vraag waarom het nu uitgerekend die atobmstructuur is, die correspondeert met het gele licht. En dan zegt Van de Berg tenslotte op de vraag waarom die tulp geel is: dat is mooi! Meer behoeven we dan niet te zeggen. We mogen eindigen in de verwondering over het wonder van de schepping. God heeft het alles zó gemaakt. En God heeft ons de gaven gegeven om diep in de geheimen van het heelal en van de natuur door te dringen. Maar ons kennen bereikt een grens. Bij die grens is er de verwondering.
Alles is wonder
Zo mogen we zeggen, dat al wat is en leeft, wat geschiedt en als in de kringloop der dingen verloopt, een wonder is uit de hand van de Schepper. Het huidige wetenschappelijke denken heeft de mens van heden afgestompt in het zicht op het wonder, suggererende dat slechts dat werkelijkheid is wat de moderne wetenschap constateert en dat deze moderne wetenschap ook voor alles een verklaring heeft.
Maar een christen mag leven bij het wonder van de schepping en weet dat God in Zijn voorzienigheid met Zijn schepping meegaat, haar regeert en onderhoudt. We belijden zelfs dat alle dingen meewerken ten goede, ook als het langs de gewone, natuurlijke, zeg langs de wetmatige weg gaat, voor hen die God liefhebben, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. God is de schepper van de wetmatigheden en gebruikt ook de wetmatigheden in Zijn voorzienig bestel.
Als we dan zeggen, dat de wonderen in de tijd van de Bijbel niet wetenschappelijk te verklaren zijn, dan is dat even waar aIs wanneer we zeggen, dat het wondere netwerk van de schepping en wat zich daarin voltrekt niet wetenschappelijk verklaarbaar is. Het is slechts aantoonbaar. In wat wij dan wonderen noemen in die zin, waarin we ze in de Bijbel tegenkomen, in wonderbare spijziging, in genezingen, kortom in het wonder van de heilsdaden van Christus (maagdelijke geboorte, opstanding, hemelvaart), daarin betoont God héél in het bijzonder, dat Hij boven Zijn schepping staat, óók boven de wetmatigheden, die Hij er Zelf in heeft gelegd. We noemen dit vaak 'bovennatuurlijk' omdat we het niet verklaren kunnen. Maar het bovennatuurlijke - ongelukkige uitdrukking overigens - is er ook nu. Want God gaat door met de onderhouding van het geschapene, wetenschappelijk niet verklaarbaar. God is een God van wonderen. Dat heeft hij betoond in de Schepping uit het niets, in de wondere heilsdaden in Christus, in de wonderen van de Heiland, in het functioneren van de wetmatigheden, in de doorgaande schepping van (nieuw) leven, in het zegenen van de medicamenten, in het herstel van wie ten dode opgeschreven leek. Laten we deze totaliteit in het oog houden.
De concordantie leert mij dat het woord wonder het meest in de Psalmen voorkomt. Daarin worden Gods wonderen bezongen, en die omvatten de hele geschapen werkelijkheid, het leven, ook het geestelijk leven in de uitredding uit noden en schulden. De wonderen die Christus deed toen Hij de schare spijzigde, de zieken genas en de doden opwekte zijn alleen maar toegespitste tekenen van de almacht Gods, van die God die staat boven het werk zijner handen, de wetten in het aanzijn riep en ze (tijdelijk) terzijde stelt. Zijn Naam is Wonderlijk. Dat bleek in de Schepping. Zonder het Woord dat vlees werd is geen ding gemaakt, zegt Johannes. Dat blijkt in de herschepping. Dat mag ook nu ervaren worden als in Zijn Naam grote daden geschieden en God om Zijn verzoenend lijden en sterven de wereld blijft onderhouden en ook als er dingen geschieden waarvan we dan met recht zeggen: de wonderen zijn de wereld niet uit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1977
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1977
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's